ONGELIJKHEID IN NEDERLAND

Zo (on)eerlijk zijn de kansen voor een kind in groep 8

Bij kansenongelijkheid denken we al snel aan kwetsbare wijken in grote steden, maar juist buiten de Randstad krijgen kinderen vaak een lager schooladvies dan hun Citoscore aangeeft. Ontdek hoe onderwijskansen voor kinderen zijn verdeeld en bekijk op de kaart de kansen in jouw wijk. 

Een spannende tijd voor kinderen in groep 8 en hun ouders: nog een paar maanden voor de overstap naar de middelbare school. Veel hangt af van het schooladvies. In Nederland hebben docenten het laatste woord over dit advies, geholpen door de Cito- of een andere eindtoets.

Bij kinderen uit armere gezinnen en buiten de Randstad is het advies vaak beduidend lager dan de score op de toets.

  • In dit verhaal laten we de kansenongelijkheid in groep 8 zien. 

  • Uit onderzoek blijkt dat kinderen van rijke ouders vaker naar het vwo gaan...

  • ...terwijl kinderen van minder welgestelden vaker naar het vmbo gaan.

  • Dat komt niet alleen door toetsprestaties: 11 procent van de kinderen krijgt een lager advies dan hun toetsscore.

  • Bij 12 procent geeft de meester of juf juist een hoger advies. 

Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar opvallend is dat het zogeheten onderadvies bij sommige groepen kinderen veel vaker voorkomt.

Een team onder leiding van Bastian Ravesteijn van de Erasmus School of Economics verzamelde op kansenkaart.nl gegevens over de schooladviezen en onderwijsprestaties van vrijwel alle kinderen die tussen 2015 en 2019 in groep 8 zaten en over het inkomen van hun ouders. Vervolgens keek Ravesteijn onder meer naar het verschil tussen hun eindtoets en het advies van hun docent.

De verschillen waren groot.

  • In de grafiek is de relatie tussen het inkomen van ouders en het onderadvies voor kinderen te zien. 

  • Onderadvies komt bij de allerlaagste inkomens relatief weinig voor, omdat bij een heel lage toetsscore een lager advies niet mogelijk is. 

  • Daarom kijken we naar onderadvies voor kinderen uit relatief arme gezinnen. Bijna 14 procent van hen krijgt een onderadvies.

  • Dat is veel vaker dan het geval is bij kinderen van rijkere ouders. 

  • Uit de rijkste 10 procent van alle gezinnen krijgen kinderen vrijwel nooit een onderadvies.

Nog opvallender dan het verschil tussen inkomensgroepen is het regionale patroon. Kinderen in de Randstad, inclusief de landelijke gemeenten daarbinnen, krijgen minder vaak onderadvies dan gemiddeld. Kinderen in Friesland, Groningen, Gelderland en Limburg krijgen juist relatief vaak te horen van hun docent: rustig aan, doe maar een niveau lager.

Dit staat los van de vaak wat hogere inkomens in de Randstad. Ook wanneer we alleen kijken naar gezinnen met hetzelfde inkomen is duidelijk te zien: in het westen komt onderadvies veel minder vaak voor.

Het gaat hier dus om relatief arme gezinnen (75 procent van de Nederlandse gezinnen is rijker dan zij), de groep waarbinnen kansenongelijkheid een belangrijk thema is. Deze gezinnen hebben een bruto-inkomen van 56 duizend euro per jaar. We hebben het dus niet over een bijstandsgezin, maar over een huishouden, vaak anderhalfverdieners, met bijvoorbeeld een baan als winkelmedewerker, administrateur of monteur.

Van de bijna 340 duizend kinderen in het onderzoek krijgt uiteindelijk de helft een vmbo-advies.

  • Als we 100 groep 8-leerlingen op een rij zetten...

  • ...krijgen 23 leerlingen vmbo-basis of -kader als advies.

  • 27 kinderen gaan naar de hogere vmbo-niveaus (gemengde en theoretische leerweg).

  • Van deze 100 krijgen er 29 havo of havo/vwo-advies. 

  • Vwo’ers zijn in de minderheid: 21 van de 100 kinderen.

Maar als we kijken naar de verschillende inkomens van ouders, is het beeld heel anders dan bij de gemiddelde brugklassers. Kinderen van ouders met lage inkomens scoren gemiddeld minder goed op de eindtoets. Vervolgens krijgen ze, vaker dan kinderen van rijke ouders, ook nog een lager advies dan de toets aangeeft.

  • Kinderen van relatief rijke ouders krijgen minder vaak vmbo-advies, vooral vmbo-basis en kader zijn zeldzaam.

  • Naarmate het gezinsinkomen daalt, neemt het geadviseerde schoolniveau snel af. Steeds minder kinderen krijgen minimaal een havo-advies (inclusief havo/vwo).

  • Tweederde van de kinderen met relatief arme ouders krijgt het advies de schoolcarrière op het vmbo te beginnen.

Op onderstaande kaart kun je zelf opzoeken hoe vaak kinderen een onderadvies krijgen in jouw wijk. De kaart laat eerst de situatie bij lage inkomens zien. Je kunt ook midden- en hoge inkomens selecteren. Vanwege de verschillen tussen rijk en arm die hierboven duidelijk werden, zijn geografische patronen beter te zien als we kinderen binnen dezelfde inkomensgroep vergelijken.

Bekijk mensen die opgroeiden in

Onderadvies

in procenten

expanded Verantwoording

Volg ons