FOTOSERIE CAFUNÉ

Rio, stad van woede en verzoening

Het boek Cafuné van de Spaanse fotograaf Rafael Fabrés laat Rio de Janeiro in haar meest uiteenlopende gedaantes zien. Van de rauwe kant van de drugscriminaliteit tot een plek van liefde.

‘Hoe kun je zo perfect zijn en toch zo wreed?’, schrijft Ana Schlimovich in het nawoord van Cafuné, een fotoboek over Rio de Janeiro.

‘Genade is een standbeeld dat alleen in het buitenland bestaat. Je kent haar niet, noch vermoed je haar bestaan, omdat je alleen naar jezelf kijkt. Ik kijk ook naar jou. Ik hou van je, want door jou voel ik me levend.’

De Spaanse fotograaf Rafael Fabrés (38) toont in Cafuné hoe in Rio de grenzen tussen pijn en verrukking vervaagd zijn. Fabrés woonde en werkte er vijf jaar, en bleef al die tijd zoekende naar een manier om te overleven in een stad waar niet alleen de rafelranden scherp zijn. Hij legde op doordringende wijze vast hoe verdriet en geluk er met geweld op elkaar botsen, maar ontbeerde het talent van de lokale bevolking om dat gegeven te omarmen. Of op z’n minst te accepteren.

Een stad waar crackverslaafde kinderen worden gelyncht om het stelen van een mobieltje, waar de politie meer burgers doodt dan waar ook, en waar magere pubers in zwembroeken terreur zaaien in favela’s. De stad waar lust wanhoop verdrijft, elke straathoek zich leent voor muziek en waar vriendschappen soms slechts enkele uren duren en toch waardevol zijn.

Rio de Janeiro verleidt, overweldigt en verplettert. En na elke ruzie, na elke uitbarsting van woede, komt de verzoening. Dan grijnst de stad je toe, in al haar speelsheid. Dan zwicht je weer, want Rio is te mooi om te haten. Of, zoals Schlimovich schrijft: ‘Goedmaakseks is zoveel beter, altijd intenser.’

Fabrés raakte uiteindelijk verstrikt in de emoties van Rio en vertrok. Drie jaar later is zijn boek klaar, met als titel misschien wel het mooiste woord uit het Braziliaans-Portugees. Cafuné: het teder met de vingers andermans hoofdhuid beroeren. Het boek is een ode aan de haat-liefdeverhouding.

Volg ons