Biechthokken en bordelen: houdt u ze uit elkaar?

Biechthokken en bordelen: houdt u ze uit elkaar? De Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren legde ze vast nadat de gelijkenissen hem waren opgevallen in een Italiaanse kerk.

Biechthokken en bordelen: houdt u ze uit elkaar?

Biechthokken en bordelen: houdt u ze uit elkaar? De Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren legde ze vast nadat de gelijkenissen hem waren opgevallen in een Italiaanse kerk.

Afgelopen jaar ben ik naar de hoeren geweest. Maar ze waren er niet. Vitrines leeg, deuren op slot. We weten waarom. Kerkdeuren waren wel open, we weten ook waarom. Al heb ik geen priester gezien, noch koor- of schandknaap.

Deze zomer dreef een hittegolf me in een koele Italiaanse kerk. Er viel trouwens meer bloot vlees aan de binnenmuren van de kerk te zien dan achter de ramen in de hoerenbuurten. Toen zag ik het: de gelijkenis tussen een biechtstoel en een bordeel. Door een warme wind werd het territorium van discretie en duister ontbloot omdat een gordijn opwaaide. Gordijn als grens, waar biechtgeheim zich verschanst en weerkaatst op bruin, oud eikenhout. Bestaat er een soortgelijke code? Valt ontboezeming in een peeskamer bij een biechtvader vermomd als vrouw van losse zeden onder bordeelgeheim?

‘Enkel die personen worden gestraft: hij die een huis van on- tucht of prostitutie houdt; hij die ka- mers of enige an- dere ruimte ver- koopt, verhuurt of ter beschikking stelt met het oog op prostitutie met de bedoeling een ab- normaal profijt te realiseren; hij die eens anders on- tucht of prostitutie exploiteert.’

Belgisch strafwetboek, artikel 380, §1b,cend

Ik zie identieke motieven en kleuren van gordijnen in de biechtstoelen als in de bordelen. Alsof dezelfde handelsreiziger in stoffen bij de pooier en koster langskomt. Het pauselijke paars, het reine wit, het vurige rood en het vale bruin. Geen liturgische betekenis maar gewoon gekozen op schoonheid, volgens wat voorhanden was of misschien wel afgeprijsd werd.

Alle kleuren zie ik hangen in kerken en hoerenbuurten, telkens in het donker. Geheimen verdragen geen daglicht. Alleen groen lijkt zo goed als uitverkocht.

Lichtekooien worden belicht door tintelend neonlicht. Heilige Geesten door gebroken zonlicht van glasramen. Maar geen van hen heeft zich geopenbaard in deze tijden van pest en corona.

De privébiecht is ontstaan in de zesde eeuw en werd gepraktiseerd door monniken achter kloostermuren. Eeuwen later werd het ritueel als verplichting opgelegd. Nu spreekt men niet meer zozeer van biechten maar van het sacrament van de verzoening, waarbij je zonden door een priester in Christus’ naam worden vergeven. Wat een wonderlijke tussenkomst.

Drie weesgegroetjes en één onzevader is een koopje als losgeld voor kleine zonden.

Mag er gebiecht worden ten tijde van deze pande- mie? Anderhalve meter is er niet. Mondkapjes? En een biechtstoelenschuif in plexiglas heb ik nooit gezien. Ik herinner me uit een ver verleden in een streng college het gelaat van de priester door de gaatjes van het houten rooster die je zonder aan te kijken fluisterend vergiffenis gaf.

‘Alles wat de pries- ters hier beneden doen, bekrachtigt God daarboven. Hij bevestigt het vonnis der priesters. Wat anders schonk Hij hun dan macht in de hemel door te zeggen ‘wier zon- den gij vergeeft die zijn ze vergeven, wier zonden gij weerhoudt, die zijn ze weerhouden’.’

Johannes 20 vers 22-23, Nieuw Testament

In de loop van de geschiedenis hebben fotografen vaak een fascinatie getoond voor gordijnen. Zijn we voyeurs die nieuwsgierig zijn om wat verborgen wordt gehouden? Een Turkse collega fotografeerde het gordijn voor een raam twaalf jaar lang, tot een bulldozer het huis platgooide.

Van kapel tot kathedraal, in iedere stad die ik het afgelopen jaar heb aangedaan, zoek ik de confessionale op, hopend op een paar vierkante meter stof. Hoe meer de kerk een toeristische trekpleister is, hoe kleiner de kans op textiel aan het biechthokje. Ze verdragen geen pottenkijkers, net zomin als hoerenbuurten. Ongegeneerd fotograferen voor de tempel van de zonde, met je lens knarsend tegen het glasraam, is sinds de pandemie gewoon mogelijk. Geen pooier die je bij je nekvel grijpt, geen publieke vrouw die je stoort bij het geronsel, geen schichtige klant die je wegjaagt. Zelfs de zwaartekracht van de gordijnen trekt zich niks aan van mijn aanwezigheid. Enkel mijn eigen reflectie in het raam was mijn vijand.

Nergens troost te bespeuren tussen warme dijen of ontucht op wankele barkrukken in het Glazen Straatje, het Schipperskwartier, de Walletjes, de Chaussée d’Amour of de Aarschotstraat. Leegte in het gedoogbeleid. Zelfs Nieuwe Meisjes worden niet meer gezocht, want De Man mag niet komen. Het zijn straten zonder verlangens, trottoirs zonder drift, vitrines zonder bekoring, deurklinken zonder berouw.

Er werd afgelopen jaar meer geknield voor de biechtvader in een lege kerk dan voor de jongeheer aan de rand van een matras. Is COVID-19 de nekslag van de raamprostitutie? Valt het gordijn definitief en wordt de broek van de man nooit meer opgetrokken na een zonde van drie minuten eeuwigheid?

Volg ons