De ontmoetingsplek

Op deze brocantemarkt in Reims blijft het verleden in leven

Zodra de coronamaatregelen het toelaten zoeken mensen elkaar meteen weer op. We portretteren deze zomer zes bijzondere ontmoetingsplekken, verspreid over de continenten. Deze week: de brocantemarkt in de Halles du Boulingrin, Reims, Frankrijk, op 4 juli.

De brocantemarkt

Halles du Boulingrin, Reims, Frankrijk - 4 juli

Alsof ze een theaterstuk opvoeren, zo heeft een stel marktmannen in Reims zich geïnstalleerd in het decor van hun eigen handelswaar. De gebloemde plastic retro-stoeltjes, het Perzisch tapijt, de wijnglazen van donkerrood glas ooit bedoeld voor de mis: de spullen hebben lang genoeg gewacht op kopers. Het is tijd voor rosé.

Het is even na elven, halverwege hun tweede fles wijn, en in de markthallen van Reims duiken overal soortgelijke taferelen op. Witte kleedjes worden uitgerold over vintage-meubels, uit plastic trommels komt ham tevoorschijn, achter de rekken met oude legeruniformen zitten handelaren gezellig te pimpelen.

Tussen de geïmproviseerde picknicks ligt een wereld aan spullen uitgestald. Van hutkoffers en antieke secretaires tot champagneglazen, kanten rokken en beduimelde pornoblaadjes – een walhalla voor iedere verzamelaar. Maar de brocante van Reims is niet zomaar een plaats voor schatzoekers en koopjesjagers. Hier wordt op deze zondag de Franse geschiedenis geëtaleerd en gedeeld.

Geholpen door mondkapjes

Boven de roosters waar op andere dagen getuige de geur verse vis wordt verkocht, heeft Eric, die niet met zijn achternaam in de krant wil, zijn waar uitgestald zoals hij dat al twintig jaar doet, elke eerste zondag van de maand. In normale tijdens althans – door corona moesten ook antiquairs en brocante-verkopers hun handel in de Hallen van Boulingrin lange tijd staken. Maar nu zijn ze, geholpen door mondkapjes en handgel in de stalletjes, terug als vanouds. Kijkers, kopers en verkopers vertellen elkaar wat ze weten en houden zo het verleden levend.

‘Weet je wie dit heeft ontworpen?’ Een man met donkerbruine krullen houdt een asbak omhoog uit de kraam van Eric. Hij schuift zijn bril op zijn neus, pakt de asbak over en inspecteert de tekening. Drie keer hetzelfde mannetje dat een glas pakt, een slok neemt en bijvult. Met elke stap krijgt hij meer kleur. ‘Cassandre’, vervolgt de man. ‘Beroemde ontwerper. Adolphe Jean-Marie Mouron heet hij eigenlijk.’ Hij wijst op de slogan op de rand van het porselein: ‘Dubo, Dubon, Dubonnet’. ‘Komt ook van Cassandre. Zijn affiches maakten vele merken groot. Mooi art-deco werk.’ Dan schuifelt hij verder.

‘Dat is nou precies de lol’, zegt Eric. ‘Die klant weet alles van asbakken. Als ik iets nieuws heb liggen, komt hij vertellen wat hij weet. Zo leren we van elkaar.’ Dat de asbak, die werd geproduceerd in de jaren dertig, intussen acht tientjes waard geworden is, bijvoorbeeld.

Het had weinig gescheeld of de monumentale Halles du Boulingrin aan de noordkant van Reims waren tegen de vlakte gegaan. De markthallen, opgetrokken uit beton in de vorm van een enorme parabool, werden na de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog gebouwd als symbool voor de toekomst. De hallen overleefden de Tweede Wereldoorlog; hier in Reims tekenden de Duitsers in 1945 de capitulatie. Maar na de oorlog zette het verval in. Het beton brokkelde naar beneden. Eind jaren tachtig was het gebouw zo gevaarlijk geworden dat de deuren sloten.

Cultuurminister Jack Lang gaf de Hallen eind jaren tachtig terug aan de stad. Of het zijn liefde voor art deco-architectuur was of een politieke vete met de burgemeester van Reims die ze tegen de vlakte wilde gooien – daar zijn ze op de markt nog altijd niet uit. In elk geval bestempelde Lang het gebouw als historisch monument en liet het in oude staat herstellen. Met glas-in-lood-ramen in precies dezelfde geeltint als in 1929 en beton dat beter is gewapend tegen de tand des tijds.

De Hallen werden bekroond met de Europese prijs voor cultureel erfgoed, en sinds 2012 zijn ze weer open voor publiek. De oude vlooienmarkt, hier ooit begonnen in de jaren zeventig, nam weer zijn intrek in de Halles du Boulingrin.

Betere deal

De vroege ochtend is voor adrenaline. Om half zeven, uren voordat het echte struinen en babbelen begint, verdringen handelaren zich om elkaars transportbusjes om de waar te inspecteren. Terwijl een groen uitgeslagen dorpspomp nog uit de achterbak wordt getild, trekt een dame alvast de gouden fauteuil die erachter tevoorschijn komt naar zich toe, portemonnee in de hand.

‘Dat is deel van het spel’, zegt Christine Chylinski lachend, een handelaar achterin de hal die naast haar werk in een Parijse galerie schilderijen en antiek verkoopt. ‘Iets unieks vinden, het kopen voor een goede prijs en het voor een betere deal meteen weer verkopen.’ Ze wijst op het marmeren cafétafeltje in haar kraam. ‘Net verkocht. Dat duikt straks op bij een andere kraam, iets duurder.’

Handen in de zakken, neus gebogen over de tafels, kaarten op de borst: zo schuifelen de professionals de eerste uren langs elkaars spullen. Handelaar Eric maakt zich er niet druk om. Hij is al met pensioen, zijn zaak is pure liefhebberij, begonnen met een zwak voor Patricia Kaas, de Frans-Duitse zangeres die als tiener werd ontdekt door acteur Gérard Depardieu. Eric verzamelde al haar werk, en kwam ervoor op de gekste plekken. ‘Dat struinen wordt een hobby, tot op het punt dat je zelf begint met verkopen.’

Soms koopt hij iets waarvan hij geen idee heeft wat het waard is. Op de markt leert hij vanzelf of hij geluk heeft gehad of een kat in de zak heeft aangeschaft. Grinnikend: ‘En soms kom je erachter dat wat je koopt vooral een boete waard is. Zoals een illegaal opgezet beest dat ik eens in mijn kraam had liggen. Dat leer je dan van de politie.’

Vlooien op de markt

Over de Franse liefde voor brocante worden de mooiste verhalen verteld. Het fenomeen gaat terug tot de Middeleeuwen, met straatverkopers die goede handel maakten van de verkoop van gebruikte spullen. Niet zelden zaten hun waren vol vlooien, vandaar de term vlooienmarkt, marché aux puces.

Onder Zonnekoning Louis XIV zou de informele handel buiten de stadspoorten zijn gereguleerd. Om dieven en oplichters te ontmoedigen moesten handelaren hun waren prijzen en registreren. Zo gaat dat feitelijk nog steeds; de marktlui in Reims zijn geregistreerd als professioneel handelaar en moeten hun waren opgeven in een politieregister.

De brocante van nu is volgens de overlevering te danken aan de Franse Revolutie. De schatten die buitgemaakt werden op kerk en adel zouden publiekelijk zijn verkocht om de staatskas te spekken. Zelfs de goede smaak democratiseert; om antiek te waarderen en verzamelen hoef je als Fransman niet langer een aristocraat te zijn.

‘De brocante is een ontmoetingsplaats waar we ons intellectueel verrijken’, vat marktmeester Pascal Valleise het gewichtig samen. ‘Frankrijk is de zolderkamer van de wereld als het gaat om antiek. Alle handelaren hier zijn professionals. Ze kunnen je vertellen waar iets vandaan komt, wat de geschiedenis is. Die kennis overdragen hoort bij het vak.’ Hij kijkt tevreden rond over de markt, waar hij de huur voor de kraampjes in contanten komt innen. ‘Veel van onze handelaren zaten niet lekker in hun vel de laatste tijd. Ze missen het contact. Online kun je wel verkopen, maar niet voelen, ruiken, uitwisselen. Het leven krijgt eindelijk weer een beetje kleur.’

Enorme geschiedenis

In een onbemand stalletje in het midden van de ruimte glijdt Fanny met haar vingers door een stapeltje oude langspeelplaten. De middagzon die door de gele ramen naar binnen valt, heeft de hallen intussen in een nostalgische gloed gezet. ‘Alles wat je hier vindt, heeft een verhaal, een geschiedenis’, zegt de student uit Bordeaux, die al een paar uur over de markt slentert. ‘Voor mij is de brocante een nostalgische reis door de tijd. Voor ik iets koop, vraag ik altijd naar het verhaal, naar hoe vaak iets is gebruikt. Hoe vaker, hoe beter, want dan heeft het veel meegemaakt.’

Uit haar tas haalt ze een setje gouden ringen tevoorschijn, en een vergeelde maar goed bewaarde bundel van Paul Verlaine, de getroebleerde Franse dichter uit de 19de eeuw. ‘Hier rondstruinen is een manier om te ontdekken wat ik mooi vind’, legt Fanny uit. ‘Ik weet niet veel van poëzie, maar op de brocante leer ik over het verleden. Dat maakt me trots. We hebben een enorme geschiedenis, en die wordt hier zomaar voor ons geëxposeerd.’

expanded Kaart

Volg ons