REPORTAGE FRANKRIJK

In het Parijs van Josephine Baker is cabaret er nog altijd voor de misfits

Josephine Baker, die dinsdag een grafmonument in het Panthéon kreeg, was de eerste zwarte Amerikaanse showgirl in de Franse hoofdstad. Bestaat haar mythische Parijs nog – glamoureus, ongetemd en vrij, waar erotiek tot kunstvorm werd verheven?

REPORTAGE FRANKRIJK

In het Parijs van Josephine Baker is cabaret er nog altijd voor de misfits

Josephine Baker, die dinsdag een grafmonument in het Panthéon kreeg, was de eerste zwarte Amerikaanse showgirl in de Franse hoofdstad. Bestaat haar mythische Parijs nog – glamoureus, ongetemd en vrij, waar erotiek tot kunstvorm werd verheven?

Spicy Squeeze is zenuwachtig. Althans, dat zegt ze. Haar blik verraadt niets daarvan. In de rode kamer vol zetels van rood velours – zoals alles in het Parijse cabaret Crazy Horse hetzelfde volle rood kleurt – neemt ze rustig de tijd om te vertellen over de vrouw die ze zo bewondert.

  • Spicy Squeeze (met pony) tijdens een repetitie in de Parijse cabaret Crazy Horse.

Vanavond kruipt Spicy in de huid van Josephine Baker, een eerbetoon ter gelegenheid van haar bijzetting in het Panthéon. ‘Ik heb gehuild gister, bij de ceremonie. We zagen hoe de soldaten de kist voor Josephine over de rode loper naar het Panthéon droegen. Vandaag heb ik alles teruggekeken en ik was opnieuw geraakt.’

Spicy Squeeze – Shanice Sloan in het dagelijks leven – is showgirl bij Crazy Horse, een van de beroemdste cabarets van Frankrijk, en als artiest sterk beïnvloed door Josephine Baker. Iedereen in deze wereld weet wie ze is, zegt Sloan, maar zonder haar echt te kennen. Dat veranderde voor haar toen ze bij Crazy Horse kwam werken. Hier leren alle dansers hun onderrug hol gebogen te houden tijdens het lopen en dansen, een typische houding direct geïnspireerd op de stijl van Baker.

Josephine Baker gefotografeerd in Hamburg, 1925. Foto Emil Bieber/Klaus Niermann/Getty Images

Maar meer nog waren het Bakers verhaal en levenshouding die indruk maakten. ‘Mijn collega Brian Scott Bagley, de eerste zwarte mc in Crazy Horse, introduceerde me in haar wereld’, zegt Sloan. ‘Brian is Afro-Amerikaans, net als ik, we kunnen ons beiden relateren aan haar verhaal als eerste zwarte Amerikaanse showgirl in Parijs. Josephine kwam vaak naar voren in onze gesprekken, gaandeweg leerde ik haar kennen. Ze heeft de weg vrijgemaakt voor alle showgirls van kleur. Ik heb vandaag de vrijheid om te dansen omdat zij zichzelf dat honderd jaar geleden toestond.’

Bananenrok

In mei dit jaar zorgde Sloan voor een kleine sensatie voor het Panthéon. Toen ze midden op het plein de bontjas van haar schouders liet zakken, was het alsof Josephine Baker naar hedendaags Parijs was geteleporteerd. Haar haren had ze in de karakteristieke zwarte krul op het voorhoofd geplakt, de parels hingen in trossen om haar nek en om haar heupen dansten gouden bananen – precies zoals in het iconische nummer waar Josephine Baker zo vaak om wordt herinnerd. Met energieke, speelse bewegingen bracht Sloan de act tot in detail tot leven, inclusief de grote, draaiende ogen die Bakers voorstellingen iets clownesks gaven.

De uitvoering was een hommage aan Baker, waarvoor Sloan de goedkeuring van Bakers familie had gekregen. En een moment van aandacht voor de petitie die toen al meer dan tien jaar rondging om de artiest de hoogste Franse eer te brengen: een bijzetting in het Panthéon. Nooit eerder kwam een zwarte vrouw die plaats toe, en nooit eerder vond een artiest uit de podiumkunsten de weg naar de seculiere tempel voor Franse grootheden. Josephine Baker hoort daar, zegt Sloan, omdat ze haar tijd overstijgt. ‘Erkend worden als artiest is een ding, maar zij vocht ook voor de generaties na haar. Ze had een ambitie die groter was dan haarzelf. Ze is voorbeeld voor iedereen die afwijkt – of het nu om ras, geloof of seksualiteit gaat – om trots te zijn en jezelf te laten zien.’

  • Verschillende posters van Josephine Baker. Getty Images

En die bananenrok? In de jaren twintig en dertig een sensatie in Parijs, het paste precies in de koloniale fantasieën uit die tijd. Soms werd Baker bij haar optredens zelfs vergezeld door een luipaard. Met de blik van nu voelt het op zijn minst ongemakkelijk om een zwarte vrouw zo bijna naakt te zien dansen. ‘Maar Josephine gebruikte die stereotypen’, zegt Sloan. ‘Het gaf haar de mogelijkheid om verder te komen als performer. Als ze dat niet had gedaan destijds, had ze misschien nooit het gewicht gehad dat ze later in haar leven kreeg. Ze begreep dat je als minderheid soms manieren moet zoeken om gezien te worden en een stem te hebben. Het grote verschil zit in de vraag: wordt het je opgelegd, of is het jouw keuze om het naar je hand te zetten?’

Het mooie van het cabaret is dat het je meeneemt in een nieuwe werkelijkheid, zegt Sloan. ‘Als je naar een show gaat, word je meegenomen op reis. Het maakt nieuwsgierig naar andere werelden en prikkelt de fantasie. En ook al is dat woord in deze tijd taboe, exotisme hoort daar ook een beetje bij.’

En trouwens, behalve de bananenrok droeg Sloan die voorjaarsdag ook nog iets anders: een authentiek militair mantelpak uit 1940, compleet met medailles. Want ook dat maakt Baker voor Sloan een voorbeeld. ‘Als performers denken we vaak dat de wereld van politiek en activisme niet voor ons is. We voelen ons niet altijd betrokken bij de beslissingen die worden gemaakt. Josephine liet zien dat je je ook als artiest mag uitspreken.’

Niet meer van ‘daddy’

Als een van de beroemdste cabarets staat Crazy Horse bekend om de intieme sfeer, de naakte danseressen en het spel met licht en projecties. Aan het esthetische fundament is sinds de jaren zeventig niet veel veranderd: de artiesten dragen allemaal de karakteristieke strakke bob met rechte pony, en ze worden volgens strenge regels op bouw geselecteerd.

  • Andrée Deissenberg bij haar cabaret Crazy Horse.

En toch beweegt het cabaret mee met de tijd, zegt algemeen directeur Andrée Deissenberg. ‘De wereld van vandaag zie je terug in de zaal. Het is een crazy blik op de realiteit. Een magische plek waar je geprikkeld wordt, die je losmaakt uit de tijd, maar ook reageert op die tijd.’ Soms is dat heel direct zichtbaar, zoals toen Crazy Horse in crisistijd de handelsvloer naar het podium bracht in een nummer over seks en stijgende beurskoersen. En soms is het subtieler, zoals met de Amerikaanse jazzklassieker My heart belongs to daddy.

‘Onze voorstellingen gaan over de positie van vrouwen vandaag de dag, en empowerment is heel belangrijk in het cabaret. Een aantal songteksten in de show wilde ik graag bewerken om die zelfbeschikking meer te onderstrepen.’ Deissenberg zocht contact met songwriter en mc Martin Dust en vroeg hem of ze daar iets op konden bedenken. ‘Natuurlijk, zei hij meteen. Samen met onze showgirl Spicy Squeeze heeft hij de tekst herschreven en zij heeft het opnieuw ingezongen.’

In Crazy Horse behoort het hart van de danseres nu niet langer toe aan daddy. Als ze nu haar vingers om de gordijnen krult, met duizelingwekkende stiletto’s op het podium stapt en langzaam haar zijden handschoen afstroopt, is haar hart voor iemand anders. Haar hart behoort nu toe aan crazy.

Net als Spicy prijst Deissenberg het lef van Josephine Baker om anders te zijn. Ze noemt het haar maffe, goofy kant. ‘Josephine was niet bang om gek te zijn. Ze kende de kracht ervan, ze werkte daaraan om zichzelf te onderscheiden. Ik zeg vaak tegen de meiden: neem jezelf niet serieus. Jullie zijn allemaal prachtig, dat weet je, maar heb er plezier mee. Cabaret gaat niet om perfectie en mooi zijn, maar over emotie creëren en overbrengen, je eigen ruimte innemen op het podium.’

Glamour en veren

In een smalle, diepe ruimte in het tweede arrondissement van Parijs bevindt zich het familie-atelier van Jean Claude Dominique, RD Plumes. De wanden hangen vol veren, van dieppaarse boa’s tot knalroze pluimen. Aan het plafond hangt een bundel spierwitte dons van Zuid-Afrikaanse struisvogels die zachtjes door de ruimte danst als de deur opengaat. Veren zijn al decennialang onlosmakelijk verbonden met de glamour van de Franse cabarets. Vroeger, toen Josephine Baker haar eerste optreden in Parijs had, maakte de grootmoeder van Dominique haar kostuum.

  • Josephine Baker in Londen in 1960. Foto's Getty Images

Nu maakt RD Plumes, naast het verenwerk voor grote modemerken als Jean Paul Gaultier, Hermès en Chanel, de kostuums voor dansers van de Lido de Paris. Het cabaret aan de Champs-Elysées is van de grootste in zijn soort, met ruim 1.100 zitplaatsen. Ooit danste ook Josephine Baker hier, nu proberen dansers Christopher Renfurm en Hillary Sukhonos haar erfenis levend te houden. Ruim een jaar geleden richtten ze het Cabaret Diversity Network op, een onlinenetwerk dat in de geest van Josephine Baker diversiteit in de wereld van het cabaret onder de aandacht brengt met workshops, advies bij audities en onderzoek.

Cabaret is ondergewaardeerd in de wereld van dans, zegt Sukhonos. ‘Het is alsof we niet bestaan. Cabaret wordt niet gezien als kunst, maar als entertainment, en dat geldt niet als gelijke. Maar het genre is sterk verweven met de vrijheidsbeweging, het is niet los te zien van cultuur. Cabaret draait om vrije expressie voor vrouwen.’ Denk maar aan de typische Franse cancan, zegt ze – de dans met lange rokken waarbij de benen verticaal in de lucht worden gegooid. ‘Die ontstond in een tijd dat mode heel zwaar en onderdrukkend was voor vrouwen. Bij de cancan tillen we de rokken op om die vrijheid te nemen.’ Voor Josephine Baker zat die strijd voor vrijheid en emancipatie in alles verweven, zegt Sukhonos. ‘Ze weigerde op gesegregeerde podia op te treden en ging niet naar bars waar alleen zwarte of witte mensen naar binnen mochten.’

Christopher Renfurm en Hillary Sukhonos.

‘De shows moeten nu vooral glamoureus zijn’, zegt Renfurm, ‘maar van oudsher is cabaret er altijd geweest voor de misfits, voor het anders zijn, voor diversiteit. Met Cabaret Diversity Network willen we die geschiedenis vertellen en vieren.’ Renfurm is als danser getraind in klassiek ballet en moderne dans. Eerst op het Codarts in Rotterdam, later in Amerika bij de academie van Alvin Ailey, de Amerikaanse choreograaf en burgerrechtenactivist die een eigen gezelschap oprichtte voor zwarte dansers, voor wie de danswereld tot die tijd gesloten bleef. ‘In Nederland kennen we het idee van artistiek cabaret zoals dat hier bestaat eigenlijk niet. En in de zwarte gemeenschap waar ik vandaan kom, wordt naakt toch met een dubbele blik bekeken. Het wordt gelinkt aan armoede, aan het primitieve.’ Maar toen een Française hem jaren geleden op het hart drukte eens bij Lido te kijken, was Renfurm verkocht. ‘Het is artistiek en tegelijkertijd Disney, Cirque du Soleil op steroïden. En juist in cabaret is er ruimte om het individu te vieren. In dit gezelschap ben ik niet de enige zwarte man die danst. In dit gezelschap mag ik stralen.’