analyse

In Cuba is het
tijdperk van de Castro’s
nu echt voorbij

Na 62 jaar draagt de laatste Castro het partijleiderschap over aan een nieuwe generatie. Daarmee komt een eind aan een historische periode. Wat hebben de Castro’s Cuba gebracht? Zijn revolutionaire dromen uitgekomen?

Omdat de oudste broer als eerste stierf, is de Cubaanse revolutie, meer nog dan zij al was, een verhaal van twee broers geworden. Fidel (1926-2016) en Raúl (1931). De jongste, die altijd in de schaduw stond en zich daar prettig voelde, gaf op de achtergrond op cruciale momenten richting aan de revolutie. Raúl was in de roerige jaren vijftig, toen de vijf jaar oudere Fidel het voortouw nam in de strijd tegen dictator Fulgencio Batista, de communistische broer.

‘Raúl bezocht destijds een communistische jeugdconferentie in Europa en reisde naar het Oostblok. Hij werd na de val van Batista het eerste contact met de Sovjet-Unie’, zegt de Cubaans-Amerikaanse historicus Michael Bustamante, verbonden aan de Internationale Universiteit Florida. ‘Fidel sprak, on the record, vooral over het herstellen van de grondwet, het houden van nieuwe verkiezingen.’

  • Fidel Alejandro Castro Ruz

  • Raúl Modesto Castro Ruz

‘Rusteloos en energiek’, noemt historicus Hugh Thomas de jonge Fidel in het boek Cuba – A History. Castro’s grote voorbeeld was de Cubaanse poëet en vrijheidsstrijder José Marti, die streed tegen de Spanjaarden, en niet de Russische revolutionair en dictator Lenin. Hij zag als twintiger niet het gesloten, dogmatische Cuba voor zich dat hij na de revolutie zou leiden.

Castro droomde van sociale hervormingen, een eerlijker verdeling van land, van welvaart, van de opbrengsten van Cuba’s suikerplantages. Met dat streven leidde hij op 26 juli 1953 een (mislukte) verrassingsaanval op de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba en zette hij eind 1956, vanuit ballingschap in Mexico, met het schip Granma koers naar Cuba. Driekwart van de 82 mannen werd bij aankomst gedood door Batista’s leger. Minder dan twintig (onder andere Fidel, Raúl en de Argentijn Ernesto Che Guevara) wisten te ontsnappen in de dichtbegroeide heuvels van de Sierra Maestra.

Revolutie

Daar begon Castro’s guerrillastrijd, die twee jaar later leidde tot de vlucht van Batista. Op 1 januari 1959 werden de rebellen als helden ontvangen in Havana. Tijdens Fidels eerste speech, te midden van een uitzinnige menigte, landde een witte duif op zijn schouder. Als hij toen verkiezingen had uitgeschreven, had hij die met gemak gewonnen, zegt Bustamante. ‘De beweging was destijds ongekend populair.’

  • Fidel (staand midden) en Raul Castro (knielend voorgrond) in de Sierra Maestra. Foto Getty Images

  • Fidel Castro tijdens de zegetocht naar Havana. Foto Getty Images.

  • Fidel Castra spreek in Havana  met een duif op zijn schouder. Foto AP

De dictator was verjaagd, de revolutie was een feit, maar wat zou volgen was nog ongewis. Terwijl Fidel dat voorjaar de Verenigde Staten bezocht en daar verklaarde dat hij geen communist was (‘I am not agree with communists’), reisde Raúl als afgezant van de nieuwe Cubaanse regering naar de Sovjet-Unie. Het Witte Huis deed verwoede pogingen te achterhalen of er zojuist op een steenworp afstand een communistische staat was gesticht. De uiteindelijke conclusie luidde dat Castro een gevaar was en moest worden verwijderd.

De VS maakten Fidel tot communist, is de overtuiging van de Cubaanse econoom en politicoloog Omar Everleny Pérez, opgeleid aan de Universiteit van Havana. De Verenigde Staten dreven hem in de armen van de Sovjet-Unie toen zij in 1961 de Varkensbaai binnenvielen. ‘Fidel radicaliseerde onder druk van de VS’, zegt Everleny. Het Cubaanse leger sloeg de aanval af en Castro riep Cuba uit tot marxistisch-leninistische staat. ‘Hij kon niet anders dan zich aansluiten bij het enige alternatieve machtsblok.’

Een jaar later bezegelde de Cubacrisis Cuba’s lot als Sovjet-bondgenoot. Kennedy en Chroesjtsjov wisten een kernoorlog af te wenden, Chroesjtsjov bemiddelde een non-interventie-akkoord voor Cuba. Het onafhankelijke eiland waarvan Castro had gedroomd, een land dat het juk van kolonisator Spanje en neokolonisator Amerika van zich had afgeschud, kwam opnieuw onder de invloedssfeer van een grootmacht.

In razend tempo verstarden Fidels overtuigingen in die eerste jaren, zo lijkt het. Historici twisten over de communistische inborst van Castro. Duwden de VS hem richting de Sovjets? Of was het eigen initiatief, eigen overtuiging? Bustamante is minder stellig dan Everleny. Maar ook hij beschouwt de guerrillastrijd in de jaren vijftig vooral als een hang naar nieuwe onafhankelijkheid, de vurige wens ‘om uit de schaduw van de VS te stappen’. Eenmaal aan de macht kwam bij Castro het dogmatisme tot uiting.

Fidel Castro ontmoet Chroesjtsjov in Moskou. Foto Getty Images

Positieve veranderingen duurden slechts tot de zomer van 1960, meent Lillian Guerra, historicus aan de Universiteit van Florida en net als collega Bustamante een telg van de Cubaanse diaspora. ‘In mei 1960 werd de vrije pers afgeschaft. Overigens met veel steun van de bevolking, die vond dat de kritische media Fidel ondermijnden.’ In de eerste anderhalf jaar groeide de economie dankzij marktregulering. ‘De overheid beschermde nationale ondernemers tegen buitenlandse concurrentie en voerde een sociaal vangnet in op het platteland.’ Castro onteigende Amerikaanse grootgrondbezitters, gaf land aan Cubaanse boeren, verhoogde salarissen, nationaliseerde bedrijven.

Tegelijkertijd stolde La Revolución tot een religie met eeuwigheidswaarde, niet langer een omwenteling, maar een constante. Hasta la victoria siempre. Tot de overwinning, altijd. De Leidse cultuurkundige Nanne Timmer, gespecialiseerd in Cubaanse literatuur, vertelt hoe in 1961 een groot debat plaatsvond over de rol van de intellectueel in de nieuwe samenleving. ‘Castro concludeerde na uren debat: ‘Dentro la Revolución todo, contra la Revolución nada.’’ De Cubaanse intellectueel had alle ruimte, zolang hij zich maar uitte ‘binnen de revolutie’.

Sovjet-geld

In de dertig jaar die volgden bouwde Fidel Castro zijn communistische staat op Russische roebels: een ogenschijnlijk oneindige stroom aan geld en goederen uit de Sovjet-Unie. Econoom Everleny (60) herinnert zich de degelijke wasmachines van Sovjet-makelij. ‘Het was geen moderne techniek, maar ze gingen veertig jaar mee. Ik heb nog steeds een vijftig jaar oude auto van het merk Moskvitsj.’ Cuba exporteerde suiker en grondstoffen naar Oost-Europa, de Sovjet-Unie leverde een constante aanvoer van petroleum. ‘Ze waren goed voor ons.’ Ook het volledige Cubaanse wapenarsenaal, waarmee Castro zich in de jaren zeventig mengde in de Angolese burgeroorlog, was afkomstig uit de Sovjet-Unie, zegt hij.

Met Sovjet-geld bouwde Cuba eveneens zijn zo geroemde onderwijssysteem en zorgstelsel, stelt historicus Guerra. In de jaren zeventig en tachtig genoot elk Cubaans kind goed onderwijs en kon elke Cubaan terecht in een goed ziekenhuis. Veel van haar hoogopgeleide vrienden in Florida zijn alumni van de beroemde Lenin-school. ‘Op het platteland werden duizenden scholen geopend.’ Er is weinig van over, waarschuwt ze, behalve een door de staat verkondigde mythe. Onderwijs en zorg zijn volgens haar uitgehold door ‘rampzalige financiële tekorten’.

  • Fidel op school bezoek. Foto Getty Images

  • Raul spreekt met bewoners van het Cubaanse platteland.  Foto Getty Images

De roebels boden bestaanszekerheid aan alle Cubanen, maar altijd binnen een staatsideologie die het vrije denken tot smalle marges beperkte. Fidel bewaakte in zijn lange speeches de dogma’s, Raúl beschermde de staat als defensieminister (een rol die hij sinds 1959 vervulde) en zette een uitgebreid surveillancesysteem op naar Sovjet-voorbeeld.

Kunstenaars en schrijvers hebben altijd geworsteld met de revolutie, zegt cultuurkundige Timmer. ‘In het sociaal realisme van de jaren zestig en zeventig figureerden Fidel en Che Guevara als helden in revolutionair proza. Daarna verdween Fidel vrijwel compleet als literair personage.’ Pas de laatste tijd keert hij af en toe terug, vertelt ze, meestal zonder naam. ‘Bijvoorbeeld als oudje dat continu ongevraagde adviezen geeft in een roman van de schrijver Ahmel Echevarría.’

Kunst zocht uitingsvrijheid in stijlvormen als ironie en de metafoor, zegt Timmer. ‘Zo kun je zomaar een passage tegenkomen als: ‘In Cuba bestaat geen censuur. Kijken of dit volgende hoofdstuk erdoorheen komt.’’ En wie de marges te klein vond, vertrok. Castro zei het zelf in de jaren tachtig: ‘Wie geen revolutionair bloed heeft, kan gaan.’ 125 duizend Cubanen vertrokken in 1980 naar Florida (in de popcultuur vereeuwigd in de openingsscène van de film Scarface).

Worstelen

Toen viel de Sovjet-Unie en zakte Cuba door de economische bodem. ‘Niemand dacht dat die wereld zou verdwijnen’, zegt econoom Everleny. ‘Voor het eerst voelden we het Amerikaanse handelsembargo.’ Cuba worstelde in de tweede helft van de Castro-jaren om de eigen broek op te houden. De economie ging een beetje open, toerisme werd een belangrijke inkomstenbron, de staat introduceerde een tweede, aan de dollar gelinkte peso. Enkele jaren was er hulp van socialistisch Venezuela, totdat dat land weggleed in een eigen crisis.

Volgens historicus Guerra kwam na de val van de Sovjet-Unie de omvang van de zwarte economie aan het licht, de alomtegenwoordigheid van diefstal. ‘Met de staat in een dubbelrol van handhaver en medeplichtige. In een staatshotel krijg je met water aangelengde ketchup, omdat ieder personeelslid iets meepikt van elk product dat er binnenkomt.’ De staat, zegt ze, heeft sinds de jaren negentig het kapitalisme omarmd, maar alleen voor de eigen schatkist. ‘Met Raúls strijdkrachten aan het hoofd van de staatsbedrijven.’

De neutrale Cuba-kenner bestaat niet. Zo is Guerra somberder over het eiland van haar ouders dan haar collega Bustamante en de op Cuba wonende Everleny. Maar alle drie hebben moeite om lichtpunten aan te wijzen in de laatste dertig jaar van de Castro’s. ‘Jonge Cubanen hebben in hun leven alleen crisis meegemaakt’, zegt Everleny. ‘Ze zijn weliswaar opgeleid tot dokter of architect, maar ze willen alleen maar weg, omdat ze geen enkel zicht hebben op vooruitgang.’

Cuba heeft altijd een utopie nagestreefd, zegt Bustamante. ‘Veel Cubanen zullen zich afvragen: tegen welke prijs?’ De revolutie bracht meer dan dogma’s, de bevolking is hoger opgeleid en leeft langer dan in de meeste buurlanden. Maar het is ook al jaren een leven van schrapen, van staatswinkels met lege schappen. Of van overleven in de met dollars gevoede schaduweconomie. ‘Cuba ontwikkelt eigen covid-vaccins, dat is een prestatie. Maar de gewone Cubaan staat elke dag uren in de rij voor lege winkels.’

  • Cubaanse etalages. Foto's Getty Images

Cultuurkundige Timmer ziet één constante in de rijke Cubaanse kunst en literatuur: altijd zat er een grens aan het vrije denken. Een grens waar kunstenaars tegelijkertijd met hun werk voorzichtig tegenaan schopten. ‘In 1989 zeiden kunstenaars bij wijze van performance: dan gaan we maar honkballen. In 2019 deden kunstenaars hetzelfde, ze gingen maar voetballen.’

Maar toch: ‘Zonder de Castro’s’, zegt Everleny, ‘was Cuba zoiets geweest als de Dominicaanse Republiek, een eiland dat maar weinig mensen kennen. Het kleine Cuba speelde een rol in de wereld, heeft een politieke aanwezigheid.’ Ook Guerra zegt het: ‘De Cubaanse overheid verkondigde met veel bombast het recht op onderwijs, gezondheidszorg, goede huisvesting. Als een klein eiland als Cuba zulke standpunten uitdraagt, maakt dat een verschil in de wereld.’

Wisseling van de wacht

De zieke Fidel droeg in 2006 het presidentschap over aan zijn broer. De pragmatist Raúl haalde de banden aan met de VS, ontving president Obama in Havana. Dat had onder Fidel niet gekund, meent Everleny. Maar met Trump in het Witte Huis laaide de oude vijandschap weer op. Democraat Biden toont vooralsnog geen haast om de relatie weer te verbeteren.

President Obama ontmoet Raul Castro in Havana. Foto Getty Images

In 2018 maakte Raúl als president plaats voor Miguel Díaz-Canel, een loyale partijsoldaat, maar geen Castro, en bovendien geboren na de revolutie. Castro draagt dit weekeinde, zo is de verwachting, ook het machtige partijleiderschap over aan Díaz-Canel. Een kleine vijf jaar na de dood van zijn broer stapt Raúl Castro nu echt van het podium, al blijft de 89-jarige waarschijnlijk invloedrijk achter de schermen.

Het is een historisch moment met nog onduidelijke implicaties. De Grote Verandering is al zo vaak aangekondigd – en uitgebleven. ‘Het Cubaanse systeem is meer dan één man, meer dan twee mannen’, zegt historicus Bustamante. De wisseling van de wacht betekent continuïteit, zegt ook de staat zelf: ‘In de zekerheid dat de revolutie niet ophoudt bij degenen die de overwinning behaalden, maar voortleeft dankzij hen die zich haar eigen maakten in de jaren daarna.’

Volg ons