REPORTAGE THEATER

Ilay den Boer en de IND

De Volkskrant volgde anderhalf jaar theatermaker Ilay den Boer, die zeven maanden bij de IND werkte. Hoe zijn visie op asielbeleid veranderde, en de dienst zijn voorstelling koestert.

REPORTAGE THEATER

Ilay den Boer en de IND

De Volkskrant volgde anderhalf jaar theatermaker Ilay den Boer, die zeven maanden bij de IND werkte. Hoe zijn visie op asielbeleid veranderde, en de dienst zijn voorstelling koestert.

Ilay den Boer laat op zijn laptop een introductiefilmpje zien voor nieuwe medewerkers van de IND: de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het is januari 2020 en de Haarlemse theatermaker bereidt zich in een café voor op een nieuwe baan: deze maand begint hij bij de IND met de opleiding tot hoor- en beslismedewerker. Dat zijn de medewerkers van de dienst die interviews afnemen met asielzoekers en beslissen of iemand in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Den Boer (35) maakt zich vrolijk om het filmpje, waarin een vlotte hipster de asielprocedure toelicht, en monter vertelt over de mores op kantoor (‘haal ook eens koffie voor een collega!’). ‘Dit ziet er zo onvoorstelbaar fris en gelikt uit, met een vrolijk deuntje eronder. Als je dit ziet, denk je: gaat er daar ook weleens iets mis? Hier, moet je zien.’

Hij scrolt een stukje door naar het punt dat, onvermijdelijk, een vluchteling in het filmpje een empathisch maar glashelder ‘nee’ krijgt op zijn asielaanvraag. Op Klokhuistoon meldt de hipster: ‘De manier waarop een vreemdeling onze procedure doorloopt, is bijna nooit hetzelfde. Het kan best ingewikkeld zijn!’ Gelukkig heeft de vriendelijke vluchteling daar alle begrip voor, blijkt, wanneer hij glimlachend het pand verlaat zonder verblijfsvergunning. Den Boer: ‘Zie je hem lachen?! En dan hebben ze ook nog een slogan: de IND: dé toelatingsorganisatie van Nederland. Sorry, maar daar word ik wel een beetje cynisch van.’

Hij weet dan nog niet dat hij uiteindelijk zeven maanden bij de IND zal werken.

De Volkskrant volgde Den Boer vanaf de eerste dag van zijn opleiding tot nu, aan de vooravond van zijn nieuwe voorstelling Salomonsoordeel, waarin hij zijn ervaringen bij de IND deelt met het publiek. In die zestien lange maanden van intensieve research en morele verwarring wordt zijn wereldbeeld flink op de proef gesteld en moet hij veel van zijn oude overtuigingen ingrijpend herzien. En onderweg steekt de IND daar misschien ook nog iets van op.

  • IND, DEN BOSCH 31.08.2020

Hoe werkt het daar in Godsnaam?

Ilay den Boer (Jeruzalem, 1986) is een idealistische, geëngageerde theatermaker. Hij speelde maatschappelijk actuele voorstellingen in voetbalkantines, bij het Leger des Heils en in een AZC, en maakte met Het Beloofde Feest (2008-2013) een bekroonde zesdelige theaterreeks over zijn geboorteland Israël. Zijn werk vertrekt vaak vanuit persoonlijke ervaringen en morele verontwaardiging, waarna het op basis van uitvoerige research de diepte induikt. Al was dat nog niet eerder zo uitvoerig als nu.

Den Boer heeft een onuitputtelijke dadendrang, is emotioneel en licht ontvlambaar, en verkondiger van vurige opvattingen die hij even resoluut weer kan verwerpen als zich een nieuw inzicht aandient. Hij is uitgesproken maar leergierig, en heeft een kolossaal verantwoordelijkheidsgevoel dat de voornaamste motor is achter zijn werk. Het liefst zweept hij met dat werk ook zijn publiek op tot actie.

Zijn fascinatie voor de IND ontstond in een asielzoekerscentrum. In 2018 maakte hij een voorstelling binnen de WijkSafari van Adelheid Roosen, waarvoor hij ter voorbereiding als maatschappelijk werker in het AZC Utrecht Overvecht werkte. Daar raakte hij bevriend met een Palestijnse vluchteling, laten we hem Hassan noemen. Hassan (30) heeft een aangrijpend vluchtverhaal, met een verboden liefde en eerwraak als centrale motief. Hij denkt zijn leven in Gaza niet zeker te zijn en vlucht naar Nederland, waar Den Boer hem helpt bij zijn asielaanvraag. Ze hebben er alle vertrouwen in – Hassan heeft immers een aangrijpend, geloofwaardig verhaal? Hij heeft de juiste documenten, en de littekens van foltering zijn zichtbaar op zijn lichaam. Maar zijn aanvraag wordt door de IND afgewezen.

Den Boer is radeloos. Hij ziet zijn vriend ‘verkruimelen’, en zijn ogen dof worden, vertelt hij. ‘De wanhoop sloeg bij hem naar binnen, hij werd mat en apathisch.’ Het is onbegrijpelijk: hoe kan zo’n sympathieke, getalenteerde jongen, met zo’n overtuigend relaas bovendien, nu geen kans maken op een verblijfsvergunning? Den Boer ontwikkelt een obsessieve nieuwsgierigheid naar de IND; een fascinatie gevoed door onbegrip. ‘Hoe werkt dat in godsnaam, hoe kúnnen ze zo’n besluit nemen?’

Dankzij de inspanningen van zijn advocaat wordt Hassans aanvraag uiteindelijk toch ingewilligd. ‘Fantastisch natuurlijk, godzijdank, maar het frustreerde me dat ik het niet begreep. Waarom eerst die nee, en nu opeens een ja? Het leek vaag en inconsequent; ik voelde een enorme drang om dat systeem van binnenuit te doorgronden.’

En als Den Boer iets wil doorgronden, dan doet hij dat niet half.

Hij had ‘natuurlijk’ wel een mening over het asielbeleid, maar moest aan zichzelf toegeven dat hij er weinig van wist. ‘Ja, de voordehandliggende linkse opvattingen: dat het beleid te hard is, dat het anders, beter moet. En dan stem je op een partij die dat ook vindt en ben je klaar.’ Na zijn werk bij het AZC, het onbegrip van de bewoners daar, en vooral de wanhoop van Hassan, zag hij in dat dat niet genoeg was.

Den Boer besluit dat als hij echt wil dat er iets verandert, hij zelf verantwoordelijkheid moet nemen. ‘Ik heb er toch een stevige opvatting over? Dan moet ik me er ook actief tegenaan bemoeien.’

En dus begint hij op 13 januari 2020 aan de opleiding tot junior hoor- en beslismedewerker bij de IND. Trots toont hij zijn toegangspas voor het IND-kantoor in Den Bosch. Hij grijnst: ‘Ik ben nu officieel ambtenaar.’

Wat verwacht hij van zijn tijd bij de IND? ‘In eerste instantie wil ik de aannamen die ik nu heb toetsen aan de realiteit. Deugt het systeem niet, of ben ik naïef? Ik verwacht nog veel verschillende fasen en emoties door te maken.’

En wat hij eventueel voor de IND kan betekenen? ‘Geen idee! Maar het wordt een fascinerende zoektocht.’

'Ik heb er toch een stevige opvatting over? Dan moet ik me er ook actief tegenaan bemoeien'

 

 

Altijd negatief in het nieuws

Het plan is dat Den Boer de achtweekse opleiding volgt, en daarna nog een maand of drie bij de IND zal werken. Vanaf het moment dat hij solliciteert, is hij eerlijk over zijn bedoelingen. Ja, hij gaat de opleiding volgen, en hij zal er óók kortstondig werken. Maar hij is theatermaker, behoorlijk kritisch bovendien, en hij doet dit allemaal uiteraard in het kader van een nieuwe voorstelling.

De eerste opleidingsdagen is hij aangenaam verrast. ‘Ik krijg zoveel vertrouwen.’ Zijn aanwezigheid is uitgebreid besproken met de directie, en hij krijgt een eigen begeleider, Peter van Lent, toegewezen. ‘Peter raakte mij meteen, toen hij zei: ik ben dit werk gaan doen omdat ik vluchtelingen wilde helpen.’ Van Lent, met inmiddels 27 jaar ervaring bij de IND, verleent ruimhartig zijn medewerking. Den Boer, ongelovig: ‘Ik mag alles zeggen, alles vragen, alles inzien. Er is geen enkele deur die ze voor me sluiten, echt niks.’

Als hij nu soms al hardop droomt over zijn voorstelling – een eerste, vroege versie moet in juni 2020 op festival Oerol te zien zijn, dan fantaseert hij dat Peter in de productie mee zal spelen. ‘Dat zou echt fantastisch zijn, om onze dialoog naar toneel te kunnen brengen.’

Maar waarom zou de IND, een organisatie die vaak flink onder vuur ligt en wier werkwijze in nevelen is gehuld, in hemelsnaam participeren in dit project? Den Boer: ‘De IND komt altijd alleen maar negatief in de publiciteit. Omdat ze gebonden is aan politieke besluitvorming en de wet, en zich bovendien niet uitlaat over individuele gevallen, staat ze altijd 3-0 achter, zeker bij schrijnende gevallen in de media. Ik merk dat er verheugd wordt gereageerd nu iemand eens geïnteresseerd is in hun kant van het verhaal. Medewerkers worden allemaal ziek van het gemakzuchtige oordeel over de IND.’ Brede grijns: ‘Dat oordeel dus, dat ik ook heb.’

Zijn project biedt de IND de gelegenheid om eens op een andere manier te laten zien wat ze daar eigenlijk doen, denkt hij. ‘En om eerlijker en opener de complexiteit ervan te tonen.’

En complex, dat is het, zo blijkt.

  • IND, DEN BOSCH 31.08.2020
    Ilay den Boer op zijn werk bij de IND, de dienst die hem fascineert:
    ‘Hoe werkt dat in godsnaam, hoe kúnnen ze zo’n besluit nemen?’

Een schit-te-rend systeem!

Onder het systeemplafond van een grote vergaderruimte in het IND-kantoor in Den Bosch krijgt Den Boer in een klasje van zestien nieuwe medewerkers, meest hbo-plussers met een juridische achtergrond, uitleg over de asielwet en de procedure (zie kader). Ze leren hoe je gehoren afneemt, onderzoek doet en een dossier opbouwt, en hoe je moet beoordelen of een asielrelaas ‘aannemelijk’ is of niet. ‘Het is – anders dan ik dacht – een uitvoerig en zorgvuldig traject. Elke aanvraag wordt individueel beoordeeld en er wordt door zeker tien afdelingen heel secuur onderzoek gedaan. Een dossier bestaat vaak uit 150 tot 200 pagina’s, plus bijlagen – heel indrukwekkend.’ De afdeling Asiel bij de IND, waar 1.500 mensen werken, ontvangt gemiddeld zo’n 20 duizend aanvragen per jaar. Daarvan krijgt 50 tot 60 procent een ‘ja’. Een nieuwe IND-medewerker is twee à drie dagen zoet met een aanvraag.

Het is flink aanpoten voor Den Boer, een snelle leerling zonder juridische kennis. ‘Ik moet fucking veel lezen!’ Algauw merkt hij dat hij andere accenten legt dan zijn collega’s. ‘De meesten willen heel precies de wet doorgronden, ik vraag vaker naar morele dilemma’s en vraag daar ook over door.’ Hij gniffelt. ‘Dat zijn ze geloof ik niet zo gewend.’ Ook toont hij zelf regelmatig zijn emoties. ‘Ja, ik word soms boos, of emotioneel. Dat is hier niet zo gebruikelijk.’

In de eerste week oppert Den Boer bij zijn docenten om ook eens bij een asielzoekerscentrum langs te gaan tijdens de opleiding. ‘Zo’n bezoek is normaal gesproken, gek genoeg, geen onderdeel van de opleiding.’

Hij ziet in Den Bosch ‘gelukkig’, niets van het gemaakte optimisme uit het introductiefilmpje terug. Integendeel: ‘Ik ontmoet bijna alleen maar gewetensvolle mensen die hondsmoeilijke keuzen moeten maken in een ethisch en juridisch mijnenveld.’ Geregeld zitten medewerkers er met hun handen in het haar, ziet hij. ‘Er is daar niemand die het mooier maakt dan het is.’

Behalve hijzelf, misschien, want na een dag of wat aan de opleiding kan Den Boer niet anders dan begeesterd concluderen: ‘Wat was ik vooringenomen! Dit is een schit-te-rend systeem’.

Veel van wat hij in Den Bosch aantreft, verrast hem positief. Op de eerste steen van het IND-kantoor, gelegd door Dick Schoof, directeur van 1999 tot 2003, staat ‘Ik ken hem niet, maar hij bestaat.’ Den Boer: ‘Mooi hè? Dat gaat over ‘de vreemdeling’. Het is een humanistische constatering, een opdracht bijna: erken de vluchteling, zie wie hij is, wat hij nodig heeft.’

Met iedere asielzoeker wordt tijdens de procedure ten minste drie keer gesproken, vertelt hij. ‘Het gehoor geeft de asielzoeker ruimschoots de kans om zijn verhaal te doen – dat is echt zijn moment.’

Na de afwijzing van Hassan was hij kwaad en verontwaardigd, maar nu, zegt hij, ziet hij toch vooral een ‘rechtvaardig systeem’. De neiging om stiekem Hassans dossier in te kijken – want wat was daar nou precies aan de hand? – weerstaat hij. Voorlopig.

Verdrag van Genève en 3 EVRM

Asielaanvragen worden in Nederland getoetst aan de hand van het Verdrag van Genève en het wetsartikel 3 EVRM. In het kort houdt dat in dat iemand recht heeft op een verblijfsvergunning, als hij of zij in het land van herkomst: gegronde vrees heeft voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of het hebben van een bepaalde politieke overtuiging, of daar een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.

‘Summier, onwaarschijnlijk, inconsequent’

Maar algauw duiken er dossiers op die het vertrouwen in zijn nieuwe werkgever alweer doen wankelen. Tijdens de opleiding bespreekt zijn groep oude casussen om hun besluitvorming te oefenen, en te toetsen aan de officiële beslissing destijds. In week drie zit daar eentje tussen waarvan Den Boer naar eigen zeggen ‘van zijn stoel valt.’

Uit privacy-overwegingen kunnen we de zaak hier slechts summier weergeven. Kort gezegd betreft het een jongeman uit een Afrikaans land, die vanaf jonge leeftijd in gevangenschap dwangarbeid verricht. Op verdenking van homoseksualiteit wordt hij vernederd en gemarteld. Hij weet te ontsnappen en na vele omzwervingen belandt hij in Nederland en vraagt hier asiel aan.

‘In zijn dossier drukte deze man zich heel poëtisch uit’, vertelt Den Boer. ‘Hij is redelijk, welbespraakt en begripvol, en vraagt vooral om maar niet te worden teruggestuurd. Zijn wanhoop en moedeloosheid zijn volkomen invoelbaar.’

Zoals de groep inmiddels gewend is doorlopen ze netjes alle stappen van de procedure. Na het wegen van de ‘relevante elementen’ – is iemand zijn leven niet zeker in het land van herkomst, wordt hij vervolgd, gemarteld, is er sprake van geweld of een gewapend conflict? – komt de groep, op één na, tot de conclusie: deze jongeman verdient hier asiel. Den Boer: ‘Er was de gevangenschap, de dwangarbeid, de foltering vanwege de vermeende homoseksualiteit. Ik was van A tot Z mee met zijn verhaal.’

Groot is dan ook de schok in de klas als het een afwijzing blijkt te zijn geweest: hun collega hoor-en beslismedewerkers vonden het verhaal van de man destijds volstrekt ongeloofwaardig: summier, onwaarschijnlijk en inconsequent.

Den Boer: ‘Hoe kan dit? Ben ik nou zo naïef?’

Een beetje wel, ja, vindt zijn docent.

Later formuleert zijn begeleider Peter het zo: ‘Ilay, jij bent op zoek gegaan naar een ja.’

Den Boer: ‘Ik liet me leiden door mijn intuïtie en mijn empathie. Zijn wanhoop was echt, daar twijfel ik niet aan. Maar dat maakt nog niet dat hij recht heeft op asiel hier. Die dingen scheiden is extreem ingewikkeld, en eigenlijk gewoon ronduit kut.’ Dat mooie, solide systeem, waar hij zo positief door verrast was, begint haarscheurtjes te vertonen. ‘Want wat gebeurt er vervolgens met zo’n jongen? Die verdwijnt hier waarschijnlijk in de illegaliteit. Daar heeft het systeem geen antwoord op.’

De schoonheid van de wet en de chaos van de praktijk blijken ver van elkaar verwijderd.

Het is nota bene zijn begeleider Van Lent zelf die spreekt van een ‘unfair systeem’. Ja, die wet is prachtig. Maar de politieke wind heeft invloed, de publieke opinie, activisten, de media, en het is en blijft mensenwerk. Dat maakt het allemaal vaak toch wat minder fair, zegt hij.

In een vlaag van frustratie bijt Den Boer zijn begeleider toe dat hij op basis van zo’n gebrekkig systeem niet wil beslissen over mensenlevens. ‘En Peter zei: Maar dat is makkelijk. Wie moet het dan doen?’

Van Lent benadrukt dat hij het vaak ook moeilijk vindt. De complexe en schrijnende zaken raken hem óók. ‘Maar, zei hij: als je hier wil werken, moet je je committeren aan de procedure. We toetsen niet de mens, Ilay, we toetsen het verhaal.’

  • HUISKAMERVOORSTELLING, DEN BOSCH 22.03.2021
    Den Boer bij PVV-aanhangers in Den Bosch,
    om ‘de wijsheid van de massa’ aan te boren.

Krankzinnig moeilijke keuzen

Den Boer grapt: ‘Ja, en daar begon het, de verkilling van mijn hart.’ Het is april 2020 en we spreken elkaar nu via het scherm. ‘Nee, maar Peter had wel gelijk. Ik wilde mijn verantwoordelijkheid nemen, en dan moet ik het ook echt doen. Inclusief de krankzinnig moeilijke keuzen die daarbij horen.’

Het is net bekend geworden dat Oerol, waar hij zou spelen, niet doorgaat. Zijn voorstelling wordt tot nader order uitgesteld en hij kan dus langer bij de IND blijven. Alleen maar goed, vindt Den Boer: nu heeft hij nóg meer tijd voor research, en kan hij nog dieper doordringen in ‘de haarvaten van het systeem’ (op afstand, weliswaar, want ook bij de IND werkt men nu thuis).

Hij besluit de praktische kant van de beslissystematiek te omarmen. Monter: ‘Ze gebruiken hier een heel handig formulier, dat heet de minuut, en als je je werk grondig hebt gedaan en dit goed invult loodst het je heel feitelijk naar een ‘ja’ of een ‘nee’.

Op zijn scherm laat Den Boer zo’n beslisformulier zien (leeg, uiteraard). ‘Kijk, dit leidt je stap voor stap door je denkproces, zonder ingewikkelde morele of emotionele omwegen. Heel prettig en overzichtelijk.’

Er is veel veranderd sinds het begin van de opleiding, constateert hij. ‘Door mijn achtergrond als theatermaker ben ik gewend om me in een ander te verplaatsen. Maar de afgelopen tijd heb ik mijn procedurele spieren moeten trainen. Ik moest op een andere manier leren lezen en luisteren. Niet sceptisch of wantrouwend maar... objectief. Voor zover dat gaat.’ Het is de laatste fase van de opleiding, waarin ze talloze casussen behandelen, de een na de ander. Dat gaat nu vlot, zakelijk, soepel. ‘Ik heb een bepaalde routine gevonden. Het raakt me allemaal wat minder.’

Elke aanvraag lijkt een juridische puzzel, en hij krijgt er handigheid en zelfs lol in om die op te lossen. Ook zijn leidinggevenden zien zijn toegenomen vaardigheden. ‘Ik krijg alom complimenten. Ze hebben me zelfs een baan aangeboden.’

Maar dan gebeurt er iets dat zijn enthousiasme weer tot beneden het nulpunt doet dalen. Met een ervaren collega praat hij over die eerdere casus die hem zo aangreep, die van die jongeman die dwangarbeid verrichtte in het Afrikaanse land. ‘Die collega had toevallig wat specifiekere landenkennis en zei dat hij zijn verhaal in die context helemaal niet zo ongeloofwaardig vond.’ Sterker: als deze collega op dat dossier had moeten beslissen, was het vrijwel zeker een ‘ja’ geweest.

Den Boer: ‘Zo’n ingrijpende gebeurtenis in een mensenleven hangt dus mede af van op welk bureau jouw dossier belandt. Toen ik dat hoorde werd ik helemaal kierewiet.’

Als toeval zo bepalend kan zijn voor een ‘ja’ of een ‘nee’, hoe zat dat dan met de zaak van zijn Palestijnse vriend Hassan? Den Boer vraagt Hassan nu toch of hij diens oude asieldossier in mag zien. Dat mag. En weer stuit Den Boer op het bekende jargon – ‘summier, onwaarschijnlijk, ongeloofwaardig’, alleen gaat het nu over zijn goede vriend, een jongen die hij blind vertrouwt. ‘Dat was natuurlijk razend verwarrend.’

Maar erger is dat hij met zijn nieuw verworven kennis en ervaring zijn collega’s bij de IND gelijk moet geven. ‘Ik wilde het niet, maar ik begreep heel goed waar die ‘nee’ vandaan kwam. Als ik Hassan niet persoonlijk had gekend was ik in zijn dossier waarschijnlijk ook op een ‘nee’ uitgekomen.’

Hoe kan dit? Hoe kan ‘de mens’ Ilay zo anders oordelen over Hassan dan ‘de ambtenaar’? En legt dat dan niet toch een fundamenteel probleem in de procedure bloot? Een diepe, schijnbaar onoverbrugbare kloof tussen de beslissystematiek en de menselijke maat?

Diepe zucht. ‘Er zitten grote gaten in de procedure. Het lijkt soms wel onaf.’

Hoe verbeter je het systeem?

In de weken die volgen, wanneer Den Boer onder leiding van Van Lent daadwerkelijk zijn werk doet als hoor- en beslismedewerker, passeert het ene na het andere hoofdpijndossier de revue. Den Boer: ‘Er is veel grijs gebied, waar de procedure geen goed antwoord op biedt.’

Hoe beoordeel je of iemand echt homoseksueel is, bijvoorbeeld, of bekeerd? ‘Lhbti- en bekeringszaken zijn de moeilijkste die er zijn’, zegt Den Boer. ‘Want hoe moet je daar de geloofwaardigheid van vaststellen?’ IND-medewerkers vragen in zulke gevallen vaak naar ‘het proces’: heeft iemand geworsteld met zijn identiteit in een vijandige omgeving? Hoe is het om te moeten verbergen wie je bent, uit angst om te worden uitgestoten? Maar dat toetsingscriterium is natuurlijk niet waterdicht.

Verbijsterd is Den Boer als een collega concludeert dat de vermeende homoseksualiteit van een vluchteling ‘te seksueel gedreven’ is, om geloofwaardig te zijn. ‘Bizar! Want wie bepaalt hoe jij die gevoelens uit, hoe jij vorm geeft aan je liefdesleven?’

Zo blijft hij her en der lastige vragen stellen. ‘Ik ben blij met de heldere logistiek van de minuut,’ zegt hij, ‘omdat het zoveel verwarring en twijfel uitsluit. Maar tegelijk heb je die juist ook nodig; want dat is waar de besluitvorming menselijk blijft.’

Er móét een manier zijn om die menselijkheid beter te waarborgen binnen de procedure, denkt Den Boer. En de IND is daar ook naar op zoek, ziet hij. ‘Ik vind het een groot woord, maar ze zien mij inmiddels als een soort consultant, iemand die met een frisse blik naar de organisatie kijkt, en – hopelijk – met nieuwe bevindingen komt.’

Maar staatssecretaris Ankie Broekers-Knol, die hij kort te spreken krijgt, heeft er geen antwoord op – ‘zij ging vierkant achter het huidige beleid staan’. En in zijn eentje kan Den Boer het niet oplossen. ‘Soms vliegen de frustratie en de moedeloosheid me wel aan.’ Het is zijn producent en compagnon Denise Harleman die hem attendeert op de enorme potentiële denktank die hij als theatermaker binnen handbereik heeft: het publiek, in de breedste zin van het woord. Als de geplande première van Salomonsoordeel voor de derde keer wordt uitgesteld, komt zij op het idee om simpelweg met al zijn kennis in heel Nederland langs de deuren gaan.

En zo geschiedt, min of meer. In augustus zit zijn werk bij de IND erop. Op basis van zijn bevindingen creëert Den Boer vervolgens een ‘lecture performance’, iets tussen een lezing en een voorstelling in, die hij tussen november 2020 en maart 2021 in dertig huiskamers in het hele land opvoert, om zo ‘the wisdom of the crowd’ (de wijsheid van de massa) aan te boren.

In zo’n huiskamervoorstelling zit Den Boer met z’n laptop op een stoel en loodst de toeschouwers onvermoeibaar langs de precaire kanten van het asielbeleid. Met het publiek behandelt hij een paar complexe casussen. Ook Hassan komt aan bod: die vertelt op video zelf zijn vluchtverhaal.

Aan het slot van zo’n drie uur durende sessie, als zijn publiek verslagen in de touwen hangt, vraagt Den Boer de toeschouwers hem een brief te schrijven over de vluchtelingenproblematiek en de vraag: hoe willen we leven met elkaar? Hij deelt alvast de gefrankeerde enveloppen uit. Inmiddels heeft hij een bundeling van tachtig brieven met tips, ideeën, overwegingen, vragen, suggesties en kritiek. ‘Bijna iedereen die dit verhaal hoort, raakt op een bepaalde manier betrokken.’

'Bijna iedereen die dit verhaal hoort, raakt op een bepaalde manier betrokken'

De wijsheid van de massa

Om de feedback uit de huiskamervoorstellingen zo compleet mogelijk te krijgen, speelt Den Boer bij mensen met opvattingen over de hele breedte van het politieke spectrum. ‘Ik wil een antenne in de samenleving zijn.’ Zo komt hij in een meisjeshuis van het studentencorps, bij een goede kennis van Mark Rutte in Amsterdam-Zuid en bij een Somalisch gezin in de Haagse Schilderswijk. Hij deelt zijn bevindingen met uitgeprocedeerde asielzoekers in het Utrechtse opvanghuis Ubuntu, speelt bij een linkse activist van We Gaan Ze Halen (een organisatie die praktische steun biedt aan asielzoekers) en bezoekt een groepje jonge Forum voor Democratie-leden. ‘Dat was een verrassend mooi, open gesprek.’

In maart 2021, na een middag stevig debatteren bij een goedgemutste familie Wilders-stemmers in Den Bosch (‘We zijn maar een klein landje en we kunnen nou eenmaal niet iedereen helpen’) constateert hij in de auto terug dat die uiterst rechtse geluiden voor hem inmiddels eigenlijk het meest interessant zijn. ‘Ik hoef het niet met ze eens te zijn; het gaat erom dat dit leeft. Ik wil nadrukkelijk op zoek naar meningen die nog ontbreken in de research. Zoals Denise ook steeds zegt: ik moet mijn eigen tegengeluid creëren.’

Opvallend genoeg treft hij in uiterst rechtse kringen steevast de meeste compassie voor Hassan. ‘Ik denk dat dat komt doordat zij voor het eerst een gezicht zien bij die populistische hyperbool van ‘de vluchtelingentsunami’. En een sympathiek gezicht bovendien. Moet je je voorstellen dat je bij elke aanvraag zo’n gezicht ziet.’

Ook de PVV’ers uit Den Bosch nemen nog de moeite om per brief hun ideeën te delen. Maar hun suggesties wijken ook na rijp beraad nauwelijks af van die van hun politieke idool. Nee, dan de brief van een 11-jarige, die voorstelt om een steeds wisselende volksjury mee te laten beslissen over een complexe asielaanvraag. Of het idee om wereldwijd op strategische, veilige plekken, goed uitgeruste, moderne vluchtelingensteden te bouwen.

Op die manier verzamelt Den Boer tientallen meer en minder goede ideeën voor een completer, rechtvaardiger, humaner vluchtelingenbeleid. In januari en februari 2021 werkt hij bovendien nog eens twee maanden bij de Amsterdamse rechtbank, waar hij rechtszaken over asielbesluiten bijwoont en met rechters en advocaten spreekt om beter zicht te krijgen op die kant van de procedure.

Ondertussen zint hij onvermoeibaar op manieren om al die nieuwe inzichten weer te delen met zijn oude werkgever, de IND. ‘En als ik groot droom: de politiek. De ombudsman zijn voor asiel, dat lijkt me wel wat.’

  • REPETITIE, VOORHOUT 16.06.2021
    IND-medewerker Peter van Lent en Ilay den Boer repeteren voor Salomonsoordeel.

Nieuw bij de IND: de Module-Den Boer

Dan volgt in juni dit jaar een bijzonder moment. Den Boer krijgt de kans om zijn huiskamervoorstelling te spelen voor de directeur Asiel en Bescherming van de IND, Anton Molleman, en twee IND-managers. ‘Dat maakte grote indruk, geloof ik, en het leidde tot een interessant gesprek. Iemand zei bijvoorbeeld dat de procedure voortkomt uit oude, naoorlogse principes, en zou moeten worden aangepast nu immigratie een feit is en we allemaal wereldburgers zijn.’

Na afloop kwam de opleidingsmanager op een lumineus plan: als ze Ilays frisse kijk en denkwijze op de een of andere manier willen verankeren in de organisatie, is het dan niet een idee om zijn ‘lecture performance’ een plek te geven binnen de opleiding? Het resultaat is de ‘module-Den Boer’ die in november bij de IND van start gaat.

Directeur Molleman zegt daarover in een telefoongesprek: ‘Het was spannend om onze deuren te openen voor een buitenstaander, maar we hebben veel gehad aan de eerlijke, scherpe reflectie van Ilay. De IND wil een lerende organisatie zijn, dus ik ben blij dat hij hier heeft aangeklopt. Het is interessant om straks ons verhaal te kunnen vertellen aan een theaterpubliek, dat ons vervolgens ook weer een spiegel voor kan houden. En door Ilay nu een plek te geven binnen de opleiding, houden we dat gesprek gaande.’

Den Boer: ‘Ik word ‘dag twee’ van de opleiding. Een hele dag! Zo krijg ik daadwerkelijk invloed op het curriculum, en dus op de praktijk. Hoe ongelofelijk is dat? Dat is voor mij als geëngageerd kunstenaar toch wel het hoogst haalbare.’

En zoals de theatermaker les komt geven bij de IND, zo staat de IND’er straks in het theater: zijn begeleider Peter van Lent heeft ermee ingestemd mee te spelen in de voorstelling Salomonsoordeel, die uiteindelijk, na zeventien maanden leren, zoeken, en ontwikkelen, op 4 juli in première gaat. Van Lent deelt het podium gebroederlijk met Den Boer. Met naast hen, breed lachend, ook Hassan, de man om wie het allemaal begon.

Salomonsoordeel, de voorstelling

Drie jaar van voorbereiding en research resulteren per 30 juni in de locatievoorstelling Salomonsoordeel (première 4 juli) in Utrecht en Den Bosch (1 t/m 12 september). In een vernuftig kantoordecor van kartonnen dozen vertellen Ilay den Boer, Peter van Lent en Hassan hun verhaal, muzikaal begeleid door Gerjan Piksen en Paul Koek, die ook de eindregie doet. 180 IND’ers zullen de voorstelling bezoeken, evenals 120 medewerkers van rechtbank. In het najaar speelt Den Boer weer huiskamervoorstellingen. Info: tgilay-salomonsoordeel.nl

Volg ons