REPORTAGE Ózd

Hoe Hongaarse Roma-jongeren
Amanda Gorman 
omarmden

Amanda Gormans The Hill We Climb wordt in het Hongaars vertaald door Roma-jongeren. Dat is een reactie op de ophef die ontstond rond de vertaling in het Nederlands.

Woorden trekken zich van grenzen niks aan, dus maakt het niet uit of ze klinken op een inauguratie in Washington, of uit de mond van een Roma-meisje van 18, zittend op haar bed in een slecht verlicht huis. Noémi Kala pakt haar roze telefoon en begint zachtjes voor te dragen. ‘En ja, we zijn verre van glad of volmaakt / Maar perfectie is niet waar het ons om gaat.’

Noémi Kala 

Deze regels uit het wereldberoemde gedicht The Hill We Climb, geschreven door de zwarte spokenwordartiest Amanda Gorman, gaan over weerbaarheid, uitsluiting en racisme. Herkenbaar, vindt Noémi, die behoort tot de kleine minderheid (ruwweg 8 procent) van Roma in Hongarije. Haar leven lang heeft ze te horen gekregen dat ze anders is. Toen ze tijdens Engelse les een keer zei dat de opdracht te moeilijk was, antwoordde de leraar: ‘Dan ga je toch van school, zoals jouw mensen altijd doen?’

Verpauperd stadje

Ózd, een verpauperd stadje in de heuvels van noordelijk Hongarije, is deze lente een klein beetje wereldnieuws. Met vier andere Roma-jongeren mag Noémi de Hongaarse vertaling van Gormans gelijknamige bundel voor haar rekening te nemen, waarmee de mondiale Black Lives Matter-beweging verrassend genoeg ook in Hongarije aan de deur rammelt.

Dat de uitgeverij bij de vijf uitkwam, heeft alles te maken met de ophef in Nederland, eerder dit jaar, toen opiniemakers van kleur hun twijfel uitspraken over de keuze van uitgeverij Meulenhoff, die schrijver Marieke Lucas Rijneveld had gevraagd voor de Nederlandse vertaling van The Hill We Climb. De rel haalde de Hongaarse kranten. Er kwamen mopperende reacties uit ultrarechtse pro-regeringskring, maar ook constructieve, waaronder van een vertaler Duits-Hongaars. Zij schreef een lang stuk op een literaire website met de prikkelendste gedachte in de laatste alinea. Zou het geen ‘opwindend experiment’ zijn Gorman door Roma-jongeren te laten vertalen?

In Boedapest begon de 54-jarige Kriszta Bodis meteen te telefoneren. Bodis, zelf wit, is directeur van stichting Van Helyed (‘Je hebt een thuis’). Ze zet zich sinds 2007 in voor de rechten van de gediscrimineerde minderheid. Ze koppelde vijf jonge pupillen met wie haar stichting werkt aan de uitgeverij. Die vijf tekenen binnenkort een (betaald) contract. Een professional zal toezien op de literaire kwaliteit. Nu zit Bodis naast Noémi op de rand van het bed, trots toekijkend hoe die haar eigen Gorman-vertaling voorleest.

Zomaar een vergelijking maken tussen twee groepen van kleur, laat staan in totaal verschillende delen van de wereld, is knap ingewikkeld, beaamt Bodis als ze buiten weer in haar witte bestelbusje is gestapt. ‘Maar in de manier waarop Roma moeten knokken voor het recht op onderwijs en gelijke kansen, schuilt een grote overeenkomst met zwarte Amerikanen.’

  • Kriszta Bodis in Ózd.

Voor haar stichting pendelt Bodis wekelijks op en neer tussen Boedapest en Ózd. Met een jaarlijks budget van 300 duizend euro (hoofdzakelijk uit buitenlandse donaties) reikt ze jongeren de middelen aan om hun passie te volgen. Er zijn samenwerkingen met tal van scholen en een mentorenprogramma voor leerlingen die uit huis gaan.

Onderweg schetst ze de gevolgen van decennia aan marginalisering. Twee op de drie Roma in Hongarije is werkloos, en wie niet thuis zit, komt vaak rond van baantjes uit de slecht betaalde közmunka, een vorm van gemeentelijke werkverschaffing (schoffelen, vegen van straten). Tienerzwangerschappen zijn eerder regel dan uitzondering. Drie op de vier maakt de middelbare school niet af.

Fucking grote kloof

‘De kloof met de rest van de maatschappij is zo fucking groot’, zegt Bodis. Achterin zit een van de andere vertalers, Rozi Galambica (20). Toen haar moeder zo oud was als zij, had ze al twee kinderen en kon er een streep door haar toekomstdromen. Maar Rozi gaat het anders doen. Met geld van de stichting kon ze naar een privéschool in Boedapest, waar ze uitblinkt. Volgend jaar begint ze aan een opleiding Internationale Betrekkingen in Leiden. ‘Soms voel ik me thuis de ouder’, zegt ze met een speelse glimlach. ‘Toen ik vertelde over de vertaling die we gaan doen, vroegen ze: is het een dik boek?’

Van een Hongaarse variant op Black Lives Matter kunnen de jongeren ondertussen alleen dromen. De schaarse politici van Roma-komaf zijn doorgaans zwak of corrupt. Gormans can do-optimisme voelt soms ver weg. ‘Ze heeft het over heuvels die kunnen dienen als bruggen’, zegt Noémi. ‘Maar ik zie ze vooral als obstakels op onze weg.’ Net als de anderen in het vertaalteam hoopt ze wel op een ontmoeting met de Amerikaanse dichteres, al is het maar online.

  • Rozi Galambica

  • Rajmund Várdi 

Aan de rand van Ózd ruikt het naar halfvergaan vuilnis. De wijk Hétes is het getto van de stad, met huizen zonder huisnummers en een houten schijthuisje voor mensen met hoge nood.

Bodis heeft een schetsboek en tekengerei meegenomen voor de enige artiest hier, de 33-jarige Rajmund Várdi alias ‘het peertje’, een voormalig bussenwasser met getatoeëerde armen en een woest romantisch oeuvre. ‘De gedichten helpen me weg te blijven bij de drank en mijn vader en moeder te eren.’ Zijn inspiratie krijgt Várdi rechtstreeks van boven. ‘God heeft een plan voor ons, ik praat met hem, hij kijkt bij mij naar binnen.’ Misschien is dat het voordeel van een leven in Ózd: als iedereen je dreigt te vergeten, zijn er altijd nog de Heer en de poëzie.

Volg ons