FOTOSERIE WONEN IN SONSBEEK

Geluksvogels wonen in de stad én in de natuur

Het lijkt onmogelijk, de natuur om je heen, en toch midden in de stad wonen. Fotograaf Milan Schellingerhout portretteerde de uitverkorenen in de stadsparken van Arnhem.

Als je natuurliefhebber bent, kun je een huis zoeken in een landelijke omgeving. Houd je van ophef en vertier, dan ben je beter af met een stadswoning. Maar wat nou als je allebei wilt? Dan moet je in een stadspark gaan wonen, zegt fotograaf Milan Schellingerhout (34). ‘Dan woon je in de natuur en toch in de stad.’

Arnhem staat bekend om zijn stadsparken, vaak overblijfselen van oude landgoederen zoals Sonsbeek en Angerenstein. Daar staan nog oude huizen die bewoond worden. Schellingerhout wandelde er vaak langs en vroeg zich af: wie zijn de mensen die hier wonen? En hoe zou het zijn om in een park te leven? Geluksvogels, vond Schellingerhout ze. ‘Ik was er stiekem jaloers op.’

De Arnhemse fotograaf legde contact met een aantal parkbewoners en legde hun verhalen vast in beeld. Zoals kunstenaar Martin van den Oever (61) die een oude forellenkwekerij huurt in park Angerenstein: een huisje verscholen onder de bomen, half ingegraven in de grond, waar de kunstenaar zich één voelt met de natuur, aldus Schellingerhout. Hij kerft spreuken in de bomen en beschildert zijn ramen met melk en yoghurt. ‘Hij is met het huisje vergroeid.’

Parkwoningen zijn schaars en om ervoor in aanmerking te komen, moet je geluk hebben en soms een zetje krijgen van het toeval. Zo verwierven Paul Wijtvliet en Josien Gasille (73) het oude poortwachtershuisje van park Sonsbeek door loting. Annie van Silfhout (88) trouwde met de molenaar van de watermolen en woont er sindsdien. Jeroen Glissenaar (47) was jarenlang beheerder van park Sonsbeek en mocht als tegenprestatie in de oude ambtswoning verblijven.

Maar zoals alles heeft ook het wonen in een park twee kanten, ontdekte Milan Schellingerhout: je moet er tegen kunnen dat mensen dag in dag uit langs je huis wandelen. En dat ze soms zelfs door de ramen naar binnen gluren. De bewoners die hij sprak, nemen dat op de koop toe. ‘Zij vinden: als je op zo'n mooie plek woont, mag daar iets tegenover staan.’ Wel trekken ze af en toe de gordijnen dicht. Dat u het weet als u er weer eens langs wandelt: hier wonen mensen.

Volg ons