REPORTAGE

De conceptuele kunst van
Marinus Boezem

De handelaar in ideeën die lucht signeerde en polders tentoonstelde

Marinus Boezem (87) is een van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Het Kröller-Müller Museum opent binnenkort een bijzondere tentoonstelling van zijn Shows: interventies, performances en installaties uit de jaren zestig die barsten van de verbeeldingskracht. De Volkskrant blikt met hem terug op zijn werk.

REPORTAGE

De conceptuele kunst van
Marinus Boezem

De handelaar in ideeën die lucht signeerde en polders tentoonstelde

Marinus Boezem (87) is een van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Het Kröller-Müller Museum opent binnenkort een bijzondere tentoonstelling van zijn Shows: interventies, performances en installaties uit de jaren zestig die barsten van de verbeeldingskracht. De Volkskrant blikt met hem terug op zijn werk.

In het atelier van Marinus Boezem staat een schildersezel met doek. Op het doek zit geen verf, in plaats daarvan zijn er zes tissuedozen op gelijmd. Stukjes witte tissue piepen uit de recht naar voren gerichte gleuven. ‘Dit is een schets’, zegt de kunstenaar, ‘mijn plan is om een hele zaal met zulke dozen te behangen.’ Een titel voor het kunstwerk heeft hij al, vertelt hij grinnikend: ‘De tranen van de kunstenaar. Want het is nogal een tranendal, dat kunstenaarschap.’

Het is typisch Marinus Boezem: een beeld dat je aan het lachen maakt en aan het denken zet, uitgevoerd in alledaagse materialen. Die mix van verbeelding en droge humor voert ook de boventoon in de tentoonstelling Alle Shows, die binnenkort opent in het Kröller-Müller Museum. De Shows uit de titel van de tentoonstelling zijn installaties en performances die Boezem in de jaren zestig bedacht. Hij maakte in eerste instantie alleen een simpele schets en op bestelling voerde hij die uit. ‘Het idee erachter’, zegt hij, ‘was dat het toch wat raar is dat kunstenaars allemaal kunstwerken maken waar eigenlijk geen vraag naar is. Dat hoopt zich allemaal maar op en dan krijg je dus zielige kunstenaars.’

Vers van de kunstacademie presenteerde Boezem zichzelf daarom als handelaar in ideeën. Gekleed in driedelig pak en met een attachékoffertje in de hand trok hij langs musea, om zijn schetsen voor de Shows aan de man te brengen. Een groot deel van de Shows is nooit besteld en bestond tot nu toe alleen op papier. In Kröller-Müller worden ze voor het eerst alle vijftien tegelijk uitgevoerd en gepresenteerd. Het is alsof je door een levend schetsboek loopt dat barst van de ideeën en verbeeldingskracht.

  • Beeld van Show XV, Soft Room (1968).

  •  Marinus Boezem en zijn vrouw Maria-Rosa Boezem, voor het werk The Learning Wing and the Birds.

  • Show IX, Gordijnenkamer (1965).

Als het kunstenaarschap al een tranendal is, dan zou Marinus Boezem (87) het moeten weten, met een carrière van minstens zestig jaar achter zich. Hij maakt allerminst een zielige indruk. Samen met zijn vrouw Maria-Rosa ontvangt hij in hun huis in Middelburg, een oud weeshuis met hoge plafonds en grote ramen. Boezem, met wild wit haar en ogen die twinkelen achter zijn dikke brilmontuur, praat honderduit. Maria-Rosa vult aan met bedachtzame observaties.

Met zichtbaar plezier lepelt Boezem de ene na de andere anekdote op. Bijvoorbeeld als hij het heeft over een kunstwerk dat hij voor het Stedelijk Museum in Amsterdam maakte, van toiletblokjes met viooltjesgeur: ‘Op een gegeven moment kon je bij de Van Goghs, in een andere vleugel, de viooltjes ruiken. Dat oude werk werd helemaal opgefrist!’

Een frisse wind door de kunstwereld, dat is waar Boezem en zijn generatiegenoten in de jaren zestig voor zorgden. Samen met kunstenaars als Ger van Elk en Jan Dibbets stond hij in die periode aan de wieg van de conceptuele kunst in Nederland. Kunst, vonden zij, moest gaan over ideeën, niet over objecten. En het moest zich niet alleen binnen de muren van het museum afspelen, maar zo dicht mogelijk bij het leven staan. Twee internationale tentoonstellingen in 1969, Op losse schroeven in het Stedelijk in Amsterdam en When Attitudes Become Form, in Kunsthalle Bern, presenteerden de nieuwe conceptuele kunst en zetten de kunstwereld op zijn kop.

  • Luchtplastiek uit 1967.

  •  Marinus en Maria-Rosa Boezem bij zijn kunstwerk ‘Degli Uccelli’ (1989). 

De tentoonstelling in Kröller-Müller grijpt terug op die avontuurlijke jaren zestig. Het is een periode waar in de kunstwereld nu weer veel aandacht voor is, merkt Boezem op; in het algemeen en als het over zijn oeuvre gaat. Zelf is hij niet zo nostalgisch aangelegd. Bij de vraag of het ook de belangrijkste periode in zijn kunstenaarschap was, fronst hij zijn borstelige wenkbrauwen: ‘Daar denk ik eigenlijk nooit over na.’

Na een korte stilte voegt hij toe: ‘Het is wel zo dat de betekenis van de Shows door de jaren heen steeds groter werd, ook voor mijzelf. Uit veel Shows kwamen later weer allemaal andere kunstwerken voort. Ze vormden een blauwdruk voor de rest van mijn oeuvre.’

Vier keer de betoverende kunst van Marinus Boezem,
in zijn eigen woorden

Foto: Gert Jan van Rooij / Museum Boijmans Van Beuningen

Signing the Sky, 1969

‘Mijn eerste conceptuele kunstwerk was het tentoonstellen van een stuk polder bij Asperen, in 1960. Ik had wijn in mandflessen ingeslagen, dat dronk je in die tijd bij de opening van een tentoonstelling. Op klapstoeltjes kon je vanaf de dijk de polder bewonderen.

‘Dat kunstwerk ging over context. Wat als je de hele wereld ziet als context voor je kunst? Het was een idee dat later ook in andere Shows terugkeerde. Een van de bekendste is Signing the Sky uit 1969. Voor dat kunstwerk liet ik een reclamevliegtuigje met condensatiestrepen het woord ‘Boezem’ in de lucht schrijven boven de haven van Amsterdam. Ik had dus als het ware het heelal gesigneerd.’

Maria-Rosa Boezem: ‘De foto’s die dat opleverde zouden gepresenteerd worden op een biënnale in Parijs. Maar in eerste instantie werd het kunstwerk geweigerd, omdat ze fotografie geen kunst vonden.’

Marinus Boezem: ‘Greet Sickinghe-ten Holte, de toenmalige secretaris-generaal van Cultuur, is persoonlijk naar Parijs gegaan om even haarfijn uit te leggen dat dit naar Nederlandse begrippen wel degelijk kunst was. Toen is de foto alsnog geaccepteerd. Prachtig vond ik dat, dat er gesprekken ontstonden over wat nu wel en geen kunst was. Overigens, toen we op die biënnale rondliepen hebben we ons het leplazerus gezocht naar die foto. Uiteindelijk bleek-ie ergens weggestopt bij de wc’s. Geweldig!’

Foto: Vincent Wigbels

De groene kathedraal, 1996 (geplant in 1987)

‘In 1987 plantte ik 178 populieren volgens de plattegrond van de Notre-Dame van Reims in Almere, dat kunstwerk staat nu bekend als De groene kathedraal. Net als de kathedraal is de door mensen gecreëerde Flevopolder een indrukwekkend bewijs van menselijk kunnen.

‘Vanaf de jaren tachtig ben ik steeds meer kunstwerken gaan maken voor de openbare ruimte. Dat paste bij mijn opvattingen: ik wilde niet afhankelijk zijn van musea en galeries. Ook wilde ik kunst maken die voor iedereen toegankelijk was. Dat was al zo vanaf de Shows, ik noemde ze bijvoorbeeld Shows omdat dat niet artistiekerig klonk. Achteraf misschien onzin. Maar mijn lievelingsshows, zoals Show IV, de zandfontein, en Show XIV, waarbij een turner rondjes zwaait op een rekstok, zijn voor iedereen te begrijpen.’

Maquette van De groene kathedraal, in het atelier van Marinus Boezem.

Foto: Gert Jan van Rooi

Het syndroom van Stendhal, 2015

‘Een van de leukste kunstprojecten die ik heb gedaan is een tentoonstelling samen met mijn dochter Natasja Boezem, ook kunstenaar, voor de Vleeshal in Middelburg. Die tentoonstelling ging over het syndroom van Stendhal, waarbij iemand het bewustzijn verliest na een overdosis schoonheid. Een weergaloos idee, en dan ook nog vernoemd naar de grote schrijver Stendhal. Het verhaal gaat dat hij na een bezoek aan de Santa Croce in Florence flauwviel. In Florence schijnt dat vaker te gebeuren.

‘Natasja, Maria-Rosa en ik hebben dat fenomeen in Florence onderzocht. In ons onderzoek stuitten we op een boek van Umberto Eco over schoonheid. Daarin zegt hij wat wij zelf eigenlijk ook al geformuleerd hebben – ik bluf niet, dat is echt waar! Namelijk: een kind dat z’n moeder aankijkt zoals je in de schilderijen van de Renaissance steeds weer ziet, Madonna met kind, dat is een subliem moment van schoonheid. Er is eigenlijk niets te bedenken wat mooier is. Het is zo’n cliché, getverdemme! Maar het klopt dus wel.

‘Bij terugkomst in Middelburg plaatsten we een oproep in de plaatselijke krant: jonge moeders met baby’s gezocht. Zo hebben we twintig moeders gevonden en die namen op de middag van de opening plaats in de twintig nisjes in de muren van de Vleeshal. In ieder nisje zat een moeder met kindje. Wij zorgden voor een lekker dekentje, daar lag de baby in en de moeder zou dan het nisje gebruiken om haar kind te verzorgen: de borst geven, verschonen, en laten slapen. Over kunst die dicht bij het leven staat gesproken.’

Foto: Gert Jan van Rooi

De spiegel dicht schilderen (nog niet uitgevoerd)

‘Ik heb ooit gezegd dat ik als ultieme daad als kunstenaar, als slotakkoord, de spiegel dicht zou schilderen. Ik heb heel veel met spiegels gedaan, dat loopt als een rode draad door mijn werk. Show XII bijvoorbeeld is een ruimte met spiegels tegen het plafond en de muren. Daardoor raakt de bezoeker totaal gedesoriënteerd. Het is een spel met waarneming en ruimte.

‘Een spiegel is voor mij niet alleen om in te kijken, het is ook het beeld van de onschuld. In een spiegel wordt de wereld zo direct en ongefilterd mogelijk weergegeven. In de context van de beeldende kunst, het verbeelden van de wereld, vind ik dat een interessant gegeven.

‘Aan de andere kant, wil je de wereld echt zien zoals die is, dan moet je dat spiegelbeeld ook weghalen. Dan zit er werkelijk niets meer tussen jou en de werkelijkheid. Ik probeer met spiegels nog illusies te wekken. Om daar ook mee op te houden, om echt het ultieme te doen als kunstenaar, zou je de spiegel dicht kunnen schilderen. Maar dan is het ook klaar, dus dat kan ik voorlopig beter niet doen! Of überhaupt niet.’

Maria-Rosa Boezem: ‘Voorlopig niet, of überhaupt niet?’

Marinus Boezem: ‘Nou, daar twijfel ik nog tussen. We wachten er in ieder geval nog even mee.’

Marinus Boezem: Alle Shows

T/m 14/11, Kröller-Müller Museum in Otterlo.

Volg ons