OVERZICHT FOTOBOEKEN

De beste tien
Nederlandse
fotoboeken

van 2021

Haagse matjes, verlaten vakantieoorden en natuurlijk corona

Een huiskamerproject van vóór corona en een beklemmend verslag van tijdens de lockdown. Maar ook: tuinierende zusters en een canon van de Nederlandse fotografie. De fotografiekenners van de Volkskrant kozen de beste tien fotoboeken van 2021.

OVERZICHT FOTOBOEKEN

De beste tien
Nederlandse
fotoboeken

van 2021

Haagse matjes, verlaten vakantieoorden en natuurlijk corona

Een huiskamerproject van vóór corona en een beklemmend verslag van tijdens de lockdown. Maar ook: tuinierende zusters en een canon van de Nederlandse fotografie. De fotografiekenners van de Volkskrant kozen de beste tien fotoboeken van 2021.

Bij de lijst van beste tien Nederlandse fotoboeken van het jaar 2020 schreven we: ‘in de tien boeken die de fotomedewerkers van de Volkskrant hebben gekozen uit het rijke aanbod van dit jaar, komt de coronacrisis niet voor’. Dat was toen, en hier zijn we, een jaar later. In onze lijst van 2021 staat op zijn minst een corona-klassieker: Afstand van Henk Wildschut, het boek dat uit de jaarlijkse Dokument Nederland-opdracht van het Rijksmuseum voortkwam. We waren er allemaal bij; sterker nog, we zitten er op het moment van schrijven nog middenin, in de zoveelste golf, maar toch voelt het als een historisch document, waar gelukkig de juiste fotograaf op het juiste moment op de juiste plek was.

Maar is dat niet de definitie van alle goede fotografie, hier door ons verzameld in een prachtlijst van tien Nederlandse fotoboeken? Een lijst die op zijn minst het hoge niveau aangeeft van niet alleen Nederlandse fotografen, maar ook van de vormgevers, de boekenmakers. Onze toptien (in willekeurige volgorde) omvat een breed spectrum van thema’s, ambities en blikken op de wereld. Van het oeuvre-overzicht van de kosmopolitische Bertien van Manen tot de intieme blik op het leven van de zusters van Sint-Catharinadal in Oosterhout, het enige vrouwenklooster in Nederland, liefdevol vastgelegd door fotograaf Koos Breukel. Van een leven omvattend project als Polder VIII van Raimond Wouda, over de geschiedenis van Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord, het landschap van zijn jeugd, tot aan Power, een huiskamerproject, maar dan letterlijk, van de jonge fotograaf Jesper Boot. Hij verbond zijn ouders en de wereldpolitiek met elkaar, met behulp van eindeloos veel creativiteit en de copyshop. Dat moet tijdens een lockdown zijn gemaakt, denk je al snel, maar het ontstond toch echt pre-corona. Het is moeilijk om het nog anders te zien.

Bertien van Manen Archive

Selectie en ontwerp: Hans Gremmen.
Mack, € 60

‘Nergens slaap ik zo lekker als wanneer ik reis, in een anoniem bed in een onbekende plaats’, valt (in het Engels) te lezen in de notities die Bertien van Manen heeft opgenomen in haar monumentale, vuistdikke Archive. Haar woorden typeren niet alleen haar reislust en zin in avontuur maar ook een van de belangrijkste kwaliteiten van haar werk: overal thuis zijn, en zo vrijmoedig een gevoel van grote intimiteit in haar foto’s leggen.

Of ze nu in een Chinese wereldstad is of in een afgelegen Russische provinciestad, bij de vergeten hillbilly’s in de Appalachen of in Boedapest in de communistische tijd, waar de sneeuw door de straten jaagt: Van Manen schuift, zo voelt het althans, met gemak aan bij elk met wodka besprenkeld familiefeestje, schiet mee met haar eigen geweer als de hillbilly’s op lege blikjes Budweiser mikken, slurpt luidruchtig mee van de soep aan een grote ronde tafel met Chinezen.

Met afdrukken van contact sheets, prachtige anekdotes over haar belevenissen, een mooie biografie door voormalig conservator Hripsimé Visser van het Stedelijk Museum Amsterdam en afdrukken van relevante paperassen (die je als het ware zélf door de spullen in haar atelier laten snuffelen) is Archive het definitieve boek over het weergaloze, vijftig jaar omspannende avontuur dat Van Manen van haar fotografische loopbaan heeft gemaakt. AH

Uit de serie ‘Soviet Union’ (1991-2009) Bertien van Manen Archive (MACK, 2021)

Joost Nijhuis De Matlas van Den Haag

Fotografie Daniël Heikens en Rein Langeveld
Lecturis € 45.

Een ode aan de krijgers van het veen, aan het leger Hagenezen uit de Schilderswijk, de Spoorwijk, Moerwijk, Scheveningen en andere volksbuurten in Den Haag die zich, behalve met hun rafelige accent, onderscheiden door hun bijzondere haardracht: de mat die vanaf het achterhoofd als een waterval over bovenrug en schouders klatert. De mat, die trots en ongetemd wappert – denk het paard erbij en er galoppeert een Apache over de Lange Voorhout. De mat die schroeit bij de oplaaiende vreugdevuren op het Scheveningse strand met Oud en Nieuw. De mat die de bierdouche opvangt op de tribune als FC Den Haag eindelijk weer eens scoort.

Die wereld, niet die van de chic op zand gebouwde buurten, maar van de op het sponzige, weinig solide veen gefundeerde wijken, krijgt in De Matlas van Den Haag een even hilarisch als verdiend podium. Grote portretten in kleur van tientallen matdragers tonen niet alleen de trotse bezitter maar ook zijn leefomgeving: zijn thuis, de straat, zijn scooter en zijn vrienden. Bij iedere urban cowboy (in leeftijd variërend van jeugdig tot bejaard) staan gegevens over de lengte van de mat, het type (steil of krullend), toegepast haarproduct (babyolie, wax, gel), favoriet voedsel (zoals bami, spareribs, pizza, patat) en andere relevante informatie.

Vrolijk makende, ijzersterke fotografie, samengebracht in een even vrolijke, niettemin uiterst serieuze sociologische studie. AH

Sander van Wettum Hibernation

Ontwerp: Rob van Hoesel
The Eriskay Connection, € 41,19.

Bestaat er droeviger schoonheid dan de foto van het hotel Heaven? Vijf etages, alle met balkon, alle verlaten, alle met uitzicht op het zwembad dat bijna is leeggepompt? De toeristen hebben Heaven verlaten, het hotel met die bijna omineuze naam moet zich alleen door de winter slaan. Om terug te komen op de vraag: ja, er bestaat iets van nóg droeviger schoonheid: het souvenirwinkeltje Everything, het rolluik voor driekwart dicht, de ramen beplakt met grauw pakpapier. Eenzaam staart het ons aan, het verdrietige gezicht van een voorbij toeristenseizoen.

Hibernation (winterslaap) heet de fotografische litanie van Sander van Wettum waarin hij mediterrane toeristencentra in het treurigste deel van hun jaarlijkse cyclus – off-season – onderwerpt aan een autopsie per camera. Behalve lege zwembaden en hotels zien we ingepakte palmbomen, een met spaanplaat dichtgetimmerde kroeg geheten The Funny Pub en de Gift Shop die een plaats delict zou kunnen zijn. ’s Avonds zweven er spoken van animatieteams en proppers tussen de verlaten hotels, overdag schijnt de zon met zachte stralen, die beloven dat het in april toch weer soort van goedkomt, met de wederkeer van de cocktails, de dronken Engelsen, het vrolijke gespetter in het zwembad en de onverslaanbare all-you-can-eat formule.

Uitermate gestileerde foto’s, allemaal raak. Met een heldere uiteenzetting over de stadia die toeristenoorden onontkoombaar doorlopen – van ontdekking tot bloei en verstoting –, die de droefheid van het massatoerisme onderstreept en toch ook tot berusting noopt. AH

Mark van den Brink The Minox Files

Ontwerp en samenstelling: Willem van Zoetendaal
Van Zoetendaal Publishers, € 35.

Geslepen vent, die Mark van den Brink. Gebruikt jarenlang een Minox-cameraatje zo klein dat het niemand opvalt als hij hem (of haar) fotografeert, in het voorbijgaan op straat in Manhattan, uitkijkend over de Alpen, langs de oever van de Rijn, aan de kade bij hotel New York in Rotterdam, of zwervend door Amsterdam-Noord. De Minox werd in de Koude Oorlog gebruikt door spionnen (tot Special Agent 007 aan toe), en dat had ons meteen moeten alarmeren. Extreem kleine negatieven resulteren in niet al te scherpe en daardoor, in juiste handen, enorm poëtische foto’s.

Samengebracht in The Minox Files, een werveling van bijna vierhonderd pagina’s die – in een afwisselend dromerig en swingend beeldritme – met humor, suspense en een nooit vergeefs beroep op onze voyeuristische aard de lezer/kijker in verwarring achterlaat. Keer op keer slaagt Van den Brink erin je achterdocht te wekken: wat doen die twee vage kereltjes daar op het parkeerterrein? Welke engerd woont in de geblindeerde caravan op de verlaten scheepswerf? Wat gluurt die vrouw door de kier van haar vitrages? En: waarom heeft de fotograaf die mysterieuze duikboot in de geniepige morgenschemer gefotografeerd, kon het soms het daglicht niet verdragen?

Met zijn filmische foto’s op ansichtkaartformaat speelt Van den Brink een duivels spel met onze fantasie. Verpakt als kunst, Maar als uitkomt dat de opname van die duikboot tóch een vreemde mogendheid ten nutte heeft gediend? Niet zeggen dat ik niet heb gewaarschuwd. AH

Jesper Boot Power

Ontwerp: HouseTMM
Eigen beheer (jesperboot.com), € 40.

Voor het omtoveren van een deel van de huiskamer in het kantoor van een belangrijke politicus is niet gek veel nodig. Het witte tafelblad, gestut door een reiskoffer en een stapel boeken, moet belegd met uitgeprinte foto’s van mahoniehout, de muur beplakt met afbeeldingen van een houten lambrisering. Wat gewichtige boeken op de achtergrond, een portret van een zogenaamde voorouder, en dan je eigen vader in pak en met zijn gewichtigste gezicht achter dat bureau. Gevouwen handen, A4'tje voor zijn neus, lamp erop: voilà, daar zit ineens een premier die zijn land moet toespreken.

In het project Power, het afstudeerproject van Jesper Boot dat onlangs in boekvorm verscheen, onderzoekt de jonge fotograaf hoe de beeldtaal van de politieke macht eruitziet. Met eenvoudige middelen (plopkappen op Ikea-lampjes, vlaggen, felgekleurde plastic documentenmappen en veel nietsontziend flitslicht) bouwde hij zijn ouderlijk huis om tot conferentiecentrum en het tuinhuisje tot het Catshuis, en liet hij zijn ouders en zijn zus figureren als politici. De kijker krijgt af en toe ook een heerlijk kijkje achter de schermen, waar de ‘gewone’ wereld buiten het kader van de foto doorloopt. Echt, nep? Je weet niet wat je ziet. MB

Dad addressing the nation from the presidential office (living room) Jesper Boot Power

Koos Breukel & Femke Deen De Norbertinessen van Sint-Catharinadal – 750 jaar

Ontwerp: Willem van Zoetendaal
Lecturis, € 20 (bestellen via athenaeum.nl)

Zuster Dorothea is 91 jaar. Ze woont al sinds 1954 in Sint-Catharinadal in Oosterhout, het oudste nog bestaande vrouwenklooster van Nederland. Ze houdt van fotograferen en ze hoort niet meer zo goed. Op de zwartwit-foto die Koos Breukel van haar maakte ter ere van het 750-jarig bestaan van het klooster staat ze in een witte gang met een vintage Rolleiflex om haar nek en een hand als een schelp achter haar oor: ‘Wat zegt u?’ Het is een intens lief en herkenbaar portret, net als de foto van de voluit lachende zuster Simone (90 jaar) een intens lief en vrolijk makend portret is.

Nu zijn de Norbertinessen van Sint-Catharinadal ongetwijfeld vriendelijk en toegankelijk, maar de invloed van de fotograaf telt hier ook zeker mee. Hij investeerde duidelijk in het contact met de zusters; er is sprake van een vriendschappelijke verstandhouding via de camera. Zijn foto’s werden samen met de verhalen van de vrouwen, opgetekend door Femke Deen, gebundeld in een prettig pretentieloos boekje met hemelsblauwe letters. Daar is de kloostertuin, de kerk, de keuken. Daar is zuster Godelieve op haar knieën in de moestuin. Wat een mooie ode aan een plek die al 750 jaar dezelfde is en toch ook met de tijd mee bewoog. MB

  • Zuster Dorothea (camera) Koos Breukel & Femke Deen De Norbertinessen van Sint-Catharinadal

  •  

    Zuster Ursula (handen) Koos Breukel & Femke Deen De Norbertinessen van Sint-Catharinadal

Stephan Keppel Soft Copy Hard Copy

Ontwerp: Hans Gremmen en Stephan Keppel
Fw:Books (fw-books.nl), € 35.

Snappen? Nee, snappen doe je Stephan Keppels boeken nooit helemaal; tijdens het bladeren blijven altijd een paar vraagtekens boven de bladzijden hangen. Maar die vraagtekens zijn tevens de reden dat je blijft dóórbladeren, gretig zoekend naar visuele verbanden en beeldbruggetjes. Al eerder bracht Keppel op zijn eigen manier steden in beeld. Parijs, New York, Den Helder – hij legde ze vast in grijstinten, maar nooit op voor de hand liggende wijze.

Altijd richt hij zijn blik op de stenen, de ramen, de stoepranden, de details en de structuren waarin het wezen van een stad besloten ligt. Nu was Amsterdam aan de beurt. Aan de hand van tegeltableaus, vitragevensters, betonnen brugelementen, gebroken cirkels en witte huisnummers op de straatstenen – wederom in dat bekende kopieermachinegrijs, maar ditmaal ook in kleurenfoto’s – ontsluit Keppel (een deel van) de (kunst)geschiedenis van de hoofdstad.

Het gaat van de bakstenen van architect Aldo van Eyck naar een detail van een raam in het Achterhuis naar poëtische aantekeningen in een notitieboekje dat de fotograaf vond op straat. Soft Copy Hard Copy is de persoonlijke index van een stad door de ogen van een straatjutter. Dat je zijn wegen nooit helemaal kunt doorgronden, is niet erg; je kunt er eindeloos in blijven dwalen. MB

Henk Wildschut Afstand. Covid-19, 2020-2021

Ontwerp: Robin Uleman
Eigen beheer (Henkwildschut.com), €45,-

Op 7 juni 2020 staat Henk Wildschut in de vroege ochtend bij de grensovergang Baarle-Nassau, normaal gesproken alleen gemarkeerd door het bord met de Europese vlag en de naam ‘België’. Nu staat er een dranghek over de weg en een mobiel ‘niet inrijden’-verkeersbord; België is dicht – en een week later weer open. Momentopname van het (eerste) coronajaar, door Wildschut vastgelegd in zijn nieuwe project Afstand. Hij maakte het in opdracht van het Rijksmuseum, in de serie Dokument Nederland. Hoe leg je iets vast waarbij je persoonlijk betrokken bent, vraagt hij zich, waarbij iedereen persoonlijk betrokken is? En hoe schrijf je geschiedenis als de gebeurtenissen zich, tot op de dag van nu, onvoorspelbaar blijven ontwikkelen?

En al stonden we er allemaal bovenop; toch benemen sommige beelden je bijna de adem, van de verlaten stad tot aan de manier waarop Wildschut het personeel in ziekenhuizen in beeld brengt, in een stijl die ten onrechte weleens klinisch wordt genoemd, maar hier naar de strot grijpt. En daar zijn Chips en Dip weer, de twee resusaapjes, die Wildschut, samen met journalist Maartje Bakker, volgde in het Biomedical Primate Research Centre in Rijswijk, in een inmiddels prijswinnend verhaal voor de Volkskrant. De achterkant van het vaccinonderzoek.

Wildschut draagt Afstand op aan zijn familie, ‘als herinnering aan deze vreemde en gedenkwaardige tijd'. Die tijd kunnen we nu met dit boek ook vasthouden. MM

Zaterdag 15 augustus 2020 Amsterdam, Kalverstraat - Henk Wildschut Afstand. Covid-19, 2020-2021

Nederlands Fotomuseum Eregalerij van de Nederlandse fotografie

Ontwerp: Kummer & Herrman
Lecturis, €30,-

Het zijn dus bíjna 100 foto‘s: 99 om precies te zijn. En daarmee wil het Nederlands Fotomuseum aangegeven dat we de Eregalerij van de Nederlandse Fotografie niet te absoluut moeten nemen. Het is geen top-100 aller tijden. Het is een permanente opstelling in het museum in Rotterdam, in combinatie met een fraai boek, met recht een standaardwerk te noemen, samengesteld door een aantal illustere fotografiekenners. De oudste foto komt uit 1842, de meest recente uit 2021, en daarmee vertellen het boek en de expo de geschiedenis van de Nederlandse fotografie.

Het is een avontuurlijke selectie die de iconen niet schuwt, maar die ook een nieuw verhaal vertelt, over de fotografie en over Nederland. Dus natuurlijk een strandfoto van Rineke Dijkstra, maar ook een onbekende Ed van der Elsken uit de Molukse wijk in Tiel in 1990. En een foto van Maria Toby, die in de jaren tachtig haar volkswijk in Rotterdam vastlegde, vast zonder een enkele gedachte aan een fotoboek, laat staan aan een fotocanon.

Het boek doet wat het moet doen. Het is prachtig gedrukt en per foto van zeer informatieve verhalen voorzien door Frits Gierstberg en Loes van Harrevelt. De vormgeving is van ontwerpbureau Kummer & Herrman, dat ook het uitmuntende ontwerp van de tentoonstelling in Rotterdam heeft gedaan. En misschien leveren de fotoboeken in deze lijst een mogelijke kandidaat voor die nog onbekende nummer honderd? MM

  • Opulence, Ritchy Princess of the House of LaDuree at the ‘On The Cover of Vogue’ Ball under direction by Zueira Mizrahi, Berlin, 2018, uit Opulence/ 2018, Dustin Thierry (1985) Nederlands Fotomuseum Eregalerij van de Nederlandse fotografie

  • Kimani, 2019, uit This Surely Must be Paradise/ 2017-2020, Gilleam Trapenberg (1991) Nederlands Fotomuseum Eregalerij van de Nederlandse fotografie

Raimond Wouda Polder VIII. Tuindorp Oostzaan, Amsterdam 1921-2021

Ontwerp: Hans Gremmen
Fw:Books, €35

Het boek vertelt de geschiedenis van de wijk en de geschiedenis van een jeugd doorgebracht in die wijk. Tuindorp Oostzaan waar Raimond Wouda niet alleen werd geboren en (deels) opgroeide, maar waar hij ook zijn eerste stappen als fotograaf zette en waar hij steeds bleef terugkeren. Als een chroniqueur van het verglijden van de tijd in een volkswijk, ooit buiten de stad en inmiddels ingekapseld door de gentrificatie van de metropool. 'Tuindorp bleef altijd mijn tweede thuis’, schrijft Wouda.

Polder VIII en de bijhorende expositie in Stadsarchief Amsterdam vieren het honderdjarig bestaan van de wijk, ooit gebouwd om de arbeiders uit de binnenstad licht en lucht en natuur te bieden. Het is een ontroerend project door de diep persoonlijke invalshoek. Maar Wouda wilde ook, eens en voor altijd, het verhaal van deze wijk vertellen, en maakt fraai gebruik van het rijke archiefmateriaal dat in het Stadsarchief Amsterdam aanwezig is.

In een van de series laat hij tussen de linker en rechterbladzijde twintig jaar verstrijken, voor intrigerende 'zoek de verschillen’-foto’s. Soms zijn de verschillen minimaal en moeten we houvast zoeken bij het model van de geparkeerde auto. De tijd verstrijkt, ook in Tuindorp Oostzaan, maar wel in een eigen tempo. MM

Koop eens een fotoboek

Hoe kom je eigenlijk aan deze en andere nieuwe fotoboeken? De meeste betere boekhandels hebben een fotoboekenafdeling (in de winkel en online), net als de meeste (foto)musea. Een andere handige route is een bezoek aan de websites van de fotografen zelf, die soms zelf een deel van distributie op zich nemen. Of op zijn minst een mailadres hebben waar om informatie kan worden gevraagd.