REPORTAGE KARAOKE

 De aantrekkingskracht van karaoke

Van weinig hobby’s gaan de haren van virologen zo omhoog staan als van karaoken. Beeld je in: arm in arm zingend in een natte microfoon in een kleine ruimte. Maar karaoken is veel meer dan dat. De Volkskrant duikt in de wereld van het beeldschermzingen.

REPORTAGE KARAOKE

 De aantrekkingskracht van karaoke

Van weinig hobby’s gaan de haren van virologen zo omhoog staan als van karaoken. Beeld je in: arm in arm zingend in een natte microfoon in een kleine ruimte. Maar karaoken is veel meer dan dat. De Volkskrant duikt in de wereld van het beeldschermzingen.

Als ik de microfoon in mijn handen heb, voel ik me machtig’, zegt cabaretier Jip de Poorter.

‘Ik ben door karaoke meer uit mijn schulp gekomen’, zegt schrijver Saskia Noort.

‘Zie iemand zingen en je weet wie hij is’, zegt filosoof Catarina Dutilh Novaes.

In een volle bar of hermetisch afgesloten hok met een op elkaar gepakt gezelschap je beste, of in elk geval luidste versie van Destiny’s Childs Say My Name of Queens Don’t Stop Me Now in een microfoon blèren: het is moeilijk een activiteit te bedenken die nog verder van deze verregaand gesteriliseerde coronatijd af staat. Als je er alleen al aan denkt, zie je de kleine en grote virusverspreidende speekseldruppels door de ruimte vliegen. Voor karaokeliefhebbers is het gemis dan ook groot.

Het is begrijpelijk dat we ons in deze pandemische periode moeten inhouden. Maar bij alle verontwaardiging over iedereen die het waagt nog iets te vieren, kan het soms lijken of uit de band springen in gezelschap een luxe is die we makkelijk kunnen missen. En dat is natuurlijk onzin. De mens is altijd ook een feestende mens geweest.

En een zingende mens.

Jip de Poorter heeft het af en toe nog wel in kleine kring gedaan, het afgelopen jaar. Maar tragisch genoeg ging dat mis. ‘Na Kerst had de hele familie corona. Verdeeld over twee karaokesessies heeft mijn broertje de rest van het gezin besmet. Gelukkig was bij iedereen het ergste na twee weken wel voorbij.’

Myrte Beltman, in het dagelijks leven setdesigner, bekent dat ze tijdens corona haar rommelkamer heeft omgetoverd tot bont versierde karaokekamer, om af en toe toch nog met een vriendin te kunnen zingen. De thuisset van filosoof Catarina (45) komt goed van pas in deze pandemie, om te kunnen zingen met haar dochters. En soms een enkele schoolvriendin. ‘Al voelde ik me dan meteen lullig vanwege het risico op corona.’ Én ze zong met haar nieuwe liefde. ‘Ik ontmoette hem tijdens de pandemie, in augustus. Toen hij voor ons tweede afspraakje bij me kwam eten, zei ik: zullen we gaan karaoken? Hij had het nooit gedaan. Maar ik zei: laten we het gewoon doen. En ik denk dat hij door karaoke verliefd op me is geworden.’

Wat is het nou precies, dat karaoke voor deze enthousiastelingen zo onweerstaanbaar maakt? Dat antwoord zit dieper en is subtieler dan dat je er gewoon een leuke avond mee hebt. Over sommige karaoke-ervaringen spreken zij ronduit als openbaringen.

‘Ik was voor mijn werk een tijd veel met een cameraman en een regisseur op pad’, zegt Myrte Beltman. ‘Als spel zetten we in de auto om de beurt een nummer op dat een van ons hard moest meezingen. Ik koos vaak voor Wuthering Heights van Kate Bush. Dat kan niemand zingen, ik ook niet.’ Het nummer, waarin Bush zonder veel systeem wisselt tussen kopstem, borststem en jodel staat inderdaad op veel lijstjes met Veel Te Moeilijke Nummers Die je Absoluut Niet Moet Proberen.

‘Ze werden er gek van dat ik dat in hun oren tetterde. Maar ik zong het steeds vaker, oefende het op mijn studentenkamer en ik voelde: er komt een moment dat ik hiermee het podium kan pakken. Ik zag dat voor me als in een film. Toen ik een keer op het filmfestival in Rotterdam was, hoorde ik dat daar een karaokefeest bezig was en dacht ik: dit is dat moment. Ik ben de hele rij voorbij gelopen, het podium op gestapt en heb gezegd: nu ben ik aan de beurt.’

Myrte zong het nummer met de ietwat hysterische bewegingen erbij uit de videoclip van Bush, die daarin in wit gewaad rondspookt. ‘En het publiek was van: we want more! Het hele feest was ineens aan. Ik kan echt niet zingen, maar ik denk dat het juist leuk is om naar iemand te kijken die iets niet kan en dat toch met volle overtuiging doet, zonder gêne. Sindsdien wil ik van elk feest een karaokefeest maken.’

Lievelingsnummers van Myrte Beltman: Wuthering Heights van Kate Bush.

Het was tien jaar geleden en ik had net een nieuwe liefde ontmoet’, herinnert thrillerauteur en AD-columnist Saskia Noort zich. ‘Die zat in New York, dus wild en verliefd ging ik daar ook heen. Als verrassingsdate had hij zo’n karaokebox voor ons gehuurd. We kenden elkaar nauwelijks. Ik dacht: dit is de afschuwelijkste date ooit; midden op de dag nuchter onder een tl-lamp voor elkaar zingen. Ik verging van angst. Maar ik wilde me niet laten kennen. Ik koos Hopelessly Devoted to You van Olivia Newton-John. Een heerlijk galmnummer waar ik de tekst al van kende, zij het enigszins fonetisch omdat het een hit was in mijn kindertijd.

‘Hoe eng ik het ook vond, ik voelde meteen het plezier: dat je de knop omzet en niet meer denkt dat het heel mooi moet zijn en dat je knap moet zijn. Hij ging voluit, waardoor ik geïnspireerd raakte en volgde. Dan wordt het ineens ontzettend bevrijdend. Sindsdien geef ik elk jaar een groot karaokefeest en wordt er eigenlijk altijd een gehuurde set bij gesleept als we iets te vieren hebben. Ik wilde dit per se delen met anderen.’

Karaoke zingen is een poging, zeggen Myrte en Saskia, om een punt te bereiken met zo min mogelijk zelfbewustzijn

Lievelingsnummers van Saskia Noort: Me and Bobby McGee van Janis Joplin, Hopelessly Devoted van Olivia Newton John en Islands in the Stream van Dolly Parton en Kenny Rogers.

‘Zeker voor mensen zoals ik die altijd erg in hun hoofd zitten, voelt zingen of dansen heel kwetsbaar’, zegt Saskia Noort. ‘Het werkt toch het best als je zelf een beetje in dat zingen gaat geloven. Als in een kinderlijke fantasie, die je voor een moment alles doet vergeten. Even ben je een beroemde zangeres, maar op een heel veilige manier. En dan komt dat lekkere moment dat iedereen gaat meezingen.’

Want daar zijn bijna alle geïnterviewden het over eens: het is niet de bedoeling van karaoke dat het puur een optreden is waar de rest als passief publiek naar luistert.

‘Samen zingen is ongelofelijk verbroederend, een bijna meditatief kumbayamoment. Maar het zit helemaal niet in de Nederlandse cultuur’, ziet Saskia Noort, ‘behalve misschien in de kerk. In Engeland ontbranden ze in een pub lukraak in een lied en iedereen kent de tekst en zingt mee. Via karaoke durven Nederlanders dat ook, merk ik.’

Op elk van Saskia’s karaokefeestjes is er ook een groepje dat de karaoke afschuwelijk vindt en dat in een hoek blijft hangen of zelfs buiten staat. Toch is er altijd iemand bij wie die afschuw eerder een innerlijke worsteling blijkt bloot te leggen: wel willen maar niet durven. ‘Dan geeft zo iemand toch ineens een vertolking van Nothing Else Matters van Metallica ten beste. En vanaf dat moment is hij hooked.’

Lievelingsnummers van Catarina Dutilh Novaes: Sweet Child o’Mine van Guns ‘n Roses, Total Eclipse of the Heart van Bonnie Tyler en The Girl from Ipanema, zowel in de oorspronkelijke Portugese versie van de Braziliaan Antônio Carlos Jobim als in de beroemde versie van Frank Sinatra.

Dat ontbreken van samenzang in de Nederlandse cultuur viel ook filosoof Catarina zo op, toen ze hier in 1999 kwam wonen. ‘In Brazilië zit je in een kroeg en opeens komt iemand met een gitaar, en voor je het weet is de hele kroeg samen aan het zingen. Maar dat kon ook op de universiteit gebeuren, of gewoon thuis met familie en vrienden. Dat vond ik altijd bijzonder en mooi. In Nederland heb ik dat gemist. Iets dat bindt. Ik vind Nederlandse feestjes saai, eindeloos gepraat. Dat blijft oppervlakkig. Bij praten kun je toneelspelen.’

Het was voor haar een verademing toen ze op congressen met andere filosofen met karaoke in aanraking kwam. ‘Zingend word je sneller vrienden, want je laat de ander je emotionele wereld zien. Een nummer kiezen doe je met je hart. Bij karaoke sta je daar dan ook nog eens veel kwetsbaarder dan wanneer je met z’n allen in een kring zingt. Als ik één keer met iemand hebt gekaraookt, voel ik een intimiteit met diegene, ook al heb ik hem daarvóór nooit ontmoet.’

‘Ik denk dat mensen me beter leren kennen als ik zing’, zegt cabaretier Jip. ‘Vroeger op de camping was het weleens moeilijk om vriendjes te maken. Maar dan was halverwege de vakantie de karaokeavond en vond ik meer aansluiting. Ook nu nog: als ik zing, zien mensen dat ik mezelf niet zo serieus neem. Dat denken ze als ze me de eerste keer zien wel vaak.

‘Als ik die microfoon heb, krijg ik zo’n gevoel van: ik laat dit ding nooit meer los. Vrienden zitten er meestal minder op te wachten. Toch gaven zij me vier jaar geleden mijn eerste set, die je nog aansloot op de tv en dvd-speler. Ik had bij de Action tientallen dvd’tjes gehaald, met van die clips met in- en uitgezoomde beelden van vogels op een terras, die nooit iets te maken hebben met het lied. Dat heb ik toen allemaal uitgezocht en in een map op alfabetische volgorde gezet.

‘Later heb ik van mijn moeder een draadloze microfoon gekregen. En nu ook van haar een bluetoothspeaker op wieltjes met een microfoon. Mijn vader heeft iets van: och, jongen toch. Die is bang dat mensen het niet snappen. Maar mijn moeder doet mee, die zingt dan Melissa Etheridge.

‘Als je karaoke zingt’, doceert Jip, ‘kun je geen schijn meer ophouden. Juist als iemand erg bang is om voor gek te staan, wordt het ongemakkelijk en genant. Laat je dat voor wat het is, dan kom je tot een kern met elkaar.’

Lievelingsnummers van Jip de Poorter: La Bamba van Los Lobos, Una Paloma Blanca van de George Baker Selection en Waterloo van Abba.

Oorsprong

Het woord ‘karaoke’ wordt meestal uit het Japans vertaald als ‘leeg orkest’. Oorspronkelijk werd er een orkestband mee bedoeld waarmee professionele artiesten oefenden. In de jaren zestig en zeventig werden in Japan verschillende meezingapparaten ontwikkeld die ook deze naam kregen. De bandmanager Daisuke Inoue wordt meestal als ‘uitvinder’ van karaoke aangewezen. Zijn band begeleidde zakenmannen die wilden zingen. Toen een van hen op reis ging, gaf hij hem een opname mee. Dat bracht hem op het idee om zulke opnamen aan bars in Kobe ter beschikking te stellen.

‘Ik gedraag me graag als een idioot om iedereen mee te krijgen’, zegt de Brit Peter Barker (30), die in Amsterdam bij een softwarebedrijf werkt. ‘En bijna iedereen gaat uiteindelijk om.’ Dat lukt Barker en zijn vriendin meestal met Hakuna Matata uit The Lion King en anders heeft hij als nucleaire optie altijd nog Everybody Get Up van 5ive achter de hand.

Barker, afgestudeerd in de grondbeginselen van de kwantummechanica, zingt het liefst met een groepje vrienden in een afgesloten karaokehokje, maar de kunst is dan wel om de buren uit de andere hokjes ook over de vloer te krijgen, of daar binnen te vallen, ‘net zo lang tot je met z’n twintigen in zo’n kamertje bent geperst’.

Er zijn tijden geweest dat hij 900 euro per maand uitgaf aan karaoke. ‘Ik reserveer gewoon en app vrienden: zo laat ben ik er. Misschien sta ik dan het eerste half uurtje alleen te zingen, dat is niet erg. Ik kan ook net zo goed om 2 uur ’s middags gaan, met een collega en zonder een druppel te drinken. Heel therapeutisch, hoor. Zingen is zo natuurlijk voor mensen. Je kunt na een karaokesessie niet verdrietig zijn.’

Wel geëmotioneerd: ‘Toen ik Total Eclipse of the Heart zong met een vriendin die ik in Londen achterliet bijvoorbeeld. Of als ik Dry Your Eyes zing van The Streets, denkend aan vorige mooie karaokeavonden. Maar ik heb ook een traantje gelaten toen een collega die normaal ontzettend verlegen is Celine Dion zong met onverwacht enthousiasme.’

‘Dat mensen zonder ervaring staan te zingen, dat is zo stoer’, zegt Rebecca Erbrink (26) uit Ede. Ze is werkzaam bij een bedrijf in leermiddelen en freelance videomaker. Rebecca is normaal stil en verlegen bij mensen die ze niet kent. Maar niet als ze karaoke zingt. Zo’n veilige omgeving vindt ze ook op Smule, een kararoke-app waarin sommigen hun toevlucht zoeken in coronatijd. Op die app zing je nummers in waar anderen een duet van kunnen maken. Maar je kunt ook live met elkaar zingen, zelfs in een hele groep. Een waardige vervanging voor karaoke is het niet, erkent Rebecca, maar ze vindt er wel datzelfde warme bad. ‘Je ziet er zelden een lullige opmerking. Het is alleen maar: goed gedaan, wat tof dat je met me zong.’ Kom daar maar eens om op een ander sociaal medium.

‘Ik zong een keer met een random gast Where the Wild Roses Grow van Nick Cave en Kylie Minogue. Hij zong niet supergoed, volgens mij was hij kneiterstoned. Maar hij vroeg: kom je bij onze groep? Dan wordt het echt een gemeenschap. We kletsen in die groep elke dag wel even met elkaar. Twee jaar heb ik in Chippenham, een piepklein plaatsje in Engeland waar hij woont, zes mensen uit die groep in het echt ontmoet. Hij had een pub afgehuurd waar we karaoke-avonden mochten houden. Daar kwamen nog veel meer mensen op af, het werd superdruk.’

Lievelingsnummers van Rebecca Erbrink: Paradise by the Dashboard Light van Meatloaf.

Mensen houden zo van karaoke omdat het hun behoeften bevredigt op verschillende niveaus, schrijft Kevin Brown, docent theaterwetenschappen aan de universiteit van Missouri. Twee jaar bracht hij door in een karaokebar in Denver, Colorado om er participerend onderzoek te doen en de etnografie Karaoke Idols te schrijven.

Aan de ene kant, aldus Brown, bestaat karaoke uit een optreden en krijgt de zanger erkenning als individu. Tegelijk is het een viering van de gemeenschap. ‘Het meezingen is het ultieme hoogtepunt van de karaokesessie. Als het lukt om mensen te laten meezingen, is dat karaokeglorie. Dat garandeert een waanzinnige adrenalinekick, want op dat moment versmelt het individu met de gemeenschap.’

Volgens Brown is karaoke ook democratisch. Iedereen, met elke achtergrond, heeft in de karaokebar gelijke toegang tot het podium. En het is ook een kans om op dat podium even van identiteit te wisselen, nummers uit te kiezen die misschien niet voldoen aan de eisen van goede smaak in je eigen milieu. ‘Misschien’, mijmert Brown, ‘is ook de obsessie in onze cultuur met sterren uiteindelijk een verlangen naar gemeenschap. Als we ervan dromen dat wij een ster zijn, met duizenden fans die ons aanbidden, misschien dromen we er dan eigenlijk wel van dat we het middelpunt zijn van menselijke verbinding.’

Voor sommigen heeft karaoke heel letterlijk zo’n gemeenschap helpen vormen. Rebecca gaat af en toe naar Roxy’s Karaokebar in Nijmegen. Ricardo Brouwer, die vlak bij in Beuningen woont, was daar tot de coronacrisis twee à drie keer per week te vinden.

‘Op 7 juni 2019 begon ik een groepsappje met twee vriendinnen’, zegt hij, ‘met hen ging ik naar Roxy’s. Nu zitten er zeventig stamgasten in én de eigenaren, en zijn er veel vriendschappen ontstaan.’ Brouwer, tegenwoordig werkzaam voor de PvdA-fractie in de Provinciale Staten van Gelderland, heeft theater en musical gestudeerd. ‘Ik zie mezelf niet als goede zanger, wel als iemand die houdt van een feestje bouwen. Ik ben een pleaser, een entertainer. Maar iedereen is welkom, ook de vrijgezellenfeestjes of de mensen die een avondje gek willen doen met hun studentenhuis. Dan vinden we het juist leuk om samen met hen te zingen. Of we zeggen: dit is al de derde keer dat we je zien, wist je dat we een groepsapp hebben?’

‘Karaoke gaat in elk geval niet over mooi kunnen zingen’, zegt de Brit Peter Barker stellig. En dat komt bij vrijwel iedereen terug. Hij, Myrte en Jip vinden het zelfs irritant als er goede zangers bij zijn. Zo ver gaat niet iedereen. Catarina: ‘Ik sta er superserieus in. Ik oefen thuis. Ik kan redelijk zingen, heb ooit zangles gehad. Maar ik wil graag geloven dat mensen mij niet intimiderend vinden. Je mag helemaal jezelf zijn en dit ben ik helemaal zelf.’

Lievelingsnummers van Peter Barker: Your Song van Elton John als hij iemand introduceert in de wereld van karaoke, Hakuna Matata uit de Lion King om mensen aan het dansen te krijgen, 99 Luftballons van Nena als iemand het Duits machtig is.

Wat ze wel helemaal eens is met de rest: een totaal obscuur nummer uitkiezen, is not done. ‘Voor mij is het perfecte karaokenummer eentje waaraan de rest niet direct had gedacht, maar dat wel meteen het gevoel oproept: o ja, dát nummer!’ Want van die aha-erlebnis krijg je extra zin in het zo essentiële meezingen.

Omdat zij er vaak een soloshow van maken, doet Peter niet graag aan karaoke met Amerikanen. Dat heeft ook Saskia Noort weleens meegemaakt, maar die werpt tegen dat Amerikanen tenminste wel fijn schaamteloos zijn, terwijl Nederlanders zich bij karaoke doorgaans achter ironie verschuilen. En daar heeft ze iets te pakken waar de karaokeliefhebbers inderdaad een beetje mee worstelen: de kunst van karaoke is om zo onbevangen mogelijk te zijn, maar als je er te veel een grap van maakt, ben je dan wel echt helemaal ongeremd?

‘Mensen die eropuit zijn om na afloop te horen dat ze zo’n mooie stem hebben, vind ik ijdel’, zegt Myrte. ‘Ik kan er juist van genieten dat mensen het een beetje vervelend vinden als ik weer sta te zingen. Dat heeft voor mij te maken met de maatschappelijke verwachting dat een vrouw zich op een bepaalde manier hoort te gedragen. Het voelt vrij om lomp te kunnen doen. Dat heeft met dat antizelfbewustzijn te maken. Tegelijk zit in mijn spot óók ijdelheid.’

‘Ik zing wel een beetje ironisch’, erkent ook Jip, ‘met accenten bijvoorbeeld. Dan creëer ik toch afstand tussen mezelf en wat ik aan het doen ben. Omdat ik ergens bang ben dat mensen anders denken: daar komt die pretentieuze kwal met z’n gekweel aan.’

Lievelingsnummers van Ricardo Brouwer: Prince Ali uit Aladdin, Ik Heb Je Lief van Paul de Leeuw en King Herod’s Song uit Jesus Christ Superstar.

Dat is een veelvoorkomende, ietwat ingewikkelde angst van veel karaokezingers. Ook Saskia Noort lijdt eraan: als mensen maar niet denken dat ik zélf denk dat ik goed ben. Het is dan verleidelijk om voor de zekerheid maar extra vals of raar te zingen, maar zodra je dat doet, ben je dus toch alweer te veel bezig met wat anderen van je vinden. En karaoke was nu juist een permanente oefening in lak hebben. Vandaar dat karaoke en alcohol zo vaak hand in hand gaan. Al benadrukt vooral Peter Barker dat nuchter karaoke zingen minstens zoveel verlossing kan brengen.

De wetenschapper Kevin Brown, die voor zijn onderzoek twee jaar lang wel drie keer per week optrad in die ene bar in Denver, had daar ook persoonlijk iets aan: ‘Ik ben zelfverzekerder geworden en gelukkiger. Ik begrijp beter wie ik ben’, schrijft hij.

En hij heeft ook een advies. Voor als het weer mag tenminste, als straks het vaccinatieprogramma wat verder is gevorderd: ‘Beschouw je jezelf als muurbloem, vind je het moeilijk om vrienden te maken, ga naar een karaokebar en stel jezelf voor aan de aardige mensen daar.’ Voor je het weet, heb je volgens Brown dan ‘een plek waar iedereen je naam kent’.

Instapnummers

Nooit karaoke gezongen en je weet niet waarmee te beginnen?
Hier een rijtje makkelijke krakers:

Lou Reed - Walk on the Wild Side
Elton John & Kiki Dee - Don’t Go Breaking my Heart
The Pointer Sisters - Fire
The Clash - Should I Stay or Should I Go?
Grace Jones - Slave to the Rhythm
George Michael - Faith
Iggy Pop - Candy
TLC - No Scrubs
Amy Winehouse - Rehab
Lady Gaga - Bad Romance
Lizzo - Good as hell
Harry Styles - Watermelon Sugar

Volg ons