FOTOSERIE CUBAANSE PROTESTEN

Cubanen zijn het zat
om honger te hebben

Nog nooit eerder demonstreerden zoveel Cubanen openlijk tegen het bewind van president Miguel Díaz-Carnel. Met gebalde vuisten gaan ze de straat op, luidkeels roepend om vrijheid.

Het is in Cuba zelden stil op straat, maar het gebeurt nooit dat mensen met gebalde vuist rondlopen en heel hard ‘vrijheid’ roepen. Toch is dat woord nu al een paar dagen te horen op heel het eiland: in de hoofdstad Havana, maar ook in steden in het oosten, zuiden en westen van het land gaan mensen naar buiten om iets te doen wat ze nooit eerder hebben gedaan. Demonstreren.

De protesten zijn het gevolg van een zware economische crisis: door de coronapandemie komen er geen toeristendollars meer binnen en staan Cubanen uren in de rij voor winkels, waar de planken steeds leger raken, en de prijzen steeds hoger worden. Veel mensen zijn hun werk kwijtgeraakt. De elektriciteit valt steeds vaker uit. De benzine raakt op.

En dus staan mooie jonge vrouwen met een peuter op de heup, naast opgeschoten tieners en oude kromme mannen om een beter leven te eisen. ‘Ik ben het zat om honger te hebben’, zegt een vrouw met een stokoud gezicht in een video die op Twitter is geplaatst. ‘Ik heb geen water. Ik heb niets.’

Zo verrassend als de protesten zijn, zo voorspelbaar is de reactie van de regering: de Verenigde Staten zijn volgens haar schuldig aan de crisis, ‘revolutionaire burgers’ worden opgeroepen om de confrontatie te zoeken met demonstranten (wat tot knokpartijen heeft geleid) en maandag werden er mensen door veiligheidstroepen in elkaar geslagen en gearresteerd.

Het is afwachten of mensen daardoor weer afdruipen naar hun huizen. Vooralsnog galmt er een vraag door de straat, gezongen door velen. ‘Hasta cuando?’ Hoelang nog?

Volg ons