Zomerserie Coronaplus Aflevering 6 Kenia

Coronacrisis geeft Kenianen
toegang tot eigen wildernis

In een korte serie beeldverhalen onderzoeken de fotografen van de Volkskrant hoe de wereld veranderde na corona. Sven Torfinn zag in Afrika dat de Keniaanse middenklasse door de coronacrisis de kans kreeg om het eigen land te ontdekken.

Anderhalf miljoen gnoes zorgen rond deze tijd van het jaar weer voor het grootste natuurspektakel van Afrika, ze trekken in kilometerslange kuddes vanuit Tanzania naar de grazige savannes in Kenia, onderweg op de hielen gezeten door bijtgrage leeuwen, luipaarden en krokodillen. De seizoensmigratie is zó spectaculair, dat safari-liefhebbers spreken van het achtste wereldwonder. Oplettende gnoes zullen dit jaar echter iets ongewoons zien: in de terreinwagens van Keniaanse tourbedrijven zitten amper Westerlingen, en des te meer Kenianen.

Deze verandering heeft alles te maken met de coronapandemie. De diepe terugval van het internationale reiswezen biedt de Keniaanse middenklasse de kans om het eigen land te gaan ontdekken, zo zag fotograaf Sven Torfinn toen hij in augustus met een groepje binnenlandse toeristen meeging naar het beroemde wildpark Maasai Mara.

De Keniaanse vakantiegangers profiteren van de gedwongen afwezigheid van rijke Amerikanen, Europeanen en Chinezen. In een poging om de gehavende toerismebranche in leven te houden, lopen tourbedrijven, hotels en de Keniaanse regering met stuntaanbiedingen te koop, en daardoor mogen Kenianen nu voor de helft van de normale prijs wildparken in en kunnen ze tegen bodemtarieven in vijfsterrenlodges terecht. Twee overnachtingen in Maasai Mara, inclusief eten, plus safari-ritten en vervoer van en naar Nairobi, voor omgerekend 220 euro: dat is een koopje.

Zulke buitenkansjes worden met beide handen aangegrepen door de nieuwe generatie van young professionals uit Nairobi, de hectische - en trendgevoelige - hoofdstad, waar de zoektocht naar een mooi leven al heeft geleid tot het ontstaan van allerhande biologische winkeltjes, leesclubs en sportverenigingen voor en door middenklassers. ‘Leef bewust’ en ‘creëer een gezonde geest in een gezond lichaam’: dat zijn sentimenten die de reeds twintig jaar in Nairobi woonachtige Sven Torfinn steeds vaker bespeurt onder zijn moderne stadsgenoten. En bij een bewuste levensstijl past volgens menigeen ook een bezoek aan de wilde natuur, zoals duidelijk blijkt uit het uitstapje waarbij de fotograaf aansloot: hij was in Maasai Mara deelgenoot van een ‘vegan yoga safari’.

Zijn reisgenoten - veelal hoogopgeleide, vrouwelijke dertigers - werken in het normale leven voor bedrijven als L’Oréal of internationale organisaties als de VN. In Maasai Mara proberen deze marketingmanagers, woordvoerders en fondsenwervers te ontsnappen aan hun drukke bestaan, ze zoeken innerlijke rust door tussen de giraffes ademhalingstrainingen en balanceeroefeningen te doen. De migratie van de gnoes volgen ze op gepaste afstand, vanuit hun terreinwagens. De urenlange rondritten en de vele nieuwe indrukken maken een mens dorstig en gaan - vooruit dan maar - gepaard met een gin-tonic of een biertje.

Dat Lydia, Brenda, Yriimo en de negen andere reisgenoten in menig opzicht hun tijd vooruit zijn, blijkt ook uit de reactie die zij krijgen als ze in hun lodge vragen om een veganistische maaltijd. Met dat verzoek weet de keuken zich geen raad, het beste wat de koks kunnen voorschotelen, is vegetarisch eten - een Indiase curry, om precies te zijn. Hoe is het mogelijk dat een lodge die normaal gesproken buitenlanders bedient geen veganistisch voedsel verzorgt, luidt een vraag die nog even wordt opgeworpen. Maar de kleine tegenvaller mag de pret van de vakantie in eigen land niet drukken.

Volg ons