Reportage Brazilië

Zingen in gezelschap is nu levensgevaarlijk, en dus is de samba verstomd in Rio de Janeiro

Kan het Braziliaanser? Met bezwete lijven dicht op elkaar, zingen rond een groep sambamuzikanten. Maar de rodas de samba zijn verdwenen uit de straten van Rio de Janeiro. Samen zingen is gevaarlijk. ‘We komen pas weer terug als er een vaccin is.’

‘Ik weet niet hoe ik de hand van een bedelaar moet weigeren/ Ik voel altijd mee met mensen in nood.’

De warme stem van Gabriel da Muda, zanger Gabriel Cavalcante (34) uit de buurt Muda in Rio de Janeiro, vult de lege straat in het oude centrum van de stad. Luifels zijn ingeklapt, onder sierlijke bogen zijn rolluiken neergelaten voor ramen en deuren. Bladderende verf laat grijze gaten vallen in pastelkleurige gevels.

Hier in de steeg Rua do Ouvidor begon dertien jaar geleden een roda de samba, een samba-kring. Dit ritueel staat ver af van schuddende heupen in glitterpakken en oorverdovende carnavalsparades. De roda is een viering van de Braziliaanse volksmuziek in haar puurste vorm: een kring van muzikanten in een zee van toeschouwers. Wie ook maar een paar woorden kent, zingt mee.

Het gezelschap van Cavalcante streek neer op de stoep voor de kleine boekhandel Folha Seca die zich (amper) staande hield in de concurrentie met de grote ketens. Samba da Ouvidor bracht muziek en leven terug naar het historische centrum waar de koloniale architectuur en de kleine ondernemers verpieterden. In de weekeinden waren de straatjes uitgestorven, totdat de roda op zaterdagen muziek kwam maken.

Levensgevaarlijk

Al snel moesten de muzikanten uitwijken naar het plein aan het begin van de steeg. Daar was meer ruimte voor de honderden, soms duizenden toeschouwers. Of beter gezegd: participanten die meewiegden en meezongen op de tweekwartsmaat. Nu is de Rua do Ouvidor weer zo verlaten als voor de komst van de negenkoppige band. Zingen in gezelschap is verworden tot een levensgevaarlijke activiteit waar geen sambazanger in Rio de Janeiro zich meer aan waagt.

Koren en kerkdiensten bleken dit voorjaar overal ter wereld zeer goed bezocht door het coronavirus. Zingend uit volle borst draagt de stem het verst, maar dat geldt ook voor het speeksel en de aerosolen gevuld met sars-cov-2. Het virus had aanvankelijk vrij spel in gezelschappen in de VS, Zuid-Korea en Europa.

Ook Nederlandse koren werden geraakt. Koorzingen is inmiddels weer toegestaan, maar enkel onder strikte voorwaarden. Het RIVM hanteert vijf ‘extra aandachtspunten’ voor zangensembles. Wie het aandurft om te zingen, wordt onder andere aangeraden om ‘minimaal anderhalve meter afstand te houden tussen elk koorlid, bij voorkeur niet achter elkaar, maar in een zigzag-formatie’.

Zanger Cavalcante schudt zijn hoofd. Onder zijn arm rust zijn kleine instrument, de cavaquinho, tegen zijn grote lichaam. ‘We spelen op straat, daar kun je het publiek niet op afstand houden.’ En zeker niet Brazilianen, die zich op anderhalve centimeter, met bezwete armen om elkaars schouders, op hun best voelen. Er zit niets anders op: ‘Brazilië is Brazilië. De rodas keren pas weer terug als er een vaccin is.’

Voor het eerst in achttien jaar kan de samba daardoor niet voor hem zorgen. ‘Samba kwam tot me toen ik twaalf, dertien jaar oud was. Ik verdiende er mijn eerste geld mee toen ik zestien was. De muziek opende voor mij deuren naar een nieuwe wereld.’ De jongen uit het middenklassegezin uit Tijuca trad toe tot een gemeenschap van de lagere klassen, ‘van mensen die weinig kansen hebben in dit land’.

Links verzet

Samba is meer dan muziek, zegt hij, het is protest, ‘een schreeuw van verzet’. Samba werd geboren in de zwarte gemeenschap in de noordoostelijke deelstaat Bahia, maar werd gevormd in de straten van Rio de Janeiro. Met een tweede gezelschap, het populaire Samba do Trabalhador, trad Cavalcante ook wekelijks op in Renascença Clube, een uitgaansgelegenheid opgericht in de jaren vijftig door zwarte Brazilianen die elders in de stad niet welkom waren.

In het huidige Brazilië van de rechtse populist Bolsonaro blijft de sambagemeenschap een baken van links verzet. ‘Als je niet links bent, ben je niet samba. Als je niet tegen Bolsonaro bent, ben je niet samba.’ De afkeer is wederzijds. De president heeft cultuur en artiesten gecriminaliseerd, stelt de zanger. Bolsonaro liet zijn weerzin tegen de culturele elite blijken door het ministerie van Cultuur op te heffen en rigoureus te snijden in tal van kunstsubsidies.

In Rua do Ouvidor eten zwerfkatten brokjes uit een bakje dat iemand daar voor hen heeft achtergelaten. De wind speelt met vuilnis. Bijna vijf maanden geleden was Gabriel da Muda Cavalcante hier voor het laatst, omringd door honderden vrienden en vreemden. Nu speelt hij in zijn eentje in een lege straat een lied dat hem deze maanden extra raakt.

‘Ik zal altijd geven als iemand vraagt om brood/ Ik kan niet anders dan het goede doen/ Want op een dag kan ook ik hulp gebruiken.’

De woorden van de oude meester Nelson Cavaquinho gaan in coronatijd meer dan ooit op voor de sambagemeenschap van Rio de Janeiro. Duizenden zangers en muzikanten zitten werkeloos binnen terwijl het virus rondwaart en dagelijks vijftigduizend nieuwe Brazilianen tegenkomt. Ondanks een groeiende epidemie keert het leven terug in de straten van Rio. Zoals in vrijwel alle landen wint in Brazilië de wil om naar buiten te gaan het inmiddels van de angst voor corona.

Ontwaakte stad

Rio de Janeiro was in april en mei goeddeels dicht, maar sinds juni is de stad stapsgewijs weer ontwaakt. De coronacurve van de gelijknamige deelstaat kroop sindsdien gestaag omhoog naar inmiddels bijna 160 duizend besmettingen, Rio telt ruim achtduizend doden. De 6 miljoen levende cariocas laten dat leven alleen nog beperken door een mondkapje. Bier vloeit weer in de kroegen, restaurants zijn grotendeels gevuld, families, vrienden en joggers bevolken de stranden van Copacabana en Ipanema.

Op zaterdagavond pakt een jongen op het strand van Urca zijn gitaar erbij en speelt popliedjes voor zijn vrienden. Mondkapjes gaan af, er wordt gezongen. De stad is nog van hen, toeristen zijn er niet.

De sambamuzikanten behoren tot de laatsten die binnen blijven. De gemeenschap verzet zich tegen de herhaalde oproepen van Bolsonaro om de economie weer op te starten. Ook nu de deelstaatgouverneur de maatregelen heeft versoepeld, keren ze nog niet terug. ‘Er is op dit moment niet één roda op straat’, zegt Cavalcante. De zelfopgelegde quarantaine had succes, het virus heeft zich niet verspreid onder de rodas. Enkele van zijn vrienden raakten besmet, maar zijn inmiddels hersteld. Hij kent geen enkele muzikant die stierf aan corona.

De zanger redt zich door de crisis dankzij een tweede baan. Als maaltijdrecensent voor bezorgapps kan hij iets van zijn samba-inkomsten compenseren. Deels leunt hij daarnaast op zijn vriendin Marcela Nogueira (31), die als chemisch ingenieur haar werk behield. Met bevriende restauranteigenaren zamelt hij geld in voor muzikanten die alles kwijt zijn. ‘Ik heb vrienden die niet te eten hebben, die soms geen plek hebben om te slapen. Binnen de gemeenschap behoor ik tot de bevoorrechten.’

Samba speelt hij alleen nog op maandagavonden, een half uurtje in zijn eentje, live op Instagram vanuit zijn woonkamer. En op dit moment, nu hij weer even terug is in de straat waar hij al dertien jaar muziek maakte. De roda is warmte en verbondenheid, vertelt hij. In de kring van de samba proost de een met zijn allergoedkoopste cachaça tegen het duurste glas wijn van de ander. En iedereen zingt mee.

‘Het grootste goed in mijn leven/ Is mijn hart, vriend van de gekwelden/ Met die houding verlies ik niets/ Want wie weet wat er morgen van mij zal worden.’

Volg ons