Zelf maken:
het knuffelkussen
van Bas Kosters

Dankzij de quarantaine heeft het hele land weer last van knutseldrift. In deze serie vertellen Nederlandse topontwerpers over hun liefde voor stoffen en steken en delen ze een doehetzelfpatroon dat niet kan mislukken. Bas Kosters trapt af met een patroon voor een vrolijk knuffelkussen.

Zelf maken:
het knuffelkussen
van Bas Kosters

Dankzij de quarantaine heeft het hele land weer last van knutseldrift. In deze serie vertellen Nederlandse topontwerpers over hun liefde voor stoffen en steken en delen ze een doehetzelfpatroon dat niet kan mislukken. Bas Kosters trapt af met een patroon voor een vrolijk knuffelkussen.

Waar komt je liefde voor dingen maken vandaan?

‘Mijn moeder was een echte knutselaar, een vrouw met vele talenten. Ze maakte de mooiste traktaties, uitnodigingen voor feestjes, poppenhuizen en quilts. Ze heeft zelfs een heel poppenwinkeltje voor me gemaakt, compleet met zelfgekleide preien, paprika’s en gelakte meubeltjes. Elk jaar keek ze reikhalzend uit naar de Sinterklaasbijlagen van Libelle en Margriet met ideeën voor zelfmaakcadeaus. Een van haar liefste hobby’s was poppen maken. Ik herinner me dat ik er ook eentje heb gemaakt: een vrij lelijke, elfachtige pop met een hoofd van klei en haar van vlas, in een witkatoenen jurkje met roze lintjes eraan. Achteraf bezien is wat ik maak extreem gevormd door mijn moeders hobby’s. Ik doe eigenlijk nog steeds wat ik als kind deed.’

Wie waren je andere creatieve voorbeelden en idolen?

‘Ik zat op de mavo en kwam door mijn familie en door school niet echt in aanraking met kunstenaars, en ook op het mbo mode en kleding was dat niet het geval. Mijn inspiratie haalde ik uit popmuziek. Ik was idolaat van Deee-Lite en Army of Lovers. Die zagen er fantastisch uit. Hun hele performance draaide om imago en identiteit. Als je kijkt naar de cd’s, de outfits en de clips van Army of Lovers: alles klopte, het was absoluut een totaalbeleving.’

Bas Kosters in zijn studio.

Wat is je favoriete materiaal?

‘Ik hou vooral van stof; een eigenaardige en diepe liefde die mijn wens om ontwerper te zijn vele malen voorbijstreeft in intensiteit. Ik werk ook met papier, verf, glas en plastic, maar mijn connectie met stoffen is heel persoonlijk, intuïtief en emotioneel. Een soort oer. Het sterkst heb ik dat met katoen. Ik herinner me dat ik toen ik klein was een veelkleurig katoenen lakentje had, waar dorpjes, wolkjes, bergjes en boompjes op stonden. Ik denk dat ik dat nog steeds de allermooiste print ooit vind. Het lakentje zelf heb ik niet meer, maar wel een foto waar het op staat.’

Waar haal je je materialen vandaan? 

‘Ik heb nog steeds een enorm zwak voor stoffen met retroprints. En voor alles wat verkleurd, verschoten, gevlekt is. Ik ben een struiner en een sjacheraar, altijd op zoek naar nieuwe impulsen. Ik sla mijn slag op vlooienmarkten, in dumpzaken en kringloopwinkels. Mijn favoriete adres is het filiaal van restpartijen- en inboedelopkoper Gideon Italiaander in de Havenstraat in Amsterdam. Je komt er de mooiste dingen tegen. Katoensatijn bijvoorbeeld, dat wordt nu amper nog gemaakt. Veel mensen realiseren zich niet dat fluweel en satijn, die nu van polyester gemaakt zijn, vroeger van katoen werden gemaakt. Ik hou van stoffen waar leven in zit. Oude vlaggen bijvoorbeeld. Ik heb ooit een partij afgedankte theaterkostuums gekocht op het Waterlooplein, zo magisch. Stel je voor: een verschoten jurk van lila zijde met roestvlekjes van de knopen. In Tokio heb ik vintage kinderkamergordijnstoffen gevonden met prints van Hanna-Barbera. Soms durf ik van zulke rollen stof niks te maken omdat de print zo mooi is. Mijn stoffenkast is een schatkamer.’

Wat kun je minder goed zelf?

‘Ik kan dankzij mijn mbo mode en kleding eigenlijk alles zelf, maar precisienaaien is niet mijn sterkste punt. Als ik het zelf doe ziet het er al snel rauw uit, de daadkracht en energie spatten ervan af – dat is wel weer leuk op een wandkleed, bijvoorbeeld. De naaimachine kun je ook als een soort pen gebruiken om ermee te schrijven, maar ik vind met de hand naaien toch het leukst, daarmee kun je je handschrift nog beter overbrengen. Als je echt lekker wil stikken heb je stevige garens en dikke naalden nodig. Lange, grote, scherpe naalden waar je goed mee kunt manoeuvreren, een paar steken tegelijk mee kunt maken en dan lekker lang doortrekken.’

Welke technieken zou je nog (beter) willen leren beheersen?

‘Ik maak al een poosje piemelfiguren van glas, dat zou ik nog willen uitbreiden. Keramiek wil ik ook gaan maken, en beelden. Ik heb al de nodige soft sculptures van stof gemaakt, maar misschien zijn ze ook leuk in brons.’

Waarom heb je gekozen voor een zelfmaakpatroon van een knuffelkussen?

‘Deze kussenknuffel lijkt een beetje op het berenkussen dat vroeger in mijn wieg lag – door mijn moeder gemaakt, uiteraard. De stof van mijn lievelingslakentje van toen heb ik helaas nooit meer gevonden, maar ik ontdekte een paar jaar geleden een zelfmaakpakket voor precies zo’n berenkussen bij een kringloopwinkel in Enkhuizen, een geweldige vondst! Dit knuffelkussen is een vriend die in een leuke flow zit en vrolijk zwaait. Het grappige is dat de vorm een beetje lijkt op het silhouet van Nederland – hij is dus een makker voor het hele land. De eerste heb ik uitgevoerd in een retro-kinderkatoen, typisch Bas Kosters. Ik was benieuwd of hij nog herkenbaar blijft als-ie in andere stoffen werd uitgevoerd. Vandaar dat ik ook exemplaren gemaakt heb van een oud overhemd en een tafellaken. En volgens mij blijft-ie dan wel overeind, zelfs als je varieert met de kleur en de vorm van de ogen. Je kunt hem ook vasthouden en dragen als een tas, of aan een stoel hangen en hem als ruggesteuntje gebruiken, heel praktisch.’

Hoe gaan we hem noemen?

‘Nami, Japans voor golf.’

Een werkbeschrijving om Nami zelf in elkaar te knutselen

Zoek een stuk stof uit dat je leuk vindt, bijzonder, of mooi, liefst een beetje stevig. Je kunt ook een kledingstuk recyclen, als je de verschillende stukken aan elkaar stikt tot je een plat vlak hebt. Als je het figuur maakt op de door Bas gekozen grootte, dan heb je een stuk nodig van ongeveer 50 cm hoog en 70 cm breed.

Het bestand met het patroon kun je hieronder op ware grootte laten printen op een A2-vel bij de copyshop, of je kunt het thuis in vier delen printen en zelf aan elkaar plakken, je kunt dan het kruis op het ontwerp als uitgangspunt gebruiken.

Download patroon

  • Stap 1

    Het patroon heeft twee lijnen, de binnenste lijn geeft aan waar je moet stikken, de buitenste lijn is de naadtoeslag van 1 cm. Knip de rest van het papier buiten de buitenste lijn weg.

  • Stap 2

    Strijk de stof en vouw de lap dubbel met de ‘goede’ kant naar binnen en speld het patroon op de stof. Gebruik liever te veel spelden dan te weinig. Knip vervolgens de vorm uit de stof, en haal het patroon eraf.

  • Stap 3

    Speld de stofdelen op elkaar met de goede kanten op elkaar. Als je de spelden haaks op de rand zet kun je er voorzichtig overheen stikken. Stik rondom op 1 cm, maar laat aan de zijkant een stuk van ongeveer 12 cm open, om het figuur straks binnenstebuiten te kunnen keren. Hecht aan het begin en einde goed af door een paar steken heen en weer te gaan.

  • Stap 4

    Verwijder de spelden en knip met een scherp schaartje in de hollingen kleine knipjes en in de rondingen kleine driehoekjes weg, tot maximaal 2 mm van het stiksel, dit zorgt ervoor dat de bochten bij het omdraaien mooi uitkomen. Draai het figuur om en rol de naden goed uit tussen je vingers.

  • Stap 5

    Vul het figuur op met vulmateriaal (fiberfill of wattine) te verkrijgen bij hobbywinkel, Hema of online. Kies zelf wat goed voelt, als de figuur stijf is opgevuld kan hij aan zijn zwaaiende arm gehangen worden. De opening in de zijnaad speld en naai je daarna met de hand dicht. Een dubbele draad geeft wat meer houvast.

  • Stap 6

    Op het patroon staan twee verschillende gezichten, deze kun je zonder naad uit stof knippen en op het gezicht naaien met kleine steken. Je kunt natuurlijk ook zelf een gezichtje ontwerpen.