Eilandeten aflevering 5

Plezierig hierig op Vuurtoreneiland

Midden in het IJmeer ligt een restaurant, op Vuurtoreneiland. Een plek om goed te gaan eten. Maar vooral ook, zoals dat mooi heet, om even helemaal wég te zijn.

Wat Vuurtoreneiland

Waar In het Markermeer voor Durgerdam, aan de einder Amsterdam en Almere.

Hoe Met een oud IJveer vanaf het Lloydhotel in Amsterdam, alleen restaurantgasten mogen mee.

Sfeer Avontuurlijk en ruig, maar ook luxe – een privé-eiland!

Eten Een wisselend vijfgangenmenu, zowel voor lunch als diner, gekookt op houtvuur, met veel seizoensgroenten; € 85 inclusief aperitief met hapjes op de bootreis heen en koffie met boterkoek op de bootreis terug. Exclusief dranken, vega ook mogelijk.

vuurtoreneiland.nl

Mensen worden kalm van de meest uiteenlopende dingen. Fluistervideo’s, Vlaamse chef-koks, deathmetal, liggen op een spijkerbed of in een afgesloten zoutwatertank, (lach)meditatie, zelfmedicatie, kleurplaten, klankschaalmassages en dat alles ook weer in onwaarschijnlijke samenstellingen en subcategorieën. Maar er zijn twee activiteiten die zowat ieder mens onmiddellijk vervullen met een weldadige innerlijke rust: staren in een vuur, en staren over het water.

Dat heeft, zo filosofeerde ik terwijl ik onlangs op Vuurtoreneiland bij een vuur over het water staarde, te maken met een behoefte aan duidelijkheid over onze invloedssfeer en verantwoordelijkheid. Waar eindig ik, en begint de rest van de wereld? Waar eindigt hier, en begint dáár? Een vuur geeft, mits onder controle, een overzichtelijke hierigheid: een eiland van licht en warmte voor ons en de onzen, en een duidelijke taakstelling voor het in stand houden ervan: porren, blazen, blokje erbij. De einder zorgt op zijn beurt – zéker op een eiland waar-ie aan alle kanten te vinden is – voor een al even glasheldere darigheid. Dáár, duidelijk door water afgesloten, is de rest van de wereld, ons normale leven. Dat hebben we achter ons gelaten, want híér zijn we even rigoureus elders.

Op het Vuurtoreneiland werd in de 18de eeuw een lichtbaken gebouwd, later werd het, in het kader van de Stelling van Amsterdam, omgebouwd tot forteiland. De om de stad gebouwde, permanente verdedigingslinie van 135 kilometer bleek al tijdens de Eerste Wereldoorlog achterhaald en werd uiteindelijk nooit militair ingezet. Tegenwoordig huizen in de forten trouwlocaties, sauna’s en musea. Horecamannen Brian Boswijk en Sander Overeinder wonnen in 2013 de prijsvraag die Staatsbosbeheer uitschreef voor de exploitatie van het eiland. Sindsdien is het een van de bijzonderste restaurants van Amsterdam – gasten worden opgehaald en teruggebracht, in de zomer eten ze in de glazen kas bovenop, in de winter warm weggestopt in de bunkers binnen in het eiland. Er komt verder niemand, afgezien van een kudde schapen en restauranteigenaar Boswijk die met zijn gezin het lichtwachtershuisje bewoont. Zijn vier kinderen gaan elke dag op een bootje naar school.

Het oude IJveer vertrekt vanuit Amsterdam-Oost, en doet drie kwartier over de tocht. We krijgen aan boord al iets lekkers te eten en te drinken, en laten dan de stad achter ons – door de Oranjesluizen het Markermeer op. Op het eiland wacht het keukenteam op de steiger om ons te begroeten, een korte wandeling voert naar het restaurant. Alles wordt bereid op houtvuur, in de reusachtige oven – grijs en massief als de grot van een slechterik in een oude Bondfilm – en op andere grills en barbecues waarboven en waarin oesterzwammen geroosterd, koolrabi gepoft, doperwten gebarbecued en harder gerookt wordt. Het menu bestaat uit goedbereide groenten met hier en daar als smaakmaker een drupje ganzenjus, een plakje vis of een lik (geiten)zuivel. De rook is in sommige gerechten wat penetrant, maar we genieten van de geblakerde prei met knoflookkruim, broodmiso, lavasolie en kruisbessen, en de kebab van uiterst vlezige, knapperige oesterzwammen met gepofte pseudogranen en koriander. In de bediening staan leuke jongens die uitstekende wijnen schenken.

Al vanaf aankomst is duidelijk dat de energie naar buiten is gericht: de mensen kunnen, uitgelaten als kinderen, haast niet in hun stoel blijven zitten. Rondwandelen wordt ook aangemoedigd: op allerlei plekken op het eiland zijn kampvuren aangestoken en zitjes gecreëerd; de ober waarschuwt de tafel naast ons dat ze de zonsondergang, net achter het fort, vooral niet moeten laten schieten. Er zijn wolletjes en dekentjes voor koukleumen.

Zo wordt het diner onderdeel van de omgeving, een uitbundige minivakantie naar een uitzicht waarin alles, ondanks de beperkte omvang, toch steeds verandert. De rook, het licht, de kleur van water en lucht, de wind die aantrekt en weer gaat liggen. Het licht verdwijnt en de vuurtoren gaat aan. Een bataljon brandganzen marcheert voorbij, een scholekster blijft iep-iep-iep rond onze hoofden vliegen. Dáár zijn de lichtjes van Amsterdam, daar is Almere, daar varen de vrachtschepen vol onderdelen en plastic speelgoed en bouwzand en bomen. Daar is de horizon. En hier zitten wij.

Volg ons