Vijf vragen over drillmuziek

1

Waar komt het vandaan?

Drillmuziek ontstaat rond 2010 in de buitenwijken van Chicago. Het is de soundtrack van de straat in dit door bendegeweld geteisterd gebied. Het woord drill slaat op het repeterende geluid dat volautomatische vuurwapens maken tijdens het schieten. Chief Keef is de bekendste drillrapper uit Chicago. In 2012 breekt hij internationaal door met het nummer Love Sosa.

2

Wat zijn de belangrijkste kenmerken?

De beats zijn duister en traag en de teksten zitten vol verwijzingen naar benderuzies en vuurwapen- en messengeweld. In hun groepsnaam vertegenwoordigen drillrappers vaak een wijk of postcodegebied. Ze verdedigen hun buurt op leven en dood tegen hun opps, vijanden uit rivaliserende wijken of postcodegebieden.

Ook belangrijk zijn sociale media. Jonge, beginnende drillartiesten gebruiken platforms als YouTube, Instagram en Snapchat om een fanbase op te bouwen. Maar op de platforms worden ook ruzies met rivalen op de spits gedreven – met soms dodelijke gevolgen in de offline wereld. De drillvetes worden daarbij nog verder opgepookt door jonge fans die in de comments nauwkeurig bijhouden hoeveel ‘punten’– geweldsfeiten – de drillrappers op hun scorebord hebben staan.

3

​​​​​​​Hoe is drillrap in Nederland beland?

Rond 2012 waait drillrap vanuit Chicago over naar Engeland, waar het genre een eigen geluid en uitstraling krijgt. Engelse drillrappers dragen een masker uit het principe ‘no face, no case’: als je gezicht niet herkenbaar is, kun je vrijuit over je criminele activiteiten rappen zonder het wakende oog van justitie te hoeven vrezen. Ook het vertoon van messen in de videoclips is typisch Engels. Omdat in Engeland strenge vuurwapenwetten gelden, lopen de rappers er liever rond met een mes. De afgelopen jaren liep het dodelijke messengeweld in Engeland flink op en werd er nadrukkelijk verwezen naar drillmuziek als grote boosdoener.

In 2018 jaar landt drillmuziek ook in Nederland. Het is vooral de Engelse variant die hier aanslaat. Nederlandse drillrappers nemen het messenvertoon, de straattaal en de strijd om postcodegebieden bijna één op één over van hun Engelse collega’s. De grootste drillrapgroepen vind je in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Maar ook kleinere steden als Almere en Zaandam kennen inmiddels hun eigen drillrapgroepen.

Het is lastig te zeggen hoeveel drillrappers er actief zijn in Nederland. De schattingen lopen uiteen van enkele tientallen tot honderdtallen. Wel duidelijk is dat slechts een handjevol mainstreamsucces heeft weten te bereiken. De meeste drillrappers opereren in de marge en proberen op Instagram en Snapchat een fanschare bij elkaar te sprokkelen.

4

​​​​​​​Waarom wordt er telkens een link gelegd tussen drill en het messengeweld op straat?

In maart van dit jaar kwam de politie met alarmerende cijfers. Het aantal minderjarige verdachten van messengeweld bleek in de afgelopen jaren enorm te zijn toegenomen: van 160 in 2017 naar 380 in 2019. Ook het messenbezit onder jongeren is in die periode gegroeid. In 2017 werden er nog 454 messen in beslag genomen, in 2019 waren dat er 1.286.

Politie, jongerenwerkers maar ook leraren en ouders spreken over een schrikbarende messencultuur die aangejaagd wordt door drillmuziek. Jongeren zouden hierdoor veel makkelijker met een mes de straat opgaan, met alle gevolgen van dien. Het is onmogelijk te zeggen of dit bij alle steekincidenten het geval is; niet van alle incidenten is de precieze achtergrond bekend.

5

Wat wordt er tegen dit messengeweld gedaan?

Eerder kondigden verschillende winkelketens aan dat ze geen messen meer zullen verkopen aan jongeren onder de 16 jaar. En in steden als Zaandam werden boetes ingesteld ter hoogte van 2.500 euro voor het dragen van messen en slagwapens.

De belangrijkste maatregelen komen van het kabinet. Begin november werd een Actieplan Wapens en Jongeren aangekondigd waarmee de komende twee jaar het messenbezit- en gebruik onder jongeren moet worden aangepakt. Gedacht wordt aan een landelijk messenverbod voor jongeren, preventief fouilleren en kluisjescontroles op scholen. Ook geweldsverheerlijking op internet moet worden tegengegaan. Het kabinet kijkt hierbij in het bijzonder naar drillvideoclips die jongeren ‘op een negatieve manier’ zouden beïnvloeden. De politie zou het internet moeten afstruinen op zoek naar videoclips waarin sprake is van ‘haat en opruiing’. Ook moet hostingbedrijven worden gevraagd om beelden van illegaal wapenbezit offline te halen.

Volg ons