RECONSTRUCTIE SURFONGELUK

Vijf surfers kwamen om,
vijf families vertellen
hun verhaal

Voor de kust van Scheveningen kwamen op 11 mei vijf surfers om in het schuim. Voor het eerst vertellen de ouders, broers, zussen, vrienden en partners over wie Sander, Joost, Pim, Max en Mathijs waren. En wat hen naar het water dreef.

De zon scheen uitbundig voor een maandagavond in mei. De golven waren stevig maar goed, de zee was al wat aan het opwarmen. Langs de waterlijn wisten de acht vrienden het zeker: het zou een prachtige avond worden. De ideale gelegenheid om met alleen een wetsuit en een paar flippers te gaan bodysurfen.

De zeven mannen en een vrouw waren op 11 mei 2020 naar de strekdam voor surfschool Jumpteam gekomen, aan de noordkant van het Scheveningse strand. Om ‘buiten te spelen’, zoals ze dat noemden. Sander (38) en Joost (30) waren erbij. Op en top fit, gretig als altijd om het water in te gaan. Pim (24), hun collega-trainer van Gezond aan Zee Outdoor (Gazo), had zijn huisgenoot en beste vriend Joshua meegenomen.

In de groep van twintigers en dertigers tintelde het van opwinding. Corona had hen twee maanden lang praktisch uit elkaar gedreven. De (water)trainingen die Sander, Joost en Pim gaven aan de zwemmers, surfers en triatleten bij Gazo konden alleen nog online doorgaan. Hun werk als surfinstructeurs was voor een groot deel opgedroogd.

Dus toen vrijdag het plan opborrelde om maandag te gaan bodysurfen, vond iedereen dat een geweldig idee. Sander was meteen stoked, opgewonden in surfjargon, appte hij naar de groep. Hij sloot zijn bericht af met een emoji van een ‘shaka’, de vuist met uitgestoken duim en pink waarmee surfers van Hawaï tot Wijk aan Zee elkaar begroeten.

In Delft en in Muiderberg waren Mathijs (23) en Max (22) zich ook al dagen aan het voorbereiden op een duik in zee. Vanwege corona hadden de studenten werktuigbouwkunde zich tevreden moeten stellen met de surffilmpjes die ze elkaar stuurden. Nu er weer buiten mocht worden gesport, konden ze eindelijk het water weer in.

Hun studievrienden liepen nog niet erg warm voor het plan. Iemand moest studeren, een ander vond het te hard waaien en wilde pas dinsdag of woensdag de zee in, maar Mathijs had, zoals zo vaak, zin in avontuur.

In veel opzichten waren ze elkaars evenbeeld. Ze hadden vroeger hetzelfde soort kattekwaad uitgehaald, op de middelbare school gingen ze even gemakkelijk met alle groepjes om. Hun studie liep op zijn eind. Nog even en ze zouden hun studentenhuizen in Delft verlaten.

‘Ongezellige wind. Maar wel golven’, appte Mathijs. Max was ‘hyped voor de storm’, liet hij weten. Maar mocht het echt te hard waaien, dan konden ze ook op het strand hangen ‘en een beetje chillen in het water’. Surfen was voor beiden vooral een hobby, waaraan ze toegaven als het uitkwam en geen andere dingen erdoor in de knel kwamen. Max had niet eens een eigen surfplank.

Eigenlijk wilden Mathijs en hij liever naar Hoek van Holland, maar op de webcam zagen de golven er te ruig uit. Het werd Scheveningen, 20 kilometer noordelijker. Max’ vader woonde er praktisch om de hoek, toch had hij er nog nooit gesurft.

Naast het terras van viszaak Het Haringhuisje stapten ze uit de donkerblauwe Volvo van Max. Mathijs maakte met zijn telefoon een foto waarop Max de cap van zijn geleende zwarte wetsuit over zijn hoofd had getrokken en met twee handen een shaka maakte, en zette hem op Snapchat. Op de achtergrond zwaaiden Nederlandse vlaggen driftig heen en weer. Er stond een flinke noord-noordoostenwind, kracht 7.

Twee deuren verder verzamelden zes van de surfvrienden zich voor de deur van Gazo. Pim en Joshua waren nog onderweg met de fiets. Ze zouden Max en Mathijs passeren, zonder te weten wie deze twee Delftse studenten waren.

‘Vanavond lekker beginnen bij de Noord. Kolkende massa.’ Die ochtend had Ruurd, een andere collega van van Gazo, het enthousiasme in de appgroep van de vrienden aangewakkerd.

‘Hatsa!’, had Sander geantwoord.

Nu was het kwart voor 7. Iedereen had zijn wetsuit aan. De zee was vanavond hun speeltuin.

Niemand die kon weten dat het voor Sander, Joost, Pim, Mathijs en Max de laatste keer zou zijn.

Terug naar maandagmiddag, 12.15 uur. Sander appte een foto van het schuim bij het noordelijke havenhoofd aan de groep. ‘Noord is oké, maar misschien niet in het hoekje. Dat is vooral schuimhappen.’

Sander zat vastgeplakt aan zijn zwarte bureau in zijn huis in het oude dorp van Scheveningen. Hij had weer eens een nieuwe uitdaging gevonden waarin hij helemaal opging. Met een goede vriend wilde hij een apnea-clinic organiseren, daarin leer je onder water zo goed en lang mogelijk je adem in te houden. Tijdens een driedaagse training bij een Hawaiiaanse grotegolfsurfer was Sander zelf moeiteloos voor de test geslaagd, hij klokte 5 minuten en 40 seconden.

In maart was de clinic in het zwembad uitgesteld vanwege corona. Dus veranderden ze de opzet in een onlinetraining. Sander genoot ervan als hij de sensatie van het water op anderen kon overbrengen.

Joost had dat ook. Maandag had hij een van de kinderen met autisme begeleid die hij via de stichting Klimkoord op weg hielp. Tijdens het klimmen, skaten en klussen in de loods waarin hij met zijn beste vriend aan houtbewerking deed, stimuleerde hij ze om zichzelf te zijn en hun zelfvertrouwen te vergroten.

Bij surfschool The Shore hadden ze aanvankelijk getwijfeld wat ze aan moesten met ‘die rooie Brabander’, maar als surfinstructeur overtuigde hij. Joost behaalde zijn diploma’s als strandwacht en coachte zelfs de junioren van het Nederlandse team. Met Sander zette hij het bedrijfje Current Surfcoaching op, dat surfers hielp om hun longboard, de lange surfplank, beter te leren beheersen.

Pim had zijn eerste seizoen als surfinstructeur vorig jaar achter de rug. Bij Gazo zou hij elke maandag trainingen geven aan de surfers, zwemmers en triatleten die waterfit wilden worden. Ook bij The Shore stonden alweer wat surflessen voor hem ingepland.

Hij had hetzelfde verantwoordelijkheidsgevoel als Sander en Joost. Er ging niet vaak iets mis in Scheveningen. Maar, zo wisten de vrienden: hoe goed je haar ook denkt te kennen, de zee kan een beest zijn dat zich niet laat temmen. Elke zomer haalt de reddingsbrigade tientallen zwemmers en surfers uit het water van Hoek van Holland tot Texel.

Joost, Sander en Pim waren erop getraind drenkelingen bij te staan. Ze hadden zelf gesurft onder extreme omstandigheden, toch waren ze nooit echt in de problemen gekomen. Misschien wel doordat ze de risico’s zo nauwkeurig mogelijk in kaart brachten. Op zijn laptop had Sander vaak de sites met informatie over windkracht, stromingen en getijden openstaan. Hij kon zich enorm verheugen op een duik zoals op die maandagavond, maar hij liet niets aan het toeval over.

Flash forward naar 17.56 uur. Sander appte: ‘Misschien moeten we toch wat verder naar het noorden erin. Er staat een noordenwind. Dan hoeven we ook niet onze adem in te houden om door die metershoge schuimlaag naar zee te komen.’

Bijna was de groep zonder Pim het water ingegaan. Hij was vergeten dat hij nog een grote statistiekopdracht voor zijn studie moest inleveren. Klaar was hij die maandag niet, maar hij moest en zou het water even in.

De negende Scheveningse vriend haakte op het laatste moment af. Hij had al gesurft aan de andere kant van het havenhoofd. Omdat het daar minder hard waaide, was het er een stuk drukker geweest dan aan de noordkant.

Sander lag die avond als eerste in zee. Hij pakte een paar golven mee en liet zich zuidwaarts drijven door de stroming. Daar liep hij het strand op, terug naar de strekdam, waar hij aansloot bij de rest van de groep. Sommigen probeerden vol gas tegen de stroming in te zwemmen, anderen lieten zich meevoeren door het water. Het maakte niet uit. De ontspanning, het plezier stond voorop.

Het schuim waarover Sander het had gehad, lag niet alleen meer in de hoek van het havenhoofd en was alleen maar imposanter geworden.

Ook op het strand trok het fenomeen de aandacht. Iedereen hier kende het schuim, je kon er als kind een mooie witte sinterklaasbaard mee maken. Maar zo’n hoge schuimlaag hadden ze nog nooit gezien. Op Facebook werd verbaasd gereageerd op een foto van het schuim, dat over een anderhalve meter hoge prullenbak heen was gekropen.

Het leek uitgesloten dat het zo’n ervaren groep (body)surfers in de problemen zou brengen, maar dat was wel wat er gebeurde, even na zevenen. De vrouw uit de groep dreigde kopje onder te gaan in het schuim en rende het strand op. Met twee anderen sloeg ze om 19.16 uur alarm. De toegesnelde redders op de KNRM-boot waren wel vaker opgeroepen vanwege de melding ‘zwemmer in de problemen’, maar deze keer waren het er wel heel veel tegelijk.

In de groepsapp van de surfvrienden kwam rond 20.30 uur een bericht binnen van iemand die niet mee kon bodysurfen die dag. ‘Ik hoop dat jullie oké zijn’, appte hij. ‘Ik krijg heel veel ongeruste telefoontjes. Laat even wat weten.’

Er ontstond een spontane telefoonboom van surfers en surfvrienden die elkaar vroegen wat er in hemelsnaam aan de hand was voor The Shore. Familieleden die doorkregen dat er iets loos was, probeerden de gedachte weg te duwen dat het om hun zoon of broer kon gaan. Sander, Joost en Pim waren nota bene surfinstructeurs! En als de zee te ruig was, zouden ook Mathijs en Max er vanzelf wel uit zijn gegaan.

Maar de telefoonboom bleef maar groeien. En toen kwam dat ijskoude bericht: redders hadden Joost en Sander uit het water opgepikt en waren al op zee begonnen met reanimeren. Dat was vruchteloos geweest.

De volgende ochtend, nadat de reddingsactie bij daglicht was hervat, zagen hulpdiensten Max en Pim naast het havenhoofd liggen. Het zou ruim drie weken duren voordat ook Mathijs werd gevonden. Twee vrouwelijke surfers troffen hem op 4 juni aan, liggend bij de blokken van het havenhoofd.

Niet eerder kwamen zo veel zwemmers en surfers tegelijk om in Nederland, liet de KNRM al snel weten. Naar de vraag hoe het zo heeft kunnen misgaan op 11 mei, werd meteen onderzoek gedaan door het Openbaar Ministerie en het Koninklijk Nederlands Instituut voor het Onderzoek der Zee (Nioz). Het metershoge zeeschuim ontstond waarschijnlijk door een uitzonderlijke combinatie van een grote hoeveelheid algenresten en een harde wind uit het noord-noordoosten, aldus het Nioz. Het schuim heeft vermoedelijk een verstikkende werking op de vijf surfers gehad.

De families zijn er, ook door de verhalen van de vrienden die het hebben overleefd, van overtuigd dat de vijf mannen zijn overvallen door het noodlot. Een ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’, zoals het OM concludeerde. Daarmee houdt voor de nabestaanden ook de schuldvraag op. ‘Het verdriet is er’, zeggen de zus en broer van Sander, ‘maar op wie zouden we boos moeten zijn?’

Voor de nabestaanden voelen de gebeurtenissen na vier maanden nog altijd vers. Sommigen hebben hun werk of studie voorzichtig weer opgepakt. Een paar zijn bewust de confrontatie met de zee aangegaan door er zelf in te gaan zwemmen. De zus en broer van Sander namen in de week na zijn dood bijvoorbeeld al een duik. Dat was emotioneel, maar ze kijken er met een goed gevoel op terug. ‘Sander zou zelf ook hebben gewild dat we weer het water in gingen.’

Sommige van hun surfvrienden proberen zich te troosten met de gedachte dat Sander, Joost, Pim, Mathijs en Max zijn gestorven op een plek die hen dierbaar was, waar ze zo vaak hadden kunnen ontsnappen aan de sores en hectiek van het dagelijks leven, in de eindeloze speeltuin die nooit verveelde.

Ook bij surfschool The Shore, waar Sander, Joost en Pim vaak kwamen, was de klap groot. In een hoekje hangen nu hun foto’s waarop ze met speels gemak de golven lijken te bedwingen. Ernaast is een schilderij te zien van vijf vissen die met een eindeloze zwemtocht bezig zijn; een vis is in Scheveningen het symbool voor iemand die omkomt op zee.

Op 3 september namen families en vrienden in de regen afscheid tijdens een ceremonie in het water. Tijdens deze paddle-out, een bekend ritueel uit het surfen, vormden ze drie cirkels. Sommige familieleden kozen ervoor aan de kant te blijven. Anderen voeren mee op een reddingsboot, samen met de reddingswerkers die 11 mei in actie waren gekomen. Op de achtergrond keken de vijf witte vissen toe die ter nagedachtenis op het noordelijke havenhoofd waren gespoten.

Sander Dikken (38)

De zee had zo hard aan Sander Dikken getrokken dat hij in 2011 naar Scheveningen was verhuisd. Al vroeg werd de band met het water gesmeed. Hij heeft talent, klonk het langs de kant toen zijn vader, zelf een verdienstelijk zeiler, hem voor het eerst in een optimistje zette. De oudste van de drie kinderen uit Dronten bleek ook een verdienstelijk vlinderslagzwemmer.

Als surfer was Sander juist een laatbloeier. Maar toen hij eenmaal de smaak te pakken had, was hij niet meer uit het water weg te slaan. Geduldig lag hij dan op die ene geweldige golf te wachten, dertig meter verder dan de rest. Anderen mochten tevreden zijn met vijf middelmatige golven, hij wilde alleen de beste.

Hyperfocussen, hij kon het als geen ander. Waar anderen in slaap zouden zijn gevallen, keek hij tot diep in de nacht urenlange YouTube-handleidingen voor zijn werk. Als verandermanager verdiende hij goed in de corporatehoek, maar dikke pakken of snelle auto’s waren niet aan hem besteed. Hij pleitte juist voor ‘ontspullen’. Zingeving telde voor hem ook op zijn werk. Managers met grote, boude plannen vroeg hij op de man af: en wat leert het personeel hiervan?

‘Hij zocht de balans’, zegt zijn zus. Drie maanden snoeihard werken en daarna surfen en tijd maken voor zijn familie, dat was zijn plan. Financieel kwam het uit, had hij berekend. Binnenkort zou hij met een andere zzp’er zijn intrek nemen in een kantoor met uitzicht op zee, zodat ze in de pauze even snel een goede golf konden meepakken.

Sander omarmde zijn vrijheid. Sinds de geboorte van zijn twee nichtjes verheugde hij zich er al op om ze zo snel mogelijk op de neus van zijn longboard te zetten. Buitenspelen, hij was er op zijn 38ste nog steeds heel goed in. ‘Bij niemand was de voorpret voor een uurtje surfen zo groot als bij Sander’, zeggen zijn vrienden.

Joost Bakker (30)

Joost Bakker wist hoe stoked je kon worden van een dikke golf onder je surfplank. Al op de middelbare school in Bergen op Zoom had hij bepaald waar zijn toekomst lag: naar Den Haag wilde hij, zo dicht mogelijk bij de zee. De studie, International Business and Management, zocht hij er later pas bij.

Sporadisch liet hij zich nog inhuren voor een surflesje bij The Shore. Hij had zijn focus verlegd naar het begeleiden van kinderen met onder meer autisme. Hij liet ze kennismaken met de zee die voor hem zo vertrouwd voelde, maar tegelijk zo groot en mysterieus kon overkomen. Voor zulke lessen was hij geknipt, met zijn brede lach en engelengeduld.

Dat het surfen zijn leven grotendeels zou bepalen, was al vroeg duidelijk geworden op de wateren van het Zeeuwse Domburg. Zijn eerste meters op een golf maakte hij in het spoor van zijn oudere broer en diens vrienden. Als de jongste en kleinste moest hij knokken voor zijn plek. Uiteindelijk werd hij de fitste surfer van allemaal.

Bij zijn vrienden stond Joost bekend als ‘iemand die altijd in was voor alles’. Een vrijbuiter die lachend de trossen losgooide en wel zou zien waar het schip strandde. Ooit miste hij met een vriend de bus naar een surfvakantie in Moliets, omdat hij zeker wist dat die de volgende dag pas vertrok. De 5.600 kilometer tussen de Noordkaap en Gibraltar legde hij – voor het goede doel – af op een tweedehands Giant Traveller van 150 euro. Banden plakken deed hij met een glimlach.

‘In het nu zijn’, zoals hij het noemde, daarin blonk hij uit. Joost was al op vakantie als hij met zijn opgeknapte Volkswagenbus vol surfplanken Den Haag uitreed. Ver vooruitkijken of grote doelen stellen was niet echt iets voor hem. Als iemand hem voorhield dat hij met zijn gymnasiumachtergrond zo veel andere dingen kon doen, lachte Joost. Hij zocht zijn weg nog. Dikke kans dat die zou eindigen op een plek waar hij kon surfen en nog meer kinderen kon begeleiden.

Mathijs van Dulst (23)

Deze zomer zou Mathijs van Dulst zijn bachelor werktuigbouwkunde aan de TU Delft afronden. Met zijn projectgroep werkte hij aan een testopstelling voor diepzeemijnbouw op de bodem van de Middellandse Zee.

Een master, ook aan de TU Delft, zou de volgende stap zijn. Maar dan wel vanuit Rotterdam, waar hij met drie vrienden al bij een huis was gaan kijken. Iets meer rust, na jaren in een studentenhuis met vijftien anderen. ‘Laat je het me weten als je iets van de makelaar hoort?’, had Mathijs zijn vader geappt. Dat was maandagochtend, 11 mei.

Mathijs zag surfen als een hobby, net als hockeyen, skimboarden in de branding en snowboarden. Aan een half plan had hij genoeg om het in zijn enthousiasme helemaal te omarmen. Hij trainde dit jaar voor de Ringvaart Regatta: een 100 kilometer lange roeimarathon voor teams.

Die ging niet door vanwege corona, waarna hij zich richtte op de marathon van Rotterdam. Met een oude racefiets hield hij zijn conditie op peil. ‘Je buikvetjes zijn verdwenen’, constateerden zijn zussen toen Mathijs thuis in Capelle aan den IJssel was geweest voor Moederdag. Hij zag er scherper uit dan ooit.

Zijn jongere zussen en broer keken met bewondering naar hem. Ze vonden Mathijs innemend en stoer, vriendelijk, lief en zorgzaam tegelijk. Door zijn optimisme en levenslust gold hij als een voorbeeld voor de rest. ‘Hij kon nog bevriend raken met een baksteen’, zegt zijn oudste zus. Neuriën, eindeloos Pirates of the Caribbean spelen op de piano: in zijn hoofd stond altijd muziek op.

‘Mathijs lachte zich door het leven heen’, zegt een van zijn beste vrienden. Lange tijd had hij nog geen antwoord gehad op de grote vragen over de toekomst. Maar vooral het laatste halve jaar was ook bij hem een kentering bezig en was hij klaar om als werktuigbouwkundige in de voetsporen van zijn vader te treden.

Pim Wuite (24)

Pim Wuite zag nooit de beperkingen van een nieuw avontuur, de jonge Hagenaar dacht liever in mogelijkheden. Achteraf was het misschien niet heel handig om een gitaar te kopen tijdens het backpacken in Thailand. Het werd een hoop gezeul. Maar het was toch kicken om zo’n ding bij je te hebben?

Volle kracht vooruit begon hij aan een nieuwe studie, ook al was de vorige niet geworden wat hij ervan had gehoopt. Fysiotherapie, civiele techniek en bouwkunde: hij was er slim genoeg voor, maar het boeide hem te weinig. Dat hij ADHD bleek te hebben, kwam thuis voor niemand als een verrassing. Tegelijk had het hem nooit in de weg gezeten. En ergens was hij ervan overtuigd dat hij toch wel in het onderwijs zou eindigen, net als zijn vader.

Als ze vroeger op de markt waren, dook Pim onder een kraam en bleef hij daar liggen. Hij hoopte dan dat zijn ouders hem zouden vergeten, zodat hij niet meer over de markt hoefde te slenteren. Door wilde hij, dingen ondernemen, de vaart erin houden.

Op het Daltoncollege in Den Haag waren Pim en zijn latere huisgenoot Joshua de enigen in de klas geweest die surften. Waren de golven goed, dan moesten de laatste twee uur van gymles eraan geloven. Vanaf zijn 15de zou hij ook zijn geld verdienen op het strand, nadat hij voor een vakantiebaantje was komen aanwaaien bij The Shore, de surfschool die toen nog Surfles.nl heette.

Joshua en hij spoelden de surfpakken uit en deelden de planken uit. ‘Verhuurslaaf’, noemde Pim zichzelf op Facebook. Toch was hij meteen verkocht, door de relaxte sfeer, het slappe geouwehoer, de vrienden die hij in no time maakte. Of het nu surfers, cricketers of wildvreemden waren: Pim kon het meteen goed met ze vinden. Geen wonder, vindt zijn moeder. ‘Er zat geen kwaad bij.’

Max Verheijen (22)

Nog maar een paar tentamens hoefde Max Verheijen te halen voor zijn studie werktuigbouwkunde in Delft, maar Amsterdam lonkte al. Hij zou er een master econometrie aan de VU doen.

Zijn studievrienden zagen hem de omslag maken. Feestjes liet hij vaker schieten. Beter voor zijn kleren ook, er was in studentenhuis De Bunker geen blouse meer van hem te vinden zonder gat erin. De jaren op kamers waren onstuimig geweest, maar hij had er geen seconde van willen missen.

Saai was het thuis nooit geweest met de kleine Max. Hij was pas 3 jaar toen Sinterklaas hem vroeg een liedje te zingen. ‘Wat had je zelf in gedachten?’, antwoordde het jochie op schoot.

En toen zijn moeder moeilijk deed over de 75 vrienden die hij voor zijn 16de verjaardag wilde uitnodigen, zag hij het probleem niet. Ze had toch zelf gezegd dat al zijn vrienden mochten komen?

Hij onderscheidde zich als kind al, door niet in hokjes te denken of mensen die anders waren dan de rest buiten te sluiten. Tegen alle heersende opvattingen in haalde hij zijn jeugdvrienden uit Muiderberg naar zijn studentenhuis in Delft. Wat bleek? De vmbo’ers en de corpsballen konden prima bier drinken met elkaar.

Dat hij in de rij had gestaan om zich in te schrijven voor het Delftsch Studenten Corps, had verbazing gewekt bij zijn vrienden van vroeger. Max een corpsbal? Maar hij zag vooral de lichte kant van de feestjes, de gezelligheid, het samenzijn.

Zou hij hebben geweten dat hij op 11 mei 2020 als surfer CNN, The New York Times en de BBC zou halen, dan zou hij zich zeker niet in dat beeld hebben herkend. Surfen was een uitlaatklep voor hem, zoals zeilen, snowboarden, gitaar spelen, skateboarden, piano spelen met zijn zusje en op doel staan bij de voetbalclub in Muiderberg dat ook waren of waren geweest.

‘Max wilde boven op de berg staan’, zegt zijn moeder, ‘maar als dat niet lukte, ging hij aan de voet picknicken. Ook goed.’

Volg ons