TOUR DE FRANCE KLAAS JAN VAN DER WEIJ

‘Voor mooi beeld moet je soms gekke dingen doen’

Volkskrantfotograaf Klaas Jan van der Weij deed voor de vijfentwintigste keer verslag van de Tour de France. Een terugblik op drie weken koers. ‘Ik mocht niet verder met de auto dus toen ben ik zelf gaan klimmen. Ik was kapot maar heb wél het beeld kunnen maken.’

Klaas Jan, je hebt je jubileumtour erop zitten, je 25ste deelname. Wat is je als fotograaf bijgebleven?
‘Ik ben er in ieder geval tegenaan gelopen dat ik maar weinig mocht deze Tour door alle coronabeperkingen. Dat merkte ik zaterdag goed. Ik weet nog dat ik in mijn eerste Tour zowel Greg Lemond als Laurent Fignon kon fotograferen. Fignon zat zelfs aan mijn voeten. Toen had ik alles. Nu kon ik nergens bij. Ik moest een keuze maken: ga ik voor Roglic of ga ik voor Pogacar. Ik heb gekozen voor Roglic. Ik ben naar de camper gegaan waar hij zich ging omkleden. Daar kwam hij aan, getroost door Richard Plugge. Dat leek me mooi, de verslagenheid in beeld. Maar het liefst was ik de finishstraat heen en weer gelopen om ook Pogacar te fotograferen in het geel of dat moment dat hij een knuffel kreeg van Roglic.’

De 20ste etappe: Richard Plugge , de Algemeen Directeur van Team Jumbo-Visma vangt Primoz Roglic bij de camper op als hij onverwachts met een enorm tijdsverschil door zijn 21-jarige landgenoot Tadej Pogacar is verslagen. Roglic verliest daardoor zijn Gele Trui en zal de Tourwinst aan Pogacar moeten laten.

‘Het was nog bijna misgegaan, trouwens. Ik was zo moe zaterdag. Ik heb iets van 7.500 kilometer gereden in die drie weken. En dat is vermoeiend, want je bent steeds bezig met de weg zoeken, een goede plek voor een foto vinden. Toen ik rond een uur of één op Planche de Belles Filles had geparkeerd, ben ik in mijn auto in slaap gevallen. Maar echt diep. Toen ik mijn ogen weer open deed had was het al half vier. Toen ben ik snel aan het werk gegaan, maar voor hetzelfde geld had ik nog liggen meuren om zes uur en had ik alles gemist.’

De lezer heeft het niet gemerkt dat je werd beperkt, die zag elke dag mooie foto’s.
'Ja, ik heb ondanks alle maatregelen toch mooie beeldjes kunnen maken. Al moest ik er soms gekke dingen voor doen. Zo wist ik bij een van de laatste etappes een foto te maken van Roglic achter het podium. Ik mocht niet bij het podium komen, maar er was een verhoginkje en toen kon ik net over het scherm heen schieten.

Die foto geeft de coronasituatie goed weer met die rondemiss onscherp in de achtergrond met geel mondkapje op. En dat Roglic zelf die leeuw bij zich heeft. Die krijgt de geletruidrager normaal uitgereikt op het podium, maar dit jaar moest hij hem zelf meenemen.’

Primoz Roglic, de Gele Trui drager, loopt aan de achterzijde van het huldigingspodium de trap op en moet vanwege de coronamaatregelen zijn eigen leeuw voor de huldiging van de leider in het algemeen klassement meenemen terwijl de Tour miss toekijkt. Zij overhandigde in de vorige edities altijd de leeuw. 

‘En op de Col de la Loze wilde ik per se in de buurt van de finish zijn, op dat laatste steile stuk. Maar we mochten met de auto maar tot vier kilometer onder de top. Toen ben ik er naartoe geklommen. Ik ging eerst over de weg, maar dat duurde te lang. Ik was bang dat ik het niet zou halen. Dus toen heb ik afgesneden, echt geklommen. Dat was de hel. Het was de grootste fysieke inspanning die ik sinds jaren had geleverd. Ik was kapot. Maar ik ben er wel gekomen en ik heb dit beeld kunnen maken: de lijdensweg van Jens Debusschere die buiten tijd zou binnen komen. Ik dacht: die gast gaat omvallen.’

De 17de etappe: Jens Debusschere zwoegt zich op één van de allersteilste stukken tijdens de beklimming van de Col de la Loze omhoog. Hij zal als enige na ruim 42 minuten buiten de tijd binnenkomen en uit koers genomen worden. Einde Tour voor hem.

Was het alleen maar lastig?
‘Nee, een leuk gevolg was bijvoorbeeld dat we met een select groepje fotografen waren. We hadden daardoor veel meer contact dan normaal. Zo waren we op een gegeven moment in de 18de etappe in de buurt van die gravelstrook met zijn allen op dezelfde parkeerplaats en zaten we rustig met elkaar te kletsen. Het was een hechte, lekkere groep.

‘Even later heb ik daar heel mooi Frederik Frison in het stof gemaakt. Eigenlijk wil je zo’n beeld van de kopgroep, maar daar rijden de motoren er niet voor. Die hebben dus helemaal geen stof. Maar ja, die gasten achteraan wel. Zij zitten in de ellende van de anderen.’

De 18de etappe: Frederik Frison op het gravelpad.

Behalve fotograaf ben je ook liefhebber van de koers. Wat is je opgevallen?
‘Er komt een hele nieuwe generatie aan. Allemaal jonge jochies als Tadej Pogacar en Marc Hirschi. Iemand als Sagan, die ik in Nice mooi fotografeerde terwijl de zon precies op zijn mondkapje viel, heeft niets gewonnen, alleen maar anoniem meegereden.’

Peter Sagan met mondkapje ( Bonjour Le Tour!) staat in de avondzon klaar voor de ploegenpresentatie. Onder bijzondere omstandigheden waaronder het dragen van een mondkapje worden de tourploegen in Nice gepresenteerd voor speciaal uitgenodigd publiek en op hele grote afstand.

‘Hirschi had ik ook nog mooi, maar die foto heeft de krant niet gehaald. Ik heb hem in de etappe die hij won gefotografeerd, met een motor die ervoor zat. Normaal vind ik het heel vervelend als motoren mijn beeld verknallen, zeker dit jaar nu ik al zo weinig goede posities tot mijn beschikking had. Maar deze motor kwam juist heel goed uit, want met die twee koplampen is het net een kopie van zijn shirtje. Het is net of Hirschi ook op een motor zit.’

De 12de etappe: Marc Hirschi van Team Sunweb is op de laatste klim, de Suc au May, weg gesprongen en zal de etappe winnen.

Nog even terug naar het begin van de Tour. Toen wilde je niet verklappen hoe je de opvallende foto van Egan Bernal had gemaakt. Nu wel?
‘Ja, er zijn ook inmiddels mensen die het zelf hebben uitgevogeld. De achtergrond is een doek. Er hingen bij het podium waar de renners werden voorgesteld allemaal doeken met mooie foto’s erop. En deze van de lucht was er eentje van. Ik had het al een paar keer geprobeerd, maar alleen Bernal paste perfect in beeld.’

De 1ste etappe, Nice-Nice. Egan Bernal, de winnaar van vorig jaar, voor de start van de etappe.

Welk beeld springt er dit jaar uit wat jou betreft?

Het gekst was de finish in Lyon met Søren Kragh Andersen. Ik had een streep licht op een brug gezien waar ik iets mee wilde, maar later zag ik ook dat er een streepje zon bij de finish te zien was. Toen dacht ik meteen: hopelijk gaat ie daar doorheen. Maar de kans was klein, dus ik ben tussen die brug en de finish in gaan staan zodat ik beide foto’s kon maken. Ik stond er daardoor 350 meter vandaan. Dat is heel ver. Maar het lukte en toen had ik ook de mazzel dat het peloton net te zien was. Alles wat ik had bedacht klopte. Het is kwalitatief misschien de minste foto, maar qua beeld de mooiste.

Bij de finishlijn in Lyon.

En nu naar Parijs?
‘Ik ga normaal altijd naar Parijs, maar dit jaar niet. Het is daar code rood wat corona betreft. Dan zou ik daarna in quarantaine moeten, maar ik heb straks alweer een shoot op het programma. Het enige nadeel is dat ik de uiteindelijke winnaar niet in het geel heb kunnen fotograferen.

Roglic wel. Het ging natuurlijk drie weken over hem en we hebben die gele Jumbo-trein de hele tijd in beeld gehad. Deze foto hoorde bij een verhaal van verslaggever Rob Gollin, die het trouwens nog veel lastiger had door alle coronaregels dan ik. Maar goed, die trein is uiteindelijk wel ontspoord.’

Volg ons