Stijlvast Stephanie Afrifa

‘Ik zie vaak
in één oogopslag
wat bij me past’

Ze accentueert graag haar vormen en weet wat haar staat. Als Stephanie Afrifa (31), cultureel innovator en presentator, een kamer binnenloopt, dan stáát er ook echt iemand. ‘Dit is wie ik ben, inclusief mijn gouden tand en opvallende sieraden, dus dit is hoe je het krijgt.’

In deze serie vertellen mensen over hun stijlvaste (én stijlvolle) garderobe. Waarom dragen zij wat ze dragen? Lees hier alle interviews.

‘Mijn manier van kleden is een verlengstuk van mijn persoonlijkheid. Ik doe wat ik wil. De kleding die ík tof vind, draag ik altijd met trots. Dat was op de middelbare school al zo: daar viel ik met mijn roze, wijd uitlopende broek van velours echt op. Natuurlijk heb ik ook een fase gehad waarin ik me kleedde zoals de populaire meisjes die meer aandacht kregen. Maar op foto’s uit die tijd zie je meteen dat ik me daar niet prettig in voelde. Ik was niet de krachtigste versie van mezelf.

‘Voor mij betekent me krachtig kleden mijn vormen accentueren. Ik heb een hele smalle taille, brede heupen en grote borsten. Ik ben trots op mijn taille, dat laat ik graag zien. Als ik dan tóch eens iets wijds draag, denk ik al gauw: shit, ik had gewoon mijn lichaam moeten tonen – vol trots.

‘Ik draag graag warme, aardse tinten, zoals oranje, rood, bruin en koper. Hoe dan ook: véél kleur. Als ik buiten ben, op de markt, en ik zie fruit liggen in talloze verschillende kleuren, kan dat me al inspireren. Het dragen van kleurrijke kleding is ook een knipoog naar mijn Ghanese roots, net als mijn voorliefde voor gouden sieraden. Goud staat voor mij gelijk aan warmte, rijkdom, kracht. Ghanese vrouwen kiezen net als ik vaak voor een nauwsluitend, haast zeemeermin-achtig silhouet.’

Hiphop

‘Zodra ik een ruimte betreed, zeggen mensen vaak: wat een powervrouw, daar stáát echt iemand. Ik zou zeker niet willen beweren dat ik daar moe van word – dit moet absoluut niet arrogant overkomen – maar I know. Ik weet wat me staat, een goed setje raap ik meestal snel bij elkaar.

‘Alleen wanneer er een dresscode is, raak ik lichtelijk in paniek. Welke mensen gaan er zijn? Is het buiten of binnen? Moet ik veel staan, of juist zitten? Dan zeg ik tegen mezelf: Steph, draag wat jij wil dragen. Is de dresscode gala, maar heb je geen zin in gala, dan ga je niet in gala.

‘Die houding associeer ik met hiphop. Lange tijd werden mensen van kleur in Nederland over het hoofd gezien. En áls we ergens voor werden uitgenodigd, overheerste het gevoel dat we wel bij de rest moesten passen. Nu denk ik: dit is wie ik ben, hoe ik praat, inclusief mijn gouden tand en opvallende sieraden, dus dit is hoe je het krijgt. Daar staat hiphop voor. What you see is what you get.

‘Het gouden sieraad op mijn tand is een grill. Zoals ik mijn ringen en kettingen draag, zo doe ik ’s ochtends ook mijn grill in als die bij mijn outfit past. Ik heb ook Hindoestaanse roots, in Suriname zie je vaker mensen met een gouden tand. Jammer dat een grill in Nederland vooral negatieve associaties opwekt. Nee! Dat doet me in eerste instantie wel iets, maar ik trek me er uiteindelijk niets van aan.’

Margiela-schoenen

‘Ik denk wel dat ik intimiderend over kan komen. Ik ben lang, heb curves, een afro en óók nog eens een kleurtje (lacht). Maar daar hoef ik toch niet onzeker over te zijn? Ik ben ook niet onzeker over de Margiela-schoenen die ik draag – de vreemde vorm ervan. De meeste mensen zullen dit lelijke schoenen vinden. Soms kijken mannen ernaar en dissen ze me. Terwijl dit voor mij schoonheid is.

‘Ik geef het meeste geld uit aan schoenen en die mogen ook best wat kosten. Mijn credo is: draag een mooi paar schoenen, een goede jas en je bent klaar. Aan kleding geef ik veel minder uit; bijna alles wat ik draag is vintage. De rok en blouse op de foto kostten slechts een paar euro. Zulke items wissel ik af met eye catchers.

‘Als ik langs een kledingrek loop, zie ik vaak in één oogopslag wat bij me past – alsof het kledingstuk míj ziet. Ik heb dan ook alleen maar kleren in mijn kast hangen waar ik vrolijk van word en nog altijd bij denk: wauw, dit wil ik dragen. Eind vorig jaar was ik wat afgevallen. Daar was ik niet blij, maar verdrietig om. Ik dacht: nu pas ik mijn kleren niet meer. Dan koop je toch nieuwe kleding, zei een vriendin. Maar dat wil ik niet! Hell no. Ik heb deze garderobe zorgvuldig opgebouwd, ik wil dit altijd blijven dragen.’