Stijlvast Paul Rem

‘Ik ga stoutmoedig voorwaarts’

Paul Rem (58), conservator en woordvoerder bij Paleis Het Loo, doet om zijn pak te versieren geregeld een greep in de kledingla van zijn vrouw. ‘Ik draag de zorg voor vijfduizend meubelen. Dan mag je zelf ook wel even in de spiegel kijken, toch?’

Stijlvast Paul Rem

‘Ik ga stoutmoedig voorwaarts’

Paul Rem (58), conservator en woordvoerder bij Paleis Het Loo, doet om zijn pak te versieren geregeld een greep in de kledingla van zijn vrouw. ‘Ik draag de zorg voor vijfduizend meubelen. Dan mag je zelf ook wel even in de spiegel kijken, toch?’

‘Het wil nog weleens voorkomen dat andere mannen spontaan ontboezemingen doen tegen me over kleding. Kennelijk lok ik dat uit. ‘Zodra ik thuiskom, doe ik meteen mijn jasje uit, dasje los en pantoffels aan’, zeggen ze dan. Maar als ik thuiskom, houd ik mijn pak gewoon aan. Ik voel me er juist prettig in.

‘Ik werd als jongetje al in pakjes gestoken, voor een bruiloft bijvoorbeeld – en daar maakte ik geen bezwaar tegen. Ik voel me prettig bij een zekere formaliteit. In pak lopen is voor mij dan ook geen keuze, maar een vanzelfsprekendheid.

‘Ik ben altijd een plechtige jongen geweest. Kunstgeschiedenis, dat studeer je niet voor niets. Ik ben in mijn rol als kunsthistoricus gegroeid. Je maakt een bepaalde smaakontwikkeling door, put inspiratie uit kunstinvloeden en -werken uit verschillende eeuwen. Daarbij draag ik als conservator voor Paleis Het Loo de zorg voor vijfduizend meubelen. Dan mag je zelf ook wel even in de spiegel kijken, toch?’

Kloskant

‘Op gepaste afstand volg ik de mode. Ik ben geen mode- of merkfreak. Als de smallere broekspijp in de mode is, dan pas ik die trend na verloop van tijd op mijn manier toe op mijn stijl. Dankzij mijn studie en werk kijk ik ook geregeld naar mode-invloeden uit het verleden. Ik vraag me dan af waarom mannen in de 16de en 17de eeuw ongestraft wegkwamen met een overvloed aan kant, en parels in hun oren. Niet dat ik dát per se wil, maar ik vind het wel geinig dat zulke dingen toen normaal waren – en nu niet meer. Of je wordt tegenwoordig direct bestempeld als ‘gender fluid’. Maar dat is bij mij niet aan de orde.

‘Wél doe ik geregeld een greep in de kledingla van mijn vrouw. Ik heb prachtig antieke kloskant gekregen, dat ik af en toe als pochet draag. Of ik speld elke dag net even een ander nepbloemetje op de revers van mijn jasje. Als de Prince of Wales voor ‘kunst’ kiest, dan mag ik dat ook. Het helpt dat ik handig ben met naald en draad. Op de trouwdag van mijn ouders draag ik een pochet gemaakt van kant, dat ik uit de trouwjurk van mijn moeder heb geknipt.

‘Bij voorkeur draag ik pakken van wol. Ik heb genoeg kleding in mijn leven gezien om te weten dat zulke pakken van de beste kwaliteit zijn. Verder mogen mijn pakken óveral vandaan komen, zolang ze maar voldoen aan mijn eisen: twee splitten aan de achterkant, zonder leukige details of vrolijk binnenwerk. Vervolgens maak ik zelf de look af, zolang het pak z’n mond maar houdt.

‘Het gestrikte waterval dat ik omheb, noem je een lavallière. Volgens mij heeft mijn vrouw dit sjaaltje bij de aankoop van parfum gekregen. Vervolgens ligt het drie jaar in een laatje, waarna ik denk: weet je wat, ik ga er iets mee doen. Ik ben ook ontzettend blij met mijn grote, zwartfluwelen strik, die bijna Doctor Who-achtig aandoet. Die kostte me 50 cent in een vintagewinkel, en staat volgens anderen prachtig met mijn lichtblauwe jasje. De echte snob zou zeggen: die moet je zelf strikken. Dat doet me niets.’

Voorwaarts

‘Ik krijg nooit rare opmerkingen over mijn stijlkeuzes, men ziet blijkbaar dat ik mijn kleding met vertrouwen draag. Ze mogen erover oordelen, dat is hun keuze, ik ga stoutmoedig voorwaarts. Ik hoef me niet te bewijzen, ik ben gewoon wie ik ben. Maar ik merk vooral dat mensen blij worden van mijn verschijning. ‘Hé, leuk bloemetje’, zegt de treinconducteur dan.

‘Mijn naaste omgeving kent me niet anders. Ook mijn vrouw is kunsthistoricus. Onze twee dochters ontkwamen dus niet aan een beetje extravagantie. Gelukkig hebben ze het met liefde omarmt. Zo verzocht mijn oudste dochter me voorafgaand aan dit interview geen das te dragen, maar iets uitbundigers. Ik had nog iets met een grijs stippeltje liggen, dat vindt ze mooi bij mijn haar staan. Goed kind.’

De één gaat de deur niet uit zonder hoed, de ander zweert bij een volledig zwarte garderobe: lees hier alle interviews uit deze Stijlvast-reeks.