Stijlvast Henk van der Lely

‘Ik vind een hoed comfortabel, net als een goeie trui

Henk van der Lely (69), voormalig belichter en al jaren adviseur voor organisatoren van (dance)festivals, gaat de deur niet uit zonder zijn hoed – zijn handelsmerk. Leren jack aan, goeie bril erbij, zolang het maar klassiek is. ‘Tijdloosheid raakt nooit uit de mode.’

In deze serie vertellen mensen over hun stijlvaste (én stijlvolle) garderobe. Waarom dragen zij wat ze dragen? Lees hier alle interviews.

‘Ik draag al dertig jaar een hoed, zonder ga ik de deur niet uit. Soms herkennen mensen me zelfs niet zonder hoed. Je moet jezelf in het leven een beetje verkopen, een soort imago creëren en dan is zo’n hoed wel handig. Maar dat is bijvangst. Ik vind ’m vooral comfortabel, net als een goeie trui.

‘Eind jaren tachtig werkte ik als belichter bij tv-shows voor een Duitse omroep. Ik kwam erachter dat een artistiekerige collega – met een lange jas aan en een hoed op – twee keer zoveel verdiende als ik, voor hetzelfde werk. Bij de eerstvolgende productie had ik dus ook een lange jas aan en een hoed op. Bleek dat ik bijna het dubbele kon vragen. Dat zegt genoeg over de impact van kleding.

‘Ik draag bijna altijd hoeden van het merk Stetson, passend bij wat ik aanheb. Als ik nu in het kaki gekleed zou gaan, dan moet daar een hoornen montuur én een bruine hoed bij. In Colombia dragen mannen een soort cowboy-achtige hoeden, met van die omhoog staande randen. Zo een zou ik nog wel graag willen hebben, en dan van stro, voor in de zomer, vergelijkbaar met een Panamahoed. Mijn hoeden heb ik het liefst crushable – dat je ze op kunt rollen en vervolgens weer mooi uit je koffer haalt.’

Tijdloosheid

‘Mijn kleding is vaak wat duurder, maar uiteindelijk is dat goedkoper. Dat weet ik zeker. Ik draag geen zichtbare merken. Tijdloosheid raakt nooit uit de mode. Mijn zoon, David, kan mijn kast zo overnemen.

‘In principe koop ik mijn kleren tweedehands. Ik ken in Amsterdam een vier-, vijftal vintagewinkels waar ze mooie merken hebben. Zo heb ik een aantal Armani-pakken – normaal niet te betalen, daar heb ik écht geen tweeduizend euro voor over – voor 80 of 100 euro gekocht. Of een leren jasje van Gucci. Nieuw ruim 2.000 euro, dat koop ik dan voor 400 euro.

‘Als ik al nieuwe kleding koop, dan is het Franse merk agnès b. favoriet. Maar let wel: nagenoeg altijd in de uitverkoop. Wederom spreekt dat tijdloze me zo aan. Nog zoiets: ik probeer nooit meer dan twee kleuren tegelijk te dragen in één outfit. En mijn hoed moet er natuurlijk bijpassen.’

Schwung

‘Het komt regelmatig voor dat toeristen me aanspreken op mijn outfit en met me op de foto willen. Ik ga veel naar concerten en festivals. Op dancefestivals hebben mensen meestal een pilletje op en is het vaak raak. Leren jack aan, goeie hoed op en zonnebril erbij. ‘Top hoor, ouwe!’, zeggen ze dan. Dat vind ik best leuk.

‘Weet je, ik ben hartstikke jaloers op Italianen. Ongeschoren, zonder sokken en geslapen in een pak zien die er doorgaans beter uit dan de meeste noorderlingen in hun beste kostuum. Dat heeft te maken met schwung. Zelf moet ik er eerst ‘nog wat aan doen’. Jammer wel, maar ik probeer op mijn eigen manier een beetje die Italiaan te zijn. Je wil op mijn leeftijd toch nog een beetje aandacht, gezien worden – ja, ook door vrouwen.

‘Ik herken het vrij snel als iemand goed gekleed is, maar zie het vooral als iemand slécht gekleed gaat. Zeker bij leeftijdgenoten valt me dat meteen op. Neem nou die geruite overhemden die je zoveel ziet: daar snap ik helemaal niks van. Ruitjes! Dan ben je eindelijk uitgewerkt, en dan ga je zo’n geruit overhemd in de zomer dragen. Collectief, dat ook nog eens. Trek voor mijn part een jurk aan, maar alsjeblieft geen lullig ruitjeshemd met korte mouwen. I’m old and mad enough to wear what I want.