Stijlvast Edson Sabajo

‘Ik wilde sneakers hebben die niemand had’

Edson Sabajo (48), medeoprichter van sneakerzaak Patta, put graag stijlinspiratie uit zijn Surinaamse komaf. In de praktijk betekent dat: schone schoenen, goed goud en een attitude om trots op te zijn. ‘Ga all the way, tegen de stroming in.’

Stijlvast Edson Sabajo

‘Ik wilde sneakers hebben die niemand had’

Edson Sabajo (48), medeoprichter van sneakerzaak Patta, put graag stijlinspiratie uit zijn Surinaamse komaf. In de praktijk betekent dat: schone schoenen, goed goud en een attitude om trots op te zijn. ‘Ga all the way, tegen de stroming in.’

In deze serie vertellen mensen over hun stijlvaste (én stijlvolle) garderobe. Waarom dragen zij wat ze dragen? Lees hier alle interviews.

‘Ik noem mijn stijl graag ‘b-boy extravaganza’. B-boys, zoals hiphoppers in de jaren zeventig en tachtig werden genoemd, zijn extravert en durven zichzelf te laten zien. Sommige b-boys, zoals hiphoptrio Run-D.M.C., werden stijliconen. Die jongens toonden met trots hun grove, gouden kettingen en trainingspakken van Adidas.

‘Die gouden sieraden zie je ook veel terug in mijn stijl. Zo draag ik Surinaamse ala kondre-kettingen, met gekleurde steentjes erin verwerkt, en heb ik een mattenklopper – een vrij robuuste, gevlochten gouden ring – om mijn rechterpink. Die krijg je volgens Surinaams gebruik meestal van je ouders en behoedt je voor het kwaad. Surinaams goud, dat is goed goud.

‘Mijn outfit is niet compleet zonder een paar sneakers. Het is belachelijk hoeveel schoenen ik inmiddels heb. Als ik zou willen, kan ik vijf jaar lang iedere dag een nieuw paar aantrekken. Ik krijg veel gratis sneakers toegestuurd, maar koop ze ook nog steeds graag zelf. Het blijft een tic. Een sneaker moet behalve mooi ook comfortabel zijn. Zit een schoen niet lekker, of staat-ie me niet, dan koop ik ’m dus ook niet.

‘De Nike Air Safari is mijn favoriete sneaker. Dat zit ’m in de nostalgie die ik erbij voel. Toen die eind jaren tachtig uitkwam, maakte Nike voornamelijk schoenen in basic kleuren, zoals wit, zwart en donkerblauw. Ineens was daar die mosterdgele kleur gecombineerd met een printje. Het was out there. Ik was meteen verliefd.’

Nekbreker

‘Toen ik 17 was, ging ik voor het eerst naar New York, op zoek naar de Air Jordan 3 van Nike. Die hadden ze helaas nergens meer, dus ik kocht de Jordan 4 – ook een heel toffe sneaker. Eenmaal terug in Amsterdam realiseerde ik me: deze schoen is een nekbreker, mensen draaiden zich ervoor om en vroegen me waar ik ’m vandaan had. Toen wist ik dat ik iets in handen had.

‘Zo’n tien jaar later – ik had inmiddels al tweehonderd paar – ontdekte mijn broertje dat je niet in Manhattan, maar in de buitenwijken zoals Queens en Brooklyn moest zijn voor de beste schoenenwinkels. Dat was echt een eye opener. We kwamen terug met vuilniszakken vol schoenen. De jacht naar sneakers die ze in Europa niet verkochten, werd een verslaving.

‘Je zult me nooit vieze schoenen zien dragen.’

‘Tussen mijn zakenpartner en beste vriend Guillaume Schmidt en mij ontstond begin 2000 het idee van een eigen sneakerwinkel. Vier jaar later was onze Amsterdamse winkel Patta een feit. Tuurlijk, we wilden klanten voorzien van de tofste schoenen, maar kochten ook telkens een extra paar voor onszelf in. Uiteindelijk wilden we schoenen hebben die niemand anders had.’

Flamboyant

‘Mijn sneakers moeten er altijd fresh uitzien. Je zult me nooit vieze schoenen zien dragen. Ook dat is een knipoog naar de Surinaamse cultuur. Je hebt drie paar schoenen: een om naar school te dragen, een om in buiten te spelen en een om aan te doen als je naar een feestje gaat. Slechts één paar mag vies worden.

‘Hoe ik me vervolgens aankleed, is afhankelijk van hoe ik me voel. Mijn stijlmotto is altijd geweest: draag wat jij tof vindt en trek je verder van niemand iets aan. Is het lekker weer, dan draag ik een korte broek. Wil ik flamboyant de deur uit, dan combineer ik allerlei kleuren met elkaar. De laatste paar jaar laat ik kledingstukken maken van mooie stoffen die ik tegenkom. Hoe dan ook: ga all the way, tegen de stroming in.

‘Ik vind de sapeurs uit Congo daarom ook zo fantastisch. Dat zijn gasten die in sloppenwijken wonen en nauwelijks geld hebben, maar toch telkens weer in prachtige pakken verschijnen. De brillen, hoeden en sigaren, ik vind het ontzettend tof om te zien. Als het tijd is om te feesten, komen ze met een bepaalde attitude naar buiten. Je kunt niet om ze heen. Diezelfde attitude wil ik ook uitstralen.’