Stijlvast Charlotte Lokin

‘Mijn studenten vragen áltijd naar mijn stijlkeuzes’

Consistent zwart dragen is voor Charlotte Lokin (52), grafisch en textiel vormgever aan het Amsterdam Fashion Institute, een manier van overzicht bewaren. Het is een kleur die voortdurend met haar meebeweegt. ‘Ik voel me er stoer én kwetsbaar in.’

In deze serie vertellen mensen over hun stijlvaste (én stijlvolle) garderobe. Waarom dragen zij wat ze dragen? Lees hier alle interviews.

‘Zwart is zowel stoer als laf: het past overal bij. Het staat voor mij gelijk aan stilte, rust en geborgenheid. Kleur is een prominent aspect van mijn werk als vormgever en ik ben er bovengemiddeld gevoelig voor. Om met kleuren te kunnen werken, heb ik dan ook een omgeving nodig waarin ik een stabiel vertrekpunt heb.

‘Consistent zwart dragen is mijn manier van overzicht en controle bewaren. Het grappige is, dat wat voor mij een veilige keuze is, door de buitenwereld juist vaak als gedurfd wordt ervaren.

‘Maar als ik geen zwart draag en bijvoorbeeld ’s ochtends een rood truitje aantrek, dan loop ik het risico dat ik me daar na een paar uur niet meer prettig in voel. Alsof ik mezelf opleg dat ik me de hele dag ‘rood’ moet voelen.

‘Doe je mijn kledingkast open, dan zie je een ‘rainbow of black’. Het ene zwart is het andere niet – er zit altijd een zekere kleurzweem in. Rood-zwart en groen-zwart zal ik bijvoorbeeld niet gauw met elkaar combineren. Ook al mijn schoenen, accessoires en brilmontuur zijn zwart – alles wat ik zelf kan kiezen. Naarmate ik ouder word merk ik wel dat ik minder extreem mijn ‘regels’ toepas. Ik vind het goed zo. Het moet werken voor míj, en geen truc worden. Met Kerst kreeg ik een koperkleurige waterfles. Als studenten me daar nu mee zien rondlopen, zeggen ze er allemaal wat van!’

Boro-jasje

‘Ik ben een tegenstander van de uitspraak dat de ‘dead stock’ in je kast – de kleding die je weinig of niet draagt – niet duurzaam kan zijn. Je hebt juist een heel leven nodig om een garderobe op te bouwen. Ik heb bijvoorbeeld een rok van Marni, gemaakt van mooi, zwaar wol. Ik weet zeker dat ik die in het bejaardenhuis nog steeds zal dragen. Hetzelfde geldt voor een kokerrok van Dolce & Gabbana. Het mogen dure merken zijn, maar dankzij het tijdloze ontwerp en de goede kwaliteit gaan ze ook een leven lang mee.

‘Mijn liefde voor materiaal zat er al vroeg in. Mijn vader werkte in de textielindustrie, mijn moeder in de herenmode. Daar komt nog eens bij dat beiden de oorlog meemaakten en mij op hebben gevoed met het idee dat je goed voor je spullen moet zorgen. Heb respect voor het materiaal. Je kleding hang je mooi weg en je schoenen poets je.

‘Een zichtbare reparatie vind ik dus prima, dat duidt op respect voor het kledingstuk. Verantwoord rommelig, noem ik dat. Maar kleding met fabrieksmatige slijtageplekken? Dat is toch drie keer niks! Dat verschil voel je. In Japan gebruiken ze speciale borduurtechnieken om een jasje eindeloos op te lappen. Telkens rijg je er een nieuw lapje stof op. Die aanpak heet boro. Geweldig. Onlangs heb ik de revers van een oud jasje afgeknipt. De stof raakt versleten, maar de basis is nog goed. De komende tientallen jaren wordt dit mijn boro-jasje. Het doet me pijn om te zien dat er nu ook kant-en-klare boro-jasjes worden verkocht. Dat is niet het idee.’

Details

‘Ik heb mijn stijlkeuzes vaak aan mijn studenten moeten uitleggen, ze vragen er áltijd naar. Dan vertel ik hoe de kleur zwart met mij meebeweegt. Ik kan me er stoer in voelen, maar ook kwetsbaar. Het scheelt nogal of ik er hoge hakken bij draag, of een jasje met sterke schouders. Voor dat soort details ben ik ook heel gevoelig. Het is fijn als het met de kleur dan in ieder geval goed zit.

‘Laten we überhaupt meer kracht zoeken in de details. Ik vind het inspirerend om te zien hoe mensen die een uniform moeten dragen tóch een manier vinden om daarin zichzelf te zijn. Ga maar naar de Albert Heijn, dan kun je zien hoe de jongens en meiden daar zo’n jasje ‘overleven’. Sieraden, tattoos of net even andere sokken en schoenen, dat soort dingen maken al een verschil.’