De laatste pygmeeën van Oeganda zijn uit hun woud verdreven, want toeristen willen de gorilla’s zien

Ze zijn met nog maar 6.700, de Batwa in Oeganda, ook bekend als pygmeeën. Ze zijn verdreven uit het woud dat ze deelden met de berggorilla’s. De reden: witte toeristen betalen miljoenen om de gorilla’s te zien, een pygmee past niet in dat beeld. 

Ochtendnevel ligt als een witte donzen deken over het Ondoordringbaar Woud van Bwindi. Nog even, dan schenkt de opkomende zon de dichtbegroeide heuvels in het hart van Afrika weer hun volgroene kleur. De mist trekt langzaam weg. Ergens daar leven ze, ergens daar zitten ze, ergens daar wachten ze op de dagelijkse ­lading kapitaalkrachtige toeristen: de beroemde berggorilla’s.

Veertig bezoekers met bijna evenzoveel afritsbroeken rollen in terrein­wagens van tourbedrijven het woud binnen voor de briefing over hun ­gorilla-trektocht. Neem voldoende ­water mee want het wordt een urenlange klim, waarschuwt een parkwachter in een camouflagepak. Gebruik geen flitslicht op je camera als we de gorilla’s tegenkomen. En: bewaar genoeg afstand. De beesten zijn gewend geraakt aan het aapjes kijken, maar je weet maar nooit.

Onder begeleiding van parkwachters gaan de toeristen op zoek naar de gorilla’s. Bezoekers moeten maanden van tevoren boeken, een kaartje kost zo’n 600 dollar (550 euro). En lukt het niet op ­eigen kracht de klim te maken, dan kun je voor nog eens 300 dollar toch je doel bereiken: in een gevlochten draagbaar met een dozijn sjouwers.

De excursie naar de berggorilla’s kost 600 dollar. Wie de tocht niet op eigen kracht kan maken, kan zich voor nog eens 300 dollar laten dragen.

Daar. Na een lange klautertocht door de modder doemt tussen de reuzen­varens zilverrug Kahungye op. Hij rolt zich op zijn rug en trappelt met zijn ­poten in de lucht. Een vrouwtje roffelt op haar borst. ‘We zijn eigenlijk niet naar Oeganda gekomen voor de berg­gorilla’s’, aldus een Nederlandse toeriste over de honderden dollars dure kennismaking. ‘We doen ze er gewoon bij.’

Bij de Batwa

Dertig kilometer verderop, in een bedompt betonnen kerkje naast huisjes van riet, plastic en zeildoek, valt Isaac Mahuku stil als hij hoort wat de Nederlandse heeft neergeteld voor het ­gorilla-tochtje. ‘Dat is veel’, mompelt hij, en plukt aan zijn grijze baard. ‘Iets van dat geld zou naar ons moeten gaan.’

De Batwa, ook bekend als pygmeeën, bevolken de schaduwzijde van het exclusieve gorilla-toerisme. Ze leefden sinds mensenheugenis als jagers-­verzamelaars in de regenwouden van Centraal-Afrika, ze aten wilde honing en het vlees van antilopen, maar in ­Oeganda werden ze begin jaren negentig onder het mom van natuurbescherming met harde hand uit de bossen verdreven. ‘Soldaten sloegen ons. Zij hadden geweren, wij alleen pijl en boog’, verhaalt Mahuku, die de berg­gorilla’s zijn oude ‘vrienden’ noemt.

  • In Kisoro woont een kleine gemeenschap pygmeeën in bittere armoede.

  • Sommigen van hen wonen in kleine huisjes die zijn gebouwd door de kerk.

  • Anderen moeten het doen met een hutje gemaakt van plastic zeil.

Gorilla-toerisme ging fungeren als geldbron voor natuurbehoud. En voor de beschermde beesten heeft dit goed uitgepakt. Waren er begin jaren negentig ruim 600 exemplaren, volgens de jongste telling zijn er inmiddels meer dan 1.050, verdeeld over het Ondoordringbaar Woud van Bwindi en het ­Virunga-massief, bij het drielandenpunt van Oeganda, Congo en Rwanda. Maar het ‘natuurbehoud’ is wel ten koste gegaan van de Batwa. Die leven als verschoppelingen, terwijl de berggorilla’s kunnen rekenen op internationale aandacht. Zo ging deze maand nog het nieuws dat vier berggorilla’s door de bliksem zouden zijn gestorven, de wereld rond.

Drie dronken vrouwen stommelen het kerkje binnen waar Mahuku op een houten bankje zit en beginnen wild te schreeuwen. Mahuku slaat zijn ogen neer. Drankverslaving komt veel voor onder de Batwa, net zoals seksuele uitbuiting en hiv. Seks met een pygmee­vrouw geneest je van aids en rugpijn, gaat het gerucht.

De Batwa waren totaal onvoorbereid op het bestaan buiten het bos. Scholing was iets nieuws, nog steeds spreekt haast niemand Engels, een voertaal in Oeganda. Voor geld of eten zijn veel Batwa aangewezen op werk voor andere Oegandezen. ‘Ik was kleren en gooi afval weg’, vertelt Mahuku. ‘In ruil daarvoor krijg ik wat aardappelen.’

Het grootste probleem van de naar schatting 6.700 Batwa in Oeganda is hun gebrek aan grond en dus gewassen. In groepjes zijn ze neergestreken op plekken waar ze van liefdadigheid leven. Mahuku woont in een vervallen kamertje dat werd neergezet door de anglicaanse kerk. Mahuku is nu dan ook anglicaan, zoals er ook Batwa ­katholiek zijn geworden. Predikant Francis Mugisha, zelf niet van de Batwa, leidt vandaag de kerkdienst en legt uit: ‘Natuurlijk is het wel de bedoeling dat Batwa zich in ruil voor hulp bekeren.’

 Pygmeeën tijdens een kerkdienst.

Een meter of tweehonderd verderop, aan het eind van het zandpad, begint het asfalt. Daar ziet Mahuku dagelijks de witte mensen door het stadje Kisoro rijden, de uitvalsbasis voor ­gorilla-safari’s. In de omgeving ademt alles gorilla’s. Gorilla Camp, Gorillaland Guesthouse, Gorilla Valley Lodge, Gorilla Havens Lodge, Gorilla Closeup Lodge. In Kisoro staat zelfs een gorilla-standbeeld.

Bijna 28 duizend buitenlanders ­bezochten in 2017 de berggorilla’s in Oeganda, goed voor zo’n 14 miljoen euro. Mahuku weet alleen dat hij na ruim een kwarteeuw gorilla-toerisme nog steeds in armoede leeft. ‘Iedere keer dat ik de witte mensen langs zie rijden, voel ik me slecht.’

Jovanisi Nyiramajoro weet wel waarom de Oegandese overheid de miljoenenopbrengsten niet gebruikt voor de Batwa. ‘Ze geven helemaal niks om ons’, zegt ze. ‘Ze houden het geld voor zichzelf.’ Nyiramajoro zit met haar roodzwart geblokte omslagdoek op een heuvel even buiten Kisoro. De Batwa-gemeenschap waar zij toe behoort, woont iets minder slecht. Ze hebben een handvol bakstenen huisjes met daken van golfplaten en deuren van hout. Er is ook een zwarte watertank. Ze zijn geholpen door de Oegandese gospelkerk Lift up Jesus, op voorwaarde dat iedereen de diensten ging bezoeken en de alcohol afzwoer.

Alice Nyamihanda geeft hoop

Een oudere vrouw op blote voeten laat verongelijkt haar hut van riet en zeildoek zien vlak achter de bakstenen huisjes van de rest. ‘Ik weigerde te zeggen dat ik stop met drinken’, zo verklaart ze met dubbele tong haar woonsituatie. Een straalbezopen man van een jaar of 30 kruipt voor de voeten van Nyiramajoro door een modderpoel. Hij frummelt twee takjes op elkaar en lispelt: ‘Dit is het woud dat ze van ons afpakten.’ Nyiramajoro: ‘Dat doet hij altijd als hij dronken is.’

Nyiramajoro heeft dan wel een bakstenen huisje, ze is nog steeds ‘bedroefd’. Ze mijmert over het leven in het woud, tussen de gorilla’s. ‘Daar konden we voedsel vinden, nu leven we in mooie huizen maar lijden we honger.’ Zonder akkers zijn de Batwa aangewezen op de paar bananen­bomen die hier staan, en op werk van de buren uit andere bevolkingsgroepen. De Batwa hebben ook een enorme onderwijsachterstand: als een van hen afstudeert, is dat zo bijzonder dat het de krant haalt.

Alice Nyamihanda (31), geboren in het woud, was in 2010 de eerste met een universiteitsdiploma, dat nieuws haalde zelfs de BBC. ‘Mijn vader kon niet lezen of schrijven maar zei tegen mij: jij moet leren. Nu wil ik Batwa-kinderen het belang van onderwijs laten zien’, zegt ze in Kisoro, waar ze leeft met haar dochters Precious (8) en Praise (3). Na haar studie, deels betaald door de kerk van de zevendedags­adventisten uit de VS, is ze gaan werken voor een kleine hulporganisatie voor Batwa.

Hoewel het gorilla-toerisme hen uit het woud heeft verdreven, probeert een deel van de Batwa toch een graantje mee te pikken. Toeristen kunnen een bezoek aan de berggorilla’s combineren met excursies met dansende en zingende Batwa en uitleg over het bestaan van vóór het toerisme.

Dragers helpen een vrouw om de plek te bereiken waar de gorilla’s zich ophouden.

Een van de organisatoren van de handvol ‘Batwa trails’ is Miha Logar, een 46-jarige Sloveen. ‘Verantwoord cultureel toerisme is een manier om te redden wat er te redden valt’, betoogt hij in Kisoro. Het houdt niet over: zijn Batwa-excursie trekt per week gemiddeld één groep toeristen. Hij werkt samen met ongeveer honderd Batwa, ‘zij kregen vorig jaar in totaal ongeveer 1.700 dollar’.

Francis Sembagare zit in een Batwa-dansgroep, hij draagt een geel T-shirt met de naam van de groep en een nummer dat je kunt bellen voor een boeking. In de verkoelende schaduw van eucalyptusbomen even buiten Kisoro werkt hij aan een ander project: een Batwa-museum. Acht hutten staan er inmiddels, achter een muur van lava­steen. Sembagare werd geboren in het regenwoud. ‘Mijn ouders zijn daar overleden, maar ik mag hun graven niet bezoeken.’ Wat vindt hij er van dat hij nu aangewezen is op het toerisme? Droogjes: ‘We kunnen niet anders.’

Het museum komt er met steun van de zevendedagsadventisten. Het ligt wel erg verscholen in het groen. ‘De overheid beloofde ons een plek dichter bij de autoweg’, zegt Sembagare, ‘maar daar komt kennelijk een school.’

Apenbeeldjes in Kisoro.

Pijl en boog

Sembagare neemt ons mee naar waar hij woont, boven aan de adembenemde hooglanden, het ‘Zwitserland van Afrika’. Hier is weer zo’n Batwa-­nederzetting, neergezet door kerken en hulpclubs. Op het gras oefent Sembagares vrouw Nyirakaromba met andere vrouwen de dansen en liederen die ze soms opvoeren voor toeristen. Ze leunt even later op een trommel bedekt met koeienhuid, staart naar het woud aan de voet van de machtige Muhavura-vulkaan in de verte en zegt verbeten: ‘Ik zit hier, maar dat daar is nog steeds mijn gebied. De berggorilla’s zijn onze overgrootouders. Als ik witte mensen zie, vind ik dat ze het geld voor hun bezoek meer met ons moeten delen.’

Sembagare doet intussen aan vijf kinderen voor hoe je een boog hanteert. De pijlen vliegen in de rondte, Sembagare en de kinderen rennen achter de pijlen aan de struiken in. ‘Hij geeft les zodat die kinderen straks misschien bij Batwa-excursies kunnen gaan werken’, zegt Nyirakaromba.

  • Francis Sembagare heeft het leven in het woud nog gekend, en probeert oude tradities, jachttechnieken en kennis van planten en dieren over te dragen aan zijn kinderen.

  • Sembagare werkt ook mee aan een project van een soort openluchtmuseum, waar hij onderkomens bouwt zoals hij ze gekend heeft als jonge man.

Maar toeristen horen vaak pas over de Batwa als ze al bezig zijn met hun gorilla-tour, en dan kan het te laat zijn om nog een cultureel uitstapje te doen. Hun rondreis door Oeganda hebben ze vaak strak gepland. De gorilla-dag kan bovendien meer tijd en energie kosten dan verwacht. De jonge Britse vrouw Heenal heeft de gorilla’s net gezien en is nog helemaal ondersteboven. Mijn god, het was ongelooflijk’, zegt ze terwijl ze zich lucht toewuift. En, tegen haar partner: ‘Wel jammer dat we geen tijd meer hebben voor de Batwa.’