Oude liefde

Zo’n twintig jaar geleden stopte springruiter Milan Gies met de paardensport en werd fotograaf. Nu bezoekt hij rusthuizen voor oude paarden en brengt in beeld wat hem altijd zo heeft ontroerd.

Met gesloten ogen mijmert Rambo voor zich uit, zijn hoofd vol pigmentspikkels. Ze doen denken aan ouderdomsvlekken, vindt fotograaf Milan Gies die in Nederland op zoek ging naar paardenrusthuizen. Die waren er nauwelijks toen hij een jaar of twintig geleden als professioneel springruiter de paardensport vaarwel zei. Paarden met een blessure, of die te oud waren geworden, gingen naar de slacht.

Toen daar in 2001 de mond-en-klauwzeercrisis bijkwam en ongeveer 300 duizend dieren preventief werden geruimd, was het voor Gies genoeg geweest. Hij besloot zijn eigen stal op te heffen, maar paarden trainen voor een ander beviel hem nog minder. Via het theater kwam hij in de fotografie terecht.

Maar door zich te verdiepen in de lichaamstaal van mensen, kwam hij ook weer bij paarden terecht. Paarden zijn sprekende lichamen. Zeker wanneer ze op leeftijd zijn, ervoer hij in Oud Ade (ZH) waar Marcel Zwetsloot met zijn vrouw Jonika de koeienboerderij van zijn vader heeft omgebouwd tot een pension/rusthuis voor paarden. Daar scharrelen de oudjes bij elkaar in een grote loopstal, kunnen ze naar believen naar binnen en naar buiten, en gaan ze ’s zomers ook de wei op.

‘Het was voor mij zo fijn om weer in de blubber te staan en met mijn kennis van vroeger naar paarden te kijken. Ze zonder woorden te begrijpen. Paarden spreken empathie aan, ze raken je in een haast universele emotie.’ Kijk maar naar Rambo. Hij scheurde zijn pees tijdens het springen. Zijn eigenaar liet hem niet afmaken, maar gunde hem zijn pensioen waar hij nu al vijftien jaar van geniet. ‘Dit is voor mij ouderdom’, zegt Gies. ‘En tegelijkertijd ook vertrouwen en ontroering. Een liefdevolle berusting, dat is wat ik voel.’