Op zoek naar tijgers, dolfijnen en neushoorns in Nepal

Nepal is meer dan hoge bergen. Logeer in het warme zuiden bij dorpelingen die in hun achtertuin met je op zoek gaan naar tijgers, neushoorns, olifanten en dolfijnen.

Tijdens een wandeling door het bos bij het Nepalese dorpje Dalla, aan de rand van het enorme Bardia Nationaal Park, kijk je toch af en toe bezorgd over je schouder. Er is een maneater in de buurt, een tijger die onlangs een vrouw heeft opgegeten toen zij gras sneed in het bos. ‘Als daar een tijger opduikt’, zegt de opgewekte gids Sudip wijzend op een bosje voor onze neus, ‘hou dan strak oogcontact met het dier, sla met je bamboestok op de grond en roep: ‘Hoet! Hoet!’

Als bange eendjes lopen we door het hoge olifantengras. De bamboestok stevig in de hand gedrukt. De voorste gids houdt plotseling halt. Hij legt een vinger op zijn lippen en wijst naar een grijze vorm, die boven het groen uitsteekt. Fluisterend: ‘Neushoorn.’ We sluipen als indianen verder, benedenwinds blijvend, de voeten behoedzaam neerzettend. Op 30 meter afstand hurken we achter een grote acaciaboom, de gids wijst omhoog: klimmen. En zo zitten we even later op een tak, terwijl onder ons een Indische neushoorn met haar baby vredig aan het grazen is.

Probeer zo’n moment maar eens te organiseren als je een safari boekt in Afrika of India. Vrijwel onmogelijk. Maar in Nepal kan het. Mits je iets anders doet dan de meeste toeristen: ga niet noordwaarts om te wandelen over bergpaden die inmiddels ‘Coca-Cola trails’ heten, maar ga naar het warme zuiden waar ze nog opkijken van een westerse toerist in hun dorp, waar het aantal tijgers is verdubbeld dankzij gedegen natuurbeheer.

‘We verdienen hier genoeg hoor, met de landbouw’, zegt Sudip Tharu die met zeven familieleden, buffels, geiten, honden, eenden en kippen in enkele lemen huisjes woont aan de rand van het bos. ‘We stellen onze huizen vooral open voor toeristen om de plaatselijke Tharu-cultuur te beschermen.’

Wie denkt dat toerisme juist het einde betekent van traditionele levenswijzen, moet eens naar het dorpje Dalla. ‘We organiseren weer dansavonden in traditionele kleding, dat gebeurde bijna nooit meer. En iedereen is weer gemotiveerd om het dorp schoon en authentiek te houden.’ Dankzij de toeristen, stelt Sudip, kunnen ouders hun kinderen weer laten zien wat het betekent om Tharu te zijn.

Geiten en toerisme vormen een inkomstenbron voor veel Nepalese families.

In Nepal gaat van alles mis, maar één ding doen ze er goed: natuurparken worden goed beschermd, onder meer door soldaten op olifanten, in samenwerking met de plaatselijke bevolking. De helft van de parkinkomsten gaat naar omliggende dorpen. Van de twaalf tijgerlanden die in 2010 beloofden het aantal tijgers te verdubbelen in 2022, ligt alleen Nepal ruim op koers. Het aantal tijgers is er gestegen naar 235, waarvan 87 in Bardia Nationaal Park.

We klimmen in een groene jeep van een verplichte gids, een van de manieren om werkgelegenheid te creëren, en rijden urenlang door schaduwrijke bossen langs de rivier en over grasland waar hier en daar een uitkijktoren boven uitsteekt. Is wel nodig, want het olifantengras groeit hoger dan het dak van de auto. We zien veel herten, apen en vogels als de maraboe. Maar geen tijger. Tip: ga in februari of maart als het gras laag is.

Wat ook opvalt: we passeren pick-uptrucks met gewapende militairen en zelfs een kazerne met wachttorens langs de rivier. ‘Daarom wordt hier al twaalf jaar niet meer gestroopt’, zegt parkdirecteur Ana Nath Baral op zijn hoofdkwartier waar makaken over het grasveld slenteren en gewonde neushoorns en tijgers worden opgevangen. Baral geeft leiding aan tweehonderd boswachters, aangevuld met achthonderd soldaten.

‘Meer tijgers krijg je vanzelf, als je meer ruimte en prooidieren aanbiedt.’ Daarom sloegen zijn boswachters zeventig waterputten met pompen op zonne-energie en creëerden ze extra grasland om Bardia aantrekkelijk te maken voor herten, zwijnen, apen en wilde runderen. Het park en de omliggende bufferzone – zo groot als de provincie Utrecht – is via natuurcorridors verbonden met andere parken.

  • Directeur Ana Nath Baral van Bardia National Park. 

Baral: ‘De truc is de dieren binnen te houden en het aantal mens-dierconflicten te beperken.’ Ecologentaal voor een tijger die je moeder opeet. Afgelopen jaar doodden tijgers vier dorpelingen, de laatste was een 71-jarige man die zijn varkens aan het voeren was. ‘We zijn meteen gaan kijken’, zegt de parkdirecteur. ‘Het bleek een oude tijger, met ontstoken wonden op zijn huid en versleten tanden. Waarschijnlijk verdreven uit zijn territorium en op zoek naar een makkelijke prooi.’ De tijger werd verdoofd, maar stierf later in een kooi op het hoofdkwartier. ‘Wij zetten alle tijgers terug in het bos, ook man-eaters, maar dit dier was te verzwakt.’

Het is de keerzijde van het succes van de Nepalese natuurparken, waar hekken ontbreken: botsingen met dieren aan de randen van het park. ‘Ik slaap soms in die toren’, zegt een dorpeling wijzend op een houten constructie in zijn rijstveld, ‘om herten en zwijnen weg te jagen door lawaai te maken.’ Wel vanaf 5 meter hoogte, vanwege de tijger.

‘We verbranden soms gras en oude fietsbanden’, zegt een ander. ‘Tegen olifanten’. Hij laat een foto op zijn telefoon zien: een platgewalst huisje van leem. ‘Olifanten ruiken de rijst die wij thuis in silo’s bewaren.’ De boer heeft ook nog een veldje in het bos. ‘Ik kom er niet graag. Mijn vader is daar gedood door een olifant.’ De overheid bood hem een compensatie aan.

Logisch dus, dat sinds kort huisjes van beton verrijzen: minder onderhoud en olifantbestendig, maar ook lelijk. Daar komen toeristen niet voor, denk ik, maar dat durf ik niet te zeggen. Sudip ziet me denken: ‘We gaan proberen daar weer leem tegenaan te smeren.’ Ondanks alles zijn de meeste bewoners van Dalla opgetogen over het stijgend aantal dieren in Bardia. ‘Ons park is beroemd’, zegt een van hen.

Oudere vrouwen en schoolmeisjes vissen hele kleine visjes met een handgemaakt net voor het avondeten in de rivierstroom voor hun huis. De meisjes snoepen ondertussen gepofte rijst.

Parkbaas Baral erkent de problemen. ‘We bouwen op sommige plekken elektrische hekken met zonnepanelen, maar de lokale gemeenschap moet die onderhouden. Dat gaat niet altijd goed.’ Een betonnen muur is volgens hem te duur. ‘Na ieder incident bied ik samen met de generaal onze excuses aan. We gaan niet in op de schuldvraag, we zeggen dat het de natuur is.’ Nabestaanden krijgen volgens hem meteen 400 euro voor de begrafenis en later nog eens 8.000 euro compensatie.

Het natuurpark biedt ook kansen voor dorpelingen. Hoe meer tijgers, hoe meer bezoekers. Dat zijn er nog maar 25 duizend per jaar, voornamelijk Nepalezen, dus het toerisme staat nog in de kinderschoenen. In de bufferzone rond het park mag je wandelen, fietsen en varen tussen de wilde dieren. Je logeert er bij boeren thuis, die je aanmoedigen de buffel te melken of een visnet binnen te halen.

Het dorp Dalla bouwde een slaapplatform in een enorme kapokboom in het bos, een ideetje van een Franse gast die het ook financierde. De wandeling ernaartoe is al een volwaardige safari, ’s nachts liggen we wakker van alle enge geluiden in het bos. Een neushoorn graast en smakt onder onze boom. We horen ook wat wilde dieren als ze de bewoonde wereld naderen: hondengeblaf in de verte, een flard Bollywoodmuziek, een scooter die start.

Vanuit de boom gezien: neushoorns.

‘Ja, de dolfijn leeft hier echt’, zegt homestay-eigenaar en wildernisgids Sudip Jogi. Langs de oevers van de machtige Karnali-rivier, die ontspringt in Tibet en uitmondt in de Bengaalse Golf, staan verdacht veel dolfijnrestaurants. Maar volgens obers en klanten is het dier een mythe. Uitgestorven. Sudip belt echter wat rond en deelt mee: ‘Ik heb een plek, honderd procent zeker.’

En zo stappen we in het houten bootje van een oude veerman met een lange bamboestok, op zoek naar de bedreigde gangesdolfijn. Hij boomt over een modderige zijtak van de Karnali, geluidloos langs groene rietstengels, links en rechts verdwijnen krokodillen behoedzaam onder water. ‘Blijf naar het midden kijken’, adviseert hij. En dan opeens, tjop, haalt een dolfijn met een gekke lange bek en een hoog voorhoofd adem, en nog een, en nog een. Je wordt blij van hun omgekrulde mondhoeken, maar ook een beetje triest: misschien zijn dit wel de laatste dolfijnen van Nepal.

Je zou een bezoekerscentrum verwachten, een souvenirshop en rubberboten met oranje zwemvesten, maar hier staat slechts het lemen boerderijtje van de veerman. Zijn zoon is een teashop van 2 bij 2 begonnen. ‘We dachten ooit dat het een vis was die mensen at’, zegt de zoon. ‘We waren bang voor ze.’ Nu hij weet dat het een bijzonder dier is, droomt hij van toerisme. ‘De overheid moet een echte weg aanleggen en ons opleiden, zodat we wat kun vertellen over dit dier.’ Het dorp is al begonnen met de bouw van een uitkijktoren op de oever.

De homestay van familie Jogi.

Al heb je pech en zie je geen tijgers of dolfijnen, dan nog is een bezoek aan Zuidwest-Nepal de moeite waard. Al was het maar omdat ze hier het homestay-concept zo serieus nemen. Elders in de wereld beland je dikwijls in een bungalowtje naast een boerderij en eet je apart van de familie, soms zelfs in een restaurantje. In Bardia doet het hele dorp mee: toeristen worden verdeeld over de huizen, excursies en culturele avonden worden gezamenlijk georganiseerd.

Boek maar een nacht in het dorpje Bhada, waar dorpshoofd Laxmi Chaudary ons opwacht: keurige middenscheiding, streepsnorretje en pen in de borstzak. We zijn de eerste westerse gasten. We eten rijst en linzensoep met onze handen, uit bakjes gemaakt van bladeren. We zitten op de aarden vloer tussen rijstsilo’s die tevens dienst doen als muren. We slapen zonder lakens onder een ventilator en wassen ons bij de waterpomp op het erf.

Chaudary trommelt de medebewoners op voor een demonstratie traditioneel handwerk in het gemeenschapshuis en een dansavond bij de buren. Jonge vrouwen in prachtige gewaden – rood, groen goud met rinkelende munten om hun nek – beginnen schuchter te bewegen op het geluid van een trommel. Een rij oudere dames in witte rokken zingt een Tharu-lied over de oogst.

Eerst denk je: wat een hoop moeite voor één gast, maar dan krijg je door dat ze het eigenlijk niet voor jou doen. Het halve dorp staat bij het tuinhek om filmpjes te maken met hun smartphone, op een houten ossenkar staren kinderen vol bewondering naar de pracht en praal, tijdens intermezzo’s geven oudere vrouwen aanwijzingen aan hun dochters. Het is al donker als de dorpelingen uitgelaten naar huis lopen door hun maanverlichte rijstvelden.

Vrouwen wassen zich bij de waterpomp langs de onverharde weg tussen de rijstvelden in Bhada.

De volgende ochtend, je bent wat brak van het harde bed, vervalt het dorp weer in zijn dagelijkse ritme. Oma speelt met haar kleinkind op een katia, een rustbed van hout en touw. Een zuster wast koperen borden af met as uit het vuur. Opa slentert in zijn onderbroek richting de hurk-wc. Dan denk je vanzelf: hoe zou het zijn als ik hier zou wonen?

Zo stemt een dorpje als Bhada tot mijmeren; je fantaseert over een job als tijgergids of opzwepende trommelaar in de avond. Zonder wifi, zonder hypotheek. Hoe zou het zijn, als ik hier zou blijven? Blijf niet te lang piekeren, anders ga je het nog doen ook.

Reisinformatie

De Nederlandse touroperator Koning Aap organiseert een reis naar Bardia Nationaal Park en omliggende dorpen. Vanaf 1695 euro voor een 23-daagse rondreis (exclusief vlucht).

Klimaat

Een vliegreis naar Kathmandu levert 2000 kg CO2 op volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Dat is te compenseren voor 25 euro via treesforall.nl of fairclimatefund.nl. Meer informatie op klimaatwijsopvakantie.nl, milieucentraal.nl/vakantievervoer.