INTERVIEW 50 JAAR NA KRALINGEN

Op het popfestival
van Kralingen

was alles voor
het eerst

Pieter Boersma (75) vond honderdzeventig nooit eerder gepubliceerde Kralingen-dia’s in zijn archief. Ze laten zien dat de fotograaf vijftig jaar geleden meer gefascineerd was door het publiek dan door de muziek.

INTERVIEW 50 JAAR NA KRALINGEN

Op het popfestival
van Kralingen

was alles voor
het eerst

Pieter Boersma (75) vond honderdzeventig nooit eerder gepubliceerde Kralingen-dia’s in zijn archief. Ze laten zien dat de fotograaf vijftig jaar geleden meer gefascineerd was door het publiek dan door de muziek.

Fotograaf Pieter Boersma was ten tijde van het Holland Pop Festival van 1970 in Kralingen - het eerste meerdaagse van Europa - niet zo’n brutaaltje als, zeg, zijn collega Ed van der Elsken. Waar die met bravoure de redacties op stormde om zijn werk te verkopen, was Boersma te bescheiden en onzeker. ‘Ik had de ingangen niet’, zegt hij nu, 75 jaar oud, een halve eeuw na Kralingen. En zodoende zijn de foto’s die hij destijds maakte van de afwisselend zonovergoten en natgeregende massa op dat enorme grasveld nooit eerder in een krant of tijdschrift verschenen.

Boersma is een jazzjongen, altijd geweest. Speelde ooit cello, en verdient ‘de Blijvend Applaus Prijs omdat ik daarmee op tijd ben gestopt en zo het publiek veel leed heb bespaard’. Verkoopt af en toe nog foto’s uit zijn archief van Miles Davis, Dexter Gordon, Charles Mingus, Archie Shepp, ‘altijd aan Amerikaanse bladen’. Behoorde tot de inner circle van Misha Mengelberg, Han Bennink, Willem Breuker. ‘De popscene interesseerde me niet zo erg. Al die liedjes zijn hetzelfde.’

Het waren dan ook niet The Byrds, Pink Floyd, CCC Inc., Santana en Jefferson Airplane die de Amsterdammer Boersma naar Kralingen lokten. Hij kwam er terecht als onbezoldigd fotograaf voor een op het festival gepresenteerd kunstproject met inflatables, opgeblazen 3-d-objecten waarin een persoon op het water van de vijver langs het terrein zich even Jezus kon wanen.

Voor wat er op het podium werd verricht, had Boersma geen aandacht. Maar voor het publiek des te meer. ‘Ik had een perskaart waarmee ik op het podium en in de lichtmasten mocht klimmen. Wat ik daar bovenin zag, 70 duizend mensen, was absoluut indrukwekkend. Voor het eerst van mijn leven zag ik zo veel mensen bij elkaar.’ En zo sloeg hij aan het fotograferen, de massa vanuit de hoogte, het drommen rond de toiletten, met aan de muur de condoomautomaat van de NVSH. Het langdurig zitten, liggen, hangen, het schuilen tegen de regen en het bakken in de zon. Drie dagen lang.

Hoe de sfeer was, kan hij zich eerlijk gezegd niet zo goed herinneren. ‘Ik was nogal een bozige jongeman, ik had er niet zo veel contact. Wat ik wel weet: iedereen denkt nu bij Kralingen aan de Provo’s en de hippies. Maar er waren maar vijftien Provo’s en hooguit honderd hippies, een cultuur waar ik helemaal niets mee had - apekool. In werkelijkheid was het toen een keurige, bekakte samenleving, het publiek was hartstikke braaf - hier en daar werd een beetje geblowd.’

Sliep Boersma ook op het veld, of in een van de tenten? ‘Dat weet ik eigenlijk ook niet meer. Ik denk dat ik heel weinig heb geslapen en steeds heb rondgelopen.’ Was hij misschien zelf onder invloed destijds, dat zijn geheugen hem hier een beetje in de steek laat? ‘Nee hoor, dat niet. Ik heb in 1966 een half jaartje geblowd, maar dat was helemaal niks voor mij.’

Als hij nu kijkt naar de 170 dia’s die hij heeft opgediept uit zijn archief en digitaal ingescand - de aanleiding was een recent oral history-project over Kralingen waarvoor beeld was gewenst - vindt Boersma het jammer dat hij nog niet over de camera en de lenzen beschikte die hij later wel kon aanschaffen. ‘Nu deed ik alles met een vaste lens, het was fijn geweest als ik ook een tele had gehad, sommige taferelen vroegen daar om.’ Maar ja, hij was ‘arm als een kerkrat’.

Het tij keerde toen het fameuze Amerikaanse blad Life werk van hem aankocht dat hij had gemaakt bij een reportage over de inflatables. ‘Ik kreeg er dertigduizend gulden voor, een gigantisch bedrag.’ Zo kwam hij aan geld om in een goeie Nikon te investeren. En wist hij als fotograaf het noodlot dat hij ooit had gevreesd te ontlopen.

‘Ik was destijds van de Rietveld Academie afgeschopt. Geen talent, vonden ze. Ik had geen hoge pet van mezelf op destijds. Ben eens naar Avenue gegaan om mijn werk te laten zien, nou, ze wilden er niet eens naar kijken.’ Doorzettingsvermogen en de jazz hielden hem evenwel af van het pad zijn vader hem was voorgegaan: een beroepscarrière als belastingconsulent. Met zijn foto’s heeft Boersma sinds Avenue niet meer geleurd. Het mag dan ook een wonder heten dat de Volkskrant ze nu alsnog in handen heeft.

Rechts zie je de fluitist Cochius, de man met de bril en de baard, een destijds bekende straatmuzikant. Die ander ken ik niet. Sigurd Cochius heette hij voluit, hij had een erfenis gekregen, dus hij had centjes genoeg en speelde permanent. Ook op Kralingen liep hij als bezoeker rond en speelde. De mensen vonden het wel leuk, hij kon ook best aardig spelen.’

‘Af en toe werd er gedanst, maar niet zo massaal als nu. Ik denk dat het bij die tijd hoorde. Iedereen ging op de grond zitten. Voordeel was dat iedereen goed om zich heen kon kijken. Tegelijk was het er toen natuurlijk verschrikkelijk. Je zag geen fuck van wat er op het podium gebeurde, het geluid was nog rampzalig.’

‘Deze heb ik vanaf het podium gemaakt. Rechtsvoor zie je het houten hek dat het publiek op afstand moest houden. Je ziet ook wel hoe de bevolking destijds was samengesteld. In het publiek geen Turk of Marokkaan te zien, en een heel enkele keer een Surinamer. Tussen het publiek stonden trouwens van die ouderwetse zinken vuilnisbakken die werden omgekieperd in de aswagen. Dezelfde bakken als van de Stadsreiniging.’

‘Het heeft goed geregend op Kralingen, mensen sliepen in grote tenten, of in de openlucht, in hun slaapzakken onder een plastic afdakje. Alles werd zeiknat, maar toch bleef de sfeer gemoedelijk. Er waren nergens opstootjes. Kwam ook doordat er geen vergelijkingsmateriaal was. Mensen konden niet zeggen: hè, vorig jaar was het weer zo veel beter. Want er wás geen vorig jaar. Dit was voor het eerst.’

‘Tsja, dit was een inkoppertje. Je bent een sufferd als je deze niet maakt. Veel oudere mensen waren er niet. Daar achter zie je een oudere man, die met dat baardje, maar je ziet dat die bij de alternatieve scene hoorde.’

‘Die twee mensen op de voorgrond waren een paar van de weinigen in het publiek die vrienden van me waren. Ik herinner me nog dat veel dames na verloop van tijd een beetje chagrijnig werden. Die waren vast met hun vriend meegekomen en vonden die drie dagen uiteindelijk toch te lang duren.’

Lees meer over het ‘Nederlandse Woodstock’

De concertfilm van Kralingen is uniek. Al was het maar omdat de meeste (bijna-)makers zouden uitgroeien tot wereldberoemde filmmakers. De Volkskrant sprak ze (toen nog jong en onbekend, nu wereldberoemd) over het blote publiek, ‘verdwenen’ opnamen en vooral de magische sfeer.

Er is beeld noch geluid van zijn optreden en zijn naam stond verkeerd op de poster, maar Tamalone speelde écht op het hoofdpodium. Diederik Buijen hoopt dat zijn overleden broer nu de aandacht krijgt die hij verdient.

Op Kralingen hielden undercoveragenten een oogje in het zeil. Maar hoe doe je dat? Hup, ‘popkleding’ aan en meeroken. Hier zag het gedoogbeleid het licht.