Op bezoek bij de uitvinder van de Rubiks kubus

Zo’n veertig jaar geleden ging een slecht Engels sprekende professor uit Hongarije met zijn speelgoedkubus naar New York. Zijn puzzel was al een hit in zijn thuisland. Dat zou over de grens vast niets worden: te moeilijk, en er kwam niet eens geluid uit. In Boedapest blikken we met Ernö Rubik (76) terug op de zegetocht van de Rubiks kubus.

Er zit een 76-jarige man in een weinig geometrische houding onderuitgezakt op de sofa van zijn studiekamer jongensachtig te grinniken, en dat al een uur lang. Ernö Rubik, bedenker van de puzzelkubus, bekijkt op de laptop hoe zijn creatie het eraf heeft gebracht op de covers van boeken en magazines, en er komt geen einde aan.

De Hongaarse uitvinder is pas bij 2004, en er zijn al honderden interpretaties van de kubus voorbij getrokken, met begin jaren tachtig als startpunt van de rage. De kans is groot dat hij alle zevenhonderd covers gaat toelichten, om tenslotte het kubusjaar 2020 aan te tikken, zonder van plaats te veranderen, zijn leesbrilletje rechter op de neus te zetten, of om zich te bekommeren om wie of wat dan ook.

Grrrr grrrr, klinkt het, als hij tevreden vaststelt dat een Russisch blad over wiskunde zijn kubus heeft verkozen om mathematische complexiteit te verbeelden. Of kijk, weer staat de kubus op de voorkant van Time Magazine, de derde keer al. Nu over de Pakistaans-Amerikaanse verhoudingen, voegt hij eraan toe, zacht uitgesproken, in gebroken Engels.

‘Vernieuwing in India… Vastgoedmanagement…. Dat is Pools… Ahhh, een verwijzing naar de jaren tachtig… Uit Finland… De uitdaging van het maken van een goede cake… Tweehonderd wereldproblemen… Rubik voor dummies… Een detective van Ed McBain… Zwangerschap als dilemma…’

Je kunt hem tussendoor een vraag stellen, zoals: mister Rubik, hoe komt het nou toch dat uw magische kubus zich leent voor zoveel creatieve interpretaties en uitingen? Of, mister Rubik, wat vinden uw kinderen eigenlijk van hun speelse vader? Wist uw moeder, mister Rubik, altijd al dat u een legendarische uitvinder en designer zou worden? Mister Rubik...

Hoor ’m fluiten van plezier, zijn vinger blijft op de toetsenbord van de laptop, op naar het volgende plaatje.

‘Weer een kookboek… Uit Indonesië… Vietnamese psychologie... Fit en gezond in Duitsland… De problemen van het nieuwe Noorwegen… Het is ongelooflijk… Effectief leiderschap… haaaa… Wie besluit voor Catalonië?...

Pas als er gevraagd wordt naar de exacte plek van het toilet in dit door hem zelf ontworpen vijf verdiepingen grote huis in de heuvels rond Boedapest, legt hij verstoord zijn laptop even terzijde.

‘ Nou ja… Dat was het even.. Sorry… Dat het zo lang duurde… Het blijft ongelooflijk… Al 46 jaar die kubus, en telkens weer die andere draai…’

Ernö Rubik, bedenker van de puzzelkubus Foto Corbis/Getty Images

Ja, hij vindt dit leuk, geeft hij toe. De makers van deze covers denken dat ze hun waarheid in de kubus hebben gelegd, en vermoeden daar allemaal reuze uniek in te zijn. Deze reeks van covers bewijst voor Rubik dat zijn kubus een universele betekenis heeft. Daarom is hij ze gaan verzamelen, om bewijzen voor die gedachte te vergaren. Overigens heeft hij ook nog ordners en dozen vol reclames, kubusverschijningen in boeken, films, muziek, design, cartoons, architectuur en kunst, maar die liggen in zijn kantoor, elders in de stad.

De kubus is een icoon geworden, kan hij zomaar zeggen. Maar waarvan dan? Nou, dat zal hij nu dus vertellen: de kubus is een icoon geworden van een moeilijk te definiëren iets. Kijk maar naar al die covers! Als je ergens niet gelijk uitkomt, of een probleem niet subiet kan oplossen, verschijnt de kubus op het toneel. Het is daarom een icoon van alles wat we nog niet weten, zegt Rubik resoluut.

Als het om het ego van Ernö Rubik gaat, beweegt hij zich als een slangenmens door het gesprek. De trots op wat hij heeft voortgebracht – met meer dan 500 miljoen exemplaren het meestverkochte speelgoed ter wereld, meer dan 1 miljard mensen hebben aan zijn ontwerp gedraaid – weet hij in overtreffende trap te decimeren. Zo is hij niet… trots… nee… nee… o… nee…. Hij zegt niet de aard te bezitten om tevreden te zijn over zichzelf.

Maar tegelijkertijd kan hij breed en uitvoerig uitweiden over de grootsheid van de alom aanwezige kubus, over zijn intellectuele, wetenschappelijke, artistieke en educatieve betekenis – al mag je volgens hem ook het specifieke karakter van de kubus zelf niet uitvlakken, want je kunt de reik- en draagwijdte toch moeilijk alleen aan hem, de bedenker, toeschrijven.

Je moet hem daarom zien als Meneer Geppetto, de houtsnijder die Pinokkio creëerde, waarna de pop zijn eigen levenspad koos. Zo verging het de kubus ook, zegt Rubik, nadat die in de wereld was losgelaten, en een op zichzelf staand wezen werd. En dat niet alleen, zegt Rubik: de kubus is wijs en blij, recht door zee en neemt geen blad voor de mond. Als Rubik dan toch ergens trots op is, is het de wijze waarop de kubus in het leven staat.

  • Beeld Monique Bröring

De kubus is een jongen

Zijn huis staat aan het einde van een smalle weg omhoog, in een groene voorstad van Boedapest. Op de bel van de hekdeur zit een geel vierkantje, in plaats van zijn naam. De bewoner spreekt door de intercom, en dan zoemt het hek open. Dan verschijnt daar Ernö Rubik, een frêle gestalte, in lichte kleding, met een gedekt kapsel, en staalblauwe ogen.

Hier is mijn Maserati, zegt hij wijzend op een kleine elektrische Volkswagen, als we door de garage naar binnen lopen. Geintje van de professor.

In zijn net verschenen boek, Cubed, beschrijft hij uitgebreid dit huis, net als zijn andere woningen, omdat de uiteenlopende behuizingen zijn levensverhaal dragen. Van een vol appartement in het centrum van Boedapest, waar hij alleen met zijn gescheiden moeder woonde, kwam hij met zijn aanzwellend vermogen in steeds ruimer bemeten huizen te wonen, zelf ontworpen, en steeds verder van de stad vandaan. Zijn vier kinderen, uit twee huwelijken, zijn al het huis uit, en in dit minimalistische bouwsel in zwart en wit hebben zijn vrouw en hij zich omringd met vetplanten en cactussen.

En dan is er nog die ene zoon, zijn oudste kind, dat her en der in het huis is terug te vinden, achteloos. Als sleutelhanger, als prototype, als imitatie of verwerkt in een kunstwerk, zoals die van Invader. Deze Franse urban-artist werkt sinds 2004 aan Rubikcubism, kunst waarin hij met de kubussen van Rubik aan de slag gaat, en de geestelijk vader daarvan kreeg een kunstwerk cadeau.

De kubus is een jongen, zegt hij, door zijn harde randen, spieren en dynamische verschijning, en werd als zodanig door hem in 1974 op aarde gezet. Hij zou willen dat de geboorte van die zoon één grote creatieve uitbarsting was, één eurekamoment, maar zo is het nooit gegaan. Hij deed het tussendoor. In 1974 gaf Rubik les aan de Universiteit van Kunst en Design in Boedapest, en zocht hij naar een manier waarop hij de beweging van een driedimensioneel object aan zijn studenten kon laten zien. Het romantische verhaal wil dat hij op een dag naar de Donau staarde en zag hoe kiezelstenen door het water werden bewogen. Dat inspireerde hem: hij wilde iets maken dat kon draaien, zonder uit elkaar te vallen.

Op zijn kamer, in zijn moeders flat, ging hij aan de slag met hout, paperclips en elastiekjes. Een speelse man was hij altijd geweest, een homo ludens, dol op puzzels en spelletjes, uiterst nieuwsgierig bovendien. Als kind speelde hij met allerhande (schuif)puzzels, en later kwamen daar geometrische mysteriën als de pentomino en de somakubus bij. Hij maakte een kubus, met 3x3x3-vlakken, eerst van hout, waarbij je de vlakken horizontaal en verticaal kon draaien zonder dat de kubus uit elkaar viel. Later bedacht hij de zes primaire kleuren en beplakte de houten kubus met stickers.

Zoiets bestond nog niet, het was zelfs een emotioneel moment, in de lente van 1974. Binnen een maand tijd lukte het hem de puzzel zelf op te lossen. Ik wist dat het een revolutionaire uitvinding was, zegt Rubik, dit was meer dan alleen een voorbeeld voor zijn studenten. Hier moest hij mee de markt op. In Hongarije was midden jaren zeventig wat ruimte voor het vrije ondernemerschap. Ook van belang in het communistisch systeem: hij deed niemand kwaad, het was maar speelgoed. Een staatsbedrijf wilde het wel maken.

Foto Thed Tai/The LIFE picture Collection

In een blauwe doos verscheen drie jaar later De Magische Kubus, Bűvös Kocka, in Hongaarse speelgoedwinkels. Zonder reclame- of publiciteitscampagne werden in twee jaar tijd 300 duizend exemplaren verkocht, op een bevolking van 10 miljoen inwoners. De staat had zijn officiële zegen gegeven, dat scheelde, en de Hongaren leken massaal verslaafd te zijn aan hun eigen waar.

Dat de kubus een groot internationaal succes werd, had alles te maken met Tom Kremer, een Hongaarse ondernemer in speelgoed. Hij overleefde als jongen de Holocaust en kwam via Israël in Engeland terecht. Op een speelgoedbeurs in Duitsland hoorde hij in zijn oude moedertaal spreken over een onmogelijke puzzel, die een hit was achter het IJzeren Gordijn.

Kremer zag het gelijk helemaal zitten, zegt Rubik. Hij zag de potentie van de kubus en wist een deal te sluiten met Ideal Toys, een groot Amerikaans bedrijf. De naam moest veranderen in Rubiks Cube, meenden de Amerikanen, en er werd een contract gesloten voor 1 miljoen kubussen, te produceren niet in Hongarije maar in Taiwan en China.

Grrrr grrrr… Ja... ja… ha… haaa, grinnikt Rubik… die deal was wat je een grote wending kunt noemen…

Op de speelgoedbeurs in New York in 1980 werd Rubik ingevlogen om de Amerikaanse markt met zijn schepping te laten kennismaken. Het was een wonder dat hij als Hongaar zomaar een reis naar het Westen kon maken, hij was de uitzondering geworden. Want nu zijn naam aan de kubus was verbonden was het onvermijdelijk dat hij in zijn steenkolenengels en al kettingrokend, als een soort Oost-Europese professor uit een James Bond-film, de speelgoedbranche moest laten zien dat deze vermaledijde geometrische puzzel wel degelijk was op te lossen. Miss World was er trouwens ook, dat heeft hij goed onthouden, en er was een complete wolkenkrabber afgehuurd.

Hij vertelt uitgebreid te hebben geoefend, voor New York. Als het niet zou lukken, zou de hele operatie een sof worden. Want waarom zouden die speelgoedwinkeliers iets gaan verkopen wat ook al niet door de bedenker kon worden opgelost? Er was sowieso veel pessimisme, aanvankelijk. Het zou te moeilijk zijn voor de consument, er kwam geen geluidje uit, het bewoog niet.

Wat er toen gebeurde? Wat gebeurde er niet!? De kubus raasde door Amerika en daarna door de rest van de wereld. Je kunt onmogelijk één reden aangeven waardoor de kubus zo’n groot succes had, achteraf. Het was de samenwerking tussen hand en hersenen, er waren geen regels en iedereen kon het proberen. De kubus kent 43 triljoen variaties.

Het echte antwoord, aldus Rubik, is dat er vele antwoorden zijn. Het bewees in elk geval dat de consument werd onderschat: de consument pikte het juist op omdát het moeilijk was. Amerikaanse kranten schreven dat het publiek dol was op de ingewikkelde kubus, en nog meer mensen kochten de kubus. Het was op tv, de kubus was overal. Mensen staken elkaar aan, kinderen namen hem mee naar school, iedereen wilde hem hebben.

Beeld Noël Loozen

Het was een rage, een epidemie. In drie jaar werden er honderd miljoen kubussen, wereldwijd, verkocht. Binnen een jaar stonden er drie boeken in de Amerikaanse bestsellerlijst, over hoe je de kubus kon oplossen. In het tijdschrift Scientific American verscheen een invloedrijk artikel, waarin werd gesteld dat de kubus van groot belang is voor de wetenschap. Aan het eind van het jaar stond de kubus op de cover van Time Magazine.

En Rubik? Rubik had geen idee wat hem overkwam. Nu zittend op het balkon van zijn huis, tovert hij met gemak de blik te voorschijn die hij als overrompelde uitvinder veertig jaar geleden had. Laat hij het zo zeggen: hij voelde zich een artiest die opeens succes had. Hij vloog van stad naar stad, in privéjet, van beurs naar beurs, was permanent op de televisie. Vanwege de promotiecampagne nam hij onbetaald verlof van de universiteit.

Rubik kwam in het oog van de orkaan terecht. Er gebeurde iets verderop, dat gevoel bekroop hem vooral, het gebeurde buiten maar niet binnen. In de oorlog zie je ook je vijanden niet, zegt hij, je hebt geen idee wie er wint of verliest, als toeschouwer van je eigen leven. Als voorbeeld noemde hij zijn bezoek aan Japan, begin jaren tachtig. Een enorme mensenmenigte, iedereen wilde hem aanraken. Alsof hij een exotisch, niet eerder vertoond dier in de dierentuin was.

En opeens was het voorbij, kubusmania, na amper twee jaar. Zo onverwachts als de storm was opgestoken, zo snel was de storm weer gaan liggen. Iedereen had een kubus, de markt was verzadigd. Een ongekende hoeveelheid imitatie-kubussen vanuit China had de wereld overspoeld. In The New York Times verscheen eind 1982 een necrologie van de kubus: de rage is dood.

Achteraf weet hij vooral dat hij maar een fractie heeft verdiend van wat er wereldwijd werd verdiend met zijn uitvinding, zegt hij, doelend op al die neppers. Maar, ook bij Rubik stroomde begin jaren tachtig het geld binnen. Voor Hongaarse begrippen werd hij een rijkaard van formaat, een communistische miljonair die toegang had tot speciale winkels voor diplomaten en hoge overheidsdienaren en minder belasting hoefde te betalen. Ook kwamen er drie auto’s, waaronder een Mercedes, en kreeg hij toestemming om een eigen firma op te richten, Rubik Studio. Tegenwoordig staat hij te boek als multimiljonair, met een geschat vermogen van meerdere tientallen miljoenen, en is hij nog steeds actief in Rubik’s Brand Ltd.

Dat het iemand achter het IJzeren Gordijn was gelukt om succes te hebben in het Westen, dat was niet zomaar iets. Denk alleen al aan zijn vader en de tegenwerking die hij had ervaren. Ook Ernö senior was een uitvinder geweest, maar dan van zweefvliegtuigen. Voor de Tweede Wereldoorlog had hij zijn eigen fabriek gehad, maar die werd hem met de machtsovername van de communisten afgenomen. Hij werd chef-ingenieur van zijn eigen fabriek, tot zijn grote verdriet. Vervolgens verordonneerde het Warschaupact ook dat Hongarije geen vliegtuigen mocht leveren aan andere Oostbloklanden en gingen de door hem ontwikkelde vliegtuigen nooit in massaproductie.

Zijn vader was zeer gesloten, en door de tegenslag in zijn loopbaan er niet opgewekter op geworden. Je kunt zeggen dat de kubusbouwer senior heeft overtroffen door wel als Hongaar een voet aan de grond te krijgen in het Westen. Hij weet niet wat zijn vader ervan dacht, die zei nooit iets. Zijn moeder daarentegen was vrolijk en open, een dichter bovendien, en liet geen gelegenheid onbenut om haar zoon toe te juichen. Zijn ouders waren tegenpolen geweest, dus zo vreemd was het niet dat hij zich als kind terugtrok op zijn kamer om te puzzelen.

Beeld Ewoudt Boonstra

Artistieke bestendigheid

Rubik loopt zijn studiekamer in, en op een kastje staan wat kubusachtigen bij elkaar. Zoals daar is The Cube Man, het kubusmannetje dat nog in ontwikkeling is, en wat losse houten kubusblokjes die op zoek zijn naar vastigheid. Het was net na de kubusstorm dat hij de kubus niet meer kon zien, en ervoor zorgde dat zijn huis volledig kubusloos was. Zo hield hij ook het onderscheid tussen werk en thuis, hij kon wel aan de gang blijven, met die kubus.

Het rare was, zegt hij nu, dat die doodverklaring uit The New York Times hem in die tijd helemaal was ontgaan. De kubus was volgens Rubik ook niet dood, maar lag even op één oor, om even bij te komen van de drukte. The Museum of Modern Art in New York had niet voor niets de artistieke bestendigheid herkend door de kubus in de permanente collectie op te nemen

En die drukte kwam opnieuw, maar in een constante en minder wervelende vorm. Eerst werd in 1986 met de komst van een puzzel, Rubik’s Magic, een reeks variaties op de markt gebracht. Daarmee werd de interesse voor de kubus weer gewekt en na de eeuwwisseling maakte de kubus een ongekende spurt. Dat had vooral te maken met speedcubing, het zo snel mogelijk de kubus oplossen, een sport die uit het niets opkwam, zonder dat Rubik er iets mee van doen had. Inmiddels zijn er honderdduizend geregistreerde spelers. Het wereldrecord sneldraaien staat nu op 3,47 seconden van de Chinees Yusheng. Nederland kent met Mats Valk, 1 seconde langzamer, een speedcuber van formaat. In de documentaire The Speed Cubers, die nu op Netflix is te zien, wordt Max Park gevolgd, een 16-jarige autistische jongen, een top-speedcuber.

De kubuskoning

In zijn hand houdt hij een speedcube, niet eens door zijn bedrijf gemaakt, zegt Rubik narrig. Er zit een rondje in het midden. Zijn bedrijf, Rubik’s Brand Ltd, dacht dat het niet zo’n vaart zou lopen met deze sport; waarom zouden mensen wedstrijden houden met speelgoed? Tot Rubiks grote ergernis stapten Chinese bedrijven, zoals QiYi, wel in en maakten speciale wedstrijdkubussen, makkelijker draai- en wendbaar. Inmiddels heeft hij zich erbij neergelegd dat zijn firma te laat op de proppen kwam met de speedcubes. En, zegt hij, het is sowieso goed voor de kubus, de kubus leeft, ook in deze gedaante, eeuwig voort.

Voor Rubik zelf is een nieuwe rol weggelegd, als de kubuskoning die zich bij deze wedstrijden laat zien. Massaal wordt hij toegejuicht door de veelal jonge speedcubers en hun fans, in volle zalen overal ter wereld. Ze geloven niet dat hij daar zomaar is, zegt hij. Hij voelt hoe echt het is, dat ze zich laten horen vanwege hem.

‘Nice… Grrrrr grrrrr… Nice...’

Kijk, hij is niet een echt knuffelige man, of iemand die graag dichtbij mensen staat. Voor spontane omhelzingen of liefdesverklaringen moet je niet bij hem zijn. Maar wat hem de laatste jaren overkomt op die speedcubingevenementen, had hij toch niet gedacht. Zoals in Boston, waar een stelletje met hem op de foto wil, omdat ze allebei speedcubers zijn en elkaar door het speedcubing hebben leren kennen. Ze bedankten hem voor het geweldige huwelijk dat ze hebben, dankzij hem.

En tijdens het WK speedcuben in Parijs zat hij backstage bij te komen, toen een meisje op hem afkwam, met haar kleine broertje. Ze vroeg om een handtekening, en wilde een foto met hem maken. Nou, dat was goed. Haar broertje had de kubus nog niet opgelost, dat echter ging zeker gebeuren, maar zij kon hem al best snel oplossen. Toen ze weggingen, draaide de jongen zich nog één keer om, en rende naar Rubik toe, en zei, mag ik u knuffelen? En dat mocht.

Dan merk je toch, zegt Rubik, dat de boodschap is aangekomen. De boodschap? Ja, de boodschap van de kubus: je moet het doen, je moet het voelen, je moet het ondergaan en beleven.

Magie

Er staat een grote kubus op een glazen tafel in de studiekamer, in drie kleuren, bestaand uit blokken die door magneten bij elkaar wordt gehouden. Het product heet nog een probeersel te zijn – work in progress - en de bedoeling is dat de kubus in zijn geheel één kleur krijgt.

Rubiks oog trok opeens naar dit prototype toe, dat prominent in de kamer staat. Hmmmmmm, klinkt het binnensmonds als de professor zijn handen op de kubus legt, en de blokken verplaatst.

‘Nog twee kleuren… Draaien... ja, o la la… Te groot… My god… Hmmmm… Zo moet het…’

Zijn vingers dansen om de kubus heen. Het tempo wordt opgevoerd, en Rubik lijkt op te gaan in het moment. Dit is wat hij bedoelde toen hij in zijn boek de astronoom Carl Sagan citeerde: het moment dat je inzicht in een probleem krijgt is een soort extase.

Dan is het stil. Buiten is de tram te horen die richting het centrum van Boedapest rijdt, en een krijsende papagaai.

Ja…ja... zucht hij triomfantelijk als hij vaststelt dat de kubus één kleur heeft gekregen, dit is het, dít is de magie.

Volg ons