REPORTAGE UITBUITING IN ITALIË

Onzichtbaar leed op het Italiaanse platteland: hoe illegale bootmigranten worden uitgebuit

De tuinbouwsector in Italië is sterk afhankelijk van seizoensarbeiders. Nu die door het coronavirus niet uit Oost-Europa kunnen komen, heeft Rome een list bedacht: zet illegale bootmigranten in. Maar hun lot is abominabel. Want de maffia weet ze te vinden.

REPORTAGE UITBUITING IN ITALIË

Onzichtbaar leed op het Italiaanse platteland: hoe illegale bootmigranten worden uitgebuit

De tuinbouwsector in Italië is sterk afhankelijk van seizoensarbeiders. Nu die door het coronavirus niet uit Oost-Europa kunnen komen, heeft Rome een list bedacht: zet illegale bootmigranten in. Maar hun lot is abominabel. Want de maffia weet ze te vinden.

‘Wij maken hun eten met onze blote handen. Dus wat doen wij als zij ons geen rechten geven? Dan geven wij hun geen eten meer!’ Staande in een van de grootste krottenwijken van West-Europa zweept vakbondsleider Aboubakar Soumahoro zijn publiek op. ‘Kijk hoe wij er hier bijstaan’, zegt hij. ‘Zijn onze levens soms minder waard? Nee! Zijn wij alleen goed om te zweten op hun akkers? Nee! Gaan wij deze week staken? Ja!’

Soumahoro is een bekend figuur in Italië. Vorige week nog maakte hij live op televisie ruzie met ’s lands bekendste politicus Matteo Salvini en begin mei zei paus Franciscus dat een filmpje van Soumahoro over moderne slavernij hem diep had ontroerd.

Maar vandaag geen televisiestudio voor Soumahoro, laat staan het Vaticaan. Nee, vandaag is de vakbondsleider in Borgo Mezzanone, een getto nabij de Zuid-Italiaanse stad Foggia en de misschien wel smerigste, meest naargeestige plek van Europa. Naargelang het seizoen wonen hier duizend tot tweeduizend mensen in werkelijk abominabele omstandigheden. Ze trokken de afgelopen jaren als bootmigranten naar Europa, bleven steken in Italië en leven nu in krotjes gemaakt van brandhout, plastic doeken en oude dekens.

Aboubakar Soumahoro spreekt in de Gran Ghetto di Rignano, niet ver van Borgo Mezzanone. De containerwoningen in de achtergrond vervangen tijdelijk de onlangs afgebrande, vele malen krakkemikkigere krotten in het getto. Zodra de coronacrisis voorbij is, haalt de gemeente de grijze huisjes weer weg.

Naar schatting verblijven er zo’n 600 duizend illegale migranten in Italië, de meesten in getto’s zoals deze. Een aantal van hen leeft van de criminaliteit, sommigen werken in de bouw of als thuishulp, maar verreweg de meesten, ongeveer eenderde, moeten het hebben van de landbouw. Dat bekent dat er twaalf maanden per jaar zo’n 200 duizend Afrikanen door Italië trekken om tijdens het sinaasappelseizoen geld te verdienen in Calabrië, tijdens de asperge- en tomatenoogst bij te springen in Puglia, om daarna richting Noord-Italië te reizen voor het appel- en perzikseizoen, enzovoorts. Ze worden de ‘onzichtbaren’ genoemd.

Maar vandaag is er iemand die ze ziet, die ze recht in hun ogen aankijkt en roept: ‘Staking, staking!’

‘Staking, staking’, antwoorden de honderden mannen om Soumahoro heen.

  • De vakbondsleider Aboubakar Soumahoro roept illegale migranten in het getto van Borgo Mezzanone op...

  • ...in verzet te komen tegen de Italiaanse noodwet op seizoensarbeid.

Noodwet

Waarom staken? Omdat er deze maand een wet is ingevoerd die volgens Soumahoro een absoluut gedrocht is. Toen bleek dat de ruim 350 duizend Oost-Europese seizoenarbeiders die normaal gesproken helpen op het Italiaanse platteland niet konden afreizen vanwege het coronavirus, besloot de regering in allerijl een noodwet aan te nemen. Illegale migranten die al in Italië wonen, kunnen dit jaar een tijdelijke verblijfsvergunning van zes maanden aanvragen, opdat er deze zomer alsnog legaal citroenen, sinaasappels en tomaten kunnen worden geplukt.

‘Deze wet voelt alsof je een doekje bent dat handig is zodra er een vlek moet worden weggepoetst, maar daarna gelijk weer wordt weggegooid’, zegt Yussif Bamba een 30-jarige Ghanees die ooit zelf op het veld werkte, maar nu een radioshow maakt om de migranten in de getto’s te informeren. ‘Niet alleen zijn die zes maanden een belediging, de wet geldt ook alleen voor mensen die in de landbouw of de thuiszorg werken – alleen sectoren dus waar nu een gebrek is. Migranten in de bouw maken geen kans op een vergunning want daar is geen tekort. Daarmee zegt de regering in feite: we gunnen jullie alleen mensenrechten, zodra we van jullie kunnen profiteren.’

Volgens de migrantenvakbond van Soumahoro is de wet er vooral gekomen om de boeren tegemoet te komen. Als zij geen legale alternatieven hebben voor de afwezige Oost-Europeanen, hebben ze een probleem. Het tijdelijk legaal maken van Afrikanen is slechts een middel om dat probleem op te lossen. Geen doel op zich.

‘Daarom zeg ik: staken, staken, staken!’

Yussif Bamba in zijn radiostudio.

Het getto

Een van de jongens die de leus van Soumahoro overnemen, is Sedi Alaji (17) uit Gambia. Omdat hij pas kort in het getto woont, staat zijn krotje helemaal aan de rand van de sloppenwijk, daar waar de grond bezaaid ligt met afval, glas, pis, stront en bloed. Hij wil graag aan Europa laten zien dat de mensen die hun eten maken, leven in een kamp zonder stromend water, zonder plekken om je handen te wassen, zonder mondkapjes. Dat een hutje vlak bij zijn eigen dienstdoet als bar en weer eentje daarnaast als bordeel. Ongeveer 10 procent van de getto-bewoners is vrouw. Zij werken vrijwel allemaal als prostituee.

Omdat iedereen veel te dicht op elkaar leeft, hangt er een continue spanning in het getto, zegt Alaji. Een vriend van hem stierf vorig jaar bij een brand in een van de krotjes. Eind vorige maand werd hier vlakbij een migrant uit Guinee in zijn hals gestoken, waarna hij doodbloedde en ook nu breekt er voor zijn hut weer een vechtpartij uit. ‘Kom’, zegt hij. ‘We kunnen beter die kant oplopen.’

  • Sedi Alaji bij zijn hutje in het getto van Borgo Mezzanone nabij Foggia.

  • Alaji’s papieren.

  • De provisorische onderkomens in het getto van Borgo Mezzanone: zo’n tweeduizend mensen leven hier in abominabele omstandigheden.

Sinds de asielaanvraag van Alaji definitief werd afgewezen, is hij noodgedwongen onderdeel geworden van de horde in lompen gehulde landarbeiders die iedere ochtend, nog voor de zon opkomt, naar de rand van hun Italiaanse krottenwijken lopen in de hoop dat ze vandaag worden uitgekozen voor een van de busjes. Die komen iedere ochtend, tussen 4 en 6, het getto binnenrijden waarna maffiose tussenpersonen, zogenoemde caporali, tien of vijftien sterke mannen uitkiezen om die dag op de akkers te werken. Boeren betalen de caporali, de caporali betalen de migranten.

Hun salaris verschilt per seizoen. Meestal gaat het om een uurloon van rond de 3 euro, maar ook gebruikelijk is 50 cent voor iedere gevulde kist met sinaasappelen, of 3,5 euro voor iedere 300 kilo tomaten. Dat geld kunnen ze niet allemaal houden. Om in het getto te kunnen wonen, is huur verschuldigd – Alaji betaalt 40 euro per week voor een houten krot waar net een beschimmeld matras in past – en ook het dagelijkse vervoer van en naar de werkplek kost 3 euro, ook al betreft het vaak oude, onverzekerde busjes waarvan het laadruim helemaal wordt volgepropt met Afrikanen. In de zomer van 2018 overleden op de provinciale weg even buiten Foggia nog twaalf migranten omdat hun busje, waarvan de chauffeur geen rijbewijs bleek te hebben, verongelukte.

  • Hulpverleners van Intersos, een van de weinige hulporganisaties die medische hulp bieden aan de onzichtbaren.

  • ‘Ik kan aan de klachten precies zien welk seizoen het is’, zegt Verona van Intersos.

Dood door uitputting

‘Het is een schande dat we mensen in dit soort onmenselijke situaties laten leven’, zegt Alessandro Verona van Intersos, een van de weinige hulporganisaties die medische hulp bieden aan de onzichtbaren. In de afgelopen zes jaar zijn ongeveer 1.500 illegale migranten op het Italiaanse platteland gestorven vanwege hun werk; aan uitputting, diarree, ondervoeding, noem maar op.

‘Ik kan aan de klachten precies zien welk seizoen het is’, zegt Verona. ‘Als het aspergeseizoen begint, zijn er mensen die hun polsen niet meer kunnen bewegen omdat ze urenlang draaibewegingen moesten maken. En als het tomatenseizoen begint, beginnen ook de klachten aan de ellebogen.’

‘Ik werk soms twaalf uur op een dag’, zegt Sekou Ndiay uit Gambia. ‘Alles gaat dan pijn doen, maar als je even je rug strekt, roept de caporale gelijk dat je moet doorwerken.’

Hoewel de omstandigheden door alle hulporganisaties ‘onmenselijk’ worden genoemd, komen de vruchten van hun arbeid desalniettemin in heel Europa terecht. Bekend is het schandaal rondom het bedrijf Mutti, wiens blikjes tomaten ook bij de Albert Heijn te koop zijn. In 2015 overleed hier in de buurt een 47-jarige migrant aan uitputting op een tomatenboerderij die aan Mutti levert, ook al had die boerderij een antislavernijcertificaat.

Boeren die weigeren samen te werken met maffiose voedseldistributeurs, zijn geregeld slachtoffer van brandstichtingen, diefstal en geweld.

De rol van de maffia

Dergelijke incidenten zijn slechts het topje van de ijsberg, zegt landbouwsocioloog Alessandra Corrado van de universiteit van Calabrië. Omdat er nauwelijks toezicht is, maakt waarschijnlijk een grote meerderheid van de boeren gebruik van illegale migranten, ook in jaren dat er wel Oost-Europese arbeiders beschikbaar zijn. ‘Ook veel van het Italiaanse eten dat in landen als Nederland eindigt, wordt geproduceerd op bedrijven waar uitbuiting eerder regel is dan uitzondering.’

Dat is overigens niet per se de schuld van de boeren, zegt Corrado. Omdat de maffia grote delen van de voedselhandel controleert, hebben de meeste producenten geen keus. Het is immers de maffia die de voedselprijs kunstmatig laag houdt, zodat ze de groente met winst kunnen doorverkopen aan supermarkten. Boeren kunnen dus enkel verdienen als ze gebruikmaken van goedkope illegale arbeid. De paar legale arbeiders die op hun bedrijven rondlopen, zijn in werkelijkheid vooral bedoeld om de opbrengst aan de fiscus te kunnen verantwoorden. Boeren die weigeren samen te werken met maffiose voedseldistributeurs, zijn geregeld slachtoffer van brandstichtingen, diefstal en geweld.

  • Philip King is al 18 jaar in Italië, en eindelijk heeft hij iets van vast werk.

  • Vandaag dompelt hij ongeveer duizend dozen met stekjes jonge tomatenplanten onder in een bak water waarin een fles bijtende Actara-insecticide is opgelost.

  • King doet dat met zijn blote handen.

De ouders van Philip

‘Er komen weleens controleurs’, zegt de Ghanese landarbeider Philip King (42), ‘maar de boss weet dat altijd ver van tevoren. Hij zegt dan tegen ons dat we na de lunch pas mogen komen, als de controle afgelopen is.’

King werkt op een boerenbedrijf dat volgens de eigen website een antislavernijcertificaat heeft. Desalniettemin werkt King, die geen verblijfsvergunning heeft, al 22 dagen op rij 11 uur per dag voor een salaris van 40 euro. Vandaag is het zijn taak de ongeveer duizend dozen met stekjes jonge tomatenplanten onder te dompelen in een bak water waarin een fles Actara-insecticide van chemiebedrijf Syngenta is opgelost. King doet dat met zijn blote handen, ook al staat op de verpakking duidelijk dat contact met de huid zeer gevaarlijk is, en ook al is de boerderij volgens weer een ander certificaat eigenlijk biologisch.

Ook King heeft gehoord over de staking van Soumahoro. Hij vindt het goed, maar zelf heeft hij besloten er niet aan mee te doen. Hij is al 18 jaar lang in Italië en heeft nu eindelijk een boss gevonden die hem elke dag laat werken, zonder dat hij ’s ochtends hoeft te vrezen dat een caporale hem niet uitkiest. Die luxepositie wil hij niet verspelen door te staken, zegt hij. Hetzelfde geldt voor dit interview: hij wil best wat uitleg geven, maar alleen op een heel specifiek tijdstip, zodat hij zeker weet dat zijn boss thuis aan het lunchen is. Iedere keer als er een auto langsrijdt, kijkt King ongerust over zijn schouder. Verder kijkt hij vooral naar de grond, alsof zijn doffe ogen het jaren geleden al afleerden witte mensen zomaar aan te kijken.

‘Ik kan per seizoen ongeveer 400 euro sparen’, zegt hij. ‘Dat geld stuur ik naar mijn ouders in Ghana. Die zijn oud dus die hebben dat nodig. Ik vind het jammer dat ik mijn ouders al 18 jaar niet heb gezien, maar we spreken elkaar soms via de telefoon. Dan zeg ik ze dat het goed met mij gaat. Dat ik weliswaar alleen ben, maar dat ik wel iedere dag kan werken. Ik zeg ze dat hun zoon een van de mensen is die geluk hebben gehad.’