Zelf maken:
de 
huisgemaakte
stempelsweater

van Claes Iversen

De afgelopen maanden heeft Nederland de lol van zelf maken (her)ontdekt. In deze zomerserie vertellen Nederlandse topontwerpers over hun liefde voor stoffen en steken én ze delen een zelfmaakpatroon. Aflevering 3: Claes Iversens opgeleukte trui. De werkomschrijving vind je onderaan.

Zelf maken:
de 
huisgemaakte
stempelsweater

van Claes Iversen

De afgelopen maanden heeft Nederland de lol van zelf maken (her)ontdekt. In deze zomerserie vertellen Nederlandse topontwerpers over hun liefde voor stoffen en steken én ze delen een zelfmaakpatroon. Aflevering 3: Claes Iversens opgeleukte trui. De werkomschrijving vind je onderaan.

Wat is het eerste handwerk dat je ooit maakte?

‘Mijn Deense oma was modiste in een hoedenwinkel in Aarhus. In de kelder was haar naaikamer, daar had ze zakken vol stofrestjes en dingetjes van de winkel. Ze maakte handpopjes, prinsen en prinsessen, heel mooi, compleet met oorbelletjes en make-up. Ik vond het leuk om kleren te maken voor die handpopjes. Daar is het begonnen, achter haar naaimachine, die ik nu in mijn atelier heb staan.’

Maakte je moeder zelf kleren?

‘Ik herinner me dat ik toen ik zeven was graag een pak wilde hebben, compleet met stropdas, en dat heeft mijn moeder voor me gemaakt. Van beige stof, net als het pak van mijn vader. Zelf maken zit echt in de Deense cultuur. Op school leerde iedereen koken en breien en moesten we een naaimachinediploma halen door een lijn op een vel papier over te stikken. Of het nu kleding, taart, jam, sap, brood of worst is: Denen maken dingen het liefst zelf. Hjemme lavet zeg je dan trots. Huisgemaakt!

Wat is je oudste textiele jeugdherinnering?

‘Het beddengoed dat mijn ouders al van voor mijn geboorte hadden. Zo’n jarenzeventigprint met drukke bloemetjes over elkaar. We hadden ze in het bruin met oranje en blauw met paars. Ik sliep eronder en zie de print nóg voor me. We hebben het gebruikt tot het uit elkaar viel. Dat patroon, die bloemetjes over elkaar, is eigenlijk wat ik nu zelf steeds maak.’

Welke ontwerper heeft je geïnspireerd?

‘Het moment dat ik me realiseerde dat ontwerper een beroep was, was toen ik op de enige Deense zender een programma zag over Erik Mortensen, de Deen die toen hoofdontwerper van Balmain was. Toen begon de droom. Daarna ben ik meteen gaan ‘ontwerpen’ op ruitjespapier. Voor het eindbal van het gymnasium heb ik een jurk gemaakt voor een klasgenootje: een gedrapeerde halterjurk in empirestijl, in okergeel satijn. Ze zag er reuze modern uit tussen de gehuurde jurken met bustiers en tafzijden rokken.’

Is er een bepaald land of folklore waarvan je het handwerk heel mooi vindt?

‘Nederland! Toen de musea weer opengingen heb ik met mijn beste vriend een camper gehuurd en zijn we door heel Nederland getrokken, naar het Fries Museum, naar de Achterhoek en naar Staphorst, om te zien hoe die oude technieken en ambachten werden gebruikt. Ik ben dol op huis-tuin- en-keukentechnieken. Gewoon: de basis, en dat op een nieuwe manier gebruiken.’

Wat is je lievelingsmateriaal?

‘Ik heb lang een voorliefde gehad voor mooie wolsoorten en zijdes, maar sinds kort ben ik voorstander van technische stoffen. Het zijn polyesters, maar ze lijken op zijde, op poplin of op wol – maar ze kreuken niet, en zijn soms veel mooier dan echte zijde. Ik hoorde dat polyester nog het minst schadelijk is voor het milieu, maar het blijft lastig te ontdekken wat nou echt volledig verantwoord is. De keuze aan honderd procent duurzame stoffen is vooralsnog heel beperkt.’

Claes Iversen in zijn atelier.

Als je naar een onbewoond eiland zou afreizen, welke naaispullen zou je dan meenemen?

‘Met naald en draad kom je heel ver, als je de rest om je heen zoekt. En een lijmpistool doet ook wonderen. Ieder huishouden zou er een moeten hebben. We wonnen vorig seizoen een prijs voor de beste gaypride-boot. Ik had allemaal pakjes gemaakt voor de dragqueens. Dat moest eruit zien als haute couture, maar we hadden geen tijd om alles te naaien. Dus is het glue couture geworden.’

Hoe kies je je materialen? Met je ogen of je handen?

‘Beide. Je ogen beslissen of je iets wil aanraken, wat dan al heel snel daarna gebeurt.’

Wat is je lievelingstechniek of -steek?

‘Een combinatie van allerlei technieken: een goed getekend patroon, plus borduren, plus mouleren. Ik ontwerp ook met bepaalde technieken in gedachten, dus het is niet zo dat ik een krabbeltje neerleg in het atelier en mijn team moet uitvogelen hoe ze dat moeten gaan maken.’

Waaraan, behalve aan het label, kun je zien: ja, dat is typisch Claes Iversen?

‘Ik maak bewerkte kleren met een vrouwelijk silhouet die van nu zijn, maar die ook gedragen kunnen worden over vijf jaar, zonder dat het basisstukken zijn.’

Wat is het meest tijdrovende stuk dat je ooit hebt gemaakt?

‘Dat zijn zelden de grote jurken. In mijn laatste collectie zit een pak met een grafisch patroon dat zó veel moeite kostte dat iedereen uit het atelier er wel met z’n handen aan heeft gezeten, vandaar dat we dat pak ‘het hoertje’ hebben genoemd.’

Welke techniek(en) beheers je zelf niet maar laat je graag aan anderen over?

‘Ik kan alles eigenlijk beter aan mijn team overlaten, ik doe soms meer kwaad dan goed. Ze zijn getrainder, beter, hebben meer geduld dan ik. Al is het wel traditie dat ik één stuk per collectie zelf maak. Dat is zelden het mooiste stuk.’

Waarom heb je gekozen voor een stempelsweater?

‘Ik wilde iets bedenken wat iedereen kan maken, zónder naaimachine. Iets wat je samen met je kinderen kunt doen en waarvoor je behalve textielverf niks hoeft aan te schaffen, maar waarbij je juist gebruik maakt van wat je nog hebt liggen: een ouwe sweater of T-shirt, aardappelen en selderie, kapotte sieraden, kralen, moeren, knopen, lege flessen. Ouwe dingen die je niet weggooit maar een nieuw leven geeft.’

Iversens stempelsweater

Door erop te stempelen en er dingen op te naaien kun je van een saaie sweater een uniek en hoogstpersoonlijk huis-tuin-en-keukencouturestuk maken.

Een werkbeschrijving voor Iversens stempelsweater

Door erop te stempelen en er dingen op te naaien kun je van een saaie sweater een uniek en hoogstpersoonlijk huis-tuin-en-keukencouturestuk maken.

Download patroon

  • Stap 1

    Koop textiel- of acrylverf in een kleur of kleuren die passen bij je sweater, je smaak en de overige versiersels. Goed om te weten: op een gele ondergrond dekt witte verf niet meteen als-ie wordt gestempeld.

  • stap 2

    Zoek een ouwe sweater of een afgedankt T-shirt, of haal er een bij de kringloop.

  • Stap 3

    Snijd grote aardappels doormidden. Diep bakvormpjes op uit de keukenla (of leen ze bij de buren). Steek de vormpjes half in de aardappels en snij de buitenrand weg met een keukenmesje.

  • Stap 4

    Doop een sponsje in de textielverf en bestrijk daarmee de aardappelstempel(s). Druk daarna de verfstempel op de sweater.

  • Stap 5

    Doop het uiteinde van een selderijstengel in de verf en stempel zo een bloemetje bij elkaar.

  • Stap 6

    Knip de vormpjes van het patroon uit afgedankte materialen zoals lege allesreinigerflessen, plastic bekers, lapjes vilt of een afgedankt douchegordijn.

  • Stap 7

    Vorm er bloemen mee, speld ze naar eigen inzicht op de sweater en naai ze vast als je de ideale plekken hebt gevonden. Het kan op of tussen de gestempelde bloemen, alles mag.

  • Stap 8

    Maak de bloemen af met knopen of kralen in het hart.

  • Stap 9

    Versier je creatie verder met alles wat je tegenkomt: ouwe broches, nepnagels, kapotte sieraden, lipjes van colablikjes, nepbloemen, kralen, knopen, moertjes, buttons enzovoorts. Alles wat niet de gewenste kleur heeft kun je met nagellak overschilderen.

Klein nadeel: de sweater wassen kan alleen héél voorzichtig en binnenstebuiten op lage temperatuur. Groot voordeel: lelijke vlekken kun je altijd bedekken met een nieuwe bloem.