Hoe de natuur zelf het klimaat kan redden

Grootschalig herstel van Europese bossen, veengebieden, graslanden en wetlands kan een cruciale bijdrage leveren aan het aanpakken van de ecologische en de klimaatcrisis. De Europese Commissie presenteert deze benadering woensdag als onderdeel van haar Green Deal.

Als de coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt, horen we voortdurend deze dagen, is het dat alles anders moet. De pandemie is een gevolg van onze moderne manier van leven die het klimaat opstookt, aardse hulpbronnen uitput en de natuur verwoest. De uitweg uit de crisis, waarvoor nu wereldwijd biljoenen worden uitgetrokken, moet dan ook een ‘groen herstel’ zijn. Maar volgens natuurorganisaties kan de natuur zelf ons daarbij helpen.

De Europese Commissie zit qua groen herstel aardig op de bal met haar Green Deal: een ‘groeistrategie’ die integraal rekening wil houden met zowel de ecologische als de klimaatcrisis. Twee belangrijke pijlers worden woensdag in Brussel gepresenteerd: de nieuwe Biodiversiteitsstrategie, over het herstel van de Europese natuur, en Farm to Fork, over verduurzaming van de landbouw. Het Europese klimaatdoel (nul netto-uitstoot in 2050) komt later aan bod.

Het probleem met dat klimaatdoel is dat we de opwarming allang niet meer tot de ‘veilige’ 1,5 graad kunnen beperken door minder CO2 de atmosfeer in te pompen. We moeten ook actief CO2 uit de lucht halen. Voor zulke ‘negatieve emissies’ zijn technische oplossingen bedacht, zoals ‘biobrandstoffen met CO2-afvangst en -opslag’, maar die zijn duur en grotendeels theoretisch, terwijl biomassa ook grote ecologische nadelen heeft.

Volgens een coalitie van natuurorganisaties is er een veel betere manier om het klimaat en de natuur te redden: gebruik maken van de natuur zelf, door het beschermen en herstellen van ecosystemen, ‘nature based solutions’. Bossen, venen, natuurlijke graslanden en wetlands kunnen veel CO2 opslaan en nadelige gevolgen van opwarming zoals erosie en overstromingen beperken. ‘Het is bovendien een goedkope aanpak, want je laat de natuur het werk doen’, zegt Frans Schepers van Rewilding Europe, een van de initiatiefnemers.

Rewilding is de term voor dit grootschalig herstellen van ecosystemen. Centraal daarin staat het beschermen en verbinden van landschappen en het weer op gang brengen van ecologische processen, onder meer door verdwenen sleutelsoorten spontaan terug te laten komen of soms te brengen, zoals grote grazers en roofdieren als wolven en beren. Een idee waarmee natuurclubs als Wereld Natuur Fonds, Rewilding Europe en het Britse Endangered Landscapes Programme in diverse Europese landen succes hebben geboekt (zie kaart).

Opbrengst
Het gaat bij natuurlijke oplossingen niet om klein bier als je bedenkt dat land en zee nu al gratis en voor niks de helft van de menselijke uitstoot absorberen. Sommige ecosystemen nemen enorm veel CO2 op. Herstel van zulke systemen kan 37 procent van de emissiereducties leveren die tot 2030 nodig zijn om de opwarming onder 2 graden te houden. Probleem is dat dit politiek amper op de radar staat en er daardoor slechts zeer beperkt financiering voor is. Slechts 2,5 procent van de klimaatgelden gaat nu naar natuurlijke oplossingen.

Bescherming van bossen en herbebossing zijn een logische stap, want bomen en planten slaan van nature CO2 op. Bossen zijn enorme carbon sinks: noordelijke naaldwouden leggen 1,5 tot 4,4 ton CO2 per hectare vast, gematigde loofbossen wel 5,5 tot 16,5 ton. Europese bossen absorberen jaarlijks 7 procent van alle uitstoot in de EU en bevatten nu zo’n 9,8 gigaton CO2. Die capaciteit kun je vergroten door bos-arealen fors uit te breiden.

De weg tussen Tomsk en Taiga, Rusland. Beeld: Kirill Kukhmar / Getty Images

Speerpunt van de Green Deal is dan ook een plan voor het planten van 3 miljard bomen tot 2030, een van de vele modieuze Billion Tree Campaigns wereldwijd. Maar bomenplantages zijn niet altijd even effectief en kunnen op de verkeerde plek de natuur zelfs schaden, zegt Joris Cromsigt, rewilding-specialist aan Universiteit Utrecht. Herstel van natuurlijke bossen werkt beter. Die leggen meer CO2 en langduriger vast, en zijn beter voor de biodiversiteit. ‘Natuurlijke systemen zijn vrijwel altijd superieur aan menselijke oplossingen.’

Nog effectiever is het herstel van veengebieden. Venen leggen veel meer CO2 vast dan tropische regenwouden, wereldwijd 450 gigaton, 60 procent van alle CO2 in de atmosfeer. Keerzijde is dat voor landbouw of veeteelt ontwaterd veen, zoals de Nederlandse veenweidegebieden, juist CO2 uitstoot, 29 tot 37 ton per hectare per jaar. Vernatting van veengebieden is dan ook de grootste slag die we kunnen slaan, zegt veenexpert Hans Joosten (Universiteit van Greifswald, Duitsland). ‘De klimaatschade van landbouw op veen is in Duitsland 7,4 miljard euro per jaar. In Nederland komt daar nog de schade door verzakkingen bij. We zijn dom bezig.’

De klimaatwinst van natuurlijke oplossingen is dus aanzienlijk. Door 10 procent van de Europese natuur te rewilden kun je 10 procent uitstoot vastleggen, aldus Schepers. En da’s alleen nog maar de directe klimaatwinst. Er zijn ook voordelen qua klimaataanpassing. Als je gekanaliseerde rivieren de kans geeft weer hun natuurlijke loop te nemen, door het weghalen van dijken en dammen en afgraven van uiterwaarden, zoals in Nederland is gebeurd, levert dat behalve nieuwe natuur ook bescherming tegen overstromingen op.

Stolwijk, Nederland. Beeld: Siebe Swart / Hollandse Hoogte

Vraag is natuurlijk waarom al dit laaghangend fruit niet allang wordt geoogst. Wellicht omdat politiek en bedrijfsleven zich blindstaren op het terugdringen van CO2-emissies via technische oplossingen, mogelijk omdat daar het meest aan te verdienen is. Vandaar dat natuurorganisaties er zo op gebrand waren dat natuurherstel een integraal onderdeel wordt van de Green Deal.

De grote lijn van de Biodiversiteitsstrategie stelt volgens kenners niet teleur. In 2030 moet 30 procent van de verarmde, versnipperde Europese natuur (de helft ligt binnen 1500 meter van een weg) zijn beschermd, door voltooiing van het Europese Natura 2000-netwerk en koppeling aan nationale beschermde gebieden. Dit alles in aanloop naar een VN-verdrag voor de natuur dat in 2021 moet worden gesloten, vergelijkbaar met het klimaatakkoord van Parijs.

Natuurclubs en Duitse wetenschappers deden alvast een voorzet. Ze brachten Europa in kaart op basis van ‘ecologische integriteit’ (intacte voedselketens, natuurlijke processen en connectiviteit) en ontwikkelden op basis daarvan een Europese Groene Infrastructuur, een netwerk van natuurgebieden die groot genoeg zijn om zichzelf in stand te houden, waarin dieren kunnen rondtrekken en waarin ook ‘ecosysteemdiensten’ als CO2-opslag een plek hebben.

Bruine beren in een Russisch bos. Beeld: Getty Images

Om zoiets te realiseren moet er nu Europese wetgeving komen voor herstel van leefgebieden, zegt Schepers. Met bindende doelen in vierkante kilometers per lidstaat en geld uit de klimaatpot. En afschaffing van ‘pervers beleid’, zoals biomassasubsidies en landbouwsubsidies voor schaalvergroting en verdere intensivering. Voordeel is dat lidstaten vanwege het akkoord van Parijs vanaf 2021 hun CO2-emissies uit landgebruik moeten registreren en terugdringen. Dat zet voor het eerst financiële pressie op het herstellen van natuur.

De kansrijkste gebieden liggen in natuurlijke landschappen met relatief weinig versnippering, weinig intensieve land- of bosbouw en een min of meer intacte megafauna. Landen als Zweden, de Baltische staten, Roemenië en Spanje. Voordeel is dat in veel van die landen het platteland ontvolkt en vergrijst. Overtollige landbouwgrond kan dan makkelijk worden teruggegeven aan de natuur. En er is ruimte voor megafauna in hoge dichtheden, zegt Cromsigt. ‘Wat we nu kennen is een flauwe afschaduwing van wat er ooit was.’

Komende maanden zal blijken in hoeverre de natuurherstelplannen in Europese wetgeving worden omgezet. Verzet valt zeker te verwachten van de boerenlobby, vooral over de besteding van 59 miljard euro aan landbouw- subsidies per jaar. Die zijn volgens Schepers nu volstrekt natuur- en klimaatvijandig. ‘De vraag is: geven we publiek geld om veenweide te ontwateren, of om natuur te herstellen en CO2 in de grond te houden?’

Zes voorbeeldprojecten voor natuurherstel

Betrokken organisaties: Ark Natuurontwikkeling, ATN, Endangered Landscapes Programme, Rewilding Europe, Wereld Natuur Fonds

Donaudelta (Roemenië, Oekraïne)
Rewilding Europe (RE), Wereld Natuur Fonds (WWF)

Met 600.000 hectare de grootste rivierdelta van Europa. Areaal van rietlanden, ooibossen, moerassen, meren en duinen. Rijk aan fauna, zoals steur en witte en kroeskoppelikaan. Aangetast door ontginning, ontwatering en de aanleg van dijken en polders in de communistische tijd. Met geld van regionale ontwikkelingsfondsen en private donoren worden wateren weer verbonden, polders onder water gezet en grote grazers en bevers geherintroduceerd. Dat moet uiteindelijk leiden tot een hersteld draslandparadijs, een buffer tegen overstromingen en kusterosie, goed voor ecotoerisme en visserij.

De Donaudelta, Roemenië. Beeld: Paul Biris / Getty Images

Polesië (Wit-Rusland, Oekraïne)
Endangered Landscapes Programme (ELP)

Laaglandvlakte van 18 miljoen hectare bossen, meren en moerassen die wordt doorkruist door de rivier Pripjat. Wildernis waar nog wisenten, bruine beren, wolven en lynxen rondlopen, en die wel het Amazonegebied van Europa wordt genoemd. Zo’n 1,4 miljoen hectare is opzijgezet voor een natuurherstelproject dat een van de grootste natuurlijke landschappen van Europa moet redden. Wegen en dammen worden verwijderd, jacht, mijnbouw en houtkap uitgebannen, venen weer onder water gezet. Dat zal de regio beschermen tegen overstromingen en ook zoetwaterberging en CO2-opslag bieden.

Polesië, Oekraïne. Beeld: Getty Images

Westelijk Iberië (Portugal, Spanje)
RE/Portugal, ATN

De Iberische hoogvlakte wordt geteisterd door ontvolking en landverlating. Aan Spaanse en Portugese kant proberen projecten het oude landschap van dehesa, sierra en montado (een mix van kurkeikenbos en weidegronden) te herstellen. Natuurlijke begrazing moet de door de opwarming steeds heviger bosbranden bestrijden. In het dal van de Côa wordt met Europese en private fondsen gewerkt aan natuurherstel door grote grazers zoals wilde paarden en Iberische steenbokken terug te brengen en populaties van roofvogels en gierenpopulaties te vergroten. Kansen voor wolf en Iberische lynx.

Iberische lynx. Beeld: Javier Dez / Getty Images

Schotse Hooglanden (Verenigd Koninkrijk)
ELP

De Schotse hooglanden zijn een ecologisch rampgebied. De kale bergen zijn prachtig maar volstrekt onnatuurlijk, het gevolg van eeuwen van ontbossing en overbegrazing door schapen en herten voor de jacht. Op diverse locaties zoals Glen Affric en Glen Moriston probeert men tot grootschalig natuurherstel te komen, onder meer door herbebossing. Het Cairngorms Connect-project (60.000 hectare in de tot 1300 meter hoge Cairngorm Mountains) wil binnen 200 jaar het oorspronkelijke Great Caledonian Forest terugbrengen. Ook wordt gewerkt aan het herstel van rivierlopen, veengebieden en drasland.

Glen Affric, Schotse Hooglanden, Verenigd Koninkrijk. Beeld: Getty Images

Gelderse Poort / Grensmaas (Nederland)
ARK Natuurontwikkeling, WWF

Moderne ideeën voor grootschalig natuurherstel en rewilding zijn geboren in Nederland, met name in het rivierenland. Na grote overstromingen van Rijn en Maas in 1993 en 1995 werd onder het motto ‘Ruimte voor de Rivier’ begonnen aan het rewilden van rivieroevers en uiterwaarden, door het verwijderen van zomerdijken (Waal), het verbreden van rivierbeddingen (Maas) en het herintroduceren van grote grazers en bevers. De nieuwe natuur van ooibossen en rivierduinen, mede gefinancierd uit de winning van klei en grind, biedt een buffer tegen overstromingen en kansen voor duurzame recreatie.

Project Grensmaas in Zuid-Limburg. Beeld: Marcel van den Bergh / De Volkskrant

Zuidelijke Karpaten (Roemenië)
ELP, RE

De Zuidelijke Karpaten zijn de op een langste en meest ongerepte bergketen van Europa. Grote delen zijn nog vrijwel intacte wildernis, met oerbossen waar beren, wolven en lynxen leven. Het gebied wordt bedreigd door stroperij, illegale houtkap, overbegrazing en verwoestende infrastructurele projecten. In het Făgăraș-gebergte (tot 2500 meter) is 21.000 hectare aangekocht als kern van een toekomstig nationaal park. Tegengaan van ontbossing staat voorop. In een belendend project worden opnieuw wisenten uitgezet, als een sleutelsoort die de noodzaak van het verbinden van natuurgebieden symboliseert.

Zuidelijke Karpaten, Roemenië. Beeld: Marton Monus / EPA