REPORTAGE BRIEFPOST

Mr. Postman verkent het nieuwe normaal

Na ruim veertig jaar in de journalistiek wordt Bart Jungmann postbezorger. Hoe vergaat het hem en zijn collega’s in de anderhalvemeter­samenleving? ‘Postbezorging doet er weer toe.’ 

REPORTAGE BRIEFPOST

Mr. Postman verkent het nieuwe normaal

Na ruim veertig jaar in de journalistiek wordt Bart Jungmann postbezorger. Hoe vergaat het hem en zijn collega’s in de anderhalvemeter­samenleving? ‘Postbezorging doet er weer toe.’ 

Mister Postman look and see
Is there a letter in your bag for me?


(The Marvelettes, 1961)

Ja hoor, daar is-ie, Mr. Postman. Een dienstfiets als pakezel, balkend onder de last van loeizware posttassen. Kijk, nu steekt hij de Hoge Rijndijk over. Zo meteen, wanneer de weg weer stoep wordt, zullen de pakjes in zijn fietskrat een sprongetje maken. Brievenbussen popelen van verlangen.

Eerst zijn de nummers 139 tot en met 1a aan de beurt. Daarna steekt hij opnieuw over om de nummers 2 tot en met 48 a/e te bedienen. Verderop wordt de Hoge Rijndijk aan die kant van de weg in beslag genomen door het complex van bierbrouwer Heineken. Terug dus naar de oneven nummers. Woningbouw tussen Oude Rijn en dijk eindigt in een koopgoot van sloepenbouwers, keukenleveranciers en interieurspecialisten.

In de herfst van 2018 solliciteerde ik naar de functie van postbezorger bij PostNL, na ruim veertig jaar in de journalistiek. Op de radio hadden ze gezegd dat de nood aan postbezorgers zo groot was dat het kantoorpersoneel op straat dreigde te belanden. Dat mocht niet gebeuren.

De sollicitatie bleek een fluitje van een cent. Een paar weken later vormden de grachten en hofjes van Leiden mijn kantoortuin. Het gaf onregelmatige dagen regelmaat. Het dwong een koukleum de elementen te trotseren. Het zette de fantasie in beweging.

De 8280, huidig werkterrein in de gemeente Zoeterwoude, is een dagelijks decor van oude films en tv-series. De ene keer ben ik Mario, de dromerige postbode uit de Italiaanse film Il postino. De andere keer François uit de film Jour de fête, een overijverige postbode die een peloton wielrenners te snel af is. En elke dag weerklinkt op of rond de Hoge Rijndijk het refrein van Mr. Postman.

I got your letter from the postman just the other day


(Stevie B, 1990)

‘Beste buren, zoals jullie misschien weten is ons lieve vadertje overleden. Er kan geen afscheid van hem worden genomen. We zullen proberen op een later tijdstip nog iets te organiseren.’

De appartementen aan de Hoge Rijndijk 67 en 69 vormen een keerpunt in de dagelijkse routine. Hier worden nog op grote schaal omroepbladen en rijk geïllustreerde tijdschriften gelezen. De fiets slaakt een zucht van verlichting.

Vandaag hangt bovenstaand bericht boven het blok brievenbussen op 67. Het is halverwege maart en de schrik zit erin. Een virus waart rond en iedereen houdt zich schuil. De Hoge Rijndijk, normaal gesproken een verkeersader, lijkt wel doodgebloed. De volgende dag krijgen alle bewoners van 67 een rouwbrief in de bus.

Als in het nieuwe normaal iets normaal is geworden, dan is het de rouwbrief wel. Tot aan 9 maart, de dag waarop premier Rutte voor het laatst een hand schudde, bestonden posttassen vooral uit zakelijke post. Persoonlijke post was, uitgezonderd de kerstperiode, veruit in de minderheid. Tussen alle folders dook incidenteel een rouwbrief op. Die dienden wij als kostbaar servies te behandelen. Nu wordt wel een paar keer per week de dood aangekondigd in 8280.

Verjaardagen pluk je er sinds twee maanden ook zo uit als een vrolijk gekleurd boeket van enveloppen. Ansichtkaarten beleven al net zo’n comeback, vaak met een afbeelding van de verzenders. ‘Zijn we toch een beetje bij jullie.’ Nog ontroerender: de juf die iedere leerling in haar klas aanmoedigt met een persoonlijk bericht. ‘Wat ben ik ongelooflijk trots op jou!’ Postbezorging doet er weer toe.

The postman delivers the final reminders


(Squeeze, 1981)

‘Probeer het eens met links’, zei Remco Gottenbos nadat hij de rechterhand van Mr. Postman een tijdje had zien klungelen. Om vervolgens, met de voldane blik van de betweter, te concluderen: ‘Kijk, daar zit meer kracht in.’

Beginnende postbezorgers krijgen bij PostNL in hun eerste week een leermeester toegewezen. In mijn geval is dat Remco Gottenbos. Van hem leerde ik de kneepjes van het vak, waaronder dus de brievenbustechniek. Je klemt het stapeltje post tussen duim en middenvinger. Je strekt je wijsvinger om de brievenbus te openen. Als het goed gaat, glijdt het stapeltje in één vlotte beweging naar binnen.

Langzaam maar zeker hevelde Gottenbos de verantwoordelijkheden over. Aan het eind van de week had de admi (afkorting voor administratie) voor het eerst een eigen wijk in petto: de 1211.

De collega’s in het depot namen die vrijdag met bezorgde blikken afscheid. Wat op het sorteercentrum was uitgedokterd als een logische route, zou in de praktijk van de complexe binnenstad een doolhof worden van verborgen stegen en achterommetjes.

Drie uur later stond Mr. Postman als een gedesoriënteerde postduif op de Oranjegracht. Oost was west, noord was zuid, en misschien wel andersom. Van verre klonk een fietsbel. ‘Hier is nazorg’, klonk het opgewekt. Na gedane zaken zocht de leermeester zijn gezel nog even op. Waarna alles goed kwam, zoals het zelden goed komt.

Van oorsprong is de 51-jarige Remco Gottenbos een man van cijfers. Werkte op het kantoor van een busmaatschappij toen zijn leven in elkaar donderde. Vader overleed, huwelijk spatte uiteen, baan werd hem afgepakt.

Gottenbos belandde in de WAO en vervolgens bij PostNL. Acht jaar geleden begon hij op de 2311 en dat is nog altijd zijn vaste wijk. Hij heeft een werkweek van twaalf uur, maar dat worden er al gauw twintig. De admi doet graag een beroep op hem en hij stelt de admi niet graag teleur. Het werk doet Remco Gottenbos goed. ‘Als postbezorger ben je iemand.’

Dat respect ziet hij terug in het verkeer. De meeste automobilisten trappen op de rem zodra ze hem, bepakt en bezakt, zien aankomen in zijn oranje tenue. ‘Soms vergis ik me weleens. Dan fiets ik in mijn gewone kloffie door de stad en ga er automatisch van uit dat ze wel zullen stoppen.’

Mr. Sandman, bring me a dream


(The Chordettes, 1954)

Begin deze maand maakte PostNL de kwartaalcijfers bekend met, voor het eerst, corona als factor. Het virus veroorzaakt een forse groei van de pakketbezorging, maar in de postbezorging weegt de groei van particuliere post niet op tegen de teruggang van zakelijke post. Alles bij elkaar boekte PostNL 12 miljoen euro verlies, waar een jaar geleden nog 6 miljoen euro winst werd gemaakt.

De coronacrisis betekent een extra klap voor een markt die al tijden kampt met krimpende cijfers. Jaarlijks neemt het totaal aan poststukken met 10 procent af. Om de neergang enigszins te vertragen – op een ommekeer rekent het postbedrijf niet meer – besloot PostNL concurrent Sandd over te nemen.

Eind september 2019 zette staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken het licht op groen. Vier maanden later, op 1 februari, was de overname voltooid. In de woorden van Sipke Spoelstra, operationeel directeur bij PostNL: ‘Een van de grootste operaties in de BV Nederland.’

Postbezorging lijkt een eenduidige activiteit, maar de werkwijzen van de twee bedrijven verschilden aanzienlijk. Sandd was een meanderende stroom van post. Op maandag en donderdag kregen alle sandmen en sandwomen hun poststukken thuis afgeleverd. Die dienden ze zelf te sorteren en de volgende dag te bezorgen. Daarvoor hadden ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de tijd.

Vergeleken daarmee is PostNL een kaarsrecht kanaal. Van dinsdag tot en met zaterdag krijgen Mr. en Mrs. Postman hun post, gesorteerd en wel, afgeleverd op depots. Daar melden ze zich in de loop van de ochtend om het gedrukte en geschreven woord verder te verspreiden. Daarvoor heeft iedere bezorger op zijn mobiele telefoon een app waarop zijn taken en verwachte werktijd geregistreerd staan. Die app dient dus ook als prikklok. Voor het eind van de middag dient alles bezorgd te zijn.

Ten tijde van de samenvoeging was Sandd goed voor 30 procent van de post. Om al dat extra werk aan te kunnen, wilde PostNL die samenvoeging zo ver mogelijk doorvoeren. Alle medewerkers van Sandd kregen het aanbod over te stappen.

Van de elfduizend bezorgers zei 60 procent op voorhand nee. Dat had voor een belangrijk deel te maken met de stammenstrijd die Sandd voerde. ‘PostNL was de vijand. Daar ging je dus niet voor werken’, zegt Gerard van Rijn. Als vertegenwoordiger van de Bond van Post Personeel kent Van Rijn zijn pappenheimers.

Een ander struikelblok was het strakke regime bij PostNL. Ron Kwakkelaar, operationeel directeur bij Sandd, zag het bij zijn eigen zoon. ‘Bij Sandd bracht hij de post rond wanneer het hem uitkwam. ’s Morgens liep hij voor school alvast een uurtje. De rest deed hij daarna. Dat kon dus niet meer.’

Mijnheer de postbode
Doe mij eens een plezier
En kijk of er niks bij is
Voor deze jongen hier


(Raymond van het Groenewoud, 1989)

Inmiddels hebben ruim vierduizend Sandd-bezorgers eieren voor hun geld gekozen. Siska Wijnja is een van hen. De 53-jarige Wijnja belandde in 2019 bij Sandd nadat ze bij zichzelf een bore-out had vastgesteld. Ze was haar werk in de zorg zat en beschikte over de financiële middelen om het daadwerkelijk zat te worden. Alleen wist Wijnja niet goed wat ze daarna wilde, of ze eigenlijk nog iets wilde. Ja, buitenlucht, dat wilde ze.

In een ver verleden had Wijnja al eens, in combinatie met nachtdiensten, post bezorgd voor Sandd. Dat was in elk geval een garantie op buitenlucht. Een terugkeer in die functie was gauw geregeld, nota bene in haar woonplaats Zoeterwoude. ‘Bij Sandd moet je ook wel heel slecht zijn, willen ze je afwijzen’, zegt ze met een grote grijns. De voortdurende nood aan bezorgers was een belangrijke reden voor de ondergang van Sandd.

Jan van Duin (71) is een herintreder op het depot in Zoeterwoude. Hij is van oorsprong bibliothecaris, maar werd vlak voor zijn pensioen ontslagen. Om de eindjes aan elkaar te knopen, ging hij acht jaar geleden aan de slag bij PostNL. Toen dat was gelukt, wilde hij het rustiger aan doen en stapte over naar Sandd. ‘Twee dagen waarin ik zelf mijn tijd kon indelen. Precies wat ik wilde.’

Jan van Duin

Van Duin doet geen moeite te verbergen dat hij de overstap met sarcastisch genoegen maakte. Dat hele PostNL, met die opeenstapeling van tijdelijke contractjes, kon hem gestolen worden. ‘Ik vond het mooi hoe Sandd dat allemaal voor elkaar had gekregen, tegen de stroom in.’

De eigenzinnigheid van Sandd, de voortdurende zoektocht naar snellere en goedkopere wegen, die zag vakbondsman Van Rijn terug in het Apeldoornse hoofdkantoor. Vergaderzalen hadden er namen als Creativiteit en Uitdaging. Hoe anders is dat bij PostNL. ‘Daar vergader je in de Máximazaal. Toch een verschil.’

Vogels in de bomen
Zien hem fluitend komen


(Uit de herkenningsmelodie van kinderserie Pieter Post, 1983)

Jan Kramp is mijn teamleider in Zoeterwoude. Samen met zijn collega Leon Steensma heeft hij de afgelopen maanden informatiebijeenkomsten georganiseerd voor overstappers. De eerste keer om Sandd-bezorgers enthousiast te maken voor PostNL. De tweede keer om de eerste ervaringen te peilen.

Was het welkom warm genoeg? Duimen gaan omhoog, duimen gaan omlaag. Eén aanwezige voelde zich onvoldoende serieus genomen, alsof de stammenstrijd nog niet was uitgewoed. Een ander kreeg het gevoel een indringer te zijn, alsof ze werk kwam inpikken. Niets van aantrekken, zegt Kramp. Hij kent zijn piepersnijders. Die trekken wel bij.

Van de ruim dertig aanwezigen op de eerste bijeenkomst heeft ruim tweederde het volgehouden bij PostNL. Volgens Kramp is het grootste probleem dat de lat niet zo hoog lag bij Sandd. Onder de afvallers is een bezorger met beginnende dementie. Bij Sandd had hij zich, met hulp van zijn vrouw, altijd kunnen redden. Maar Kramp wil daarvoor geen verantwoordelijkheid nemen. Hetzelfde geldt voor een bezorger met een zware vorm van autisme. ‘Je moet toch ook een beetje representatief zijn. Hoe vreselijk dat misschien ook klinkt.’

Siska Wijnja en Jan van Duin zijn blij met de grotere mate van professionaliteit bij PostNL. Wijnja: ‘Ze rekenen gewoon de tijd dat je bezig bent. Bij Sandd ging dat op gewicht, terwijl het bezorgen van een brief net zoveel tijd kost als een brochure.’

Siska Wijnja

Directeur operations Sipke Spoelstra is opgelucht dat zo’n ingewikkelde operatie geruisloos tot een goed einde is gebracht. ‘Dit was voor ons allemaal nieuw terrein.’ In de aanloop naar de samenvoeging ging het in de media vooral over de weerzin onder het Sandd-personeel tegen PostNL. ‘Na 1 februari heb ik er niets meer over gehoord of gelezen.’ Dat vindt Spoelstra veelzeggend.

Nu is de grote vraag wat het coronavirus op termijn betekent voor de postbezorging. Heeft PostNL zich door de samenvoeging met Sandd voldoende gewapend om het tij te keren, of is de neergang onafwendbaar?

Ondanks de geboekte verliezen in het eerste kwartaal is het effect onmiskenbaar. ‘Het volume is wel degelijk toegenomen met de post van Sandd erbij. Dat zul je zelf ook hebben gemerkt in je tassen.’ Maar Spoelstra denkt dat de teruggang op de lange termijn blijvend is, corona of geen corona. ‘Mooier kan ik het helaas niet maken.’

Van Rijn van de Bond van Post Personeel is optimistischer. ‘Die zakenpost trekt wel weer aan. Langzaam maar zeker gaat alles weer open. Dat moet toch gecommuniceerd worden. En de kaartjes zijn weer helemaal terug. Mensen hebben die toch weer ontdekt, een stuk persoonlijker dan een appje. Ik denk dat die corona voor de post helemaal niet verkeerd is geweest.’

Merci bien, facteur, et à demain!


(Bourvil, 1954)

En Mr. Postman? Hoe vergaat het hem in het nieuwe normaal? Hij groet nog elke dag de dingen, zoals de Vlaamse dichter Paul van Ostaijen dat zo mooi heeft opgeschreven. De poes antwoordt hem met een kopje en de hond blaft veilig achter zijn brievenbus. De bezorging van post geeft een voldaan gevoel. Volle tassen worden langzaam maar zeker lege tassen. Een zinvol leven in het bestek van een paar uur.

Bij het uitbreken van de coronacrisis werden postbezorgers in de frontlinie van de vitale samenleving geplaatst. Op de schaal van heldendom spelen de twintigduizend postbezorgers van PostNL natuurlijk een bijrol. Maar het werk biedt in elk geval een dagelijkse ontsnapping uit de lockdown en het nieuwe normaal heeft lekker weer meegenomen.

‘Onze mensen gaan naar buiten zodat jij binnen kan blijven’, luidt de boodschap van een reclame die PostNL tegenwoordig voor zichzelf maakt. ‘Zwaai even als je ze ziet.’

Veel gezwaaid wordt er niet naar Mr. Postman, maar dat komt misschien ook doordat de andere mensen steeds minder binnenblijven. De Hoge Rijndijk is alweer helemaal de verkeersader die hij altijd was. Op het aanpalende fietspad is het soms zo druk dat Mr. Postman heel hard ‘personeel’ roept om zich een veilige weg te banen.

Mevrouw Mooijman, Hoge Rijndijk 181, heeft een blijk van waardering op haar brievenbus geplakt. ‘Voor krantenbezorger + postbode’, luidt haar boodschap, geflankeerd door twee felgekleurde hartjes. Mr. Postman heeft er een foto van gemaakt.