In het Land van Maas en Waal worden mondkapjes aan de eettafel gemaakt

De minimachinerie voor mondkapjes ratelt in Gelderland op volle toeren, ziet fotograaf Marcel van den Bergh.

Weinig huishoudelijke apparaten riepen tot voor kort meer associaties op met de knusheid en huiselijkheid van grootmoeders tijd dan de naaimachine. Eén reden daarvoor was dat de naaimachine sinds 1950 niet zo gek veel van uiterlijk is veranderd, vergeleken met nogal wat andere apparaten. Een andere oorzaak is – laten we er eerlijk over zijn – dat de naaimachine in Nederland vooral geliefd is bij vrouwen met een zekere leeftijd.

Stel dat fotograaf Marcel van den Bergh de beelden op deze pagina een jaar geleden had gemaakt, in het tijdperk waarvoor inmiddels de naam Precovidium in omloop is: dan hadden die waarschijnlijk deel uitgemaakt van een serie over ambachtelijkheid. Dan had u even goed moeten kijken voor u had durven raden wat ze op deze foto’s aan het maken zijn.

In het voorjaar van het coronavirus roept u meteen: mondkapjes!

Alle mensen op de foto’s zijn aan het werk voor de Stichting Maas en Waal Helpt. Aan een oproep van de stichting mee te helpen met het maken van uitwasbare (niet medisch goedgekeurde) mondkapjes voor verpleeghuizen, verzorgingshuizen, de gehandicaptenzorg, de thuiszorg en instanties voor begeleid wonen, werd door bezitters van naaimachines massaal gehoor gegeven. Het materiaal krijgen alle vrijwilligers op maat aangeleverd, samen met instructies en handige tips (lijntjes zetten, op die lijntjes inknippen, vouwen zoals de mal aangeeft, elastiek horizontaal ertussen spelden, aan weerszijden dichtstikken).

Oudere vrouwen vormen een meerderheid onder de mensen die in het land van Maas en Waal het meest op een naaimachine klaarspelen, observeerde Marcel van den Bergh op gepaste afstand. Sommige mannen vervulden wel een belangrijke ondersteunende rol. Waar hij kon, legde Van den Bergh die ook vast.