FOTOSERIE MEISJESLIEFDE

Liefde en een tikje schaamte
in een intiem portret

Liefde en een tikje schaamte is te zien in de portretten die fotograaf Sabine van Wechem van haar vriendin maakte.

Ik hoor het haar nog zeggen, laatst, toen we samen reportages maakten op Curaçao: ‘U hoeft niet steeds in de camera te kijken.’ Een verstandige raad. Een fotograaf kan iemand die zij niet persoonlijk kent soms juist beter vangen, scherper portretteren, door die persoon weg te laten kijken van de lens.

Maar wat als de geportretteerde de eigen geliefde, de eigen vriendin is? Welke rol moet de camera, dat vaak zo genadeloze ding, dan spelen tussen twee mensen die gewend zijn elkaar aan te raken en elkaar te zien, ook zonder naar elkaar te kijken?

Wat gebeurt er met de werkelijkheid als deze eerst intiem wordt beleefd en vervolgens met de buitenwereld gedeeld?

Dan treedt aarzeling op. We zien het hier. Verlegenheid, met soms zelfs het vermoeden van een randje onverklaarde schaamte. Tederheid, onmiskenbaar, ondanks of juist door de onhandigheid die er hier en daar tussendoor sluipt. Een zacht zoeken naar overgave, maar dan toch, zo lijkt het, op het laatste moment die tastende tederheid die het onaf maakt.

Voortdurende kwetsbaarheid dus. Liefde. Het filter van de aarzeling is er niet per se voor ons, de kijkers, het is er vooral voor hen, de twee geliefden, de vrouw voor en de vrouw achter de camera.

Dit zijn dubbelportretten. In dat besef valt op dat naast de aarzeling ook de uitdaging een belangrijke rol speelt. Het eerdere randje schaamte wordt met een biljartkeu in de hand juist een randje spot. Het naakt dat te zien is, wordt een erotische uitnodiging naar het nu nog onzichtbare meer.

Net als het gezicht dat juist wél in de camera kijkt. Het zwoele, ja, maar misschien vooral het ongedwongen lachende gezicht. Scherper geportretteerd, beter gevangen, door die bijna gesloten ogen. En zo: bevrijd.

Volg ons