POSTUUM 1941-2020

Li Zhensheng legde stiekem
de gruwelen van de
Culturele Revolutie vast

Een goede fotograaf is ook een geschiedschrijver, wist Li Zhensheng. En dus verborg hij de negatieven van de gemartelden, de vernederden en de geëxecuteerden die hij in de Culturele Revolutie had gefotografeerd.

POSTUUM 1941-2020

Li Zhensheng legde stiekem
de gruwelen van de
Culturele Revolutie vast

Een goede fotograaf is ook een geschiedschrijver, wist Li Zhensheng. En dus verborg hij de negatieven van de gemartelden, de vernederden en de geëxecuteerden die hij in de Culturele Revolutie had gefotografeerd.

De avond voor zijn eerste werkdag bij de provinciale partijkrant Heilongjiang Daily schreef de jonge Chinese fotograaf Li Zhensheng in zijn dagboek. ‘Ik zal niet sterven in de provincie Heilongjiang.’ Inderdaad bracht de ambitieuze Li zijn levensavond door in wereldsteden Beijing en New York. Dinsdag overleed Li op 79-jarige leeftijd aan een beroerte.

Zijn leven wijdde hij aan ‘het brengen van verlichting aan diegenen wiens zielen gemarteld zijn’, zoals hij schrijft in zijn in 2003 verschenen boek Red Color News Soldier. Voor de Heilongjiang Daily legde hij decennia van politieke waanzin en vervolging vast, met als kookpunt de Culturele Revolutie (1966-1976). Net zoals nu publiceerden Chinese media alleen ‘positieve beelden’. Die maakte hij, maar tegen alle regels in vernietigde hij de negatieven die niet aan de propaganda-eisen voldeden niet. Integendeel, hij ging zich erop toeleggen.

Om film te sparen – de fotoredactie beheerde de schaarse fotorolletjes streng – ontwikkelde hij foefjes om met zo weinig mogelijk opnames zijn quotum van positieve beelden vol te maken. Voor de spiegel sprak hij hardop slogans uit. Dan wist hij het juiste moment om met één opname een duizendkoppig spreekkoor op het strijdlustigste moment te fotograferen. De rest van het rolletje gebruikte hij voor zijn echte werk. Uiteindelijk heeft hij met gevaar voor eigen leven meer dan dertigduizend verboden negatieven in geheime bergplaatsen verstopt. Zijn mentor zei immers dat een goede fotograaf ook geschiedschrijver is.

Li had een vaag gevoel van historische verantwoordelijkheid en een scherp oog voor de vernederende aspecten van politieke vervolging. Misschien kwam dat door een jeugdherinnering als negenjarig jongetje: op Nieuwjaarsdag trok het partijcomité met trommels door het dorp om lampionnen aan de deur te hangen. Li’s huis kreeg een rode lantaren als eerbetoon aan zijn halfbroer, gesneuveld bij het communistische Volksbevrijdingsleger. De overburen hadden een zoon die bij de tegenstander had gevochten. Die werden gebrandmerkt met een zwarte lampion.

Na een periode van revolutionair enthousiasme viel het hem op dat hij steeds vaker afwijkende composities en perspectieven koos als hij de massabijeenkomsten van Mao’s Rode Gardisten fotografeerde. ‘Alsof ik onbewust uitte dat ik het te krankzinnig vond worden.’ Gevaarlijke gedachten in een tijd waarin je overleefde door mee te waaien met de heersende politieke wind – wie dat niet kon pleegde zelfmoord, zoals Li’s schoonvader.

Zoals bijna alle Chinezen in de Culturele Revolutie was Li zowel medeplichtige als getuige. Hij is dader en slachtoffer tegelijk. Hij sabelde zijn bazen in kritieksessies verbaal neer, en op zijn beurt werd hij later twee jaar naar een bevroren uithoek van Chinees Siberië verbannen. Dat was wegens die dagboeknotitie dat hij niet in de provincie wilde sterven – hij werd arrogant gevonden.

In de jaren tachtig schopte hij het tot professor in de fotografie in Beijing. Hij kon zelfs zijn Culturele Revolutie-foto’s tentoonstellen onder de titel ‘Laat de geschiedenis de toekomst voorspellen’. Wat in 1988 kon, is anno 2020 ondenkbaar. ‘Historisch nihilisme’, een andere opvatting over de geschiedschrijving dan die van de Communistische Partij, is tegenwoordig een ernstig politiek vergrijp.

Voor Chinese en westerse collega’s was Li gul en benaderbaar. Eenmaal overtuigd van oprechte interesse in de Culturele Revolutie zorgde hij voor onbetaalbare introducties: normaal onbereikbare partijleden werden toegankelijke babbelaars als je via Li binnenkwam.

Bedankjes hoefde hij niet, als er maar mooie foto’s bij het verhaal kwamen. Alles om de geschiedenis levend te houden. Bij elke afdruk van de gemartelden, de vernederden en de geëxecuteerden die hij had gefotografeerd, praatte hij in de donkere kamer met die dolende zielen. ‘Kom nou niet bij mij spoken. Ik probeer je alleen maar te helpen door de geschiedenis vast te leggen. Iedereen zal weten welk onrecht je is aangedaan.’

De verloren generatie van China

Het was het grootste politieke experiment uit de menselijke geschiedenis: de verbanning van zeventien miljoen Chinese stadsjongeren naar het armoedige platteland zo’n vijftig jaar geleden. De nieuwe socialistische mensen van toen zijn nu zestigers, zoals Wang Li en Wang Xuefen en Mu Wei. Ze jagen hun jeugdherinneringen na, en ook erkenning voor hun verleden.