REPORTAGE rijnenburg

Komen in deze polder 
huizen of windmolens te staan?

Als rond 2001 mannen in pakken de polder Rijnenburg inlopen, wordt de kiem gezaaid voor een taai gevecht. Wat gaat hier komen: huizen, de droom van de projectontwikkelaars, of windmolens en zonnevelden, wat de gemeente Utrecht wil?

Er zijn weinig plekken in Nederland die zo vreedzaam zijn als de polder Rijnenburg op een mooie herfstdag. Groene weides strekken zich uit tot zover het oog reikt, doorsneden door sloten met rietkragen waarin een reiger zit te vissen. Over de smalle Ringdijk, omzoomd door oude knotwilgen, peddelen senioren voorbij op nieuwerwetse fietsen. In hun kielzog passeert een trekker met een kar vol vers gemaaid gras. Je zou bijna vergeten dat achter je rug het verkeer over de A12 voorbij raast richting Oudenrijn.

Maar, zoals wel vaker met pastorale idylles: het is niet wat het lijkt. Deze ruim duizend hectare groene polder vlak bij Utrecht is een van de meest bevochten stukjes Nederland. Met als inzet: woningen of windmolens. Het is een strijd die al meer dan twintig jaar woedt en recentelijk is uitgemond in een loopgravenoorlog.

‘Het is een klassieke patstelling’, ­beaamt Harm Janssen, woordvoerder van de grondeigenaren die woningen willen bouwen in Rijnenburg. ‘Niemand wil in beweging komen’, zucht Joost Brinkman van energiecoöperatie Rijne Energie die juist ijvert voor zonneparken en windmolens in de polder. Een ding is duidelijk: in de polder Rijnenburg heeft het polderoverleg jammerlijk gefaald.

Wonderland

Rijnenburg werd al in de Middel­eeuwen ontgonnen vlak bij het – toen nog – stadje Utrecht. De turbulente ­recente geschiedenis van de polder begint in de jaren negentig, als Utrecht uit zijn jasje begint te groeien. Er worden plannen gemaakt voor woningbouw in Leidsche Rijn.

Maar dat zal op termijn waarschijnlijk niet genoeg zijn, denkt de stad die haar oog laat vallen op Rijnenburg, dan nog grotendeels horend bij de gemeente Nieuwegein. In 2001 wordt de polder via een gemeentelijke herindeling bij Utrecht gevoegd. Met als doel om hier op termijn woningen te bouwen.

Dat is ook de tijd dat de ‘mannen in pakken’ hun intrede doen in de polder, vertelt Johan Nebbeling, free-lance journalist en fotograaf die een fotoboek maakte over Rijnenburg: ‘Weideland, waterland, wonderland.’ Zij zijn de vooruitgeschoven posten van projectontwikkelaars die met het oog op de toekomst alvast strategische posities proberen te verwerven.

Dat lukt aardig. Ruim 70 procent van de grond in Rijnenburg komt in handen van een groepje grote partijen: projectontwikkelaars, institutionele beleggers en woningcorporaties. Miljoenen euro’s stromen de polder in.

De gevolgen daarvan zijn zichtbaar, laat Nebbeling zien op een fietstocht door de polder. In Rijnenburg staan een stuk of vijftig woningen, geconcentreerd rond de Nedereindseweg die het gebied van oost naar west doorkruist. Die zien er, een enkele uitzondering daargelaten, pico bello uit.

De oude boerderijen zijn met stal en al verbouwd tot riante woonhuizen en fraaie plattelandsvilla’s. ‘Het geld spat ervan af’, knikt Nebbeling als we langs een boerderij fietsen met een golfbaan in de achtertuin. ‘Het heeft er nog nooit zo mooi uitgezien als nu.’

De boerderij van opa en oma

Een van de weinige boerderijen die nog in zijn oorspronkelijke staat verkeren, is die van Jannie van der Grift (54) en haar man Wim de Wit (57). Jannie is geboren op de boerderij die door haar opa honderd jaar geleden is begonnen. Haar vader zette het bedrijf voort. Toen hij stierf wilde geen van zijn drie dochters hem opvolgen. Moeder bleef alleen wonen op de boerderij met acht hectare grond.

Ook bij haar moeder zijn de mannen in pakken aan de deur geweest, vertelt Jannie aan de keukentafel. Er werd veel geld geboden. ‘Tonnen per hectare.’ De buurman ging er op in. Met de opbrengst kocht de oudste zoon een bedrijf in Oost-Groningen, van het restant knapte vader de oude boerderij op.

Dat hebben veel boeren gedaan, weet Jannie, die de krant rondbrengt in de polder. Haar moeder deed het niet. ‘Ze kon geen afstand doen van de grond.’ Achteraf hebben zij en haar zussen weleens verzucht: had ze het toch maar gedaan.

Maar in 2009 is er nog geen vuiltje aan de lucht. In dat jaar presenteert Utrecht zijn Structuurvisie voor Rijnenburg dat een landelijke woonwijk moet worden met zevenduizend huizen in het groen. Maar nog voor de inkt op de plannen droog is, breekt de financiële crisis uit. Banken vallen om, de bouw stort in. Rijnenburg wordt voorlopig ‘on hold’ gezet, het krijgt de status van pauzelandschap.

Kort daarna dient zich een nieuwe wending aan: de klimaatcrisis. Nederland tekent in 2015 het Klimaat­akkoord van Parijs waarin landen ­beloven de opwekking van duurzame energie te stimuleren. In Utrecht gaan stemmen op: als in Rijnenburg voorlopig toch niet wordt gebouwd, is het dan geen idee om te kijken of de polder benut kan worden voor duurzame energie?

De duurzame droom

In 2017 vraagt de gemeenteraad het college van B&W om daarnaar onderzoek te doen. Er worden scenario’s opgesteld, stadsgesprekken georganiseerd. Uiteindelijk mondt dat uit in een Visie Energielandschap die in juli 2020 door een (nipte) meerderheid van de raad wordt aangenomen.

In Rijnenburg, zo stelt de visie, is plaats voor acht windmolens en 230 hectare zonnevelden die samen 1 petajoule groene stroom per jaar leveren. Goed voor 80 duizend woningen in Utrecht. Woningbouw is voorlopig niet aan de orde.

Verantwoordelijk voor dit plan is Lot van Hooijdonk, GroenLinks-wethouder energie en mobiliteit. De energietransitie is een serieuze opgave, benadrukt Van Hooijdonk. ‘Daar moet je als stad ook een verantwoordelijkheid in nemen. Dat kun je niet afschuiven op anderen.’ Utrecht produceert nu een schamele 1,8 procent van zijn eigen energie.

Het is een prachtig, ambitieus plan. Met één maar: de grondeigenaren werken er niet aan mee. De projectontwikkelaars willen hun kostbare grond niet ter beschikking stellen voor windmolens en zonneparken. Ze willen huizen bouwen, en wel zo snel mogelijk.

Het tegenoffensief

De grondeigenaren lanceren een ­tegenoffensief met een plan voor de bouw van 25 duizend betaalbare ­woningen in Rijnenburg. Want daar is dringend behoefte aan, zegt Harm Janssen.

Janssen is woordvoerder van het consortium van grondeigenaren in Rijnenburg waarin een paar van de grootste projectontwikkelaars van Nederland zitten, zoals zijn eigen BPD (Bouwfonds Property Development), AM en Ballast Nedam, samen met institutionele beleggers en Utrechtse woningcorporaties. Saillant detail: Janssen was van 2005 tot 2010 wethouder financiën van Utrecht voor het CDA.

In Nederland is een schrijnend tekort aan betaalbare woningen; in Utrecht is de wachttijd voor een sociale huurwoning opgelopen tot elf jaar. Rijnenburg kan soelaas bieden, zegt Janssen. Maar met een Energielandschap gaat het gebied twintig jaar op slot.

Natuurlijk zien ook de projectontwikkelaars de noodzaak voor de energietransitie in, haast Jansen zich te zeggen. ‘De vraag is of je dat moet doen in een van de dichtst bevolkte gebieden van Nederland. Ik vind het schrijnend om te zien hoe een goede plek voor woningbouw wordt verkwist. Daar werken wij niet aan mee.’

Dat is slikken voor Rijne Energie dat met energiemaatschappij Eneco het windmolen- en zonnepark in Rijnenburg wil realiseren. Zonder medewerking van de grondeigenaren wordt dat lastig, weten Guido van Loenen (47) en Joost Brinkman (48), bestuursleden van de jonge burgercoöperatie met 350 leden.

Het gekke is: ze hadden altijd goed contact met de grondeigenaren, zegt Van Loenen. Dat die niet overenthousiast waren over windmolens op hun grond was van meet af aan duidelijk. ‘Maar er lag ook geen blokkade. Tot een jaar geleden. Toen zijn ze ineens gedraaid. Kennelijk zien ze nu ineens weer gouden bergen in de woningbouw.’

Dat is ook hoe wethouder Van Hooijdonk het zich herinnert. Zij heeft met alle partijen gesproken over het Energielandschap, benadrukt ze. ‘Ik heb van de grondeigenaren nooit een ‘njet’ gehoord. Pas toen de definitieve plannen er lagen, zeiden ze dat we niet naar ze geluisterd hadden.’

Ja, meesmuilt Janssen, ze mochten meepraten. Maar de uitkomst stond bij voorbaat vast: het moest en zou een Energielandschap worden. ‘Over woningbouw op Rijnenburg mocht niet worden gesproken.’

Het verzet krijgt vorm

Begin november dient Rijne Energie een afgeslankt plan in voor een energiepark: drie windmolens, in plaats van acht, met een optie voor nog twee. Enkele hectares zonnepanelen in de polder en twintig hectare op de Nedereindse Plas.

Dat is veel minder dan waarvoor de gemeentelijke plannen ruimte bieden, beaamt Brinkman. ‘Maar dat is het hoogst haalbare op dit moment. Helaas.’ De plannen zijn ingediend bij de gemeente die er waarschijnlijk nog dit jaar een beslissing over neemt.

Ondertussen groeit de weerstand. De Buren van Rijnenburg, een actiegroep van omwonenden uit omringende wijken zoals Vleuten en De Meern, is fel tegen de bouw van windmolens. Het Energielandschap is een speeltje van groene yuppen uit de binnenstad waar ze geen last hebben van de windmolens, maar er wel goede sier mee maken, foetert woordvoerder Pieter van Veenen (74).

Naar de bezwaren van omwonenden is volgens hem nauwelijks geluisterd. ‘De windlobby zat aan tafel. Wij niet.’ De actiegroep vindt de plannen van Rijne Energie uitermate mager. ‘De aanbesteding is feitelijk mislukt.’

Het verzet reikt zelfs tot in de Tweede Kamer waar CDA en VVD half november een motie indienen waarin zij minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren vragen Utrecht een aanwijzing te geven om Rijnenburg aan te wijzen als bouw­locatie. Die voelt daar niets voor, laat zij weten.

De discussie wordt ‘geframed’, moppert wethouder Van Hooijdonk. Er wordt gedaan alsof de keuze gaat tussen woningbouw of windmolens in Rijnenburg. ‘Maar dat is de discussie helemaal niet.’ Ze snapt de belangen van de eigenaren maar al te goed. ‘Het gaat om veel geld. Maar dat is een privaat belang. Wij moeten een afweging maken vanuit het maatschappelijk belang. Wat het best is voor de stad en de mensen.’

Volgens Van Hooijdonk is iedereen in Utrecht ervan doordrongen dat er woningen moeten worden bijgebouwd. ‘Dat doen we ook. Tot 2040 hebben wij 60 duizend nieuwe woningen gepland. Er wordt nergens zoveel gebouwd als in Utrecht.’

Maar die nieuwe huizen zijn vooral binnenstedelijk gepland: in industriële rafelranden zoals de Merwede­kanaalzone en bij nieuwe OV-knooppunten. Dat heeft voor het stadsbestuur de voorkeur boven Rijnenburg, dat een eindje van het centrum ligt en slecht ontsloten is voor openbaar vervoer.

Pas als de stad vol zit, komt het buitengebied in beeld, zegt Van Hooijdonk. Dat kan nog jaren duren. ‘Wat woningbouw betreft staat Rijnenburg voor ons onder aan de prioriteitenlijst.’ Tot 2035 is Rijnenburg sowieso niet nodig; windmolens of geen windmolens.

‘Binnenstad: geen optie’

Projectontwikkelaar Janssen ziet dat anders. Binnenstedelijk bouwen is duur en lastig, waarschuwt hij. ‘Terwijl de druk op de woningmarkt toeneemt. Misschien dat over een paar jaar blijkt dat Rijnenburg toch nodig is. Dan is het zonde om het gebied voor drie windmolens vijftien jaar op slot te gooien.’

Dit is een spelletje blufpoker dat gespeeld wordt tussen de grondeigenaren en de gemeente, zucht Rijne Energie-bestuurder Brinkman. ‘Daarbij vergeleken zijn wij maar een kleine partij.’ Wellicht, oppert hij, draaien de grondeigenaren bij als de plannen voor de eerste windmolens zijn goedgekeurd. ‘Dat hopen we natuurlijk stiekem.’

Wat dat betreft kan Janssen hem uit de droom helpen. De projectontwikkelaars zijn vast van plan zich met hand en tand te verzetten tegen de komst van windmolens, desnoods tot voor de rechter. ‘Windmolens hebben ook effect op onze grond. Als de gemeente hieraan vasthoudt, dan is dat een doodlopende weg.’

Maar liever laat hij het zover niet komen. ‘Wij stellen ons constructief op. Als je op alle daken zonnepanelen legt kun je in Rijnenburg ook 25 duizend huizen van duurzame energie voorzien.’ Dat is bijna evenveel als de duurzame stroom die Rijne Energie gaat opwekken.

Terug bij de boerderij

Aan de keukentafel aan de Nedereindseweg is het echtpaar Van der Grift het spoor allang bijster. Ze volgen het nieuws uit de kranten, zegt Jannie. ‘Maar er zijn al zoveel plannen en inspraakavonden geweest.’ Wim knikt: ‘Ze blijven maar rondjes draaien. Het schiet niets op.’

Hij kan zich nog de tijd herinneren dat een melkrijder de bussen kwam ophalen bij de boeren langs de Nedereindseweg. ‘Aan het eind van de straat had hij een vrachtwagen vol.’ Die tijd is voorgoed bij. ‘Nu haal je hier in de straat nog geen liter melk op.’

Als Wim het voor het kiezen had, zou hij liever woningen zien komen dan windmolens en zonnepanelen. ‘Daar is geen flikker aan.’ Maar misschien, werpt Jannie tegen, kan een energielandschap er wel sneller staan. Wim haalt zijn schouders op. ‘We zien wel. Gelukkig houdt de grond zijn waarde. Al is het nu geen goed moment om te verkopen.’ Had moeder toch maar verkocht, toen het nog kon.

Verbetering

In dit artikel werd aanvankelijk gesteld dat de initiatiefnemers van Rijne Energie begin november een plan indienden voor een afgeslankt energiepark met drie windmolens, honderd hectare zonnepanelen in de polder en tweehonderd op de Nedereindse Plas. Dat moet zijn: enkele hectares zonnepanelen in de polder en twintig hectare op de Nedereindse Plas.

Eerdere verhalen uit de serie Wie bezit Nederland?

De ruimte voor huizen, recreatie, windmolens of voedselteelt wordt schaarser. Dus rijst de vraag wie de grond in Nederland bezit en wie kan bepalen wat er met die grond gebeurt.

Extra woningen, natuur, landbouw of toch duurzame energieopwekking? Grootgrondbezitters hebben een doorslaggevende stem bij het toekomstige gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Ontdek hier wie de grootste grondbezitters zijn en hoe groot hun land is, vergeleken met je eigen tuin of woonwijk.

De grootste particuliere grootgrondbezitter van Nederland is een vrouw van 81 uit Drenthe. Wie is deze Magreta Moret-Wessels Boer die er alles aan doet haar 2.246 hectare grond in de vier noordelijke provincies intact te houden?

Koning Willem-Alexander staat op plek 263 van grootgrondbezitters in Nederland. Hij dankt dit aan landgoed de Horsten bij Wassenaar. De exploitatie ervan is duur. En dus staat de deur open voor nieuwe bewoners die in een rijksmonument willen wonen. Hoe is de koning als grootgrondbezitter?

Datachef Xander van Uffelen en verslaggever Mac van Dinther van de Volkskrant over waarom hun onderzoek naar het grootgrondbezit van Nederland juist zo’n essentieel onderwerp is.

Volg ons