In de armste wijk van Bagdad vecht men tegen drie vijanden tegelijk

In Stad van Sadr, de armste wijk van Bagdad, hebben protesten tegen de Iraakse regering veel levens gekost. Iran, dat de Iraakse milities steunt, wordt hier gevreesd. En wat de Amerikaanse troepen hebben aangericht, is ook nog niet vergeten. 

Diep in de volkswijk Stad van Sadr, de armste wijk van Bagdad, woont een man die fantaseert over het moment dat ze weer Amerikanen gaan opblazen. Soms kijkt hij de video’s terug van de vorige keer. Aanslagen film je natuurlijk, dat was toen al zo. Zijn lievelingsaanslag is die op een Amerikaans legerkonvooi. Vier voertuigen, in korrelig beeld. En dan: boem! Een dreun golft over de snelweg. Zwarte rookwolken. Geen legervoertuig meer te bekennen.

Hij raakt nog opgewonden als hij de explosie terugziet. Bermbommen, zelf gemaakt. Lachend: ‘Ja, ik ben trots.’

Hij is, zegt hij, een voormalig commandant van het Leger van Mahdi, ooit een van de meest gevreesde milities in Irak. Tussen 2004 en 2008 was het Leger van Mahdi verwikkeld in een bloedige guerrillastrijd met het Amerikaanse leger, met als doel hen uit Irak te verjagen. Nu twaalf jaar later de spanningen met de Amerikanen opnieuw oplaaien, krijgt het leger de kans om zelf uit Irak te vertrekken. Maar mocht het nodig zijn, dan is de 45-jarige veteraan er gerust op: de mannen in de buurt staan paraat.

Amerikaanse soldaten proberen een Amerikaans gepantserd voertuig te blussen in de straat Al Canal, in de buurt van Stad van Sadr, Bagdad. Foto AP

‘We zijn er klaar voor. Deze oorlog zal anders worden dan de vorige. We kennen nu de tactieken van de vijand. Vroeger plaatsten we de bermbommen tegen de Amerikanen in de stad. Dat was een vergissing. Veel burgers raakten daarbij gewond. Nu gaan we ze in hun basissen aanvallen. We brengen de oorlog naar hun huis. Er zullen veel slachtoffers vallen. Niet alleen Amerikaanse, maar ook Europese manschappen.’

Alles wat in Irak speelt, komt samen in het miljoenengetto Stad van Sadr. De inwoners vechten hier tegen drie vijanden tegelijk: de Iraakse regering, Iran en de Amerikanen. Alsof dat nog niet complex genoeg is, is het voor de bevolking lang niet altijd duidelijk hoe deze spelers zich precies tot elkaar verhouden. En van deze chaos maken Iraakse leiders dankbaar gebruik.

Hier in Stad van Sadr wonen de mensen die ‘van iedereen het meest geraakt zijn door de corruptie in Irak’, zoals de lokale sjeik Saad Kenan Kangod (57) zegt. Tientallen jongemannen uit deze buurt zijn de afgelopen weken doodgeschoten omdat ze protesteerden tegen de Iraakse regering.

De Shishan-markt, een van de oudste markten van de stad. Foto: Hawre Khalid. 

Vanuit zijn huis in blok drie, een van de beste gedeelten van Stad van Sadr, wijst Kangod naar buiten. Zie eens hoe netjes de straat erbij ligt. Het open riool voor zijn huis is afgedekt met betonnen platen. ‘De auto’s verdwenen erin. We hebben als tribale leiders in deze buurt geld ingezameld om het te dichten. Niet alleen hier voor de deur, maar in alle straten in het blok. Dat is eigenlijk een taak van de overheid, maar die doet dat niet.’

Dat blijkt een rode draad: de Iraakse overheid doet bijna niks voor de inwoners van dit arme stadsdeel.

Wijk van de Revolutie

Stad van Sadr is in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontworpen als de wijk van de Revolutie, een vooruitstrevend project om de sloppen van Bagdad te transformeren naar sociale woningbouw. Een Griekse stedenbouwkundige – die ook Islamabad in Pakistan heeft ontworpen – maakte een utopische schets en de eerste vrouwelijke minister van Irak trok de kar. Algauw stortte alles in: dictator Saddam Hoessein kwam aan de macht. De wijk van de Revolutie ging Stad van Saddam heten. Inwoners werden aan hun lot overgelaten, zonder riolering, met nauwelijks elektriciteit en stromend water.

Sindsdien is er bar weinig verbeterd, zegt sjeik Kangod. ‘Vroeger hoefden we alleen bang te zijn voor dievenbendes aan de randen van Bagdad. Tegenwoordig zitten de dieven in de regering.’

Het straatbeeld van Stad van Sadr. Foto: Hawre Khalid.

Daarom is sjeik Kangod, net als de halve bevolking van Stad van Sadr, vaak te vinden op het Bevrijdingsplein van Bagdad. Daar komt de bevolking van Irak sinds oktober massaal in opstand tegen de regering. Rondom het Bevrijdingsplein is een protestcamping ingericht, waar jongeren die al dagen geen douche hebben gezien een waterpijp roken. Moslims verkopen christelijke zelfhulpboeken (‘We zijn allemaal broeders’). Maar het festivalsfeertje dat hier op goede momenten hangt, slaat regelmatig om.

Zo was daar Mahmoud Mohasen, pas 16 jaar oud. Zoals dat gaat in de Stad van Sadr, moest hij op zijn 12de van school, kruier worden op de markt. Geld verdienen voor zijn elf broers en zussen. De politieke opstand in Bagdad bood hem een onverwachte kans om tuktukchauffeur te worden. Rondom het Bevrijdingsplein wemelt het van de tuktuks, overdekte brommers op drie wielen, om gewonden mee te vervoeren. Zijn twee oudere broers hielden het gauw voor gezien. Ze realiseerden zich: de flessen cola die we hebben meegenomen om het traangas uit onze ogen te spoelen, beschermen niet tegen kogels.

Maar Mahmoud bleef naar het Bevrijdingsplein gaan, tot ontzetting van zijn moeder. ‘Ik waarschuwde hem die laatste keer zoals altijd: ga niet. Maar hij zei: ‘Mama, sta niet in mijn weg.’ Hij nam zijn lunch mee en vertrok. Dat was het laatste dat we van hem zagen.’

De familie van Mahmud Muhsin, die op 19 december om het leven kwam tijdens het protest in Bagdad. Foto: Hawre Khalid.

In de nacht van 18 op 19 december werd Mahmoud in zijn buik geschoten in de omgeving van het Bevrijdingsplein. Hij bereikte levend het ziekenhuis. Daar lieten ze hem doodbloeden, stelt zijn familie. Een handtekening ontbrak om hem te mogen opereren, is volgens hen het officiële verhaal van het ziekenhuis. ‘Maar we hoorden dat de dokter heeft gezegd dat hij niks kon doen, omdat er milities in het ziekenhuis actief waren’, zegt zijn oudste broer Daoud.

Sinds het begin van de protesten zijn meer dan 450 ongewapende demonstranten gedood. ‘Niets minder dan een gruweldaad tegen de inwoners van Irak’, stelde Jeanine Hennis-Plasschaert, VN-gezant voor Irak, in december. Precieze aantallen zijn niet bekend, maar zeker tientallen slachtoffers moeten afkomstig zijn uit Stad van Sadr. In vrijwel elk steegje is een huis gedecoreerd met de poster van een overleden jongeman, vaak nog een tiener.

Ontzag Iran brokkelt af

Rondom het Bevrijdingsplein wordt aangenomen dat de daders behoren tot Iraakse milities die wapens en training krijgen van buurland Iran. Deze milities zijn diep verweven met de Iraakse overheid, die van de demonstranten moet vertrekken. Van oudsher was Iran populair in Stad van Sadr. Iran bood de sjiitische leider Moqtada al Sadr jarenlang onderdak, steunde het Leger van Mahdi en leverde op z’n minst grondstoffen voor de bermbommen waarmee Amerikaanse militairen werden opgeblazen. Voor veel inwoners van de arme volkswijk zijn Iraniërs bovendien de enige buitenlanders die ze ooit hebben ontmoet, op pelgrimstocht.

Maar nu hun zonen bij dozijnen worden vermoord omdat ze af willen van een overheid die niet eens de riolering afdekt, is het klaar. In Stad van Sadr brokkelt het ontzag voor Iran af. ‘Iran is de reden van dit alles, want Iran geeft de orders om te schieten’, zegt de oudste broer van Mounir Ali. Mounir werd, 18 jaar oud, tijdens een demonstratie op 23 december doodgeschoten, op de dag dat hij zijn middelbareschooldiploma ontving. ‘We hoorden dat de milities in burger op het plein staan tussen de demonstranten en de coördinaten doorgeven van de slachtoffers.’

Kareema Muhammad en zijn zoon Ameer Ali in hun huis. Kareema verloor haar zoon Muneer Ali tijdens het protest in Bagdad op 23 december 2019. Foto: Hawre Khalid.

Na Mounirs dood bezocht hij zelf nog een keer de demonstraties. Niet om te protesteren tegen het trio dat Stad van Sadr in zijn greep houdt – de regering, Iran en Amerika – maar om Mounir te herdenken op de plek waar hij is doodgeschoten. Omstanders vroegen hem te vertrekken. Ze dachten dat hij misschien ook op de dodenlijst staat van de geheimzinnige schutters.

Verzet tegen Amerika

Terwijl de angst voor Iran toeneemt, is men in de overdekte bazaar van Stad van Sadr niet vergeten wat de Amerikanen hier ruim een decennium geleden hebben aangericht. ‘De Amerikanen verstoorden onze handel’, zegt een van de vele ambachtelijke slagers in de bazaar, een bebloed mes in zijn handen. ‘Ze sloten de straten af, dus we kregen geen klanten meer. Alleen jonge meisjes konden nog over straat lopen, op mannen werd meteen geschoten.’

‘Ik was er getuige van hoe de Amerikanen iemand arresteerden’, zegt Razab Wahab (53), terwijl hij aankopen doet in een aluminiumwinkel. ‘Hun laarzen op zijn lichaam. Daarom gingen de mensen hier terugvechten.’

Het gewapende verzet tegen de Amerikanen begon in de Stad van Sadr volgens de overlevering met een vlag van Imam al Mahdi, de verlosser die volgens de sjiitische leer aan het einde der tijden zal komen. Een Amerikaanse soldaat sneed die vlag met haar mes in stukken. ‘Ik weet niet waarom ze het deed, maar het was een provocatie’, zegt de man die zich een voormalige commandant noemt van het Leger van Mahdi. ‘Zo is het begonnen.’

Een poster van Mahmud hing aan de muur buiten het huis. Foto: Hawre Khalid.

Rouwceremonie

‘Dit gaat de loop van onze protesten veranderen’, zegt Ahmed Karar, een ambtenaar die aan de uiterste rand van de Stad van Sadr woont. Hij verloor op 29 november zijn 16-jarige zoon Haidar die demonstreerde tegen de regering. Doodgeschoten door anonieme schutters. ‘Wij protesteren tegen de regering van Irak. De Amerikanen zijn hier al 17 jaar. Waarom nu dan weer hierover beginnen? Het is een duidelijke politieke inmenging. De orders van Iran.’

Haydar Ahmed verloor zijn zoon op 29 november 2019 tijdens het protest in Bagdad. Foto: Hawre Khalid.

Op de derde dag van de rouwceremonie, die traditioneel drie dagen duurt, stond hij als vader alweer te demonstreren op het Bevrijdingsplein. ‘Mensen vroegen: nu al? Maar mijn zoon is niet voor niets gestorven. Hij wilde veranderingen in de regering, net als alle martelaren. Daarom.’ Hij demonstreert nog steeds, met zijn twee andere zonen. Tot woede van zijn vrouw. ‘Ik zeg: maak je geen zorgen. Vrouwen zijn emotioneel, het is de enige manier om ermee om te gaan.’

Protesteren tegen de Iraakse regering? Iran? Amerika? Een paar straten verderop haalt de moeder van de omgekomen Mahmoud haar schouders op. Haar zoon streed voor twee dingen: een echte baan vinden en trouwen. Dat laatste werd tijd: hij was per slot van rekening al 16. Nu heeft ze alleen zijn tamme duiven nog, op het dak van het huis. Soms vliegen ze uit boven de Stad van Sadr, boven de krotwoningen waar twee miljoen mensen tevergeefs hopen op een toekomst.