In Erp is de herinnering aan die eerste bange weken nog lang niet weg: ‘Hedde ’t al geheurd?’

Op het kerkhof van het Brabantse Erp verraden de vele vers gedolven graven wat zich hier heeft afgespeeld. In het dorp zijn de kinderen van Harry Opheij bezig het huis van de clubicoon van de voetbalvereniging Erp uit te ruimen. Een gegadigde heeft zich al gemeld. Hoe is Erp eraan toe, nu de eerste schreden naar een nieuw normaal zijn ingezet?

Het is nog te vroeg voor het plaatsen van gedenkstenen met inscriptie en de aanleg van afgebakende perkjes. Op het gemeentelijk kerkhof van Erp, een dorp van vijfduizend zielen aan de Aa in de meierij van ’s-Hertogenbosch, zijn de vers gedolven graven nog eenvoudige verhogingen in de bodem, rechthoekige plateaus. Aan de korte zijden zijn bescheiden standaards geplaatst met daarop een naam, een geboortedatum en de dag van overlijden. Erop liggen boeketten. Veel is aan het verdorren, hier en daar gaan de linten al schuil onder opgestoven zand; de aanhoudende droogte heeft de aarde rul gemaakt.

Er is geen ontkomen aan: als de bordjes als sterfmaand 03 of 04 vermelden, dringt de oorzaak van het heengaan zich op. Erp was een van de eerste plaatsen in Noord-Brabant waar covid-19 zijn angstaanjagende verspreiding inzette. Meierijstad, de gemeente waartoe Erp sinds 2017 met Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel behoort, telt intussen 130 door het virus bevestigde doden – de cijfers worden niet per kern bijgehouden; schattingen in Erp variëren tussen de 20 en 30. Waar het totaalaantal overledenen in de gemeente van 27 februari tot en met 26 mei in 2018 nog 176 en in 2019 175 bedroeg, explodeerde het getal voor 2020 naar 408.

Hoe is het dorp eraan toe, nu de eerste schreden naar een nieuw normaal zijn ingezet? Een bezoek aan enkele beladen plekken leert dat de bewoners overeind krabbelen, maar dat de herinnering aan die eerste bange weken de gedachten nog volledig beheerst. Wie je ook spreekt, iedereen verwijst nog naar de beklemming van de geluiden die de stilte van de slimme opsluiting verscheurden: alweer een sirene van de ambulance, nog maar eens het gebeier van de klokken in de torenspits van de Sint-Servatiuskerk voor een volgende uitvaart. Voor wie zou het nu zijn? Ze kennen elkaar hier zo’n beetje allemaal, is het niet uit de nabije omgeving dan is het wel via familie, vrienden, collega’s. Dan zie je op tegen zo’n schaarse ontmoeting tijdens een ommetje op straat of in de supermarkt en de bijbehorende openingszin. ‘Hedde ’t al geheurd?’

Carla Koene

De bloemist

Bloemist Carla Koene heeft voor het eerst sinds twee maanden weer eens een fietstochtje als ontspanning kunnen maken, maar ze betrapte zich erop dat ze onderweg vooral lette op de adressen waar ze de afgelopen tijd boeketten afleverde. ‘Ik zei alleen maar: daar ben ik geweest, en o ja, daar ook al.’ Haar omzet verdrievoudigde die weken, de telefoon bleef maar gaan, de mailbox stroomde elke dag weer vol. ‘We werkten dagenlang van 7 tot 10. Bloemen vormden het enige middel om je deelneming te betuigen. Langskomen kon niet.’ Het lukte niet altijd de emotie buiten te sluiten. ‘Ik zat geregeld in tranen achter het stuur; menigeen kende ik. En dan moest ik ook nog op afstand blijven.’

Veel straten in Erp monden uit op het Hertog Janplein, gedomineerd door het hooggeschouderde godshuis en een Heilig Hartbeeld. Zou er een dorp zijn waar meer hartjes tegen de ramen zijn geplakt als steunbetuiging aan de zorg? Deze vrijdag is het markt. Een vishandel, een kaaskoning en een bakker hebben hun kramen opgesteld. Hun zaken zijn ook in de moeilijke weken doorgegaan. Gewoon is het nog altijd niet. Als de handelaren opkijken, zien ze op de trappen naar de kerk potten met hortensia’s. Die stonden er ineens. De anonieme gever wilde dat er een vervolg kwam op de duizend rozen die Erpenaren hier eind maart hadden neergelegd als eerbetoon aan de eerste zeven doden, onder wie twee echtparen. De linten liggen er nog wel, en een blauwwitte sjaal van RKVV Erp, de plaatselijke voetbalclub.

 De terreinman van de plaatselijke voetbalvereniging Erp maakt alles in orde voor de training van de plaatselijke jeugd.

Het carnaval

Nog een blikvanger op het plein: de lange pui van Van Haandel, partycentrum, café en cafetaria in één. Het is donker binnen. Hier vierden De Uilen van Empeldonk onder aanvoering van prins Bart d’n Urste het voorlaatste weekeinde van februari carnaval. De tweede carnavalsvereniging, De Lindefluiters met vorst Nick d’n Urste, zat 500 meter verderop, in Café Zaal De Paal. De ‘goei feesten’ van toen stonden ruim twee weken later te boek als superspreaders.

Hier schrijnt het ook in Erp: gesloten hekken, afzettingslinten, al doet een bord aan het verenigingsgebouw met aangekondigde evenementen voor het 75-jarige bestaan nog vermoeden dat de tred hernomen is: feestweekenden voor de jeugd en de senioren in juni – ze gaan niet door.

Toon Kerkhof 

Harry en Doortje

Voorzitter Toon Kerkhof van RKVV Erp, middenmoter in de eerste klasse van het amateurvoetbal, staart naar de lege velden, hij vindt het nog altijd een pijnlijke aanblik. Zijn vereniging is in maart midscheeps geraakt. Twee vrijwilligers, gewaardeerde steunpilaren, zijn er niet meer.

Harry Opheij (85) was zestig jaar betrokken bij de club, als voetballer, scheidsrechter en bestuurslid. De laatste jaren ontfermde hij zich over het materiaal, de gebouwen en het terrein. Kerkhof: ‘Harry heeft elk boutje en elk schroefje hier vastgehad. Als er iets was en Harry bemoeide zich ermee, dan wist je dat het goed kwam.’

Op een maandagochtend had hij zich niet lekker gevoeld, hij was even naar de dokter geweest. Een bacteriële infectie, was de diagnose. Op de terugweg ging hij nog even naar de club. Daar zakte hij plotsklaps ineen. Een week later, op dinsdag 17 maart, overleed hij in het ziekenhuis. Het hakte er in Erp extra in dat de zondag ervoor zijn vrouw Doortje, ook 85, was bezweken – er zat 30 uur tussen. Zij had zich eerder wat grieperig gevoeld. Van de nabestaanden konden er bij het afscheid maar zeven rondom de twee kisten staan. Een zoon zou later ook zijn schoonvader verliezen.

RKVV Erp raakte een dag voor het overlijden van Harry ook Ad de Groot kwijt, beter bekend als Bobby; dertig jaar actief bij de club. Hij was elftalbegeleider en trainer. Talentenherkenner, volgens Kerkhof. ‘Goudeerlijk, recht door zee. Je kon geen ruzie met hem krijgen, daar was hij altijd te duidelijk voor.’ Hij sukkelde de laatste jaren wat met zijn gezondheid, hij had het aan zijn longen. De laatste tijd vertoonde hij zich al minder op het sportpark Den Uil. Kerkhof: ‘Het is zo verdrietig dat we als club niet samen konden rouwen over dit verlies. Ik hoop dat we nog eens fatsoenlijk afscheid van ze kunnen nemen.’ Ook een andere voetbalvereniging in de buurt werd getroffen, ook daar betrof het een echtpaar. Een kern verderop verloor RKSV Boerdonk-oprichter Jan Penninx (89). Enkele dagen later was diens vrouw Marietje (88) aan de beurt.

 Verzorgingshuis Simeonshof ligt net achter de kerk.

Woonzorgcentrum Simeonshof

Pal achter de kerk ligt Simeonshof, een modern woonzorgcentrum voor 75 ouderen, verspreid over zes afdelingen, vijf jaar geleden geopend, maar de afgelopen weken een gesloten bastion. Op 14 maart werd de eerste besmetting vastgesteld en de dag erna hing er bij de entree een brief met onverbiddelijke afwijzingen in dikke rode letters: u kunt niet op bezoek komen, bijeenkomsten afgelast, geen dienstverlening. Eind maart overleed de eerste bewoner. Hoeveel sterfgevallen er zijn geweest, geeft koepelorganisatie BrabantZorg om redenen van privacy niet prijs.

Teammanager zorg en welzijn Helma Huysmans blikt terug. ‘Het was een afschuwelijke periode. Er was geen peil op te trekken hoe het virus zich gedroeg. Ineens was het op meerdere afdelingen, ondanks alle isolerende maatregelen na een besmetting. De eenzaamheid van de bewoners greep ons zeer aan. Dat ze ineens hun kamers niet meer mochten verlaten, was niet altijd uit te leggen, zeker niet aan de mensen met dementie. Het was soms hartverscheurend. We moesten iemand vertellen dat ze niet naar de uitvaart van haar man mocht. Een vrouw is overleden, terwijl in een ziekenhuis in Zwolle haar dochter op de intensive care vocht voor haar leven. Het was zwaar voor onze personeelsleden. Ze moesten snel opvang regelen, anderen zaten met pubers thuis, iemand had zelf een zieke schoonzus.’

Een stapje vooruit

Ze zag ook de keerzijde. ‘We hebben ons altijd gesteund gevoeld. Ik heb de sterkte van Erp gezien. Uit het dorp kwamen bloemen, kaarten, we zijn kilo’s aangekomen door de taarten en de chocola die werden bezorgd. Bewoners zelf vertoonden veerkracht. We redden ons wel, zeiden ze, het is niet anders. De meeste aandacht ging natuurlijk naar de mensen die overleden, maar vergeet niet dat hier een drievoud is hersteld. En dankzij de ethische commissie is die mevrouw die ontbrak bij de uitvaart van haar echtgenoot toch even bij zijn graf kunnen zijn.’

Tot haar opluchting zijn de bruggen naar het dorp voorzichtig weer neergelaten. Het kon, het centrum is twee weken coronavrij. Deze week mochten bewoners voor het eerst naar buiten voor een wandelingetje. Bezoekers zijn weer welkom: één familielid per bewoner, nadat bij de voordeur is vastgesteld dat er geen gezondheidsklachten zijn. Ze mogen zo’n vijftig minuten blijven. ‘Het is nog beperkt, maar iedereen vindt het fantastisch. Wij ook.’

Dokter Maik

In een laag gebouw met grijze gevel aan de doorgaande weg in Erp is de routine nog niet terug. De wachtkamer in de huisartsenpraktijk grenst pal aan de spreekkamer en dokter Maik Winkelhorst (36), hier zeven jaar werkzaam, mist nog dagelijks het geroezemoes dat hem vroeger tijdens het spreekuur bereikte. Nu duiden witte kruisen van tape op de bankjes aan dat er nog maar beperkt plaats is voor patiënten en overheerst meestal de stilte.

De hectiek voor hem en zijn drie collega’s met hun assistenten is goeddeels achter de rug, vertelt hij. Ze hebben elkaar overeind gehouden toen het virus ze overviel. Elke ochtend vertelden de leden van het team wat ze meemaakten, wat ze deze dag misschien nog te wachten stond. Intussen stroomden kaarten en bloemen uit het dorp binnen.

Bij patiënten die hoestten en koortsig waren, was aanvankelijk het devies de link met het virus alleen te leggen als ze uit een risicogebied kwamen of in contact waren geweest met een bewezen coronapatiënt. Maar toen ze alsmaar meer op huisbezoek moesten en de wachtkamer volliep, drong de ernst van de situatie door en begon het ‘insturen’ naar omliggende ziekenhuizen. Hoeveel patiënten er overleden zijn, kan hij wel nagaan, zegt Winkelhorst, maar hij heeft het nu niet paraat. Getallen houden hem niet bezig. ‘Het is geen wedstrijd.’

Hij is nu vooral bezorgd over het vervolg. En dan gaat het niet alleen om revaliderende patiënten. ‘Er is zo veel leed, verdriet en onmacht. Er zijn diepe littekens geslagen. Het is zo snel gegaan. Voor afscheid was nauwelijks tijd en gelegenheid. Zo’n toestand als in Simeonshof, dat was gewoon niet langer vol te houden. De weerslag zal zich de komende maanden op ons spreekuur aandienen.’

Het verdriet van 'meneer pastoor'

Aan het Hertog Janplein opent Cees Rombauts (82) de deur van de pastorie. Het hoofd van parochie beweegt zich wat moeizaam voort met behulp van een wandelstok. Zijn heup speelt al weken op, het bezorgt hem veel pijn, en hij is nog maar net hersteld van een longontsteking. Al veertig jaar is hij hier ‘meneer pastoor’. Hij staat dicht bij de verenigingen – ‘daar ontmoet je mensen in hun beste hoedanigheid’ –, tijdens het carnaval spreekt hij in dichtvorm De Uilen en De Lindefluiters toe en als het kermis is draagt hij de mis op in de tent voor de botsauto’s. ‘Verklaart u me alstublieft niet heilig.’

Dat hij uitgerekend wegens zijn gezondheidsproblemen verstek heeft moeten laten gaan tijdens de uitvaarten, die altijd in kleine kring waren, en dat hij vanaf eind februari niemand de laatste sacramenten heeft kunnen toedienen, heeft hem diep geraakt. ‘Het doet me veel verdriet. Ik weet dat het rijke Roomsche leven voorbij is, maar er zijn nog altijd momenten waarin de kerk hier een rol speelt: bij de geboorte, ziekte en het sterven. Ik weet dat de inwoners van Erp de kerk zeer toegedaan zijn. Ze zijn trots op dat prachtige gebouw en bij uitvaarten zit het altijd vol. Maar nu zagen ze op zulke cruciale momenten een vreemde priester. Het kon niet anders.’

Peggy Vissers en haar vader met een foto moeder Riki die aan het coronavirus is overleden.

Gewijde olie

Hij schreef condoleancebrieven, altijd met een persoonlijke herinnering, waarvan hij hoopt dat de geadresseerde die zal koesteren. Hij heeft ook spullen klaargelegd voor verwanten die de zieken dan maar zelf konden zalven, met oleum infirmorum en wattenstaafjes. Tot dusver heeft er niemand gebruik van gemaakt.

Naast het verdriet, heeft hij veel saamhorigheid gezien in het dorp, de duizend rozen, gevolgd door de hortensia’s, de Erpse Krant die de kolommen opende voor oud-bewoners die herinneringen aan het dorp ophaalden, de harten achter de ramen. ‘Misschien komt er nog iets positiefs uit deze ellende. Ik ben geen moraalridder, maar wie weet, komt er nu ruimte voor een pas op de plaats, voor bezinning.’

Vrijwilligers die de begraafplaats bijhouden, genieten even van een kop koffie.

Op de begraafplaats

Op de begraafplaats verzamelen gepensioneerd boekhouder Jan Vissers (69) en zijn twee dochters Mariëlle (42) en Peggy (41) zich rondom het graf van Riki, echtgenote en moeder, overleden op 19 maart, 67 jaar oud. ‘Je gaf ons vleugels’, vertellen ze haar op een bescheiden plaquette. Jan woont vlakbij, ze komen hier vrijwel dagelijks, ze verzorgen de bloemen en steken de kaarsen aan. Begin maart was Riki koortsig en verkouden geweest. De huisarts schreef paracetamol voor de daarop volgende dagen, maar ze verslechterde alleen maar. Een ziekenhuisopname volgde, een verblijf van tien dagen op de intensive care mocht niet meer baten.

Volgens Peggy heeft het overlijden van haar moeder veel impact gehad in het dorp. ‘Ze was een van de eersten, ze was niet eens naar het carnaval geweest. Ze stond midden in het leven. Ze had wandelvriendinnen en met pa ging ze altijd op vakantie in de camper. Ze deed verstelwerk voor anderen uit de buurt, knopen aanzetten, ritsen inzetten.’ Mariëlle: ‘Het is thuis alsof ze nog niet is gestopt. Alle spullen liggen er nog. We proberen de kleding wel terug te brengen. Maar dan houden we een broek omhoog en dan vragen we ons af van wie die geweest kan zijn.’

Beide zussen zijn al twintig jaar weg uit Erp. Peggy woont in New York, Mariëlle in Amsterdam. Maar ze voelen deze dagen dat de verbondenheid met familie en bekenden is gebleven. De uitvaartdienst kon maar door hooguit dertig belangstellenden worden bijgewoond, maar om de kerk hadden dertig neven en nichten een erehaag gevormd. Met z’n vieren – Jan, beide dochters en zijn zoon Arno – hebben ze Riki naar haar laatste rustplaats gebracht, zo’n 200 meter van de kerk. Het was mooi, intiem en persoonlijk, vonden ze.

Een nieuw hoofdstuk

Maar iets knaagt er nog. Was het virus hier toch niet eerder aanwezig? Had niet eerder onderkend kunnen worden dat dagen aaneen paracetamol ontoereikend was? Ze wijzen naar twee andere verse graven, met overlijdensdata van 12 en 14 februari, anderhalve week voor het carnaval. De overledenen waren vrijwel overburen, beiden waren ook nog eens lid van de Harmonie Oefening Baart Kunst. Peggy: ‘Je vraagt je af of het niet is onderschat. In New York zag je op tv al veel eerder alarmerende berichten. Het blijft mensenwerk, natuurlijk, en je verwacht het ook niet, zo’n klein dorp als een epicentrum in een pandemie.’

De droefenis in Erp dringt zich niet op. In een straatje achter de silo van een mengvoederfabriek staat een huis met een grote, aan de onderkant rafelige conifeer en een vlaggenstok in de voortuin, op de vensterbank twee houten eenden naast een sanseveria. Het gazon is pas gemaaid, een tuinslang krult over het pad naar de voordeur. Het staat leeg. Hier woonden de clubicoon van de voetbalvereniging Erp en zijn vrouw, Harry en Doortje Opheij. De kinderen zijn bezig het huis uit te ruimen, vertelt een buurtbewoner. Volgens hem heeft een eerste gegadigde voor aankoop al gemeld. Het is weer een signaal dat Erp aan een volgend hoofdstuk is begonnen.