Hoe het virus een uithoek van de wereld bereikt: in Dagestan tel je de doden niet

Bij een corona-uitbraak denk je al snel aan grote groepen mensen in dichtbevolkte gebieden. Maar het virus heeft ook de onherbergzame dorpen in Dagestan bereikt. En het heeft er veel slachtoffers gemaakt, ook al houdt Rusland dat liever stil. ‘We hebben helemaal zelf moeten uitzoeken hoe we met dit virus moeten omgaan.’

De pas verschenen zandhopen liggen op de helling naast het bergdorp. Magomed Soeltaniëv, de oude imam van Boetri, wil ze laten zien, en loopt langzaam het bergpad op. Een stuk of vijftien non-descripte hopen zand zijn het. Soeltaniëv telt ze niet, zegt hij. ‘De doden hoor je niet te tellen.’

Bij iedere zandhoop blijft hij even staan en dan hoor je de hersenen van de imam kraken. Was dit nou het hoopje van de enige agent die Boetri had? Of ligt hier de enige arts van de wijde omtrek?

Grafstenen waren handig geweest, Soeltaniëv weet het. Maar grafstenen moeten vanuit het dal komen, zoals vrijwel alles hier aan het einde van een slingerende grindweg door het ruige gebergte van de Russische Kaukasus. En vanuit het dal laat Soeltaniëv niets en niemand meer toe. Zelfs geen stenen.

Hoeveel mensen er de afgelopen maanden wel niet de grindweg opgekomen zijn naar het bergdorp. Als de imam eraan denkt, buldert zijn stem door zijn mondkapje heen. ‘Waarom hebben al die mensen nog maandenlang naar ons dorp kunnen reizen?’ De vraag echoot door de hele vallei. ‘Wij hadden hier niet eens een apotheek en nu hebben we ook geen arts meer. Nu is er alleen nog een verpleegkundige, maar wat kan zij in haar eentje?’

Trek door de provincie Dagestan en het wordt duidelijk waarom de pandemie op veel plekken in Rusland gruwelijk uit de hand loopt. Zelfs hier, in de afgelegen dorpjes tegen de onherbergzame grenzen van het grootste land ter wereld, slaat het virus toe. Nog genadelozer dan in de steden.

In Boetri, een bergdorp met 300 inwoners, werd covid-19 bezorgd in een kist uit Moskou. In de kist lag het lichaam van een man die in Boetri geboren was en daar begraven wilde worden. Achter de kist aan kwam een colonne van familieleden de berg op. Ook ingevlogen uit Moskou, het epicentrum van de uitbraak in Rusland.

Dat was nog maar het begin van de mensenstroom, twee maanden terug. Sindsdien is het een komen en gaan van reizigers uit Moskou die begrafenissen bezoeken, nu van oude familieleden in Boetri die een voor een overlijden. Maar de meesten komen niet naar de Dagestaanse bergen om te rouwen, maar omdat er geen werk meer is in Moskou. Dan maar terug naar het geboortedorp.

Het is de lockdown van Moskou die Dagestan heeft veranderd in een provincie met zandhopen. Met de stillegging van de hoofdstad, eind maart, verdween de inkomstenbron voor tienduizenden Dagestanen die hun geld in het rijke Moskou verdienen bij gebrek aan werk in de eigen provincie, die bekendstaat als arm en corrupt. Massaal trekken ze terug naar Dagestan.

Dat gaat via de lucht, in volgeboekte vliegtuigen. Negen per dag. Beperking van de passagiersaantallen, zoals in andere landen, is er niet bij. Ook niet bij Aeroflot, de luchtvaartmaatschappij in handen van de Russische regering die de bevolking verplicht om afstand van elkaar te houden. Drie uur lang zitten 144 Dagestanen op elkaar, alleen de businessclass-stoelen zijn onbezet. Stewardessen buigen zich vriendelijk over de passagiers met maaltijden en aanbiedingen uit de skyshop. Er moet geld worden verdiend, niet op zijn minst door de invloedrijke eigenaren van Ruslands luchthavens.

Op de Dagestaanse luchthaven aan de Kaspische Zee gaat het verder in volle bussen naar de aankomsthal. Wie uit veiligheidsoverwegingen de honderd meter naar de terminal liever loopt, wordt door het luchthavenpersoneel toch de bus in gecommandeerd. In Rusland dienen de regels van boven te allen tijde te worden nageleefd, daar verandert een levensgevaarlijk virus niets aan.

Dan begint de rit de bergen in, naar de heuvels met de zandhopen. Je ziet ze in elk dorp. Hoeveel het er precies zijn, is moeilijk te zeggen, want het provinciebestuur van Dagestan telt ze liever niet.

Hoge aantallen passen niet in de boodschap die de federale regering in Moskou verspreidt. Veel besmettingen, maar nauwelijks doden dankzij ‘de onoverwinnelijke Russische ziekenzorg’, zo vertellen de leiders van het crisisteam. Staatsmedia spreken van ‘het Russische wonder’.

Durf dan maar eens als gouverneur bij de president aan te komen met cijfers die het wonder ontkennen. Poetin ontsloeg al een gouverneur die hoge besmettingscijfers doorgaf. Nu de president de verantwoordelijkheid voor de crisisaanpak heeft doorgeschoven naar de gouverneurs, hebben zij er nog meer belang bij virusdoden te verdoezelen. De president kijkt over hun schouders mee en is niet te beroerd hen erop af te rekenen.

Het provinciebestuur van Dagestan hield het dodental tot twee weken geleden op 34, tot ongeloof van de 3 miljoen Dagestanen. Na protesten van de bevolking gaf de lokale minister van Volksgezondheid uiteindelijk toe dat er naast de 34 patiënten, ook 40 artsen zijn overleden aan het virus. En 820 mensen aan longontsteking.

Op weg naar Boetri kom je door Goebden, een lagergelegen dorp waar ze nog wel aan grafstenen doen. Het dorp van 41 moskeeën en 10 duizend inwoners staat bekend als salafistisch, een fundamentalistische stroming in de islam. Een pandemie is hier geen reden om te tornen aan de eeuwenoude begrafenisrituelen, zoals het nauwkeurig wassen van het lichaam van de overledene en de massale gebedsbijeenkomsten met de imam.

‘Ik heb tien mensen in mijn handen naar het graf gedragen, maar met mij is dankzij Allah niets gebeurd’, zegt Nurmagomed Tajmasov. Hij leidde een groep vrijwilligers die patiënten aan de zuurstof legden toen het lokale ziekenhuis de virusgolf niet meer aankon. Tajmasov schat het dodental in het dorp op 70. Het officiële dodental staat op 8. De begraafplaatsen van Goebden suggereren dat Tajmasov dichter in de buurt zit van de waarheid.

Bij een rij zandhopen op een van de begraafplaatsen legt een man zijn hand op een hagelwitte grafsteen. De steen van zijn broer, ernaast ligt zijn vader. Allebei plots overleden. ‘Tweezijdige longontsteking is de officiële doodsoorzaak’, zegt de man.

Dat de lokale ziekenzorg is bezweken onder de virusgolf heeft voor Tajmasov een positieve keerzijde. Nu moeten twee rivaliserende bevolkingsgroepen ineens samenwerken om het dorp te redden. Dorpsgenoten die elkaar twintig jaar geleden onder vuur namen tijdens een lokale oorlog in Dagestan en sindsdien ‘geen manier konden vinden om samen te bidden’, zoals Tajmasov het netjes uitdrukt. Hij zegt: ‘We hebben een teken van boven gekregen om tot elkaar te komen. Deze vereniging is voor altijd.’

Hoe hoger je komt in de bergen van Dagestan, des te vaker mensen beginnen over citroenen. Het is het eerste onderwerp dat een groepje wittekolenoogsters aansnijdt. Nog wat hoger, in een vallei naast Boetri, zegt de herstelde coronapatiënt Abdulkadir in het bergdorpje Oerkarach: ‘De prijs voor een kilo citroenen is al gestegen naar 900 roebel.’

Citroenen zijn in veel Dagestaanse bergdorpen het beste medicijn voorhanden tegen covid-19. Samen met gember en knoflook. ‘We hebben hier weinig anders’, zegt Ramazan Kamabagamedov, de 55-jarige bestuurder van de dorpsambulance in Oerkarach: een oude Lada-personenauto met een sticker van een rood kruis op de voorruit.

De ambulancebestuurder werd zelf ook ziek na de komst van mensen uit Moskou naar de bergen. Hij werd vanzelf weer beter, thuis, met citroenen en knoflook. Nu rijdt hij om de paar dagen naar het ziekenhuis aan de Kaspische Zee met speekselmonsters van dorpsgenoten in de auto. Bij de laatste rit had hij monsters van 42 mensen bij zich, 28 bleken covid-positief. Gevraagd naar het dodental in het dorp, wijst Kamabagamedov naar een begraafplaats in de verte. ‘Ziet u die zandhopen?’

Assistentie uit Moskou kwam pas toen het provinciebestuur van Dagestan toegaf dat de virusuitbraak ernstiger was dan zijn statistieken deden vermoeden. Vorige week zette het Russische leger twee militaire veldhospitalen op, met helikopters voor snelle toegang tot de afgelegen dorpen. Sommige bergweggetjes zijn afgesloten door veiligheidstroepen met machinegeweren om de mensenstroom uit Moskou te beperken. Maar voor de meeste patiënten komen de maatregelen te laat.

‘De piek is voorbij’, zegt Zijautdin Oevajsov, directeur van Patiënt Monitor, een Dagestaanse ngo die opkomt voor de rechten van patiënten en zorgverleners. Op basis van enquêtes onder Dagestanen verspreid over de provincie, schat Oevajsov dat er twee- tot drieduizend Dagestanen overleden zijn aan het virus. ‘Het zorgstelsel is volledig bezweken. Wekenlang hadden mensen geen toegang tot ziekenhuizen en medicijnen, ook niet als ze op sterven lagen.’

Nog steeds is het niet de bedoeling dat zorgverleners vertellen wat er aan de hand is in Dagestan. Artsen die klaagden over een gebrek aan beschermende kleding, hebben publiekelijk excuses moeten aanbieden voor hun uitspraken. Wie dat niet doet, kan zijn baan verliezen, of erger. De autoriteiten hebben al een strafzaak aangekondigd tegen een verpleegkundige die het provinciebestuur beschuldigt van het openhouden van de luchthaven, waar de mensenmassa’s uit Moskou maar blijven landen.

Hoog in de bergen, aan het eind van de grindweg, lijken de inwoners van Boetri te luisteren naar de verzoeken van imam Magomed Soeltaniëv. De straten zijn verlaten. Het vrijdagmiddaggebed vindt thuis plaats. Begraven gaat snel en in kleine groepen.

‘We hebben helemaal zelf moeten uitzoeken hoe we met dit virus moeten omgaan’, zegt Soeltaniëv. Zijn stem begint weer door de vallei te galmen als hij praat over de autoriteiten die de luchthaven openhielden en nu trots spreken over lage sterftecijfers die volgens Soeltaniëv veel hoger liggen. ‘Trots zijn op iets wat er niet is, wat is dat voor trots?’

De tijd voor grafstenen is nog ver weg. De oude imam voorspelt dat er snel onkruid zal woekeren op de zandhopen, zodat er geen enkel teken meer zal zijn van de virusdoden op de helling naast het bergdorp. Maar hij heeft liever dat, dan nog meer zandhopen.