Hogere terpen tegen zeespiegelstijging, het gebeurt in Duitsland

Eilandjes die worden bedreigd door klimaatverandering – het klinkt als iets dat alleen in de Stille Zuidzee gebeurt, maar op de Halligen, tien stukjes kwelder in de Duitse Waddenzee, is het dagelijkse realiteit. Veertig keer per jaar stroomt het water over het land en trekken de bewoners zich terug op hun terpen.

Vijf stappen van de schuurdeur stond het zeewater. Nommen Kruse wijst op de dunne rand aangespoelde plantenresten en ander materiaal op de rand van zijn terp en over de toegang tot het erf. ‘Tot daar kwam het zondag.’

Kruse woont met zijn familie – vrouw Steffi, vier kinderen, moeder Ruth en broer Erik – op Nordstrandischmoor, een kweldereilandje zonder zeeweering in het noorderlijke deel van de Duitse Waddenzee. De eeuwenoude terp waarop de familie Kruse woont, is hun enige bescherming tegen de zee, maar nu de zeespiegel stijgt is die terp – de Norderwarft – niet meer hoog genoeg. Daarom bouwde Kruse afgelopen jaar een nieuwe terp, 32.000 ton zand, toegedekt met een dik pakket zeeklei en een laag graszoden, twee meter hoger dan de oude Norderwarft.

De familie Kruse bij de hoogwaterlijn van de laatste vloed. Van links af: Kjell, Erik, Leif, Ruth, Steffi, Emma en Nommen Kruse. 

Kruse staat met zijn laarzen in de klei van zijn nieuwe Klimawarft, naast de bouwput waar in de loop van dit jaar zijn nieuwe boerderij komt, nog eens een halve meter boven het maaiveld. Hij praat over de bouwsom van de boerderij en de kosten van de nieuwe terp, ruim vier miljoen euro, betaald door de deelstaat.

De lage namiddagzon weerspiegelt in de kreken en slootjes die water afvoeren naar de spiegelgladde Waddenzee. Aan de horizon knipperen rode lichtjes op de windmolens waar Sleeswijk-Holstein mee volgebouwd is. Als zijn twee jongste kinderen hem vanuit een bovenraam van de boerderij giechelend roepen, zwaait hij even. Daarna steekt hij z’n handen diep in de zakken van zijn veiligheidsjas. ‘Zonder de nieuwe werf waren wij de eerste klimaatvluchtelingen van Duitsland geweest.’

De nieuwe Norderwarft is bijna drie keer zo groot als de oorspronkelijke terp van de familie Kruse.

Dan herstelt hij zich: ‘Quasi-quatsch natuurlijk, maar er moest wel iets gebeuren.’ Het idee dat hij met z’n familie het eiland zou moeten verlaten, lijkt niet welkom in z’n hoofd.

Nordstrandischmoor is een van de zogenoemde Halligen, een groep van tien kweldereilandjes in het meest noordelijke deel van de Duitse Waddenzee, tegen de grens met Denemarken. Bij de Halligen – op zichzelf al een onvertaalbaar woord – hoort een heel eigen idioom: er zijn Warften, het Duitse woord voor wat in het Nederlands terp, wierde of werf heet; Nordstrandischmoor en het nabijgelegen Oland en Langeness hebben een Lore, een smalspoortreintje dat over niet eens zo heel brede dam naar het vasteland leidt, en er zijn Landunters, als bij springtij of harde wind de zee over het land stroomt en alleen de boerderijen nog uit de golven steken.

  • De Lore, een smalspoortreintje over een dam in zee.

  • Ze verbindt Nordstrandischmoor met de wal.

Zo’n Landunter gebeurt ongeveer veertig keer per jaar, vertelt Kruse. De meest recente vloed, waarbij het water tot een meter onder de rand van de Norderwarft stond, vijf stappen van de schuurdeur, was relatief hoog. Een ééns-in-de-drie-jaar-vloed, schat hij.

Heel af en toe komt het water nog hoger. Midden op de Hallig, tussen de terp met het schooltje (vier leerlingen) en het speelplaatsje dat de bewoners een paar jaar gelden hebben gebouwd, staat een verweerde houten paal waarop de hoogste waterstanden gemarkeerd zijn: 1634, 1825, 1962, 1976, 1981, 1990, 1999.

Op een verweerde houten paal staan jaartallen van extreme Landunters.

In de schuur, een beetje weggestopt achter gereedschap en lege dozen, hangt een bouwtekening van de nieuwe terp. De oude werf is aan de noordzijde uitgebouwd tot bijna drie keer het oude oppervlak, wijst Kruse. Hij legt uit dat het talud van de nieuwe werf veel minder steil is, waardoor de nieuwe boerderij straks niet alleen hoger staat, maar ook verder van het water ligt, waardoor bij Landunter het zeewater niet meer tot onder de boerderijramen rijkt.

Nommen, zijn jongere broer Erik en nog een collega zijn een groot deel van de zomer en het najaar bezig geweest met de aanleg. Met drie tractors reden ze volgens een vast schema op en neer tussen het minuscule haventje en de bouwplaats van de nieuwe werf. Laden in de haven, wachten op de lege tegenligger, naar de terp om het zand te storten, wachten op de volle tegenligger en weer terug naar de haven. Vier en een halve maand lang. Vijftienduizend ladingen, vijfduizend ritten per tractor.

Ieder getij, dag en nacht, lagen er twee nieuwe schepen met zand in het haventje. Alleen tijdens Landunter werden de tractors en graafmachines teruggetrokken op de terp en lag het werk stil tot het water weer zakte.

De Halberwegwarft op Nordstrandischmoor. Bij hoogwater trekken de bewoners zich met hun schapen terug op de terp.

De Landunters lijken een bedreiging, of anders in ieder geval een beproeving, maar na iedere overstroming blijft op het land een dun laagje sediment achter, waardoor de bodem jaar na jaar langzaam stijgt. Kruse wijst naar de ondoorzichtig geworden achterruit van z’n auto – een wagen zonder nummerplaten waarmee hij alleen op de Hallig rijdt, tot het zeewater het onderstel heeft weggevreten. Sediment dat is opgespat van het smalle asfaltweggetje tussen de Lorebahn en de boerderij, legt hij uit. ‘Na iedere Landunter blijft een dun laagje klei achter, waardoor de bodem langzaam stijgt.’

Onderzoekers van de Georg-August Universiteit in Göttingen meten sinds 2007 de sedimentatie op Nordstrandischmoor en die iets noorderlijker gelegen Halligen Hooge en Langeness. Volgens onderzoeksleider Dr. Matthias Deicke stijgt de bodem op Nordstrandischmoor gemiddeld 2,5 millemeter per jaar. Hij maakt wel een kanttekening: de zeespiegel stijgt sneller. In het noordelijke deel van de Waddenzee is de zeespiegelstijging ongeveer 4,5 millimeter per jaar, en als er niets gebeurt, zinken de Halligen uiteindelijk in de golven.

Deicke werkt in samenspraak met halligbewoners aan experimenten om de sedimentatie te verbeteren. Eenvoudig samengevat betekent dat dat er gedurende langere tijd méér zeewater langer op de Hallig moet blijven staan. Soms is dat verrassend simpel. ‘Op Hooge hebben we rond een perceel een vijftig centimeter hoge aarden wal gebouw. Daardoor loopt na een stormvloed het water langzamer weg, waardoor er meer sediment kan neerslaan.’

Er zijn een paar complicaties, zegt Deicke: ‘We willen alleen van oktober tot maart zeewater binnenlaten. In het voorjaar en de zomer krijg je problemen met het broedseizoen, begrazing door de schapen en het hooi. Ik ben bovendien niet zo geïnteresseerd in zeewater op zichzelf. Het gaat me om het sediment.’

Noem Nordstrandischmoor vooral geen eiland. Het is een Hallig, verbetert Nommens moeder Ruth Kruse. De eilanden zijn daar, gebaart ze naar de horizon – Pellworm en Nordstrand, waar ze in de zestiende eeuw dijken hebben gebouwd, waar de zee niet meer binnenstroomt, en waar – dus – de bodem is ingeklonken tot onder zeeniveau. Nordstrandischmoor ligt tussen de 1,70 en de 2,20 meter boven zeeniveau; Pellworm, waar in 1825 de laatste dijkdoorbraak was, ligt tot één meter onder zeeniveau.

Wat zijn De Halligen?

  • De Halligen zijn een groep van tien niet-bedijkte kweldereilandjes in het meest noordelijke deel van de Duitse Waddenzee. Omdat Halligen geen zeewering hebben, stroomt de Waddenzee bij springtij of harde wind ongehinderd over het land. Bij zo’n Landunter steken alleen de terpen met boerderijen en dorpjes nog uit de golven.

  • Nordstrandischmoor is met een oppervlak van 190 hectare de kleinste van de vijf permanent bewoonde Halligen. Verspreid over de kwelder liggen vier warften of terpen, waarvan drie bewoond. Op de vierde terp, midden op de hallig, ligt een schooltje.

  • Nordstrandischmoor en de nabij gelegen eilanden Nordstrand en Pellworm zijn overblijfselen van de veel grotere Hallig Nordstrandt, die tijdens een stormvloedramp in oktober 1634 grotendeels in de golven verdween. Nordstrand en Pellworm werden kort na de overstroming bedijkt en werden (dus) eilanden; Nordstrandischmoor kreeg geen zeewering en bleef een Hallig – een onderscheid dat door de bewoners scherp gehanteerd wordt.

  • De huidige zeespiegelstijging is een bedreiging voor het voortbestaan van de Halligen. Het hoogwaterpeil in het noordelijke deel van de Waddenzee stijgt gemiddeld 4,5 millimeter per jaar; landaanwas door sedimentatie bedraagt gemiddeld tussen de twee en drie millimeter. Vanwege het hogere waterpeil en extremer weer moet een deel van de terpen de komende jaren verhoogd worden.

Nordstrand, Pellworm en Nordstrandischmoor zijn de resten van de veel grotere Hallig Nordstrandt, die in oktober 1634 werd verzwolgen tijdens een springvloed. Die overstroming is beschreven door de Nederlandse waterbouwer Jan Adriaansz. Leeghwater, die op dat moment in Sleeskwijk-Holstein aan een landwinningsproject werkte. Hij heeft het over een eiland met ‘drie- of vierentwintig parochiekerken’

Dat is meest alle van ’t hoog water verdestrueert: zo dat daar niet meer als vier of vyf Kerken droog bleven, ende zo my wel onderrecht is, zo zyn daar ontrent zeven of acht duizent menschen verdronken, met zeven, acht of negen Pastooren ofte Predikers, die mede verdronken zyn.

Dat klinkt verontrustend, maar Ruth Kruse probeert uit te leggen dat een Landunter voor halligbewoners geen angstige of zelfs abnormale situatie is. ‘We zitten echt niet de hele tijd uit het raam te kijken; het leven gaat gewoon door. Er zijn klussen op de boerderij, de kinderen moeten eten.’

Zelfs toen in oktober 2013 storm Christian met orkaankracht over de Halligen raasde, en zes weken later, toen orkaan Xaver samenviel met springtij, viel de situatie volgens haar ‘eigenlijk wel mee.’

‘Natuurlijk hadden we wel schade, maar dat hadden ze op het vasteland ook.’ Ze wijst naar buiten, naar het kale, bijna donkergroene weidelandschap. ‘In Sleeswijk-Holstein was veel schade door omgewaaide bomen. Dat is alvast een probleem dat we hier niet hebben.’

Aan de horizon knipperen rode lichtjes van windmolens waarmee Sleeswijk-Holstein is volgebouwd.

Ruth Kruse werd geboren op de Norderwarft en heeft, afgezien van een korte periode op het vasteland, haar hele leven op de Hallig gewoond. Haar familie woont sinds 1634 op Nordstrandischmoor. Archieven voor die tijd gingen verloren in de grote stormvloed.

Ze vertelt dat in de jaren twintig van de vorige eeuw een rand van basaltblokken rond de Hallig is gebouwd, om afslag door de golven te stoppen. ‘Tot een jaar of twintig geleden kon je bij normale vloed over die stenen lopen, de hele Hallig rond. Tegenwoordig staat dat bij vloed onder water.’

Toch is het meest zichtbare gevolg van klimaatverandering niet eens de zeespiegelstijging, zegt ze. Door de opwarming van het zeewater, verandert het voedselaanbod voor de vogels. ‘Vroeger broedden hier wel zeshonderd paartjes Noordse stern en visdiefjes. Nu zijn dat er misschien nog zestig.’ De vissen zijn eerder gaan paaien maar broedvogels passen zich minder snel aan, legt ze uit. Tegen de tijd dat de eieren uitkomen, is de jonge vis te groot als voedsel voor de kuikens. ‘Scholeksters gaan op dit moment hard achteruit. Dat doet me pijn aan het hart. Scholeksters horen bij de Hallig.’

Nommen Kruse staat tussen het hoge gras bij een kreek op de noordwestpunt van de Hallig. In de modder is nog net de oranje rand van een kunststof rioleringsbuis zichtbaar. Het is een van de experimenten die Kruse doet in overleg met de universiteit in Göttingen. De buis is onder een hoek ingegraven, waardoor het uiteinde in zee dieper ligt dan de opening op land. ‘Als het vloed is, wordt zo het water vanaf de zeebodem opgestuwd naar het land. Dat water bevat meer en zwaarder sediment, en dat willen we zoveel mogelijk binnenhalen.’

  • De Halligschule. Huidig aantal leerlingen: vier.

Iets verderop ligt een tweede proef, waar hij een deel van de beschermende stenen rand die rond de Hallig ligt, heeft doorgestoken. ‘In de zomer sluiten we het af, vanwege de vogels en de schapen, maar nu mag het zeewater hier binnenstromen’

Werkt het ook echt? Hij duikt nog eens diep in z’n fluorescerende veiligheidsjas: ‘We moeten naar minstens vier millimeter landaanwas per jaar, anders heeft de Hallig sowieso geen kans.’

Op de terugweg naar de Norderwarft wijst hij naar de drooggevallen platen van de Waddenzee. ‘Vroeger kon je voor 100.000 Mark je terp verhogen. Dan kwam er een zandzuiger en dan kon je het zo opspuiten van de zeebodem. Dat mag niet meer vanwege de natuurbescherming. Het verstoort de bodem en het ecosysteem, zeggen ze.’ Nordstrandischmoor ligt in een nationaal park, het is een Natura2000 gebied en de omgeving staat op de Werelderfgoedlijst.

‘Eigenlijk is het niet te geloven: ons zand komt van het vasteland. Het wordt met kiepwagens naar het schip gebracht, dat vaart hierheen, en daarna zijn we de hele zomer met de tractor op een neer gereden. Voor die zogenoemde Klimawarft hebben we behoorlijk wat diesel en stookolie gebruikt. Maar je moet wel.’