Hoe oerconservatief Japan zijn oorlogsverleden verbloemt

Na decennia van publieke spijt en wroeging over de brute oorlogsmisdaden in de Tweede Wereldoorlog, lijkt Japan klaar te zijn met sorry zeggen. De rechtse regering en nog rechtser lobbyisten poetsen het verleden op en laten troostmeisjes weer uit het curriculum halen. 

Hoe oerconservatief Japan zijn oorlogsverleden verbloemt

Na decennia van publieke spijt en wroeging over de brute oorlogsmisdaden in de Tweede Wereldoorlog, lijkt Japan klaar te zijn met sorry zeggen. De rechtse regering en nog rechtser lobbyisten poetsen het verleden op en laten troostmeisjes weer uit het curriculum halen. 

De Japanse kabinetssecretaris Yoshihide Suga was woedend. Op een persconferentie in Tokio, eind juli, sprak hij van een ‘onvergeeflijke’ schending van het internationale diplomatieke protocol, die een ‘beslissende uitwerking’ zou hebben op de relatie met Zuid-Korea.

Wat er was gebeurd? Ergens in het dunbevolkte, bergachtige oosten van Zuid-Korea had een onbekende Zuid-Koreaan in een tot dan toe onbekende botanische tuin een bronzen beeld geplaatst, van een man die knielt voor een ‘troostmeisje’ – een eufemistische term voor de vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog door Japan als seksslavinnen te werken werden gesteld.

De bronzen beelden in Zuid-Korea: een man knielt voor een ‘troostmeisje’. Foto: Reuters

Suga was vooral boos omdat de knielende man verdacht veel leek op de Japanse premier Shinzo Abe – een gelijkenis waar veel media inmiddels mee aan de haal waren gegaan. Ook al werd de gelijkenis door de eigenaar van de tuin zelf ontkend – ‘Het beeld slaat op wie dan ook die in de positie is om excuses aan te bieden’ – de suggestie alleen al was voldoende voor een kabinetsreactie uit Japan.

  • Foto's: Reuters

Het tekent niet alleen de moeizame relatie tussen Zuid-Korea en Japan, die 75 jaar na het einde van de Japanse bezetting nog altijd steggelen over excuses en compensatie. De woede toont ook de overgevoeligheid van Japanse politici voor kritiek op het Japanse oorlogsverleden.

Bij de officiële herdenking van de Japanse overgave, afgelopen zaterdag 75 jaar geleden, beloofde Abe ‘nooit meer de tragedie van oorlog te herhalen’. Excuses liet hij echter achterwege en ook de ‘diepe wroeging’ waar de Japanse keizer Naruhito vorig jaar nog van sprak, ontbrak in zijn speech.

Voor Abe is de tijd van sorry zeggen voorbij. Toen hij voor de eerste keer premier werd, in 2007, beloofde hij een eind te maken aan het ‘naoorlogse regime’ waarin Japanners zich moesten schamen voor hun verleden. En vijf jaar geleden benadrukte Abe dat de naoorlogse generaties ‘niet voorbestemd moeten zijn zich te verontschuldigen’.

Indonesische kinderen buigen voor de Japanse vlag, in een Japanse propagandafilm (1944). Video: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Een van de bekendste misdaden van het Japanse leger is het bloedbad bij de Chinese stad Nanking, eind 1937. Volgens onafhankelijke historici vielen daarbij 300 duizend doden, en maakte het keizerlijke leger zich schuldig aan grootscheepse plunderingen en verkrachtingen. Vier jaar later, in december 1941, stortte Tokio, een bondgenoot van nazi-Duitsland, zich in de Tweede Wereldoorlog door de Amerikaanse marinebasis in Pearl Harbor bij Hawaï aan te vallen.

Het keizerlijke leger bezette een groot deel van Azië, waaronder het toenmalige Nederlands-Indië. Japanse propagandafilms die het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid binnenkort vrijgeeft, laten zien dat de bezetting werd verkocht als een ‘bevrijdingsoorlog’ tegen de invloed van Amerika en Engeland. Het continent moest een ‘Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer’ worden, onder vanzelfsprekende leiding van Japan.

Soekarno zegt in een Japanse propagandafilm dat het geluk van Azië wordt bedreigd door Amerika en Engeland (1943). Twee jaar later zou hij de onafhankelijkheid van Indonesië uitroepen. Video: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

De Japanse soldaten gingen in de bezette gebieden met opmerkelijke bruutheid tekeer: alleen al op Java kwamen 2,5 miljoen burgers om, velen door dwangarbeid.

Tijdens het Proces van Tokio tussen 1946 en 1948 zijn de grootste oorlogsmisdadigers gestraft, maar op diepgravende reflectie werd niet aangedrongen. In Japan was daar ook geen behoefte aan. Miljoenen burgers waren omgekomen, twee steden waren door atoombommen verwoest en soldaten kwamen getraumatiseerd terug van het slagveld. Japan was vooral slachtoffer van de oorlog, zo was de gedachte. Wel werd de door de Amerikaanse bezetters opgelegde pacifistische grondwet, waarin Japan het recht op een leger afzwoer, breed gesteund.

Voorzichtige omslag

Pas in de jaren tachtig veranderde het oorlogsdebat. Studenten toonden zich kritisch, in China en Korea begonnen slachtoffers zich te roeren. Bovendien aspireerde Japan, wiens economie zich razendsnel had ontwikkeld, een prominentere plek op het wereldtoneel. Nadat de regering een onderzoek had laten uitvoeren naar de inzet van troostmeisjes, gaf kabinetssecretaris Yohei Kono in 1993 toe dat vrouwen tegen hun wil in ‘trooststations’ te werk waren gesteld en dat ze een ‘miserabel’ leven hadden gehad. Hij bood excuses aan voor ‘de onmetelijke pijn en niet te genezen fysieke en geestelijke wonden’.

De verklaring luidde een tijdperk in waarin deze en andere oorlogsmisdaden bespreekbaar werden. De troostmeisjes kregen zelfs een plek in de Japanse schoolboeken – waardoor voor het eerst een generatie schoolkinderen er weet van kreeg. In 1995 volgde een nieuwe doorbraak, toen de sociaal-democratische premier Tomiichi Murayama uitgebreid excuses maakte voor het door Japan veroorzaakte oorlogsleed. ‘Als gevolg van verkeerd nationaal beleid is Japan het pad naar oorlog ingeslagen’, aldus Murayama. ‘Door zijn koloniale heerschappij en agressie heeft Japan enorme schade en leed toegebracht aan volkeren van vele landen, vooral Aziatische landen.’

Indonesische kinderen zingen in een Japanse propagandafilm: wij zijn de goede kinderen van het Groot Oost-Azië (1944). Video: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Hoewel deze verklaringen nog altijd de officiële standpunten zijn, heeft premier Abe deze woorden nooit herhaald. Volgens Koichi Nakano, hoogleraar politicologie aan de Sophia Universiteit in Tokio, is Abe een exponent van een ‘revisionistische’ beweging die het idee van Japan als oorlogsschuldige afwijst. ‘Het is een groep van rechtse politici, commentatoren en wetenschappers die propageert dat de Tweede Wereldoorlog geen oorlog van agressie was, maar een kwestie van zelfverdediging’, aldus Nakano. Volgens een van de populaire varianten op deze theorie werd Japan in de vooroorlogse jaren dermate in zijn macht beknot en onder druk gezet door de Verenigde Staten en Engeland, dat het wel in actie moest komen.

In het kielzog van deze alternatieve interpretatie doen veel revisionisten hard hun best de oorlogsmisdaden te relativeren of te ontkennen. Zo beweerde oud-minister Nariaki Nakayama in 2007 dat het bloedbad van Nanking een ‘verzinsel’ was. Een groep als de Vereniging voor de Verspreiding van Historische Feiten, dat volgens Japan-kenner Alexis Dudden van de universiteit van Connecticut ‘nauw verbonden is met premier Abe’, concludeert op zijn website dat Pearl Harbor ‘de bevrijding van Azië’ inluidde. De conclusies van het Tokio-Tribunaal, dat Japanse oorlogsmisdadigers berechtte, worden hier als ‘politiek correct’ afgedaan.

Premier Abe bezocht 75 jaar na de capitulatie het monument voor Japanse militaire slachtoffers. Foto: AFP

In hoeverre Abe de alternatieve geschiedschrijving volledig steunt, blijft ongewis. Volgens Dudden staat vast dat in Abes visie ‘Japanse soldaten of politici geen oorlogsmisdaden hebben begaan’. Daar is hij ook persoonlijk bij gebaat, stelt Dudden. Abes grootvader Kishi Nobosuke, die ook premier van Japan is geweest, werd vanwege zijn brute optreden in China ooit aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. In 1948 ontsnapte hij aan veroordeling. ‘Abe heeft meerdere malen gezegd dat hij de eer en de erfenis van zijn grootvader wil herstellen.’ Afgelopen zaterdag liet Abe nog een offerande bezorgen bij de controversiële Yasukuni-tempel in Tokio, waar naast miljoenen omgekomen soldaten ook veertien oorlogsmisdadigers worden geëerd.

In Tokio werd 75 jaar na de oorlog eerbetoond aan de Japanse slachtoffers. Foto: EPA

Volgens Nakano is Abe het meest uitgesproken over de troostmeisjes-discussie. ‘Hij gelooft echt dat het enkel en alleen om prostituees ging. In een boek dat hij in de jaren negentig samen met andere rechtse politici schreef, schrijft hij dat de troostmeisjes zijn terug te voeren op ‘de Koreaanse prostitutiecultuur’. Zo’n racistische opmerking is typisch voor revisionisten.’

Tekenend voor het pragmatisme van Abe, inmiddels de langstzittende naoorlogse premier van Japan, is dat hij desondanks in 2015 een ‘historische’ deal sloot met de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye voor compensatie voor de voormalige troostmeisjes. De slachtoffers en hun families kregen een schadevergoeding van in totaal 7 miljoen euro en Abe zou in gesprek met Park zijn excuses hebben aangeboden. De deal werd door de huidige president van Zuid-Korea weer ingetrokken.

Toch menen veel critici dat Abes revisionistische gedachtegoed wel degelijk zijn regeringsbeleid beïnvloedt. Zo heeft hij de positie van het leger versterkt door het defensiebudget flink te verhogen. Ook spreekt Abe al jaren de wens uit om het bestaan van het leger op te nemen in de grondwet. Daarnaast is onder Abe het ‘moraalonderwijs’ weer geïntroduceerd op scholen, inclusief lessen over patriottisme.

Een van de bekendste misdaden van het Japanse leger: de afslachting van Chinese soldaten na de inname van Nanking (1937). Foto: Getty

Zijn agenda zou ook beïnvloed worden door Nippon Kaigi (Japan Fundament), een van de belangrijkste conservatieve lobbygroepen in Japan die openlijk revisionistische denkbeelden propageren. De organisatie wist in 2006 af te dwingen dat de troostmeisjes weer uit de schoolboeken verdwenen. Een van de huidige hoofddoelen is om de pacifistische grondwet te wijzigen.

De invloed van Nippon Kaigi is groot: ongeveer de helft van de Japanse parlementsleden is lid. Ook Abe heeft banden met Nippon Kaigi. Hij is adviseur van de organisatie en sprak op evenementen. Toch betekent dit ook weer niet dat de organisatie het parlement in haar zak heeft, benadrukt Nakano. ‘Ik vraag weleens aan politici of ze lid zijn, en soms weten ze het gewoon niet. Dan moeten ze dat eerst bij hun secretaresse navragen. Velen steunen Nippon Kaigi vooral om zich te verzekeren van steun van diens achterban.’

Bovendien kent de invloed van de revisionisten zijn grenzen. Zo is het Abe ondanks verschillende pogingen nog altijd niet gelukt de grondwetswijziging door het parlement te krijgen. Er is simpelweg niet voldoende steun, ook niet in zijn eigen partij.

Japanse bevolking

Volgens Nakano komt dat omdat een meerderheid van de Japanse bevolking de revisionistische denkbeelden afwijst. Dat de revisionisten toch veel invloed hebben, is omdat ze met hun ‘fanatisme’ en hun ‘botte stellingen’ de discussie domineren. ‘Ze vormen een grote en vooral vocaal sterke minderheid.’

Wat helpt is dat hun teksten goed passen bij het populistisch-nationalistische gedachtegoed dat ook in de VS en Europa de wind in de zeilen heeft, zegt Nakano. Het verklaart volgens hem waarom Abe er als de kippen bij is om Koreaanse provocaties, ook al zijn ze afkomstig van een onbelangrijke botanicus, te veroordelen. ‘Zijn favoriete recept is om de aandacht van binnenlandse problemen af te leiden door een buurland de schuld te geven.’

De capitulatie van Japan
Met de capitulatie van Japan kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Lees hier hoe de Nederlanders werden ‘bevrijd uit de jappenkampen’.

Een onafhankelijk Indonesië
75 jaar geleden werd de Indonesische onafhankelijkheid uitgeroepen. Vrijwel niemand in Nederland wilde daar toen iets van weten. ‘Men had geen flauw benul wat er tijdens de Japanse bezetting allemaal was gebeurd.’ Sindsdien is Indonesië een bron van inschattingsfouten en emoties gebleven.

Beeld en Geluid
De video's in dit verhaal zijn afkomstig van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Beeld en Geluid Den Haag biedt een programma over media, beeldvorming en perspectieven op het Indische oorlogsverleden en de betekenis ervan voor de huidige generaties. Vanaf 30 augustus worden de propagandafilms waarvan u in dit verhaal fragmenten zag online beschikbaar gesteld. Klik hier voor meer informatie.

Volg ons