Hoe een schilderachtig Zweeds mijnstadje wordt verzwolgen door de eigen mijn

Nu het Zweedse mijnbouwstadje Kiruna wordt verzwolgen door de eigen mijn − de scheur rukt langzaam op tot het centrum − is besloten de hele stad te verplaatsen. Er is geen keuze, want zonder mijn, geen Kiruna.

Op het eerste gezicht lijkt de meest noordelijke stad van Zweden, Kiruna, op een vredig wintersportplaatsje. Tussen pastelkleurige huisjes van hout, sleeën oudere bewoners richting buurtwinkel. Marktlui verkopen gedroogde rendierworst bij een straalkacheltje en dik ingepakte toeristen jagen hoopvol op het noorderlicht. De stad trekt meer bezoekers dankzij de sinistere Netflixserie Midnattssol.

Maar kijk beter, en je ziet rokende schoorstenen op een naastgelegen berg en roestige goederentreinen langs het bevroren meer. Iedere nacht, om 01.20 uur, trilt je bed door explosies diep onder de grond.

Want terwijl je wandelt door het stadspark of de mooiste houten kerk van het land bewondert, hakken op 1.365 meter diepte honderden mannen en vrouwen dag en nacht de aarde onder je voeten weg. De grootste ondergrondse ijzerertsmijn ter wereld slokt Kiruna letterlijk op.

De oplossing is even verrassend als radicaal: de gemeente verplaatst de stad van 23 duizend inwoners gewoon drie kilometer verderop. Monumentale gebouwen uit het begin van de 20ste eeuw zijn op diepladers gehesen en over de E10-snelweg oostwaarts gereden.

Tegen de vlakte

De rest, waaronder ossenbloedrode huisjes van hout en sovjetachtige flats uit de jaren zestig, gaat tegen de vlakte. De plek waar het gemeentehuis stond, is al een sneeuwvlakte aan de rand van een afgrond. Die scheur in de aarde rukt langzaam op naar het centrum, als een scene uit de film Ice Age.

‘Ik ben verdrietig’, zegt een dame op haar trapslee – de rollator van het noorden. ‘Na 32 jaar moet ik uit mijn woning. Een huis met karakter, dat krijg ik nooit meer terug.’ Een man in de bibliotheek: ‘Mijn uitzicht is verbeterd, ik klaag niet.’ Een zwangere vrouw die haar nieuwbouwappartement deelt met vriend en drie husky’s: ‘We wonen nu groter en mooier. Maar onze huur gaat wel van 260 naar 900 euro per maand.’ Alle inwoners zeggen echter in koor: we hebben geen keus, want zonder mijn, geen Kiruna.

‘We wonen nu groter en mooier. Maar onze huur gaat wel van 260 naar 900 euro per maand.’

Mijnbouwmaatschappij LKAB formuleert het zo: de mijn geeft en de mijn neemt. Ooit was deze plek een eiland in de wildernis, alleen ‘s zomers bereikbaar na een lange boottocht over rivier de Torne en 17 kilometer lopen door het bos.

Pas toen de mijnbaas in 1899 een spoorbaan liet aanleggen, en ziekenhuis, school en politiesalarissen ging betalen, werd Kiruna echt een stadje. De eerste huizen stonden dicht naast de mijn, zodat kompels in hun natte kleren niet zouden doodvriezen op weg naar huis.

Niemand weigert

‘We hebben alle inwoners die moeten verhuizen een aanbod gedaan’, zegt LKAB-manager Mikael Westerlund van de afdeling Sociale Transformatie. Hij coördineert met 41 collega’s de verplaatsing van zijn eigen stad. ‘Voor een koopwoning bieden we de marktwaarde, plus 25 procent. Wie huurt krijgt dezelfde vierkante meters terug, maar met een huurstijging uitgesmeerd over acht jaar.’ Volgens Westerlund heeft niemand geweigerd. ‘Als wij stoppen met graven, is het evengoed afgelopen met Kiruna.’

LKAB-manager Mikael Westerlund.

De verhuizing is een dure grap. Tussen 2003 en 2018 betaalde LKAB, eigendom van de Zweedse staat en gerund door een oud-premier, 900 miljoen euro. Voor de komende jaren is 1,7 miljard euro gereserveerd. Westerlund: ‘Een snelweg verleggen of een ziekenhuis bouwen kost gigantisch veel geld.’ Maar hij kan het betalen. LKAB maakte afgelopen jaar 1 miljard euro winst.

Op het nieuwe stadhuis, een cirkelvormig gebouw met gouden kubussen op het dak (kosten: 80 miljoen), laat stadsarchitect Nina Eliasson tekeningen zien van de nieuwe stad. Die zijn wel nodig, want rond het glimmende stadhuis – op een terrein halverwege de vuilstort – staan nog louter panden in aanbouw. ‘Kijk, hier komt een stadsplein en daar plannen we winkelstraten. Die heeft Kiruna nu niet.’ In 2022 moet het nieuwe centrum klaar zijn. In 2035 moet de hele verplaatsing zijn afgerond.

Het nieuwe centrum van Kiruna met het nieuwe stadhuis.

Bewoners in het oude Kiruna.

De ziel van de stad

‘We proberen niet alleen gebouwen te verplaatsen’, zegt Eliasson. ‘Maar ook de ziel van de stad.’ Die draait volgens haar om een persoonlijke band met de natuur. Om bewoners toch het gevoel te geven buiten te leven, bedachten de planners groene stroken die als vingers tot in het centrum reiken. ‘Niemand woont straks verder dan drie blokken van de natuur.’

De ziel huist ook in details: zo zijn de deurgrepen van rendiergewei van het oude stadhuis, op het nieuwe geschroefd. Veel bomen, die nogal langzaam groeien in Lapland, gaan mee.

Rond Kiruna lopen brede rendierroutes die geclaimd worden door Samiherders, de oorspronkelijke bewoners van het gebied. Mede hierom is gekozen voor een compacte stad. Meer Vinex dan provinciestad. Eliasson: ‘Daar zullen de bewoners aan moeten wennen.’

Zij hoopt dat het moderne centrum jonge Zweden uit het zuiden zal trekken. Kiruna loopt namelijk langzaam leeg – mede door efficiëntere mijntechnieken – en de vrees bestaat dat oudere bewoners hun huis voor 125 procent verkopen en snel naar het warmere zuiden verdwijnen.

Het nieuwe centrum van Kiruna in aanbouw. Omringd door oude huisjes, die al zijn verplaatst.

Huisjes van hout en Sovjetflats uit de jaren zestig, het oude centrum van Kiruna, met daarachter het meer en een goederentrein.

Conflicten

De verhuizing brengt ook conflicten naar de oppervlakte. ‘De mijn is onze moeder’, zegt de nieuwe burgemeester Gunnar Selberg, die zijn kiezers beloofde meer tegenwicht te bieden aan LKAB. ‘Zij gaf mij een eerste vakantiebaantje en sponsorde mijn studie.’

Ruim zesduizend inwoners zijn volgens hem direct of indirect afhankelijk van de mijn. ‘Maar dat betekent niet dat je alles blind moet accepteren!’ Het stoort de burgemeester dat de Zweedse staat miljarden euro’s uit het noorden haalt om die in het zuiden uit te geven aan leuke projecten. ‘Die zijn electoraal interessanter voor de regering, maar wij hebben daar niks aan.’

Burgemeester en mijnbaas ruziën momenteel over het nieuwe ziekenhuis (graag met kraamafdeling) en het nieuwe spoorwegstation (graag aan het nieuwe stadsplein). De regering in Stockholm, feitelijk de baas van beide partijen, houdt zich wijselijk afzijdig. LKAB verwijst door naar het Zweedse Prorail en naar het ministerie van Gezondheid. Burgemeester Selberg dreigt een nieuwe mijnvergunning niet af te geven. Strijdbaar: ‘We zijn beland in een chicken game, en nu gaan we ontdekken wie de kip is.’

Nils-Johan Labba

De Sami

Eén groep bewoners is niks gevraagd: de Sami. ‘Ik zit in het Samiparlement, zodat we onze stem kunnen laten horen’, zegt Nils-Johan Labba, een 35-jarige Sami die traditionele messen en mokken maakt waar klanten anderhalf jaar wachttijd voor overhebben. Op bittere toon: ‘Helaas luistert de overheid nooit naar ons. Dat parlement is bedacht om goede sier te maken in het buitenland, meer niet.’ Labba zou graag een cultureel centrum voor de Sami zien in het nieuwe Kiruna.

Ook de nieuwe stad verrijst op Samiland. ‘Het is de minst slechte plek’, zegt rendierherder Per Erik Stenberg per telefoon. Hij is het hoofd van alle Samiherders rond Kiruna. ‘Wij kwamen daar al niet, te dicht bij industrieterrein en vuilstortplaats.’ Minder mild is hij over de aanleg van nieuwe wegen en het treinspoor. ‘Dat worden allemaal obstakels voor rendieren. Daar zijn wij tegen.’