EILANDETEN AFLEVERING 3

Het wonder van Colijnsplaat

Culinair recensent Hiske Versprille verkent deze zomer de Nederlandse eilanden. Aan het interieur en de kaart van Rest. de Schelde in Colijnsplaat is sinds de jaren zestig geen steek veranderd. De chef werkt er al meer dan vijftig jaar en de zeetong (voor de liefhebber met banaan of ananas) nadert perfectie. 

Wat: Rest. De Schelde op de oude dijk, waar sinds de opening in 1964, behalve het uitzicht, niets is veranderd. De chef bakt er al meer dan vijftig jaar vis.

Waar: In het charmante dorp Colijnsplaat, op Noord-Beveland, naast het monument ‘Houen Jongens’ ter herinnering aan het wonder dat hier plaatshad tijdens de watersnoodramp.

Hoe: Over de Zeelandbrug of de Oosterscheldekering. Het is er fijn fietsen over de dijken en door slaperige dorpjes.

Sfeer: Het huis van je oma, compleet met voor- en achterkamer en een bol kabinet voor het goeie servies.

Eten: Huisgemaakte garnalenkroketten, ouderwetse vissoep met cognac, gebakken zeetong met banaan of ananas. De sliptongen en gebakken paling in eigen bakvet met citroen zijn verrukkelijk, geserveerd op rechauds met frietjes, andijviesla en gekookte worteltjes.

Toen in 1953 de dijken braken, dreigde het Zeeuwse dorp Colijnsplaat door de stormvloed te worden weggeslagen. Een groep dorpelingen hield met man en macht de vloedplanken tegen voor de scheur die in de dijk was ontstaan, maar Colijnsplaat – een knappe Voorstraat met bomen en snoepige huisjes die uitkomt aan de kust – leek ten dode opgeschreven. Net toen de mannen de hoop begonnen op te geven, sloeg op de Oosterschelde een vrachtschip los dat door een machtige golf richting dorp werd gesmeten. Nu hadden duizend dingen afschuwelijk mis kunnen gaan, maar het lot besliste anders: het schip landde precies vóór de scheur en stopte het gat. De dijk hield, het dorp bleef behouden. Dat was het Wonder van Colijnsplaat.

In Rest. De Schelde, bovenop de dijk waar de redding plaatshad, hangen foto’s van het vrachtschip om het wonder te bewijzen. Ook is te zien hoe hoog het water destijds kwam: op de poten van het oude, bolle kabinet heeft het zout de lak tot aan de enkel weggevreten. Bij De Schelde is sinds de vroege jaren zestig nauwelijks iets veranderd. Zelfs de Tong Picasso wordt er weggewuifd als iets gevaarlijk moderns: hier prijken op de kaart, naast garnalencocktail en dame blanche, Zeetong à Hawaii (met ananas) en Zeetong met Banaan – nog regelmatig besteld door liefhebbers én door de buurman, die voor het gemak een geheim luik heeft gezaagd, achter een schilderij, zodat hij rechtstreeks het restaurant in kan. Er komen rechauds op tafel waar de vis op wordt geserveerd, en schaaltjes met bijgerechten: fijngesneden rauwe andijvie met spekjes, worteltjes gekookt met een beetje suiker. Chef Hans van Liere, een lange, fitte man met staalblauwe ogen, kookt hier al meer dan 54 jaar, de sous werkt er sinds 1987. ‘Ik vind het nog steeds leuk,’ zegt Van Liere, die de 70 ruim gepasseerd is. De vis haalt hij direct bij de afslag verderop.

Eric Lentink, eigenaar, laat garnalenkroketten en vissoep aanrukken, de bouillon zelf getrokken van tarbotkoppen en met een gezonde scheut cognac. ‘Als je hier komt eten weet je precies wat je kan verwachten. Of nou ja: tien jaar geleden hebben we de lambrisering geschilderd en het linnen van de tafels gehaald. Dat was voor veel gasten wel even schrikken. En de frietjes, die maakten we vroeger zelf, maar dat was uiteindelijk te veel werk.’ Vader Lentink, die het restaurant in 1964 begon, was eerder chef-hofmeester op de Holland-Amerikalijn – achter de bar hangt een grote foto van hem met wijlen prins Bernhard – en kookte ook in de illustere Oesterbar in Amsterdam, waar hij waarschijnlijk het aloude vis-met-fruitthema oppikte. In de vroege jaren zestig nam hij het voormalig schipperscafé van Colijnsplaat over, dat de jaren ervoor vooral was gebruikt voor de arbeiders die de Zeelandbrug bouwden. ’Bezoek Café-Restaurant De Schelde. Uniek gelegen’ pronkten de advertenties destijds. ‘Uitzicht op de Oosterschelde en de langste brug van Europa! Speciaal in verse zeevis, mosselen, verse paling en tong! Intieme sfeer, kaarslicht en open haard!’

Zo is het er nog steeds. Van Liere: ‘Ik vind sliptongen smakelijker dan grote zeetongen. Ik zout ze, haal ze door de fijne paneermeel en bak ze in de Gouda’s Glorie – niet te lang en niet te heet, in speciale vispannen die hier ook al meer dan een halve eeuw zijn. Nooit schrobben of schoonmaken met zeep! Het braadvet afblussen met citroensap. Dat is het.’ De tongen, flinke jongens, naderen perfectie: ze hebben knapperige randjes en melkwit, sappig binnenste. Ook de Oosterscheldepaling is uitstekend.

Alleen het uitzicht, dat vroeger prachtig moet zijn geweest, is verleden tijd sinds in 1980 de nieuwe dijk werd gebouwd. De andere moderniseringen (de frietjes, het linnen, de margarine) zou ik, als ik Lentink was, als de wiedeweerga terugdraaien. Want een restaurant dat al zo lang het goede behoudt – dat is op zichzelf ook al een wonder.