Politieke Integriteitsindex 2019

Het spijt me. Punt. Dat hoor je een politicus niet snel zeggen

De VVD blijft de partij met de meeste integriteitsaffaires, zo blijkt uit de achtste Politieke Integriteitsindex, het overzicht van politieke schandalen van het afgelopen jaar. Daarnaast kenden lokale partijen, de PVV en D66 relatief veel problemen. Wangedrag in de vrije tijd, zoals dronkenschap en fraude, blijft het grootste probleem voor Nederlandse politici.

De opmerkelijkste politieke affaire van 2019 staat op naam van Jorrit Nuijens. Deze GroenLinks-wethouder van Diemen maakte op 20 juni amok in een café bij de Stopera in Amsterdam. Hij ging op het terras flink tekeer tegen de inmiddels gearriveerde agenten, die hem arresteerden en met de nodige moeite in een arrestantenbusje wisten te werken. De beelden van zijn arrestatie gingen direct viraal en het aftreden van Nuijens was onvermijdelijk. De politie meldde daarna dat ze ghb in zijn tas hadden gevonden en dat hij agenten had bespuugd.

De val van Nuijens kan worden toegevoegd aan een lange lijst van politici die door een affaire in de privésfeer in de problemen zijn gekomen. Het is ieder jaar een van de opvallendste conclusies van de Politieke Integriteitsindex (PII): van alle soorten integriteitsschendingen door Nederlandse politici komen misdragingen in de vrije tijd het meest voor. Met 13 van de 42 affaires was dat in 2019 opnieuw het geval. Het gaat hier om misdragingen als dronkenschap en vechtpartijen maar ook bijvoorbeeld fraude in een nevenfunctie.

De Politieke Integriteitsindex meet sinds 2013 jaarlijks integriteitsschendingen door Nederlandse politici. De VVD had traditioneel (met een totaal van 10) de meeste affaires – daarover straks meer. D66 en de PVV telden ieder 5 affaires, de SGP, CDA en FvD 3, GroenLinks 2 en PvdA 1, lokale partijen samen 8. Het totaal aantal affaires kwam op 42, tegen 54 vorig jaar, 39 in 2017 en 47 in 2016. Het aantal affaires in de PII schommelt al jaren rond die waarden. Dat er in 2018 fors meer affaires speelden, kwam door de gemeenteraadsverkiezingen. Die leveren altijd veel lokale relletjes op omdat voorheen onbekende personen als (kandidaat)-politicus ineens onder een vergrootglas komen te liggen.

Wat is de Politieke Integriteitsindex?

De Politieke Integriteitsindex (PII) is een project van Leo Huberts (emeritus-hoogleraar bestuurskunde aan de VU), Muel Kaptein (hoogleraar bedrijfsethiek aan de RSM Erasmus Universiteit) en onderzoeksjournalist Bart de Koning. De PII brengt integriteitsschendingen door Nederlandse politici vanaf 1980 in kaart. De eerste aflevering van het jaarlijkse integriteitsonderzoek verscheen in 2013 in Vrij Nederland. Vanaf dat jaar biedt de Politieke Integriteitsindex

(PI-Index) een behoorlijk compleet beeld van alle schendingen door politici in Nederland, al bestaat altijd het risico dat we een lokale kwestie missen. Dit jaar verschijnt de PI-Index voor de tweede keer in de Volkskrant.

De Staatkundig Gereformeerde Partij is recht in de leer en veroorzaakt doorgaans weinig affaires, maar vorig jaar ging het een paar keer mis. Voorzitter Peter Zevenbergen moest aftreden omdat er binnen de partij discussie ontstond over wachtgeld dat hij nog ontving als oud-wethouder van Alblasserdam. De Staphorster wethouder Lucas Mulder werd beschuldigd van vriendjespolitiek. Bij D66 bleek Europarlementariër Sophie in ’t Veld te veel te hebben gedeclareerd, moest de Rotterdamse wethouder Adriaan Visser aftreden omdat hij een vertrouwelijk rapport had gelekt en kwam de Hilversumse wethouder Wimar Jaeger in opspraak wegens belangenverstrengeling. Hij trad onlangs af.

FvD zette Henk Otten uit de partij omdat hij zichzelf verrijkt zou hebben. Otten begon daarop zijn eigen politieke partij. Thierry Baudet verzuimde, in strijd met de regels, een vlucht met een privévliegtuig in het geschenkenregister te melden en Theo Hiddema ontving een te hoge onkostenvergoeding, net als PVV-er Dion Graus.

Klaas Dijkhoff (VVD) kreeg ten onrechte ieder jaar 4.900 euro reiskostenvergoeding, waar hij laconiek op reageerde: ‘Ik kijk nooit op mijn loonstrookje’. Foto: Jiri Buller

Ernstigste affaire

De ernstigste affaire speelde bij de gemeente Den Haag. Daar viel de Rijksrecherche binnen bij wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui van Groep De Mos/Hart voor Den Haag. Zij zouden zijn omgekocht door bevriende horecaondernemers en in ruil daarvoor vergunningen hebben geregeld. Beiden ontkennen, maar moesten wel aftreden. Het zal nog wel even onrustig blijven in Den Haag. Richard de Mos en de zijnen verdedigen zich te vuur en te zwaard tegen de aanklachten. Er loopt daarnaast een intern onderzoek bij de gemeente naar mogelijke ambtelijke corruptie bij de bouw van het Spuiforum. De gemeenteraad heeft bovendien nog veel vragen over de verkoop van een monumentaal pand naast paleis Noordeinde aan tassenmaker Omar Munie voor het ogenschijnlijk lage bedrag van 1,7 miljoen euro, een pand dat hij bovendien binnen een paar maanden weer voor hetzelfde bedrag doorverkocht aan een vastgoedinvesteerder. Waarnemend burgemeester Johan Remkes heeft een groot integriteitsonderzoek binnen de gemeente aangekondigd, plus een aanscherping van de regels.

De VVD had zoals gezegd in 2019 weer de meeste integriteitsaffaires. Dat is vaste prik sinds het begin van de Politieke Integriteits Index in 2013. VVD’ers wijten dat zelf graag aan het feit dat hun partij nu eenmaal al jaren de grootste partij van Nederland is, en daarom ook meer kans loopt op integriteitsschendingen. Die redenering klopt deels, maar dat verklaart dan niet waarom het CDA, dat jarenlang de grootste was en nog steeds veel lokale bestuurders heeft, relatief weinig affaires heeft. Partijveteraan Frank de Grave kwam in zijn politieke memoires – Grote jongen zijn – in 2018 met een andere verklaring: de VVD is een bestuurderspartij, met veel Machers uit de zakenwereld die in hun dadendrang niet altijd beseffen dat er in het openbaar bestuur andere regels gelden dan in het bedrijfsleven. Zij krijgen intern ook onvoldoende tegenspraak.

Kamerlid Wybren van Haga was in voorgaande jaren al verschillende keren in opspraak geraakt omdat hij zich met zijn vastgoedbedrijf niet aan de regels had gehouden. In 2019 zette hij maar liefst drie nieuwe rellen op zijn naam: hij ‘vergat’ neveninkomsten op te geven, werd gepakt met drank achter het stuur en hij bleek, tegen de afspraken met de partij in, toch nog betrokken te zijn bij zijn vastgoedbedrijf. Dat was voor de VVD de druppel: hij werd in september uit de fractie gezet. Anne-Wil Duthler moest van het partijbestuur de Eerste Kamerfractie verlaten omdat ze zich als senator schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling met haar commerciële adviesbureau. Klaas Dijkhoff bleek, haaks op de integriteitsregels van de partij, ten onrechte een dubbele reiskostenvergoeding te ontvangen. Bovendien liet hij zichzelf wachtgeld uitkeren, bovenop zijn salaris als fractievoorzitter.

Net als in voorgaande jaren liepen er in 2019 weer verschillende VVD-ers tegen het strafrecht aan. Sinds 2008 zijn er 31 VVD’ers strafrechtelijk vervolgd, terwijl partijen als CDA, D66 en PvdA ieder slechts een handjevol strafzaken kenden. Johan Scheltens, fractievoorzitter van de VVD in Emmen, werd aangehouden op verdenking van de illegale export van organen van koeien en schapen naar Azië. De VVD in Flevoland deed aangifte van fraude tegen hun voormalig penningmeester Huib van Vliet. Die stond al eerder op de PII omdat hij wegens fraude met een erfenis veroordeeld was. Mitchell van der Koelen belandde in 2018 op de PII toen hij gepakt werd wegens het hacken van computers en het verspreiden van naaktbeelden. Het voormalige kandidaat-raadslid voor Almere werd daarvoor in december tot 16 maanden cel veroordeeld.

Ook andere oude affaires bleven in het nieuws komen. De voormalige VVD’er Jos van Rey schikte in november met Justitie in een ontnemingszaak. Daarmee kwam een eind aan een corruptieaffaire die de Roermondse politicus al sinds 2011 achtervolgt. Robin Linschoten haalde weer de kranten toen het hoger beroep in zijn belastingfraudezaak diende. Het OM eiste opnieuw vijf maanden tegen de voormalig staatssecretaris. Het Hof heeft meer informatie nodig en heeft de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden.

Anne-Wil Duthler (VVD) moest van het partijbestuur de Eerste Kamerfractie verlaten omdat ze zich als senator schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling met haar commerciële adviesbureau. Foto: HH

Uitvluchten

Bij al die affaires valt op dat slechts weinig politici zonder omhaal hun excuses aanbieden en het daarbij laten: ‘Het spijt me. Punt.’ Vrijwel altijd volgt er een of andere rechtvaardiging of uitvlucht. Integriteitsexperts spreken van ‘neutralisaties’: dus redeneringen die mensen voor zichzelf en anderen gebruiken om het feit dat ze een regel overtreden te neutraliseren. De meeste overtreders kennen de regels en wetten namelijk wel, maar kunnen voor zichzelf wel uitleggen waarom zij zich er niet aan hoefden of konden houden.

Muel Kaptein (hoogleraar bedrijfsethiek aan de RSM Erasmus Universiteit) en Martien van Helvoort (inspecteur bij de Voedsel- en Warenautoriteit) hebben daar in het Tijdschrift voor Compliance een artikel over geschreven, waarin ze alle uitvluchten systematisch hebben geordend. Het zijn er zestig, verdeeld over vier categorieën. Het begint met het ontkennen of verdraaien van de feiten (‘Ik heb het niet gedaan’) dan volgt het ontkennen van de norm (‘Ik heb het wel gedaan, maar het is niet erg’), vervolgens het afschuiven op omstandigheden (‘Ik was niet verantwoordelijk’) tot aan het opvoeren van karakterzwakte (‘Ik ging privé door een zware periode.’). Alle uitvluchten staan in de vorm van een klok weergegeven: de Neutralisatiewekker. Hoe dichter bij twaalf uur, hoe minder ontsnappingsmogelijkheden de overtreder heeft om de verantwoordelijkheid voor zijn of haar gedrag te ontlopen.

D66’er Adriaan Vissers beriep zich bij zijn aftreden als wethouder in Rotterdam wegens lekken op een ‘zwak moment’: ‘Ik heb daarbij gehandeld in een emotionele opwelling, wat onverstandig was en dat had ik niet moeten doen.’ Jorrit Nuijens maakte bij zijn aftreden als GroenLinks-wethouder van Diemen openlijk zijn excuses in een schriftelijke verklaring – ‘Ik heb spijt. Punt.’ – maar verknalde meteen het effect ervan door ook te schrijven: ‘Het was op mijn werk en om mij heen bekend dat ik al langer privé en zakelijk overbelast was.’ De werkweken waren ‘lang en druk’. Daarmee scoort hij hoog op de Neutralisatiewekker: ‘Ik kon er niets aan doen.’

In augustus 2019 twitterde Nuijens een brief waarin de politie hem mededeelde dat de drugstest die hem vlak na zijn arrestatie was afgenomen negatief was, dat wil zeggen dat er geen drugsgebruik is aangetoond: ‘Verder geen commentaar. Later meer.’ Dat was onhandig. Nuijens vestigde midden in de komkommertijd weer de aandacht op zijn arrestatie en daarnaast wilde hij kennelijk graag de boodschap overbrengen dat zijn agressieve en verwarde gedrag bij zijn arrestatie dus niet het gevolg was van drugs. Waarmee hij in wezen zei: Zo ben ik als ik niets op heb, dan is er een legertje agenten nodig om me af te voeren. Nuijens werd in november veroordeeld wegens het verstoren van de openbare orde (250 euro) en het bezit van ghb (400 euro). Lichtpuntje: hij bleek niet schuldig te zijn aan het bespugen van agenten.

Richard de Mos (Hart voor Den Haag / Groep de Mos) ontkent niet dat hij als wethouder geld heeft aangenomen, hij ontkent dat dat een probleem is. Foto: Pim Ras

Zwak moment

De meeste politici zitten ergens tussen volledige ontkenning en ‘ik had een zwak moment’ in. Toen bekend werd dat Klaas Dijkhoff ten onrechte ieder jaar 4.900 euro reiskostenvergoeding kreeg, reageerde hij laconiek: ‘Ik kijk nooit op mijn loonstrookje’. Een klassieke uitvlucht in de categorie ‘Ik wist het niet.’ Dat is vrijwel nooit een sterk verweer, zeker niet bij hoogopgeleide en slimme politici. In het geval van Dijkhoff was het misschien nog wel minder overtuigend. Als een burger die verdacht wordt van fraude tegen de rechter zegt dat hij niet eens wist dat er geld op zijn rekening binnenkwam, zal hij niet op veel begrip hoeven te rekenen. Daarnaast beschadigde Dijkhoff het zorgvuldige gecultiveerde VVD-imago als kampioen van de gewone hardwerkende Nederlander. Hoeveel gewone hardwerkende Nederlanders kunnen het zich veroorloven om nooit op hun loonstrook te kijken? Of zijn zo rijk dat 4.900 extra, ongevraagde euro’s niet eens opvallen?

Richard de Mos zit met zijn verklaringen na zijn aftreden een eindje verder op de Neutralisatiewekker. Hij ontkent niet dat hij als wethouder geld heeft aangenomen, hij ontkent dat dat een probleem is. Tegen RTL zei hij: ‘Ik heb wel geld aangenomen. Ik ben partijleider van een lokale partij met ambities en wij krijgen geen subsidies van de landelijke overheid. Maar iedere cent die ik heb aangenomen, ging naar de partijkas, en als wethouder heb ik er nooit iets voor gedaan of gelaten.’ Op de vraag of dat ‘onhandig’ is, zei hij: ‘Zeker niet.’

Robin Linschoten schoof nog weer een eind verder op richting de twaalf op de Neutralisatiewekker door vooral de boekhouder de schuld te geven. ‘Hij erkent dat hij schuld heeft, maar heeft de fiscus nooit bewust benadeeld’, zei zijn advocaat Willem Koops tegen het AD. Het toenmalige boekhoudkantoor van Linschoten zou een kwalijke rol hebben gespeeld: ‘Omdat Linschoten nooit stukken aanleverde, is dat zijn omzet gaan schatten voor de btw-aangifte. Dat had nooit gemogen. Ze hadden hem tot de orde moeten roepen.’ Koops stuurt aan op vrijspraak.

Anne-Wil Duthler verschool zich niet achter de boekhouder maar achter haar man, toen ze in opspraak kwam door de vermenging van haar commerciële advieswerk en Eerste Kamerlidmaatschap voor de VVD. Bovendien bleek dat haar bedrijven zich schuldig maakten aan wanbetaling. Tegen haar partijgenoten had Duthler steeds gezegd dat haar man de zeggenschap had over de bedrijven. Zij zou slechts als advocaat optreden voor deze firma’s. Maar volgens Quote was Duthler medeverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en voor de wanbetaling. Ze spande een kort geding aan tegen Quote, waarbij ze zich opwond over het feit dat er er journalisten in de zaal zaten. Duthler verloor het kort geding en was daarna boos omdat de VVD het besluit om haar uit de fractie te zetten, baseerde op het oordeel van de rechter.

Nu is de politieke uitvlucht natuurlijk van alle tijden. In 1975 was toenmalig minister van Defensie Henk Vredeling (PvdA) afwezig op een cruciaal partijcongres waar de omstreden aanschaf van de nieuwe F-16 op de agenda stond. De sociaal-democratische bewindsman mocht daar uiteraard niet ontbreken, maar hij was ‘met onbekende bestemming’ vertrokken. In werkelijkheid was hij zwaar doorgezakt aan de bar in Nieuwspoort en had hij de nacht doorgebracht bij de barkeeper.

Het is tekenend hoe weinig politici kennelijk leren van hun voorgangers. Niet alleen blijven ze al jaren dezelfde integriteitsschendingen begaan, ook denken ze dit telkens opnieuw met een excuus te kunnen maskeren. Daar komen ze wel minder mee makkelijk mee weg dan hun voorgangers, omdat ze door de invloed van sociale media meer onder een vergrootglas liggen. Ruud Lubbers reed in 1974 als minister van Economische Zaken met een borrel op een paaltje uit de grond, en reed daarna door naar de ministerraad. Premier Joop den Uyl reageerde redelijk ontspannen: ‘Dit soort dingen kunnen gebeuren. Het was dom dat je zelf reed, maar ministers zijn ook maar mensen.’ Lubbers was met 0,3 promille alcohol in zijn bloed niet strafbaar, maar kreeg wel een boete voor het doorrijden. Waren er destijds mensen geweest die de botsing met een smartphone hadden gefilmd, zou Lubbers mogelijk net als Jorrit Nuijens ten onder zijn gegaan.

Robin Linschoten haalde weer de kranten toen het hoger beroep in zijn belastingfraudezaak diende. Foto: Robin Utrecht

Gedragsregels

Politieke uitvluchten spelen niet alleen op individueel niveau een rol, ze spelen ook mee in collectief verband. Om het aantal integriteitsschendingen tegen te gaan, zijn politieke partijen strenger geworden op het naleven van partijregels en hebben de Eerste en Tweede Kamer het afgelopen jaar eindelijk gedragscodes voor zichzelf ingevoerd. Dit kan mede verklaren waarom er een dalende trend in de PII waarneembaar is, ook bij de VVD. Het invoeren van die gedragsregels heeft wel een flinke tijd geduurd. Terwijl de afgelopen jaren iedereen –van accountants, bankiers, commissarissen tot medewerkers van kinderdagverblijven – te maken kreeg met aangescherpte regels en gedragscodes, regelden de volksvertegenwoordigers niets voor zichzelf. Dat was niet nodig, vonden onze politici: zij konden zichzelf prima reguleren.

Nederland kreeg daarom al jaren kritiek van de Europese corruptiewaakhond Greco. Na een lange reeks van schandalen (over reisjes, bijbanen, tegengestelde belangen, dure cadeaus, wachtgeld) zijn onze volksvertegenwoordigers dan toch om en hebben ze zich allemaal aan gedragscodes te houden. Maar het blijft kennelijk lastig. Onlangs wrong senator Paul Rosenmöller zich in bochten om uit te leggen waarom hij had gestemd voor meer geld voor onderwijs, terwijl hij ook voorzitter is van de Voortgezet Onderwijsraad. Dit leek de verslaggever van NRC duidelijk in strijd met de gedragscode. Maar dat kwam, zei Rosenmöller, omdat het een fractievoorzittersdebat was: ‘Niet tekenen was gekunsteld geweest.’ Waarmee duidelijk werd dat een gedragscode nog zo streng kan zijn, het gaat er vooral om dat politici zich eraan willen houden.

Met dank aan Leo Huberts, Muel Kaptein, Sanne-Minouk van den Broek, Thijs Balder en Sytze de Boer.

Integriteitsaffaires

De gedachte achter de PI-Index is niet alleen om het aantal affaires zo objectief mogelijk te meten, maar ook om er lessen uit te kunnen trekken: wat voor schendingen doen zich het meest voor, wat zijn de risicofactoren en waar moeten politici alert op zijn?

De opstellers van de PI-index zijn daarbij niet de morele scheidsrechter: Wij bepalen niet of iets al dan niet integer is en we doen evenmin onderzoek naar nog onbekende integriteitsschendingen. De Index vermeldt integriteitsaffaires waarbij het gaat om het overtreden van geldende morele waarden, normen en regels. Dat kunnen ook interne regels van een partij zijn: overspel is bijvoorbeeld binnen de SGP een ernstige zonde, bij seculiere partijen is het een privékwestie. De integriteit van de betrokkene is daarbij in het geding. De betrokken politicus moet wegens de affaire zijn afgetreden en/of gesanctioneerd, formeel via onderzoek (al dan niet strafrechtelijk) of informeel (bijvoorbeeld excuses, erkenning van schuld, terugbetaling). Ook als een politicus de affaire heeft ‘overleefd’ kan de zaak in de Index worden genoemd, maar alleen als de feiten voldoende ernstig zijn en tot vraagtekens over iemands integriteit hebben geleid. Dit betekent dus niet dat als iemand op de PI-Index staat er automatisch sprake is geweest van een integriteitsschending. Het gaat om ‘integriteitsaffaires’, niet om (onomstotelijk) vastgestelde schendingen.

Verantwoording

Criteria voor opname in de Politieke Politieke Integriteitsindex 2019:

  • Het gaat om gekozen (of benoemde) Nederlandse politici die een functie hebben of hadden (of daarvoor kandidaat waren) bij gemeente, provincie, rijk, een Europese of internationale instelling of met een relevante (bestuurs)functie in een politieke partij.
  • Bij integriteitsaffaires gaat het om het overtreden van geldende morele waarden, normen en regels. De integriteit van de betrokkene is in het geding, wordt ter discussie gesteld, het gaat om (mogelijke) integriteitsschendingen. Andere politieke affaires, zoals bij budgetoverschrijdingen of verbroken verkiezingsbeloften, vallen er buiten.
  • Het gaat om een publieke affaire die ‘de pers’ heeft gehaald. Het jaar waarin de affaire publiek wordt via de media is het jaar waarin de affaire in de index terecht komt (niet het jaar waarin de feiten zich voordeden).
  • De betrokken politicus is wegens de affaire afgetreden en/of gesanctioneerd (formeel of informeel, bijvoorbeeld blijkend uit excuses, erkenning van schuld, terugbetaling). Ook als een politicus de affaire heeft ‘overleefd’ kan de zaak in de lijst worden genoemd, maar alleen als de feiten vaststaan of uit geloofwaardige bron komen, ze voldoende ernstig zijn en in de publiciteit tot serieuze vraagtekens over iemands integriteit hebben geleid. Dit betekent dus niet dat als iemand op de lijst staat er dus automatische sprake is van een integriteitschending, noch dat er een gedragsregel is overschreden.
  • De volgende typen integriteitsschendingen worden onderscheiden: corruptie (omkoping, favoritisme); fraude of diefstal; dubieuze giften; onverenigbare functies; misbruik van bevoegdheden; misbruik van informatie; ongewenste omgangsvormen en bejegening (in functie); wanprestatie en verspilling; wangedrag in de privé sfeer. Deze indeling is ontleend aan werk van de VU-onderzoeksgroep ‘Quality of Governance’.

Meer lezen over politieke integriteit

Na een week van kritiek besloot VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff begin december plotseling om alsnog af te zien van toekomstig wachtgeld – goed voor nog eens circa 40 duizend euro.

De conclusie dat de Haagse wethouder Richard de Mos zich aan corruptie heeft bezondigd, was snel getrokken. Maar dit was een politiek en geen juridisch oordeel.‘Tussen integer handelen en niet integer handelen ligt een groot, grijs gebied.’

De integriteitsadviseur van de Tweede Kamer onderzoekt of Kamerlid Isabelle Diks terecht aanspraak heeft gemaakt op een toeslag van ruim 24.000 euro netto per jaar. Diks kreeg dat omdat ze Leeuwarden als woonadres opgaf, maar bronnen melden aan HP/DeTijd dat ze in werkelijkheid al die tijd met haar man en hond in Den Haag woonde.

Politieke Integriteitsindex 2018
Ook in 2018 was de VVD de partij met de meeste en de ernstigste integriteitsaffaires. Lees hier meer over de vorige Politieke Integriteitsindex.