FOTOSERIE AFVAL

Het grote
opruimen

In de coronatijd liep de Amsterdamse fotograaf Peter Boer in de vroege uren door de stad en keek zijn ogen uit. Zou al dat afval er ook hebben gelegen zonder de lockdown?

FOTOSERIE AFVAL

Het grote
opruimen

In de coronatijd liep de Amsterdamse fotograaf Peter Boer in de vroege uren door de stad en keek zijn ogen uit. Zou al dat afval er ook hebben gelegen zonder de lockdown?

Als er over tien jaar een boek verschijnt met de titel ‘Er heerste corona en je moest wat’, dan zal daarin, behalve aan de cursussen van de vogelbescherming, de tuincentra, de bouwmarkten, de online-supermarkten, bol.com, seksspeeltjes.com en Netflix, aandacht worden besteed aan het fenomeen opruimwoede. Wie weet krijgt een compleet hoofdstuk een titel mee als ‘Het Grote Opruimen’. ‘Tropenmaanden voor het grof vuil’ is ook geschikt.

Er is veel te zeggen voor de hypothese dat als er in maart géén intelligente lockdown was afgekondigd, flink wat spullen nog jaren of decennia in Nederlandse huizen hadden rondgeslingerd – of onopgemerkt in honderdduizend kasten en bergingen hadden gelegen.

Velen van ons ervaren opruimen als een van de vervelendste dingen waartoe we in het leven veroordeeld zijn. Flink wat mensen gaan er pas toe over onder zware druk van een partner, of als ze gaan verbouwen of verhuizen. We kennen allemaal mensen die bij verhuizingen dingen roepen als ‘wat heb ik toch een hoop overbodige spullen!’ of ‘wat verzamelt een mens toch een hoop troep!’ – en dan denken dat ze iets origineels zeggen.

Het is waarschijnlijk dat opruimen behalve een der minste geliefde óók een van de meest uitgestelde activiteiten is. Mensen doen het pas al het echt niet anders kan of als ze, nou ja, toevallig ineens echt niets anders te doen hebben, bijvoorbeeld omdat ze thuis zitten vanwege een lockdown en de horeca en het uitgaanslevens ontsnappingsmogelijkheden bieden. De Amsterdamse fotograaf Peter Boer liep in de coronatijd met camera door de straten van de hoofdstad op vroege ochtenden dat het grofvuil in aantocht was, en keek zijn ogen uit. Het arsenaal aan meubels dat hij in het donker vastlegde rechtvaardigde het predicaat ‘Dertig jaar Ikea op straat’. Grote stukken trottoir waren vroeg in de ochtend openluchtmusea van ijskasten. Kinderwagens en erotische muurdecoratie noopten tot de conclusie dat opvallend veel spullen verbonden zijn met levensfases die voorbij gaan. Duurzaamheidsactivisten kunnen Boers beelden gebruiken voor kritische pamfletten over ‘de consumptiecultuur’. Bijna niets wat mensen kopen wat ze later, als ze eindelijk, onder zware druk, uit verveling, omdat het nu eenmaal een keer moest, om ze toch niets anders te doen hadden, niet bij het grof vuil kunnen zetten. Als over vijf jaar een covid-20-virus leidt tot een volgende lockdown, zullen flink wat spullen die in de covid-19-tijd online zijn aangeschaft op straat staan.