Fotoserie Een knobbeltje

Elles van Gelder kreeg borstkanker. Haar man fotografeerde het proces

Elles van Gelder leidde een druk leven als correspondent Afrika en moeder van twee dochters. Tot er een knobbeltje in haar borst werd ontdekt. Wat daarna gebeurde werd vastgelegd door haar man, fotograaf Jonathan Torgovnik. 

Fotoserie Een knobbeltje

Elles van Gelder kreeg borstkanker. Haar man fotografeerde het proces

Elles van Gelder leidde een druk leven als correspondent Afrika en moeder van twee dochters. Tot er een knobbeltje in haar borst werd ontdekt. Wat daarna gebeurde werd vastgelegd door haar man, fotograaf Jonathan Torgovnik. 

Correspondent Elles van Gelder (42) heeft altijd dezelfde boodschap aan de mensen die ze interviewt en portretteert, van vluchtelingen tot slachtoffers van geweld: deel je verhaal met anderen, zo kunnen we van elkaar leren.

Van Gelder is al meer dan tien jaar correspondent Afrika, de afgelopen jaren vooral voor de NOS. Ze versloeg gewelddadige verkiezingen in Zimbabwe, dompelde zichzelf onder in een gangsterwijk in Kaapstad, deed verslag van de dood van Nelson Mandela. Met haar man, fotograaf Jonathan Torgovnik, en twee dochters van 6 en 2, woont en werkt ze in Kaapstad.

Een druk, vervullend leven dat met piepende banden tot stilstand kwam toen Van Gelder op een middag begin januari werd gebeld. Een arts gaf haar de uitslag van een punctie die ze had ondergaan omdat er een knobbeltje in haar borst was ontdekt. Maanden daarvoor was ze voor het eerst naar de dokter geweest, niet omdat ze iets voelde, maar omdat haar expatverzekering een preventievecheck voor borstkanker in het pakket had zitten.‘Ik hoorde meteen aan haar stem dat het niet goed was. Ze vertelde me dat ik een heel agressieve vorm van borstkanker had: triple negatief.’

Twee weken later begon het: zestien chemokuren, verspreid over vijf maanden. ‘Ik ben wel 7 kilo afgevallen. Op een gegeven moment dacht ik: blijft er nog wel iets van mij over? Op slechte dagen was het soms moeilijk om contact met mij te krijgen. De chemo zorgt echt voor een soort waas in je hoofd. Ik was mezelf soms echt kwijt.’

Wat doe je als je journalist bent, en je man is fotograaf, en je gaat door een crisis die niet alleen intiem en persoonlijk is, maar die ook wordt ervaren door zoveel andere vrouwen? Dan ga je documenteren, registreren, je verhaal vertellen, omdat je dat ook een gevoel van houvast geeft. ‘Jonathan begon mij al snel te fotograferen. Het begon met een portret, de dag voor mijn eerste chemokuur. Die eerste foto maakten we vooral omdat ik een foto wilde voor mijn kinderen voor later; een beeld van mama vóór kanker. Gaandeweg maakten we om de paar weken een foto, of vaker, bij een grote verandering, zoals toen mijn haar uitviel.’

Elles bleef tijdens de gehele behandelperiode werken. ‘Ik zat er in het begin erg mee: hoe moest ik nou op tv verschijnen? Ik heb naar een pruik gezocht, dat was een tijdje heel belangrijk voor mij. Maar het zat niet lekker, het voelde niet goed. Ik dacht ook: dit is wie ik nu ben, dit is wat ik meemaak.’ Dus deed ze verslag van de coronacrisis in Zuid-Afrika met een doek op haar hoofd.

Inmiddels is Elles in remissie, zoals ze dat in medische termen heet. ‘Ik ben na de chemokuur nog geopereerd, toen konden ze niets meer vinden. Toch blijft het eng: wat als er toch nog ergens een kankercel rondzweeft? Ik merk ook nog steeds de gevolgen van de chemo: ik ben sneller moe en kan me soms minder goed concentreren.’

Maar de ziekte brengt ook gevoelens van dankbaarheid. De foto’s die haar man maakte, die wil ze nu delen. ‘Ik vind het doodeng, maar het voelt ook belangrijk. Er zijn dagen dat ik dacht: dit komt nooit meer goed. Nu wil ik aan andere vrouwen laten zien: ik ben er nog. Je kunt dit doorstaan, je kan er doorheen komen. En ook: check je borsten, ook al is het maar zelf thuis. Als ik er later bij was geweest hadden de kaarten heel anders kunnen liggen.’

‘Een dag voor de eerste chemokuur. Ik weet pas een week dat ik kanker heb. Eigenlijk besef ik het niet. Want ik voel me niet ziek, en toch zit er iets in mijn lijf dat we moeten vernietigen voordat het mij kapot maakt.’

‘Ik vind dit nu zelf de moeilijkste foto om naar te kijken want ik zie de wanhoop in mijn ogen. Ik heb er twee chemokuren opzitten. De chemokuur die ik hier krijg heeft de bijnaam rode duivel; het is een rode giftige vloeistof. Mijn haar valt uit. Ik durf het niet eens meer te kammen omdat ik dan grote plukken in mijn hand heb. Het doet me beseffen dat dit echt gebeurt. Ik heb kanker.’

‘Ik ben naar de kapper gegaan om mijn haar kort te knippen. Mijn dochter Tess van 5 is er bij. De kapster geeft haar de schaar om de eerste lokken af te knippen. Tess bewaart ze in een boterhamzakje. Het voelt goed de controle terug te pakken.’

‘Dit is mijn goede week. Omdat mijn tumor zo agressief is, krijg ik de chemokuur om de twee weken, in plaats van de meer gangbare drie weken. Dat geeft me minder tijd om te herstellen. Maar na de dagen dat ik me echt een zombie voel, komen gelukkig ook weer de goede dagen, waarop ik tijd heb met mijn kinderen, wandelingen maak en ook werk.’

‘Ik heb de laatste rode duivel-chemo achter de rug. Nu volgen twaalf wekelijkse rondes met een andere variant, die minder bijwerkingen heeft. Dat we middenin een coronapandemie zitten helpt niet. In Zuid-Afrika is de lockdown superstreng, we mogen weken ons huis niet uit en ik heb daarom weinig afleiding. Iets wat ik juist nu nodig heb.’

‘Ik heb een longontsteking. Het is geen corona, maar ik voel me zo ziek. Ik ben inmiddels ook zeven kilo afgevallen. Ik ben graatmager. Ik ben er nu echt helemaal klaar mee.’

‘Ik ben bijna aan het einde van mijn chemokuren. Het knobbeltje in mijn borst is niet meer te voelen. Dat betekent dus dat de chemo zijn werk doet. Dat is zo’n opluchting. Maar pas na de operatie weet ik echt hoe het ervoor staat. Dan checken ze ook nog een keer de lymfeklieren op uitzaaiingen.’

‘De chemo is klaar en mijn haar begint weer te groeien. Ik ben zo gelukkig met een beetje dons op mijn hoofd. Het staat voor mij symbool voor herstel. De chemo pleegt echt roofbouw op je lichaam. Nu kan ik weer gaan opbouwen.’

‘Ik ben klaar met mijn behandeling. Ze hebben geen kankercellen meer kunnen vinden.

Klaar met kanker ben ik nooit. Iedere dag denk ik eraan. Dat gevoel zal vast slijten, maar de onbevangenheid waarmee ik in het leven stond, is voor altijd weg.’

Volg ons