Een plaag van Bijbelse proporties

De ergste sprinkhanen­plaag in decennia bedreigt de voedselvoorziening in Oost-Afrika, ziet fotograaf Sven Torfinn. In Kenia doen miljarden insecten zich tegoed aan gewassen.

Een Bijbelse plaag, die gedachte dringt zich op bij de aanblik van de gigan­tische zwermen sprinkhanen die over oostelijk Afrika trekken. Als donderwolken richten ze een spoor van vernieling aan op maïsakkers, gerstgras en andere aanplant. VN-landbouworganisatie FAO spreekt zelfs van ‘een ongekende bedreiging voor de voedselveiligheid’.

De zogeheten woestijnsprinkhanen hebben in de voorbije weken hun vleugels uitgeslagen over een reusachtig gebied. Ze zijn uit Somalië en Ethiopië afgezakt naar Kenia en vormen ook een gevaar voor Oeganda en Zuid-Soedan. De plaag in Somalië en Ethiopië heet de grootste te zijn in 25 jaar, in Kenia is de invasie zelfs de grootste in 70 jaar. Superlatieven: een van de zwermen in Kenia had volgens de FAO een geschatte omvang van 40 bij 60 kilometer, een oppervlakte groter dan Limburg, met tientallen miljarden sprinkhanen.

De plaag hangt samen met de ongewone weersomstandigheden in de regio. Hevige regens eind vorig jaar hebben gunstige omstandigheden gecreëerd voor de insecten, ze voeden zich met verse vegetatie en leggen meer eitjes. Met een nieuw regenseizoen in aantocht waarschuwt de FAO voor een scenario dat haast onwerkelijk klinkt: voor juni kunnen de sprinkhanen zich vermenigvuldigen met een factor 500.


In de Keniaanse Samburu-regio, tussen het gortdroge noorden en het vruchtbare zuiden van het land, wordt een handvol vliegtuigjes ingezet voor het spuiten van insecticiden. De FAO vraagt dringend om meer middelen, te beginnen met een noodfinanciering van 70 miljoen dollar.