FOTOSERIE VUILNISMAN IN BOGOTÁ

Don Luis werkt tot zijn laatste tanden door in het vuilnis

Tienduizenden mannen en vrouwen zoeken om Bogotá dagelijks met hun blote handen tussen het afval naar verkoopbare waar. Fotograaf Keoma Zec volgde Don Luis (63).

Toen de Belgische fotograaf Keoma Zec vier jaar geleden naar de Colombiaanse hoofdstad Bogotá verhuisde raakte hij meteen geïntrigeerd door de recicladores, de recycelaars. De miljoenenstad telt 35 duizend mannen (en enkele vrouwen) die van huis tot huis gaan om al het bruikbaars uit het afval te vissen en dat te verkopen voor een klein bedrag. Vuilnis doet leven.

In de coronamaanden mei en juni richtte Zec zijn camera op de 63-jarige Luis Alfredo Quevego González. Drie keer per week heeft Don Luis eerste keus uit het vuilnis van de inwoners van de rijkere wijk Cedritos in het noorden van de stad. In alle vroegte vertrekt hij vanuit de zuidelijke buitenwijk La Selva om na een busrit van twee uur bij de bodega, de afvalhandel, zijn kar van het slot te halen.

Don Luis heeft in zijn 35 jaar als reciclador een positie verworven in Cedritos. De portiers van de appartementencomplexen zetten het vuilnis pas buiten op het moment dat hij langskomt.

Aan het eind van de dag kan zijn kar 350 kilo wegen. Vandaar die biceps. ’s Avonds sorteert hij zijn materiaal, ’s nachts slaapt hij een paar uur om pas de volgende ochtend terug te keren naar de bodega om zijn buit voor zo’n 10 tot 17 euro te verkopen. Tegen het middaguur is hij weer thuis. Soms wacht daar zijn achternichtje Marianna (7) die hem een douche van ontsmettingsspray geeft. Dan mag er geknuffeld worden. En dan naar bed, want morgen moet hij weer.

In coronatijd leverde oud papier, ijzer en glas nog maar de helft op. Bovendien waren de recycelaars bang; zij zaten dagelijks met hun blote handen in het mogelijk besmette afval. Maar niemand is besmet geraakt, misschien, denken ze, vanwege hun hogere afweer dankzij al dat spitten in vuilnis.

Onder de recycelaars bestaat een pikorde. Wie nieuw(er) is, sluit achteraan in de rij. Wat Don Luis niet meeneemt is voor de mannen en vrouwen die diezelfde dag nog na hem komen. Helemaal onderaan staan de duizenden Venezolaanse vluchtelingen, nieuwkomers die de regels niet kennen en zich soms op andermans routes begeven. Dat leidt tot opstootjes. Ze zouden beter terugkeren naar hun land, denkt Don Luis weleens. Al begrijpt hij hun situatie ook wel weer. Hij geeft zijn positie voorlopig niet op. ‘Ik werk door tot ik geen tanden meer in mijn mond heb.’

Volg ons